Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Antwoord zesde #Vrijdagmiddagvraag: verwarde familie ontknoopt

Hoe zit dat nu, als twee broers en twee zussen uit verschillende gezinnen kinderen krijgen? Zijn die kinderen dan meer verwant dan ‘gewone’ neven en nichten? Ja, zou je zeggen. Maar hoeveel meer? Dat was afgelopen vrijdag de vraag.

Het antwoord volgt uit een beetje genetisch teken- en rekenwerk. Laat ons beginnen bij de basis, met een gezin dat bestaat uit een vader, moeder en twee kinderen, een broer en een zus:

Elk kind erft de helft van zijn genen van zijn vader en de andere helft van zijn moeder. Bij elke ‘generatiesprong’ halveert de gemiddelde verwantschap tussen twee familieleden. Een kleinkind en een grootouder delen dus gemiddeld een kwart van hun genen (want 12 × 12 = 14), een achterkleinkind en overgrootouder een achtste.

Tussen een broer en zus zitten twee keer twee generatiesprongen. Eén keer omhoog en omlaag, via vader én moeder. Dat betekent dat broer en zus 50 procent van hun genen gemeen hebben. Ze delen ten slotte de helft van de helft van hun vaders genen en de helft van de helft van hun moeders genen.

Tot zover alles duidelijk? Mooi. Niet schrikken, maar in de volgende alinea wordt het generatiesprongprincipe samengevat in een simpele formule. Die laten we los op de twee verknoopte families, om tot het antwoord op de oorspronkelijke vraag te komen. Beloofd.

De gemiddelde genetische verwantschap tussen twee personen is gelijk aan ∑ (1/2)n, waarbij de som alle mogelijke generatiepaden langs gemeenschappelijke voorouders omvat, aangenomen dat die niet onderling verwant zijn. N is hierbij het aantal sprongen dat de twee personen in een bepaald generatiepad scheidt. (Voor een uitgebreidere uitleg, zie “>deze link.)

In ons simpele voorbeeld zijn er maar twee verschillende generatiepaden tussen de twee kinderen: K1 – M – K2 en K1 – P – K2. De som wordt dan: (12)2 + (12)2 = 1⁄2.

Terug naar de families Van der Wiel en De Jong van afgelopen vrijdag. Hun familiebanden zijn samengevat in de volgende schets:

Op het eerste gezicht hopeloos ingewikkeld, maar bij nader inzicht eigenlijk heel simpel. In de bovenste rij staan de trotse grootouders pa de Jong (PJ), ma de Jong (MJ), ma van der Wiel (MW) en pa van der Wiel (PW), daaronder de oudste en jongste zoon de Jong (J1 & J2), oudste en jongste dochter van der Wiel (W1 & W2) en helemaal onderaan Brechtje en Job zelf.

Hoeveel verschillende paden langs gemeenschappelijke voorouders lopen er tussen Brechtje en Job?

De vrijdagmidagvraagredactie telde er vier:

  • B – J1 – PJ – J2 – J
  • B – J1 – MJ – J2 – J
  • B – W1 – MW – W2 – J
  • B – W1 – PW – W2 – J

Elk van deze paden verloopt via vier stappen. Sommeren geeft dan (12)4 + (12)4 + (12)4 + (12)4 = 14. Job en Brechtje delen dus ongeveer een kwart van hun genen. Dat is net zoveel als halfbroers en -zussen, meer dan ‘gewone’ neven en nichten, maar minder dan twee broers of zussen.

Volgens Ard van Bergen volgt dit antwoord simpelweg uit het gegeven dat Job en Brechtje vier grootouders gemeen hebben, maar daar zijn wij het niet mee eens. Voor broers en zussen geldt dat toch ook?

Johan van Schaik gaf een draai aan de toch al ingewikkelde familiegeschiedenis. Wat als Job en Brechtje maar één en dezelfde grootvader hebben, vroeg hij zich af. Wie kraakt de stamboom?

