Tellen in Archangelsk (2)
Na ons bezoek aan het hoofd van de federale statistische dienst van de provincie Archangelsk, nam persfunctionaris Irina ons mee naar enkele dorpen in de omgeving van de stad. In een 'Gazel'-busje reden we over hobbelige wegen het achterland in. Archangelsk bleek zich tientallen kilometers langs de Dvina uit te strekken. De ene buitenwijk met vervallen houten huizen volgde de andere op.
Terwijl we tijdens die reis regelmatig bijna van onze achterbank werden geschud, vertelde Irina, een alleraardigste vijftigster, over haar leven. Het afgelopen jaar was zwaar geweest. Haar man was overleden (hart), gevolgd door haar zwager (hart) en haar moeder (kanker). Haar oudste dochter, een stewardess, had een ernstige oogziekte opgelopen en zat nu thuis. ,,Maar ja, zo is het leven", zei ze op die toon waarmee veel Russen de betrekkelijkheid van hun bestaan relativeren. Nadat ze haar tranen had onderdrukt, hervatte ze zich en vertelde ze weer van alles over haar geliefde provincie.
In het dorp Bobroff, waar een kleine bierbrouwerij de in de perestrojka failliet gegane kolchoz heeft vervangen, pikten we het hoofd van de lokale afdeling sociale zaken op, een vriendelijke vrouw die weinig hoop had op verbetering van de leefomstandigheden in de dorpen die onder haar gezag vielen, om de eenvoudige reden dat het dorpsbestuur geen geld heeft. Op zo'n moment vraag ik me toch steeds weer af wat er met die anderhalf triljard dollar aan olie- en gasinkomsten is gebeurd, die Rusland de afgelopen jaren heeft ontvangen.
Ook sprak ik er met twee lieve oude dames, Anna Michailova en Maria Apanitsina, beiden 72 jaar oud. Maria, een oud-verpleegster, vertelde dat Bobroff amper nog mannen telde. ,,Ze zijn naar de stad getrokken of zuipen zich dood", zei ze. ,,Je hebt hier namelijk geen perspectief en de drank is spotgoedkoop."
Anna had het moeilijk. Ze stond bij nul graden haar aardappels te wassen bij een van de dorpsputten, want thuis had ze geen stromend water. ,,Ja, een goed leven hebben we hier", zei ze. ,,Dank u wel meneer Poetin."
Daarna reden we spoorslags verder naar het dorp Koskovo. De zon blonk in de machtige Noordelijke Dvina. Het landschap was mooi en oer-Russisch: eindeloze bossen met kleine dorpjes langs een woeste rivier.
In Koskovo stond voor een groen geschilderd en voor Russische begrippen goed onderhouden houten huis volksteller Valentina Koerjanova. Anders dan in Moskou, waar merendeels studenten in ruil voor studiepunten worden ingezet als volksteller, kreeg zij betaald voor haar werk. Ze stond op het punt om huis nummer 14 binnen te gaan. ,,Bij iedere inwoner van het dorp breng ik zo'n 15 minuten door", zei ze.
In Koskova was Valentina gauw klaar. Tijdens de Sovjet-Unie maakte het dorp deel uit van een kolchoz en woonden er meer dan 300 mensen. Nu staan er nog maar 170 inwoners geregistreerd van wie het merendeel in Archangelsk woont. ,,Er leeft hier slechts een handvol omaatjes", vertelde even later Aleksandra Visjnjakova, de hartelijke 81-jarige hoofdbewoonster van nummer 14. 
Aleksandra had het huis in 1957 samen met haar zestien jaar geleden overleden man eigenhandig gebouwd. ,,Hij heeft zich doodgewerkt", zei ze. Nu woonde ze er nog met haar gepensioneerde dochter (die door de week in de stad moest bijverdienen) en haar 57-jarige, eveneens gepensioneerde schoonzoon, de enige man in het dorp.
De vragen die Valentina stelde, waren alle vrij simpel: naam, geboortedatum, geboorteplaats, nationaliteit, burgerlijke stand, opleiding, bron van inkomsten. Naar de omvang van dat inkomen werd niet gevraagd, terwijl dat nu juist interessant zou zijn voor de overheid.
Daarna volgden vragen naar de woonsituatie. Wat voor een soort huis, stromend water, elektriciteit, aantal bewoners, radio of televisie, internet, verwarming, bad of douche. Aleksandra bleek water voor de soep en de thee uit een put te halen, maar als drinkwater was het te vies en daarom liet ze dat wekelijks bezorgen. ,,Dankzij mijn schoonzoon kan ik hier blijven wonen", zei ze. ,,Want hij hakt het hout voor de kachel."
Die kachel was een 'Gollandka', een grote gemetselde kachel, zo een waarop in de klassieke literatuur de boer altijd ligt te slapen. Ook die hadden zij en haar man zelf gebouwd. Waar dat 'Gollandka' (de Hollandse) vandaan kwam had ik tot nu toe nooit begrepen, maar dat bleek te maken te hebben met de geglazuurde tegels die op de voorzijde - die in de woonkamer staat - zijn gemetseld.
Aleksandra was in 1970 zelf volksteller geweest. Trots liet ze een herinneringsspeldje zien. ,,In de Sovjet-Unie hadden we jaarlijks een telling", vertelde ze met een zekere heimwee.
Thee dronken we in een ander dorp, bij de bejaarde weduwe Ljoedmilla. Net als Aleksandra was Ljoedmilla een buitengewoon positief mens, die van ons bezoek genoot. 
Ze had heerlijke pirogi met appel en paddestoelen voor ons klaargemaakt en vertelde ronduit over de geschiedenis van haar meer dan honderd jaar oude, en scheefstaande huis. Buiten werkte een kleinzoon in de tuin. Binnen warmden we onze koude lichamen bij de Gollandka. 
