*

Hoe de hete patat plots bij Leterme belandde :: nrc.nl

Hoe de hete patat plots bij Leterme belandde

IMG_1031.JPGVlaamse politici én journalisten houden meer van beeldspraak dan Nederlandse, is mijn indruk. In ieder geval: ze gebruiken vaak vergelijkingen die de meeste Nederlanders niet zullen begrijpen. Ik heb me regelmatig voorgenomen ze te gaan verzamelen. Hier vast enkele recente voorbeelden.

Hoe de hete patat plots weer bij Yves Leterme belandde. Deze kop stond op 1 oktober in de De Morgen bij een verhaal waarin werd uitgelegd hoe de Vlaamse christen-democraat Leterme, vroeger dan verwacht, opnieuw tot formateur werd benoemd.

Het ijs was al dun. Nu Milquet met haar haardroger is gepasseerd, is het helemaal weg. Een dag later klaagt iemand van het Vlaams kartel (CD&V, N-VA) in dezelfde krant over cdH-leidster Joëlle Milquet, nadat die heeft gezegd dat Leterme zich moet houden aan een ,,beperkt kader” voor een staatshervorming. (Lees: van Leterme’s verkiezingsbeloften kan dus niks terechtkomen).

Iedereen zal moeten toegeven, CD&V én MR. Open Vld niet, want we hebben dat nooit beloofd. Maar N-VA kan maar best plat op de buik gaan liggen om onder de lat door te kunnen. Dat zei Minister van Buitenlandse Zaken en Open VLD-ondehandelaar Karel de Gucht vorige week zondag tegen de VRT. Onder de lat doorgaan betekent zoiets als: erkennen dat je je eigen beloften niet kunt waarmaken. N-VA-leider Bart De Wever was not amused. Hij reageerde: De Gucht is natuurlijk een ervaringsdeskundige wat buiklandingen betreft. Het was jarenlang de strategie van de VLD in de paarse regering.

Voor 2009 moet er een vis in de pan liggen. Bart De Wever zei gisteren in het VRT-programma De Zevende Dag dat hij bereid is akkoord te gaan met een staatshervorming in fasen, zoals Franstalige onderhandelaars willen. Mits er 2009 een vis in de pan ligt. Die moet dus nog wel ,,gevangen” worden. Ook is hij bereid de Franstaligen iets te geven in ruil voor splitsing van het kiesdistrict Brussel-Halle-Vilvoorde. Als zij een lepel suiker vragen om die bittere pil door te slikken, zijn wij bereid daarover te onderhandelen.

Vandaag kwamen kopstukken van CD&V bij elkaar. Ze zijn ook wel bereid de Franstaligen ,,een lepeltje suiker” te geven ,,om de splitsing van BHV door te spoelen”. Kamerlid Hendrik Bogaert lichtte toe op de VRT-radio: Zolang het een theelepeltje is, is dat geen probleem, als het een pollepel is, is het teveel.

Geplaatst in:
Zonder categorie

15 reacties op 'Hoe de hete patat plots bij Leterme belandde'

Maarten Dessing

Heb je zo’n beeldspraak wel eens gebruikt in een stuk voor de krant? Zo ja, reageerde de eindredactie door deze direct te schrappen? Ook leuk om te lezen is trouwens het Vlaams-Nederlands woordenboek. Ken je dat?

Jeroen van der Kris

@ Maarten Dessing: ik ben daar terughoudend in. Als ik Vlaamse politici zo citeer, lijkt het al snel alsof ik zou willen zeggen: kijk dat rare taaltje van de Vlamingen eens. En als ik iets niet wil zijn, dan is het een arrogante Hollander. Ik merk wel dat m’n eigen taalgebruik lichtjes begint te vervlaamsen. Laatst liet ik bijna iemand zeggen dat het ‘gedaan’ was met iets. Dat begrijpen Nederlanders niet. Maar ik zeg het tegenwoordig zelf zo vaak dat ik even diep moest nadenken hoe ik dat zou ‘vertalen’. Woordenboek ken ik niet, ga ik eens opzoeken.

