Zacht kuikendons en vlijmscherpe tanden: nieuwe tyrannosaurus was reus met veren
Een troep Yutyrannosauriërs sprint over een besneeuwde vlakte. De dieren hadden veren, om zichzelf warm te houden. Illustratie door Dr Brian Choo
Echt knuffelbaar zijn ze niet, deze tyrannosauriërs. Achter de kleine sikjes en onder de zachte donsveren schuilen nog altijd de scherpe tanden van toppredators. Het is een nieuwe dinosoort, ontdekt in China en vandaag in Nature beschreven. Paleontologen vonden niet alleen botten en schedels van de dieren, maar ook afdrukken van honderden kleine veertjes. Het is voor het eerst dat wetenschappers fossielen van zo’n grote dino met veren hebben ontdekt.
De onderzoekers hebben de nieuwe dinosaurussoort Yutyrannus gedoopt. ‘Yu’ is Mandarijn voor veer, ‘tyrannus’ Latijn voor koning of tiran. De totale vondst bestaat uit drie dieren: één volwassene en twee jonkies. De wetenschappers schatten dat het volwassen dier bij leven ongeveer 9 meter lang was en 1.400 kg woog. De twee ‘kleintjes’ laten met hun 600 en 500 kilo de wijzer van de weegschaal ook behoorlijk uitslaan.
Kuikendons
Yutyrannus leefde in het vroege Krijt, ongeveer 125 miljoen jaar geleden. Het is een vroege verwant van de beroemde Tyrannosaurus rex, die pas 65 miljoen jaar geleden Noord-Amerika onveilig maakte.
De veren van Yutyrannus waren 15 tot 20 centimeter lang. Ze zaten dicht op elkaar, en bedekten waarschijnlijk het hele lichaam. Dat nemen de onderzoekers aan omdat ze veerafdrukken aantroffen rond bovenarm, nek, heup en staart. “De veren van Yutyrannus waren simpel”, zegt de eerste auteur Xu Xing in een persbericht. “Ze hadden meer weg van het pluizige dons van kuikens, dan van de stijve slagpennen van volwassen vogels.”
Er zijn wel eerder fossielen van dinosauriërs met veren gevonden, zoals Sinosauropteryx en Microraptor, maar dat was klein grut vergeleken met de gigantische Yutyrannus. Paleontologen dachten altijd dat zulke reuzen geen haren of veren nodig hadden. Grote dieren verliezen minder lichaamswarmte dan kleine, omdat ze naar verhouding een veel kleiner huidoppervlak hebben. Denk bijvoorbeeld aan olifanten en neushoorns, die zonder pels door het leven gaan.
Toch zijn uitzonderingen op die regel, zoals de bizon en de uitgestorven mammoet. Deze grote zoogdieren leven niet toevallig in koude streken. Nu waren de nadagen van het Krijt wel warm, maar toen Yutyrannus leefde was het een stuk koeler. “De gemiddelde jaartemperatuur in de regio was ongeveer 10 °C”, schrijft co-auteur Corwin Sullivan in een e-mail. Ter vergelijking: de gemiddelde jaartemperatuur van Nederland is ook 10 graden Celsius. Met zijn dikke verenpak hield Yutyrannus zich ook ‘s winters warm. Yutyrannus gebruikte waarschijnlijk ook ander trucs om kou te mijden. “Misschien hurkte hij om te voorkomen dat zijn poten en staart uitstaken, of schuilde hij achter bomen om zichzelf uit de wind te houden”, zegt Sullivan.
Zwarte markt
Waar de drie versteende dinosauriërs precies vandaan komen, weten de paleontologen niet. “De fossielen zijn aan het Zhucheng Dinosaur Museum en het Erlianhaote Dinosaur Museum aangeboden door een fossielenhandelaar die beweerde dat ze in één groeve in Liaoning gevonden zijn”, schrijven zij in hun artikel.
De onzekerheid over de herkomst van Yutyrannus is onderdeel van een groter probleem. In China vangen fossielen veel geld op de zwarte markt. Op sommige plekken zijn zoveel fossielen te vinden dat lokale boeren ze buiten het onderzoekseizoen opgraven en doorverkopen aan handelaren. Paleontologen staan dan voor een duivelse dilemma: of ze gaan met de fossielendealers in zee, of ze kijken lijdzaam toe hoe de bodemschatten in handen van verzamelaars komen.
“Belangrijke vondsten worden door wetenschappers beschreven, zonder dat ze precies weten waar ze vandaan komen. Ze kunnen alleen maar naar de afkomst gissen”, zei Philip Currie, hoogleraar paleobiologie aan de University of Alberta, eerder tegen deze krant over de illegale fossielenhandel in China. “Het is beangstigend.”
Bron:
Xu et. al, A gigantic feathered dinosaur from the Lower Cretaceous of China, Nature, Vol. 484, 5 april 2012, doi:10.1038/nature10906

