Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Wat mag een wetenschappelijk artikel kosten?

Open_Access_PLoS

Het officieuze Open Access logo, ontworpen door PLoS.

De Europese Commissie heeft vorige week tal van maatregelen aangekondigd om de komende jaren het grootste deel van de wetenschappelijke artikelen gratis toegankelijk te maken. Is deze impuls voor ‘open access’ reden voor blijdschap? Ja en nee, zeggen wetenschappers.

Om met het ja te beginnen, open access verkleint in de academische wereld een al jaren heersende ergernis die ´twee keer betalen’ wordt genoemd. Wetenschappers verrichten onderzoek met overheidsgeld en sturen hun artikelen naar een tijdschrift, dat deze gratis laat beoordelen door vakgenoten van de auteur (‘peer review’). Na publicatie kunnen wetenschappers de artikelen kopen voor ruim 30 dollar per stuk, of lezen via een (kostbaar) abonnement van hun universiteit.

“Open access lost min of meer per definitie het probleem van twee-keer-betalen op, omdat je niet langer hoeft te betalen om te lezen”, schrijft de Britse wiskundige Timothy Gowers in een mail. Gowers startte eerder dit jaar een online petitie, waarbij uiteindelijk een kleine 30.000 wetenschappers verklaarden om de tijdschriften van de Brits-Nederlandse uitgever Elsevier te boycotten. De actie was gericht tegen de – inmiddels teruggetrokken – steun van Elsevier aan een Amerikaans wetsvoorstel om de toegang tot wetenschappelijke publicaties te beperken en tegen de almacht van wetenschappelijke uitgevers die veel geld verdienen aan tijdschriften die grotendeels met gemeenschapsgeld zijn gefinancierd.

Gratis toegang tot artikelen betekent echter niet dat het publiceren gratis is, en daarin schuilt het eerder genoemde nee. Want ook open access-publicaties moeten worden beoordeeld en dus zal een tijdschriftredactie peer reviews moeten regelen. Een deskundige redactie, die ook artikelen kan (laten) redigeren, moet in elk geval deels betaald worden. Open access-tijdschriften vragen daarom geld aan de auteurs, die in het geval van het overbekende open access-tijdschrift PLoS ONE 1.350 dollar (1.100 euro) per artikel betalen.

Dat geld komt doorgaans van de universiteit waar de auteur werkt, een kostenpost voor universiteiten. Om die reden komt de Europese Commissie met een pot geld, waarmee auteurs de toegang tot open access-tijdschriften kunnen betalen. Dat geld komt niet alleen terecht bij een ideële instelling als Public Library of Science (PLoS), exploitant van onder meer PLoS ONE, maar ook bij commerciële uitgevers als Elsevier en Springer. Want inmiddels hebben deze uitgevers naast de klassieke tijdschriften ook open access-tijdschriften in hun stal. Dat laatste baart Gowers veel zorgen, schrijft hij:

Het gevaar is dat subsidiegevers geld opzij zetten om de productiekosten van een artikel te betalen en daarmee de uitgevers in een positie brengen dat die min of meer kunnen vragen wat ze willen. In de aankondigingen zit geen enkele aanwijzing voor een mechanisme dat de kosten redelijk kan houden. […] Het gevaar is dat commerciële uitgevers enorme winsten zullen blijven halen uit de noodzaak van wetenschappers om te publiceren.

De vraag is daarbij wat een redelijke prijs is voor de publicatie van een artikel. Het betaalde tijdschrift Nature heeft aangegeven dat als het een open access-tijdschrift zou worden, voor elk artikel 9.000 dollar moeten worden betaald. Tegenover elk gepubliceerd artikel staan bij Nature 9 niet-gepubliceerde artikelen, die wel beoordeeld moeten worden en waarvan er in elk geval 2 naar peers worden gestuurd. Dat brengt de kostprijs voor het verwerken van een artikel op gemiddeld 900 dollar.

Dat is minder dan wat PLoS ONE rekent per gepubliceerd artikel; daarbij moet worden aangetekend dat dit tijdschrift alle artikelen publiceert waarvan de peers alleen hebben gezegd dat ze technisch in orde zijn – en dat zijn er 14.000 per jaar. In Groot-Brittannië, waar de overheid al langer dan de Europese Commissie zint op subsidies voor open access, wordt als norm vaak gesproken over 2.000 pond (2.500 euro) per gepubliceerd artikel.