W.H.J.Hartman

@ Jeroen van der Kris

De Franstaligen ( Walen ) hebben de afgelopen 177 jaar de Nederlandstaligen ( Vlamingen ) in België met hun ” wereldtaal ” het Frans geïntimideerd en zij doen dat nog steeds ( in de faciliteitengemeenten en Brussel ). U moet er nu niet te snel bang voor zijn, beter is helemaal niet, zich door de Vlamingen het etiket van arrogante Hollander op te laten plakken, want dat is ook een vorm intimidatie van de Vlamingen tegenover de Nederlander die zij van de Franstaligen hebben afgekeken. Het irrationele anti-Ollander sentiment van de Vlaming berust m.i. op de behoefte van de Vlaming aan een zondebok voor hun mesalliance van 1830. En raar maar waar daar gebruiken zij ons voor met hun ” Ollanderhaat “. Ik spreek uit ervaring van een vijfjarig verblijf in Vlaanderen.

Laurent Michel

En effet, les expressions utilisées en nérlandais de Belgique sont très souvent la traduction d’expression française. Toutes les expressiosn que vous citez dans cet article sont parfaitement compréhensibles par un francophone: mêmes images, mêmes expressions.
Et idem dans l’autre sens: les francophones belges utilisent souvent des expressiosn qu’un français de France ne comprend pas car elles ont une pure traduction du néerlandais.
Rien d’étonnant à tout cela. Je suis surpris qu’un néerlandais vivant en Belgique n’ait pas compris cela.

sandra van laer

@ Hartman: ik kan natuurlijk niet helemaal invoelen wat je met anti-Hollander sentiment bedoelt en/of ervaren hebt, maar er is zeker wel een verband met 1830. Politiek zijn de Vlamingen pas lang na 1830 wakker geworden in een land dat dat ze tot op de dag van vandaag veelal niet als het hunne aanvoelen. Dat is iets wat Nederland vaak als iets subversiefs aanvoelt, en vaak afkeurt omdat het zo onvoorstelbaar anders is dan wat Nederland kent. Terwijl het natuurlijk wel de kern van ons vlaams-zijn uitmaakt. Ook al is er inmiddels een vlaamse minister-president, en maken we vandaag de aankondiging mee van een 10e buitenlandse vertegenwoodiging van vlaanderen. Het is en blijft een merkwaardig subversief verhaal en daar hoort ook een ander, wat weerbarstig gevoel bij.

W.H.J.Hartman

Inderdaad Van der Kris, de aanmerkingen van Michel op uw gebrek aan kennis van het taalgebruik van de Franstaligen in België van zijn Frans-op-zijn-Nederlands en vice versa, zou u zich moeten aantrekken.

W.H.J.Hartman

@ Sandra Van Laer

Er bestaat onmiskenbaar voor mij bij Vlamingen, meestal versluierd, een onwelwillende houding tegenover Nederlanders in Vlaanderen; ik heb die in variaties in Vlaanderen meegemaakt. ( Die bestaat volgen mij niet bij Nederlanders tegenover Vlaminingen in Nederland.) Niet bij u ? Maar zo ja, waarop is die dan naar uw gevoel gebaseerd ? Laten we de koe maar meteen bij de horens pakken.
Begrijpt u mij goed. Ik acht de houding van de Vlamingen tegenover de Franstaligen in België heel begrijpelijk en volstrekt gerechtvaardigd ( het B-H-V-dossier, bijvoorbeeld ). Was ik Vlaming, ik zou ook niet langer voor masochist willen spelen, mijn ziel willen verkopen voor hun ” superieure ” taal, het Frans. Ik zou ook, hoe dan ook, weg willen uit dat slecht gebleken huwelijk van 1830. Maar was de afscheiding onze schuld ?