Geplaatst in:
Genetica
Vrijdagmiddagvraag
Lees meer over:
#vrijdagmiddagvraag
verwantschap

8 reacties op 'Antwoord zesde #Vrijdagmiddagvraag: verwarde familie ontknoopt'

Margot Linden

Ten eerste: 1/2 x 1/2 = 1/4 en niet 1/2 zoals in het artikel staat.
Ten tweede, als je op zoek wilt naar het gemeenschappelijk dna tussen kinderen van half-broers en half-zusters versus het dna van kinderen van volle broers en zusters dien je alle grootouders en soms over overgrootouders er bij te betrekken.
Ik ben de kleindochter van mijn oma, maar ik heb een andere opa dan de kinderen van de halfbroers van mijn vader. Derhalve heb ik met hen minder gemeenschappelijk dna dan ik met mijn nicht, de dochter van een volle broer van mijn vader heb. Het verschil zit hem in die ene verschillende opa.

Lucas Brouwers

@Margot: Bedankt voor je oplettendheid, dat was een tikfout! Ik heb het inmiddels aangepast.

Jean-Pierre Heymans

Voor vanaf Brechtje naar Job te gaan moet je altijd via de grootouders dus 4 stappen. Bij broers en zussen moet je enkel tot de ouders om te verbinden dus maar 2 stappen. Zelfs indien de kinderen Van der Wiel en De Jong een eeneiige tweeling zouden zijn blijven Brecht en Job 4 stappen van elkaar. Indien er maar 1 grootvader zou zijn dan zouden we via de mannelijke lijn er in 2 stappen geraken , naar voor de vrouwelijke lijn hebben we dan weer 4 stappen nodig. Per stap halveert de bloedlijn 2 = 50 / 3 = 25 / 4 = 12,50 .
Bij verschillende voorouders 4 moet je dus maar 1 maal tellen.
In het geval van 1 grootvader moet je dus 2 maal tellen en in dit geval 4 + 2 = 6 en dit delen door 2
Brechtje naar Job zijn 12,50 % verwant indien maar 1 grootvader zou dit 25% bedragen.

Ard van Bergen

Mijn eerste inzending lijkt verdwenen, dus hier een herkansing.

Mijn opmerking dat alles volgt uit het feit van vier gemeenschappelijke grootouders was voorals hint bedoeld. Verder dan dat wilde ik niet gaan zonder het hele antwoord te verklappen.
De redenering kan overigens flink vereenvoudigd worden, en wel als volgt:
neem een gen van Brechtje; dat is uiteraard afkomstig van een van de grootouders. De kans dat het overeenkomstige gen van Job van dezelfde grootouder komt is een kwart, omdat de vier grootouders in het schema gelijkwaardig zijn. QED
Op dezelfde manier is snel in te zien dat broer en zus (twee gemeenschappelijke ouders, hoger in de stamboom hoef je niet te gaan dan) 50% genetisch identiek zijn.
En dan de variant van Johan van Schaik: daar wordt het antwoord 3/8 (ietsje lastiger maar nog steeds niet erg moeilijk)

Ard van Bergen

Jean-Pierre maakt in zijn commentaar een op het oog onschuldige opmerking over een-eiige tweelingen, maar dat maakt wel degelijk een groot verschil!
In het geval dat zowel de kinderen Van der Wiel als de kinderen De Jong een een-eiige tweeling zijn, zouden Brechtje en Job genetisch niet van broer en zus te onderscheiden zijn!

Jolisabeth Mackintosh

Hier een reactie van iemand die niet gehinderd wordt door enige kennis van zaken met bovenstaande berekeningen:
De kinderen van de Wiel (of de Jong) kunnen toch geen eeneïge tweeling zijn? Die zijn van hetzelfde geslacht?

Han Brouwer

Het is nog veel ingewikkelder met verwantschap dan het eenvoudige plobleem hier geschetst. Bedenk maar dat als je 50 gerenaties(tot ongeveer het jaar 200) terug gaat, heb je in die generatie 2^50 grootvoorouders (zo heet dat geloof ik). Dat is een getal van zestien cijfers. In die tijd leefden er echter maar ongeveer een miljoen mensen op deze aarde. Je kan dus op je vingers natellen dat de inteelt aan de orde van de dag was.

rein koole

Aan J. Mackintosch: de kinderen zijn ook van hetzelfde geslacht.

Aan H. Brouwer: Je kunt niet concluderen dat inteelt een de orde van de dag was, omdat de groei van het aantal mensen zeer langzaam ging en het vele generaties kon duren voor je een verre verwant huwde. Wel zou je kunnen zeggen dat we (bijna?) allemaal verwant aan elkaar zijn.

Reageer op 'Antwoord zesde #Vrijdagmiddagvraag: verwarde familie ontknoopt'

Op deze site gelden onze huisregels. U kunt een gravatar gebruiken.