Dat bedrag is veel te hoog, vindt Gowers. Hij is zelf redacteur bij een onlangs opgericht open access-tijdschrift in de wiskunde, waarvoor uitgever Cambridge University Press (CUP) 500 pond per gepubliceerd artikel rekent. “Een fonds moet dan ook geen 2.000 pond betalen, tenzij het absoluut zeker weet dat de kosten voor het tijdschrift in kwestie significant hoger zijn [dan het tijdschrift van CUP]”, zegt Gowers.

Filosofe Eva de Valk, medewerker van NRC Handelsblad, vindt ook de 1.350 dollar van PLoS One erg hoog. “Het hosten van een site kost een paar tientjes per maand en redactiekosten van een artikel kunnen toch niet zo hoog zijn?”, schrijft De Valk in een mail. De Valk zat tot voor kort in de redactie en het bestuur van filosofisch tijdschrift Krisis, dat sinds 2008 drie keer per jaar gratis online verschijnt. Het tijdschrift heeft elke maand 7.000 bezoekers, die onder meer het archief raadplegen. De Valk: “Toch mooi dat stukken over Foucault uit de jaren ’80 nog worden gelezen en niet in bibliotheekmagazijnen liggen te verstoffen.” De kosten voor dit tijdschrift zijn ongeveer 5.000 euro per jaar, zegt De Valk:

Dat zijn kosten voor de redactiesecretaris die alle afspraken met de redactie plant, de kopijstroom beheert en alles online zet, en de kosten voor de eindredacteuren (Nederlands- en Engelstalig). De redactie en peer-reviewers werken gratis (zij hebben allemaal een aanstelling aan de universiteit en daarom al een inkomen), maar nemen hun werk uiterst serieus. Artikelen worden nauwkeurig beoordeeld, het gebeurt ook wel eens dat een stuk ook na herschrijving wordt geweigerd.

Het gratis tijdschrift is dit jaar nog niet verschenen door geldgebrek. Zou Krisis de auteurs laten betalen voor publicatie dan zouden de kosten – uitgaande van 30 artikelen per jaar – uitkomen op nog geen 200 euro per artikel. Misschien is het makkelijker om 500 bezoekers per jaar een tientje te laten betalen, of 7.000 bezoekers een euro. Maar dat is strikt genomen geen open access.

Geplaatst in:
Wetenschapsbedrijf
Lees meer over:
Elsevier
Europese Commissie
Eva de Valk
Open access
PLoS ONE
Springer
Timotthy Gowers

33 reacties op 'Wat mag een wetenschappelijk artikel kosten?'

Esner N.

Boeiend: een internationaal en discipline-overstijgend probleem wordt in deze ‘kwaliteitskrant’ gereduceerd tot een analogie met een wel erg lokaal (want NL én NRC) blad dat niet uit de kosten komt …

Lucas Seuren

Als tijdschriften als Nature zo’n $9.000 gaan vragen, dan zou je zeggen dat dat juist averechts gaat werken. Weinig universiteiten zullen dat soort bedragen met hoge regelmaat willen betalen, wat er uiteindelijk voor zorgt dat alleen rijke universiteiten nog in gerenommeerde tijdschriften publiceren. Zeker voor onafhankelijke wetenschappers wordt publiceren zo onmogelijk gemaakt.

Het enige wat zo’n uitgever hoeft te doen is zorgen voor peer-review, dat zijn alleen administratieve lasten, en dan dus wat redactionele taken. Dat laatste hoeft alleen voor artikelen die ook daadwerkelijk gepubliceerd worden. Kan iemand me dan ook uitleggen waar die 900 dollar per artikel vandaan zou kunnen komen?

Bastiaan Bommeljé

Wat een naïef gebabbel weer. Je kunt het studentikoze blaadje Krisis toch niet vergelijken met een internationaal gerenommeerd peer-reviewed tijdschrift uit de A-categorie? Wetenschap is nu eenmaal niet gratis; daarom is het ook geen nu.nl.

