New York Times zegt sorry tegen Mr. Lee
Deze wonderlijke verontschuldiging verscheen vorige week in de New York Times. De krant biedt excuses aan aan de Singaporese premier Lee Hsien Loong, zijn vader de ‘oprichter van Singapore’ Lee Kuan Yew en aan een andere ex-premier. In zusterkrant Herald Tribune was een artikel verschenen (hier nog te lezen) over ‘politieke dynastieën’. De familie Lee werd daarin genoemd als voorbeeld van zo'n dynastie.
Dat ,,kan door lezers zijn opgevat alsof we hieruit afleiden dat de jonge meneer Lee zijn positie niet heeft verkregen dankzij zijn verdiensten”, aldus de krant. ‘We wish to state clearly that this inference was not intended.’
De advocaten van de familie Lee hebben dus weer toegeslagen. Om een rechtszaak te voorkomen heeft de New York Times ook 160.000 Singaporese dollar (85.000 euro) aan schadevergoeding betaald. Het Singaporese leiderschap spant geregeld rechtszaken aan. Weekblad Economist, persbureau Bloomberg, het inmiddels ter ziele tijdschrift Far Eastern Economic Review en zakenkrant Wall Street Journal gingen de NYT allemaal voor in het betalen van hoge schadevergoedingen en het aanbieden van excuses.
Het zorgt dat alle journalisten die willen schrijven over de familie Lee wel twee keer uitkijken wát ze schrijven. Interessant was in dat licht ook de vermelding in de NYT-rectificatie dat de auteur van het artikel 16 jaar geleden ooit met de familie heeft afgesproken dat hij in een verhaal niet zou zeggen of impliceren dat Lee Hsien Loong zijn baan te danken had aan nepotisme.
Toen ik twee jaar geleden met collega’s uit 15 landen een seminar financieel-economische journalistiek volgde aan Columbia University in New York, bogen we ons twee uur lang over dit soort zaken. Hoe zouden media moeten reageren? Buigen, zoals alle grote publicaties tot nu toe hebben gedaan? Terugvechten, terwijl dat weinig zin heeft? Of uit Singapore vertrekken? Wij kwamen er niet uit.
