Help de Galápagos, blijf ver weg!
Het is een van de allerlaatste stukjes unieke natuurschoon van de planeet. Maar het gaat knap beroerd met de Galápagos eilanden. Steeds meer toeristen, gevolgd door migranten helpen het gebied om zeep. Als u de planten en dieren voor de kust van Ecuador een warm hart toedraagt, doet u er daarom verstandig aan om weg te blijven. Alleen in totale afzondering gedijt hier de natuur. Het is trouwens ook niet nodig om te gaan kijken. Een reis naar de eilanden is duur en er zijn voldoende andere, veel toegankelijkere plekken in Latijns Amerika waar het zeker zo mooi is. En waar je ook een stuk minder struikelt over de andere toeristen. Hoe het precies gesteld is met de Galápagos kunt U in dit stuk lezen.
Geitvrij, toch bedreigd (NRC Handelsblad 29 september 2007)
Intro: De Galápagosarchipel, bakermat van het darwinisme en Unesco- werelderfgoed, is een walhalla voor natuurliefhebbers. De eilanden zijn deze zomer op de gevarenlijst gezet. Toerisme en immigratie veroorzaken een ramp. „Als we geen drastische maatregelen nemen, verliezen we een onvervangbare wereldschat.”
Door Marcel Haenen
Vogels met blauwe voeten. Een rode cactusboom met groene flappen. Reuzenschildpadden die hun naam alle eer aan doen. Pinguïns, zeeleeuwen of haaien die in het frisse helblauwe water bij de evenaar met je mee snorkelen. Een zwarte vink op een zwarte steen. Te veel om op te noemen. In het surrealistische walhalla van de Galápagoseilanden kijkt de natuurliefhebber zijn ogen uit.
Maar de op dit moment verreweg belangrijkste diersoorten op de eilanden ontgaan de meeste bezoekers. Lázaro Roque ziet ze wel. „Ze spreken niet zo tot de verbeelding maar zijn ecologisch superinteressant.” Kakkerlakken, bijen, mieren, spinnen, slakken, sprinkhanen, wespen, vlinders of motten. De Cubaanse entomoloog is al dertien jaar bezig om ze op de Ecuadoriaanse eilanden te verzamelen.
Iedere vrijdag trekken zijn studenten door de heuvels van het eiland Santa Cruz om in de bomen vallen te hangen met zoete smeersels. Het regent onophoudelijk. Ze zijn op zoek naar fruitvliegjes en muggen. De plastic vallen zitten na zeven dagen vol met beestjes. Ze worden in potjes met alcohol gestopt voor laboratoriumonderzoek.
De afgelopen jaren zijn er op de eilanden meer dan vijfhonderd nieuwe soorten insecten geïnventariseerd. Dat lijkt goed nieuws maar het is een catastrofe. De insecten zijn allemaal door toerisme en migratie van het continent naar de Galápagos gebracht. Het aantal vreemde insectensoorten nadert nu snel de 736 verschillende insectensoorten die endemisch zijn en alleen op deze eilanden voorkomen.
Al die nieuwe exotische beestjes zijn een ware plaag. De dertien grote en ruim honderd kleine eilanden die zo’n duizend kilometer voor de kust van Ecuador liggen danken de unieke natuur aan het totale, miljoenen jaren durende geografische isolement van de archipel. De natuur heeft er geen weerstand tegen exotische soorten.
En menige vreemde gast is uiterst agressief. Op de Galápagos komt sinds vijf jaar de Aedes aegypti mug voor die de ziekte dengue verspreidt. Er zijn pissebedden die op grote schaal hulpeloze planten wegknagen. Er zijn brandmieren die vaak meer dan honderd jaar oude schildpadden aanvreten. Op dit moment wordt het voortbestaan van zestig procent van de 180 inheemse plantensoorten bedreigd. Bij de gewervelde dieren is dat percentage vijftig.
De vreemde insecten liften mee met de vliegtuigen of toeristenboten die de eilanden steeds vaker aandoen. De schepen hebben vaak sterke belichting. Dat trekt insecten aan. Zo veranderen de boten in vrachtschepen vol ongedierte. Eenmaal op de Galápagos gaan de diertjes aan land.
Roque heeft vorig jaar het cruiseschip Discovery nageplozen op insecten. In 2006 mocht dit schip met meer dan vijfhonderd toeristen voor het eerst de eilanden aandoen. De Discovery bevatte honderden soorten vreemde insecten. „En dat is nog een van de schonere boten”, zegt Roque.