Pietro Messini

de vraagstelling van dit artikel is uiterst discutabel omdat het apriori aanneemt dat kennis een waarde zou moeten hebben

Pieter Kok

Dit artikel is niet compleet. Er zijn ruwweg twee modellen voor Open Access: “Goud” en “Groen”. Het hier beschreven model is Goud, waar de auteur of zijn/haar instituut de publicatiekosten betaalt.

Het groene model is veel vooruitstrevender: naast publicatie in een normaal gerenommeerd tijdschrift plaatsen de auteurs hun artikel ook in een online archief dat vrij toegankelijk is. De meeste tijdschriften in wis- en natuurkunde staan dit toe. Op deze manier kunnen arme onderzoekers toch publiceren (ook in Nature en Science).

De vraag is natuurlijk hoe dit groene model op de lange termijn kostendekkend kan zijn, en (minstens zo belangrijk) hoe prestige aan deze online publicaties verbonden kan worden. Dit is op het moment nog een open kwestie.

JoopArends

@Pietro Messini
Het artikel gaat m.i. uit van de waarde van wetenschappelijke artikelen gebaseerd op de interesse van zowel wetenschappers als publiek die artikelen in te zien. Dat is wat anders dan de veronderstelde aanname dat kennis [in die artikelen] een waarde zou moeten hebben.

Rino Tjeek

“Het hosten van een site kost een paar tientjes per maand.” Zei de filosoof.

*kuch*, krabbeltje achter de oor.

Frank Leystra

De aangeboden oplossingen lijken me erg ingewikkeld. Het probleem was dacht ik twee ledig: twee keer betalen en te hoge prijzen van uitgevers.
De oplossing kan denk ik vrij simpel: maak een afspraak dat degene die onderzoek uitvoert met gemeenschapsgeld niet hoeven te betalen voor publicaties op hun vakgebied. En slechts een korting wanneer het duidelijk ook andere doelen dan wetenschap heeft, bijvoorbeeld als een zuivelgigant sponsort. De kosten worden daardoor gedragen door de andere consumenten van de artikelen: zoals de media, high-tech bedrijven en beleidsmakers.

Een nadeel: voor direct toepasbaar onderzoek is dit wel wat lucratiever dan meer fundamentele vakken (zoals wiskunde). Daarom lijkt het me goed dat er ook meerdere oplossingen zijn.

Ruben N.

Er zit ook een andere kant aan: als er een (significant) bedrag moet worden betaald zullen universiteiten misschien ook meer gaan kijken naar daadwerkelijk interessant onderzoek. Op het onderzoeksinstituut waar mijn opleiding aan gekoppeld is merk ik dat er nog wel eens behoorlijk triviaal en onzinnige papers verstuurd worden. Diezelfde geluiden hoor ik ook vaak bij andere onderzoeksinstituten, ook aan andere universiteiten.

Een ‘goede’ wetenschappelijke carrière omvat blijkbaar tegenwoordig een groot aantal publicaties. Door een slim idee niet in één keer, maar in meerdere keren, te publiceren kun je de lijstjes flink beïnvloeden. Zo kom je uiteindelijk als ‘betere’ wetenschapper in de boeken en kan je universiteit flink blinken met hoge posities op internationale ranglijsten.

Eigenlijk kun je als wetenschapper tegenwoordig alleen een goed cijfer krijgen door vooral flink wat jaren onderzoek te doen en in die tijd vooral veel papers uit te brengen (het liefste natuurlijk in de wat bekendere tijdschriften). Je krijgt dan uitwassen zoals wetenschappers die hun naam overal proberen onder te krijgen en hun publicaties proberen op te delen in meerdere publicaties ook als daar geen noodzaak voor is.

Als het maar geld kost om te publiceren zou je kunnen stellen dat het voordeliger gaat worden om niet meer van die trucjes uit te halen waarbij je je onderzoek opdeelt in meerdere kleine onderzoeken. Daarmee haal je de publicatiedruk van wetenschappers af, kun je wetenschappers die alleen nog maar triviaal onderzoek doen eindelijk eens de laan uitsturen. En hopelijk zorg je daar weer mee dat het wetenschappelijke klimaat weer iets wetenschappelijker kan worden.

