Veenbrandje
De Russische erkenning van de onafhankelijkheid van Zuid-Ossetië en Abchazië heeft iets merkwaardigs. Altijd werd namelijk gezegd dat die gevolgen zou kunnen hebben voor Ruslands eigen gebieden die zich willen afscheiden: Dagestan, Ingoesjetië en Tsjetsjenië. Min of meer wekelijks wordt daar wel een aanslag op een Russische bestuurder, militair of politiefunctionaris gepleegd. Min of meer wekelijks schiet de politie op zijn beurt wel een (vermeende) separatist of strijder voor democratie en mensenrechten dood.
Afgelopen weekeinde werd in Tsjetsjenië voor het eerst een zelfmoordbomaanslag door islamitische separatisten op een Russische basis bij Grozny gepleegd. Een week eerder kwamen twee officieren om bij een terreuraanslag. Sinds de Georgië-oorlog lijken de separatisten nieuwe energie te hebben opgedaan.
In Ingoesjetië werd zondag een van de belangrijkste oppositieleiders, de 37-jarige Magomed Jevlojev, op het vliegveld van Nazran door de politie 'per ongeluk' doodgeschoten. Dat laatste zou je als een voorzorgsactie van het Kremlin kunnen beschouwen, dat vreest dat het separatistische of democratische geweld ook daar binnenkort weer oplaait.
Journalisten uit die gebieden, die ik onlangs op een bijeenkomst in Moskou uitvoerig sprak, vertelden me dat hun werk daar levensgevaarlijk is, omdat het door de overheid niet op prijs wordt gesteld. Zie het lot van Jevlojev, die eigenaar en oprichter was van een kritische nieuwswebsite www.ingushetiya.ru. Verdachten worden er volgens hen vaak door de politie zonder vorm van proces doodgeschoten. En als een journalist die dood vervolgens gaat uitzoeken, is het logisch dat zo'n onderzoek niet op prijs wordt gesteld.
Een ding is zeker: het onderdrukkingsapparaat in de Noord-Kaukasus zal de komende op overvolle toeren draaien. Gelukkig voor het Kremlin worden al die gebieden bestuurd door voormalige FSB-kopstukken, die niet in mensenlevens denken, maar in statistiek.

