Hongerstakers in de kou
Maandenlang hadden ze samen op een zaal gelegen, met flessen water naast zich - maar zonder eten. Negen illegalen die van de Belgische regering een verblijfsvergunning eisen, waren in hongerstaking in het Latijns-Amerika Huis in Brussel.
In het voorjaar had een grote groep hongerstakers nog een verblijfsvergunning gekregen van negen maanden. Deze keer wilde de minister van asiel en migratie, de liberale Annemie Turtelboom, niet toegeven - de politieke crisis is ernstig in België en als er nieuwe verkiezingen komen, is een vriendelijk asielbeleid niet een onderwerp waar haar partij, Open VLD, veel stemmen mee zal winnen.
Een spoeddebat in het federale parlement leidde eergisteren tot niks: de oppositie diende een motie van wantrouwen in tegen de minister, maar daar wordt pas in oktober over gestemd en de coalitiepartijen steunen haar. De minister zei nog eens heel duidelijk dat de hongerstakers hun zin niet zouden krijgen - hard zijn, dat was de enige manier om de rest van de wereld duidelijk te maken dat België niet het paradijs op aarde was voor asielzoekers.
Na dat debat besloten twee hongerstakers, een Braziliaan en een Iraniër, dat ze met hun actie ophielden. Dat kwam hard aan bij de anderen. Had het nog wel zin als zíj wel doorgingen?
Gistermiddag stond de Braziliaan, die zijn spullen had ingepakt, bij een open raam in het Latijns-Amerika Huis. Hij keek naar buiten, hij zag er moe, maar niet ontevreden uit. Het was voorbij. Hij had een vrouw en kinderen, hij ging weg.
Een man uit Guinee liep langs, of eigenlijk slofte hij. Hij kon zijn voeten nauwelijks nog optillen, hij had zijn handen nodig om zijn spijkerbroek omhoog te houden - hij had, net als de meeste anderen, ongeveer een derde van zijn oorspronkelijke gewicht verloren. In een zijzaaltje had hij lang zitten praten met twee andere hongerstakers uit Afrika. Ze waren de enigen, zo leek het, die per se niet wilden stoppen met hun actie.
Hij keek boos naar de man bij het raam, hij liep naar de hoek van de zaal waar zijn matras lag en trok een deken over zich heen. Toen riep hij de Vlaamse oud-vakbondsman die elke dag bij de actievoerders is om hen te helpen, Pol Van Camp.
Het raam moet dicht, ik heb het koud.
De Vlaming zei het tegen de Braziliaan. Die schrok, keek naar de man in de hoek en sloot snel het raam. Maandenlang had hij in een ruimte gelegen waar het muf rook. Het was nog niet helemaal voorbij.