Oscar Vedder

Een oplossing kan zijn om auteurs te laten betalen voor een review bij een blad (dus ook betalen als een artikel afgewezen wordt). Dan zullen auteurs minder geneigd zijn om hoger te mikken dan hun stuk eigenlijk waard is, en zullen zo de kosten van de bladen aanzienlijk gereduceerd worden. Nadeel hierbij is dat het maar de vraag is of auteurs ooit zullen willen betalen zonder garantie tot plaatsing.
Een andere oplossing kan zijn om als universiteit gewoon je eigen online blad te beginnen en zo de commerciele uitgevers buitenspel te zetten. Nadeel hierbij is dat er dan geen mogelijkheid meer is voor de subsidieverstrekker om de kwaliteit van een stuk te beoordelen (nu wordt dit door subsidieverstrekkers vaak gedaan op basis van de impact factor van het blad waarin het artikel staat).

Jan de Vos

Nog een belangrijk voordeel van Open Access is dat het onderzoek weer toegankelijk wordt voor hen die niet makkelijk toegang hebben tot de bibliotheek van een universiteit.

Pulci

@JoopArends
De stelling gaat uit van de mogelijkheid tot kwantificatie. Kennis kan mijn inziens van geen enkele waarde zijn omdat deze waarde altijd een gepolitiseerd gegeven is. Kennis dient juist waarden te ondermijnen.

R. Sala

Ook voor Elsevier en Springer zijn de peer reviewers en editors gratis. De bedragen, die worden genoemd zijn volkomen uit de lucht gegrepen, en gebaseerd op de winsten die aktueel onder het huidige systeem gemaakt worden. Het doorsturen van de kopij en eerste beordeling zijn over het algemeen een lachertje: verkeerde onderwerpen, naar verkeerde reviewers, papers van schoolkrant nieveau inclusief youtube links die serieus ter review doorgestuurd worden.

De oplossing is een door de overheid, of europese commisie gefinancierde instelling die onafhankelijk het werk van de huidige uitgevers doen. Dat is voor iedereen goedkoper, en de kwaliteit kan beter bewaard worden. Ik ken geen wetenschapper die blij is met Elsevier of Springer en consorten, maar er zijn op het moment weinig serieuze alternativen. Een deel van de huidige online journals, is niet serieus te nemen, een een “goedkope” manier om te publiceren, zonder dat er streng op de kwaliteit gelet word.

Thomas Hood

At least under the current system the consumer has some influence over what is published. If a journal is no good then no one will read it and libraries will cancel their subscriptions to it.

If the cost is shifted to the supplier’s funder then this influence is also transferred to the supplier’s funder — who already has immense influence. I don’t think that that is good.

Mark van Passel

“Het hosten van een site kost een paar tientjes per maand en redactiekosten van een artikel kunnen toch niet zo hoog zijn”

PLoS ONE is geen blog! ze doen quality control wat betreft vormgeving (en daar gaan uren inzitten …), publiciteits-taken wat betreft research-highlights, het biedt financieel minder bedeelde wetenschappers de mogelijkheid om tegen gereduceerd tarief of kostenloos hun onderzoek openbaar te maken. Het laat commentaar toe op de manuscripten (reaguren), het registreert de metrics van artikels om de populariteit in kaart te brengen. En dat zijn alleen nog maar de activiteiten die ik 1-2-3 kan vinden.

Het open access fenomeen bij PLoS ONE afdoen als ‘mailtje met attachment ontvangen, reviewen en huppakee online zetten’ is wel heel erg kort door de bocht.

maarten

Waarom wordt peer review niet anders georganiseerd dan via uitgevers? Reviewers werken zoals gezegd gratis. Elke universiteit kan zijn eigen publicaties online zetten. Google Scholar doet de rest. Bijhouden van een citatie-index kan ook technisch worden opgelost. Cut out the middle man.

Wouter

Een goede ontwikkeling, zoals De Valk opmerkt is peer-review eigenlijk ‘gratis’, het is slechts een kwestie van geld rondpompen dat uiteindelijk uit dezelfde potjes van de overheid en het bedrijfsleven komt. Nu de boeken nog, in ieder geval die van uitgevers van universiteiten.