sandra van laer

@Hartman.
Het is moeilijk om daar genuanceerd op te antwoorden.
Maar laat ik ook direct zijn: uw aanvoelen van onwelwillendheid en versluierde weerstand, herken ik wel en, ja mijn toch wel ruime contact met Nederland is onverdeeld positief, wat niet wil zeggen dat ik niet vaak schrik en nood heb om dingen te duiden.
Maar vooreerst het historische: schuld is hier niet echt relevant en in 1815 was er eigenlijk al een verregaande mentale verwijdering die teruggaat tot eind 16e eeuw (1585).
Het belet niet dat er vanuit vlaams perspectief toch wel wrevel te bespeuren valt, met heel verschillende achtergronden die ik hier een beetje schematiseer:
- de jonge separatistische staat belgië, Franstalig en katholiek wilde aan zichzelf bewijzen dat ze met een in haar ogen protestants en deels gelijktalig land niets van doen had en benadrukte op een propagandistische wijze de verschillen, ook inzake taalvariatie in het Nederlands. Het woord Nederlands werd tot voor zowat 10 jaar geleden door Franstaligen niet gebruikt. Het was hollandais of flamand. Mijn moeder kreeg bvb. nog “cours de flamand”, dus vanuit het Frans als voertaal leerde zij in vlaanderen haar moedertaal, die dan nog niet eens zo mocht heten.
De katholieke clerus idem dito (concreet voorbeeld: Guido Gezelle met zijn taalparticularisme), want Nederlands was de taal van de duivel, zeker alles wat naar een noordelijke variant zweemde.
- een heel andere achtergrond is de emancipatiebeweging in vlaanderen (vlaamse beweging), die zich vaak niet alleen tegen Franstaligen diende te keren, maar zeker niet te onderschatten tegen het officiële Nederland, dat vanuit een te kortzichtige mercantiele en moralistische instelling de boot afhield en vaak ronduit vijandig reageerde. Het contrast met de ongeremdheid van Frankrijk en Franse media op dit punt was en is groot. De eigen geschiedenis van Nederland dat zelf tot eind 18e een statenbond was, tov een sterk jacobijns Frankrijk met een actieve taalpolitiek speelt hier natuurlijk ook, maar daar heeft de modale vlaming geen boodschap aan. Hij constateerde en constateert grotendeels nog steeds het frappante verschil en voelt zich in de rug aangevallen. Zo zitten we met de paradoxale situatie dat velen die sterk pro Nederland zijn in vlaanderen, tegelijk ook wel stevige rancune voelen, wat uw perceptie van irrationaliteit verklaart.
- Wat zeker ook aanwezig is, maar dat is beter bekend,is de tegenstelling tussen een meer directe benadering en de behoorlijk indirecte, wat aftastender onderdaniger houding die vlamingen zo kenmerkt. Vaak ervaren Vlamingen Nederlanders vanuit hun eigen normen als brutaal en betweterig, waartegen ze dan onderhuids reageren, terwijl Nederlanders niet begrijpen dat er niet even assertief gereageerd wordt. Wat vlamingen vanuit hun underdogsituatie echt wel is afgeleerd. Correspondent vd Kris is daar duidelijk terecht extreem voor op zijn hoede.
- Mijn betoog is lang geworden, maar u merkt wel dat ik het een leuk en boeiend onderwerp vind, ook omdat de toekomst open ligt en het verleden interessant is om dingen te begrijpen, maar ons ook niet vastpint.

Hester

“Rien d’étonnant à tout cela. Je suis surpris qu’un néerlandais vivant en Belgique n’ait pas compris cela.”