JoopArends

Zoals Frank Leystra en Karel Berkhout zelf al opmerkten is hier sprake van twee verschillende zaken: vrije toegang tot gepubliceerde artikelen, en publikatiekosten in het algemeen.
De vrije toegang tot artikelen zou bv. geholpen zijn met een systeem zoals de Amerikaanse NIH sinds 2008 hanteert met PubMed Central, dat een uitzondering maakt op het monopolie van de uitgevers. Dit systeem is gebaseerd op de verplichting van wetenschappers hun manuscripten over door NIH gesubsidieerd onderzoek voor vrije toegang bij PMC in te dienen binnen een jaar nadat die bij een tijdschrift voor publicatie geaccepteerd zijn. NIH neemt daarbij de kosten van de PMC database voor haar rekening.

Naast abonnementen kunnen tijdschriften de toegang tot de inhoud gedurende de embargo periode van maximaal 1 jaar na acceptatie exclusief in rekening brengen. Maar vooral uitgevers, die gewend zijn geraakt aan excessief hoge winsten in de periode dat die nog niet onder druk stonden van alternatieven zoals PMC, hebben daar niet altijd vrede mee. Toch hebben de pogingen om die inkomsten op peil te houden een aantoonbaar negatief effect op de publieke toegang tot een publiek goed: de resultaten van door overheden bekostigd onderzoek.

Wat betreft de uiteenlopende kosten die uitgevers rekenen voor artikelen kan worden gezegd dat die maar ten dele afhangen van de uiteenlopende meerwaarde die ze aan het eindproduct toevoegen. Dat laat onverlet dat er een ‘gulden’ middenprijs kan worden bepaald voor een format dat volgens het NIH model voldoet aan de eisen van de subsidiegever. Het is dan aan de markt of de uitgevers daarmee kunnen leven.

Marcus Kool

Het artikel is duidelijk: als je de publicatie door een uitgever laat doen kost het 1100 euro en als je het door een stichting laat doen zo’n 200 euro. Lijkt me een inkoppertje.

Aron Beekman

Het echte probleem ligt dieper, en dat is dat in de publicatiedruk in de wetenschap. Als je solliciteert naar een baan of naar onderzoeksgeld, tellen het aantal publicaties en het aanzien van tijdschriften enorm (in Nederland valt dat overigens mee). Zolang werkgevers en subsidieverstrekkers groot belang blijven hechten daaraan, zullen de betreffende uitgevers hun oligarchie kunnen handhaven, hoe je het ook indeelt.

In mijn vakgebied (natuurkunde) zet bijna iedereen vrijwel al zijn of haar artikelen tevens op http://arxiv.org/, dat open en gratis is (geen peer review). Dit ondervangt grotendeels het in dit artikel besproken probleem van beschikbaarheid. De eis die de EU zou moeten stellen is dat een artikel in ieder geval ergens open beschikbaar is, en volgens mij hebben ze daartoe ook een eigen “repository” geopend. Waar je het verder publiceert voor je naamsbekendheid, kan je dan zelf uitzoeken.

Nogmaals, echte verandering kan pas komen wanneer er niet klakkeloos naar de naam en faam van tijdschriften wordt gekeken.

Arthur Manders

Deze twee zinnen van maaerten, ‘Google Scholar doet de rest’ en ‘Cut out the middle man’, dunken mij een stevige contradictie.

Leeuwin

@2: De universiteiten en onderzoeksinstituten waar het meeste van het wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan, betalen nu heel veel abonnementsgeld om toegang te hebben tot de wetenschappelijke tijdschriften waar zij eigenlijk de input voor leveren. Als je alleen kijkt naar Nederland, denk ik dat het aantal artikelen in Nature (van Nederlandse bodem) maal 9000 dollar aanzienlijk lager is dan het abonnementsgeld voor Nature dat door alle Nederlandse uni’s en instituten wordt betaald.

Peter Blok

De vraag is wie de eigenaar is van de kennis die door de wetenschappers is ontwikkeld. In Nederland (en in veel andere landen) is dat tot nu toe de universiteit (omdat ze de infrastructuur leveren) maar dit eigendomsrecht kan worden teruggekocht (wat ook soms gebeurt). Universiteiten zijn nog niet gewend om kennis op een handige manier te verkopen. Daartoe zouden ze beter moeten samenwerken. Ik ken topwetenschappers (in de beta-hoek)die hun publicaties bekend maken binnen hun eigen netwerken op internet en dan commentaar krijgen van peers als het interessant genoeg is. Geen commentaar betekent: niet interessant genoeg. Kinderlijk eenvoudig. Het zou kunnen dat het belang van tijdschriften als Nature hierdoor afneemt. Dit betekent dat universiteiten andere modellen moeten gaan zoeken om ‘hun’ wetenschappers anders te beoordelen.

Frits Jansen

Is de oplossing niet om het reviewen los te koppelen van het publiceren? Op dit moment krijg je een soort koppelverkoop, mededingingsrechtelijk een doodzonde. Publiceren kan iedereen tegenwoordig, op Internet. En dan zou als aparte dienst kunnen worden aangeboden dat je een overzicht krijgt van publicaties van hoge en lage kwaliteit. Door “crowdsourcing” hoeft dat trouwens ook geen geld te kosten. Denk aan de beoordeling van hotels door websites als tripadvisor.com. Zo krijg je voor minder geld meer “peer” reviews.

Mark Wefers Bettink

Het verschil tussen een filosofie krant en een wiskundig artikel lijkt mij te groot om de kosten die gepaard gaan met de publicatie van beide artikelen te vergelijken.

Met 7000 bezoekers per jaar op een website lijkt me 5000 euro die voor een secretaris betaalt moeten worden vrij veel. Dit staat toch niet in verhouding tot de groep die bereikt wordt met deze website?

Volgens mij is de oplossing zoals in Amerika gecreëerd is door het NIH voor medisch onderzoek een goede. Geef de uitgevers de tijd om maximaal 1 jaar een artikel te plaatsen. Na deze tijd moet het artikel dat door publiekelijk geld tot stand is gekomen toegankelijk zijn voor iedereen.

Frits Jansen

Leveranciers van databases met juridische wetenschappelijke artikelen passen “prijsdiscriminatie” waarbij universiteiten minder betalen dan bijvoorbeeld advocatenkantoren. “Discriminatie” klinkt verwerpelijk, maar economen weten dat een dergelijk beleid zo gek nog niet is, want advocatenkantoren verdienen meer geld met de informatie uit die databases. Vlieg- en treinreizen zijn ook duurder voor de zakenman die niet vooruit kan plannen en zo effectief de toerist subsidieert die dat wel kan.

Probleem van die prijsdiscriminatie is dat iedereen die niet met een universiteit geassocieerd is ook geacht wordt “rijk” te zijn, wat bijvoorbeeld voor gepensioneerden een barrière creëert. Particulier zijn abonnementen op zulke databases niet te betalen: meestal bedragen van vijf cijfers per jaar. Het zou daarom goed zijn als niet-commerciële gebruikers zich zouden kunnen laten certificeren om ook in bibliotheken zulke databases te kunnen inzien. Dat dient ook het belang van een uitgever, want die verdient meer aan een goedkoop abonnement dat wel wordt afgesloten dan een duur abonnement dat niet wordt afgesloten.

Wanneer dit niet goed wordt aangepakt kunnen bibliotheken als de Koninklijke Bibliotheek op den duur wel inpakken.

G (Gjin) Ceca

Wetenschapers krijgen het meeste onderzoeksgeld en dan vind ik dat wetenschappelijk artikelen hoeft niet meer geld te kosten.

JoopArends

Aron Beekman maakte hierboven een paar opmerkingen waarbij de nodige vraagtekens kunnen worden gezet. Allereerst moet gezegd worden dat het peer-review proces primair dient als kwaliteitsbewaking. Publicatie zonder peer-review is daarmee een twijfelachtig goed: lezers merken snel dat de kwaliteit van de bijdragen aan een tijdschrift zonder peer-review gemiddeld daalt, en de ‘betere’ bijdragen zullen dan naar ‘betere’ tijdschriften verhuizen ivm de betere beoordeling daar. Natuurlijk is dit ook van belang voor subsidieverstrekkers en werkgevers, en waarom ook niet? En daarin ligt nu net de oorsprong van de rangorde van tijdschriften en de waarde- en prestigeverschillen van publikaties daarin, gebaseerd op strikte selectie van onderwerpen samen met gedegen peer review.