Mr Laurent c.s. hebben m.i. zelf de strekking van bovenstaande niet helemaal begrepen (toch een klein vertaalprobleem?) N.m.b.m. gaat het over het veelvuldig gebruik van beeldspraak in vlaamse media (en in hoeverre er een sport van wordt gemaakt daarop voort te borduren), vergeleken met de hollandse. Waar dat vandaan komt of uit welke taal die uitdrukkingen oorspronkelijk stammen, doet er verder niet zo toe. C’est tout.

De Block Ivan

Persoonlijk ben ik er van overtuigd dat het grote probleem bij onze politici ligt.Zij lullen maar raak en dit vooral uit electorale overwegingen.
Ik woon in België net naast de Nederlandse grens in de buurt van Hulst.
Ik was een Nederlander.
Nu ben ik een Belg(via de snelbelgwet.)
Ik heb geen probleem met franstaligen(zie:Walen.)
En zeker niet met Zeeuwen en/of Nederlanders ;-)
Ik ben er van overtuigd dat Jan met de pet in Vlaanderen hier echt niet wakker van ligt.
Anders is het met de bevolking die in de regio Brussel,Halle,Vilvoorde woont natuurlijk.
Doch aangezien ik van die hele zooi niet echt de details ken wens ik mij daar ook niet over uit te spreken.
Gegroet,
Ivan De Vlaming (ex Hollander;-))

Bart Haers

Het gebruik van beeldrijke taal past vandaag blijkbaar niet altijd meer. Maar als Jan Peter Balkenende tijdens een debat met Wouter Bos “u draait” zegt, en daarbij net niet expliciet zijn opponent van draaikonterij beschuldigt, dan is dat toch ook een metafoor? Maar wellicht kan Jeroen van der Kris eens te rade gaan bij enkele publicaties over politiek taalgebruik. Aanhangers van de Vlaamse beweging hebben blijkbaar altijd een zekere exuberantie in hun taalgebruik weten te handhaven. Of dit Franstalige invloed is, durf ik te betwijfelen. Eerder kan men kijken naar de picturale traditie, waar een mengeling van realisme en aankleding van de werkelijkheid altijd hun sporen hebben nagelaten, zoals bij Gustave van de Woestijne, Ensor, Frits van den Berghe en al die anderen het geval was. Zelfs de monumentale doeken van Permeke vormen een mengeling van realisme, ironie en verrijken van de werkelijkheid.
Vlaanderen heeft, zo valt te vrezen gedurende decennia aan de eigen taal gesleuteld, waarbij de colleges en athenea, dus de leerkrachten, in het katholieke onderwijs vaak priesters tot in de jaren 1950 een bijzondere rol hebben gespeeld. En juist die opvoedende opdracht heeft meegebracht dat de taal eigen kenmerken kreeg. Misschien was het eerder een klassieke, roomse invloed dan een Franstalige, al kan die niet achterwege blijven. Maar sinds “goesting” een schoon vlaams woord heet te zijn, kan men wel begrijpen dat “boter bij de vis” te eenvoudig moet zijn en werd het dus “vis in de pan”. Taalschepping is toch een van de mooiste dingen waar mensen zich aan kunnen – euh – bezondigen.

Jannemie Schellemans

Ik hou van simpele verklaringen in de plaats van intellectuele discussies. Volgens mij wordt hier bv door ‘plat op de buik gaan’ gewoon bedoeld : dieper dan een diepe knieval voor de politieke tegenpartij… wat vooral om de emotie gaat en niet over taalkundige toestanden.
Mening van een simpele vlaming.

Jeroen van der Kris

@Bart Haert, wat betreft die publicaties over politiek taalgebruik: heeft u leestips voor me?

Hester

Amen, Jannemie.

Kees

als men toch al toekomt aan een 2/3 meerderheid tav communitaire beslissingen,voeg dan een wet toe om het nederlands als overheidstaal te verklaren.DAARNA INBURGEREN ZOALS MET ALLE NIEUWE INGEZETENEN VAN BELGIE.
(uit echte bezorgheid met mijn geliefde buren.Een Brabantse buur.)