De tweede stelling, nl. dat bepaalde uitgevers hun monopolie kunnen handhaven zolang dit systeem bestaat, wordt door een aanpak als van PubMed Central ontkracht, vooral wanneer het gepaard zou gaan met een redelijke prijsbepaling van publicaties, mits die aan zekere minimumeisen voldoen.

Ik ben het echter wel eens met Aron’s opvatting dat een dergelijk systeem op grote schaal zou moeten worden opgezet, zoals bv. in EU verband.

Aron Beekman

Beste JoopArends,

Dit zijn mijn inziens aparte vraagstukken: de beschikbaarheid enerzijds, en de kwaliteitsbewaking en erkenning anderzijds. Voor mij staat het buiten kijf dat het de wetenschap, de wetenschappers en het publiek ten goede komt wanneer alle publicaties open en gratis toegankelijk zijn. Daar zijn makkelijke en goedkope oplossingen voor, sterker nog die bestaan al.

Mijn stelling is dat de (grote) tijdschriften en uitgevers hun hoge prijzen en grote invloed zullen kunnen blijven handhaven, ondanks alle PubMeds en arXivs, zolang van buitenaf van wetenschappers verlangd wordt dat zij in die tijdschriften zo veel mogelijk publiceren.

Overigens is afwezigheid van peer review niet zo’n probleem, mits het duidelijk is dat die ontbreekt. Elke ochtend bekijk ik alle nieuwe artikelen in mijn vakgebied op arXiv, en bestudeer die welke mij aanspreken. Ik kan zelf wel bepalen of iets interessant is. Indien echt belangrijk, gaan anderen er mee verder of op in. Zeker, peer review is nuttig, maar niet zaligmakend: er wordt genoeg onzin wel gepubliceerd, en nuttige nieuwe bijdragen zitten soms jarenlang vast in review. Dat een artikel in een tijdschrift staat betekent niet dat het “waar” is, maar dat het op dat moment nuttig en waardevol werd geacht te publiceren.

Bram

Dezelfde wetenschappers welke hier jammeren over de hoge kosten van publicaties, verplichten hun studenten om tegen woekerprijzen de door henzelf in boeken gepubliceerde lesstof te kopen. Over boter gesproken…

Adam

De kwestie is uiteindelijk wie mag beslissen hoeveel geld wie krijgt voor hun onderzoek en wie mag het lezen. Sommige onderzoekers profiteren als de lezer betaalt en anderen als overheid of universiteit het doet. Sommige mensen schrijven en lezen gratis op internet. Veel filosoferen of wetenschap wel of niet om geld moet gaan maar tegelijk wordt hun mening beïnvloed door hun belang om voor hun wetenschap te worden betaald.

Allon van de Hoek

op 2 augustus schreef redacteur Karel Berkhout ook een artikel: “Malafide zaken bij ‘open access’ uitgevers”. Dit artikel bespreekt website scholarlyoa.com met een waslijst aan predatory OA publishers. Ik krijg veel spam van zulke predatory publishers die graag mijn manuscripten willen of mijn naam in hun editorial board. Het overeind houden van de betrouwbaarheid van het peer reviewed systeem is veel belangrijker dan de kosten van de OA uitgever!!

Leo van der Wees

De oplossing is heel simpel en daar wordt al aan gewerkt in het juridische domein. Alle juridische partijen in Nederland (rechtspraak, advocatuur, universiteiten, etc.) wordt gevraagd een jaarlijkse bijdrage te leveren. Deze bijdrage wordt beheerd door een stichting die hiervan de hosting betaald van een juridisch open access platform. Deze organisatie regelt tevens de redactie, reviewing en publicatie. Mogelijk werken commerciele partijen voor het platform, maar het is het platform dat bepaald hoe en wat gepubliceerd wordt. En vanzelfsprekend zijn de publicaties vrij toegankelijk. Zie Rechtencommentaar.nl

Reageer op 'Wat mag een wetenschappelijk artikel kosten?'

Op deze site gelden onze huisregels. U kunt een gravatar gebruiken.