Het grote cruiseschip mag, sinds het bekend worden van Roques onderzoek, niet meer de Galápagos bezoeken. Binnenkort worden de reeds bestaande kleinere cruiseschepen op een vergelijkbare manier onderzocht. „Ik denk dat we schepen moeten verplichten minder felle lichten te gebruiken. En dat de lichten worden gedoofd voordat ze aan een reis beginnen. Anders blijft het dweilen met de kraan open.”
Charles Darwin
Deze maand 172 jaar geleden bezocht de boot HMS Beagle met aan boord Charles Darwin de Gálapagoseilanden. Als ze voor het eerst aan land gaan, beschrijft de 26-jarige Engelse natuurvorser dat „het in de baai krioelt van de dieren. Vissen, haaien en schildpadden steken overal hun kop boven water.” Het is een lawaai van jewelste.
„Deze eilanden zijn een paradijs voor alle mogelijke soorten reptielen. Er zijn zo veel landschildpadden dat een bemanning van een schip in korte tijd vijfhonderd tot achthonderd exemplaren weet te vangen”, schrijft Darwin in zijn dagboek. Iets later meldt hij dat de schildpadden zo groot zijn dat hij een beest vrijwel niet krijgt opgetild. Het is onder invloed van het natuurlaboratorium van de Galápagos dat Darwin de evolutietheorie zal ontwikkelen.
In 1978 werden de Galápagos wegens de bijzondere flora en fauna als een van de eerste natuurgebieden tot werelderfgoed verklaard. Een paar jaar later gebeurde hetzelfde met het omliggende gebied van de archipel dat tot zeereservaat werd bestempeld.
Maar Darwin had al kunnen weten dat de evolutie op de eilanden behoorlijk uit de hand kon lopen. De eerste mens die hij er ontmoette was een Amerikaanse walvisvaarder.
Sindsdien zijn er zo veel meer schadelijke bezoekers gevolgd dat Unesco de Galápagoseilanden deze zomer op de gevarenlijst heeft gezet. Het unieke gebied is bezig te bezwijken.
Slechts een paar Galápagoseilanden - Isabela, Santa Cruz en San Cristobal – zijn bewoond door mensen. Maar op die plekken stijgt het aantal inwoners snel. Bij een census in 1950 bleken de eilanden 1.346 inwoners te tellen. Het waren natuurliefhebbers van het vasteland. En afstammelingen van Noorse walvisvaarders of Duitsers die in het interbellum het eigen land inruilden voor een vredig bestaan als visser bij de evenaar.
Oorspronkelijke bewoners kunnen mooi vertellen over toen. Het is nog maar twintig jaar geleden dat er op Santa Cruz één publieke telefoon was. Bellers schreeuwden hun boodschap naar de overkant. En één keer per maand was er film.
Maar nu wonen er officieel zo’n 30.000 mensen op de Galápagos. Demografen voorspellen dat het aantal inwoners van de eilanden bij ongewijzigd beleid elke dertien jaar zal verdubbelen.
„Het werkelijke aantal bewoners is nog hoger. De illegale immigranten verstoppen zich bij een census in de heuvels. Dat zijn er duizenden”, zegt Elena Albarado. Ze is zangeres en exploiteert het enige culturele centrum Casa del Lago.
De grootste stad is Puerto Ayora op het eiland Santa Cruz. Twee uur vliegen en drie kwartier rijden van de Ecuadoriaanse havenstad Guayaquil. Puerto Ayora is een lelijke verzameling T-shirtwinkeltjes en horeca-aangelegenheden. Het ontbreekt er aan niets. Iedereen heeft een mobieltje, er is internet en zelfs een eigen TV-station (Canal 9).
De groei van de bevolking gaat gelijk op met die van het toerisme. De afgelopen vijftien jaar nam de bedrijfstak gemiddeld jaarlijks met 14 procent toe. Het aantal toeristen dat de Galápagos bezocht bedroeg 40.000 in 1990. Vorig jaar waren het er 140.000.
De meeste reizigers bezoeken het gebied aan boord van een schip. Maar ook op de eilanden verblijven steeds meer toeristen. Het aantal hotels is in 15 jaar verdubbeld naar 66. Restaurants en bars namen toe: van 31 naar 114.
Natuurliefhebbers
„Het soort toeristen dat de eilanden bezoekt, is snel aan het veranderen. Voorheen kwamen de echte natuurliefhebbers, de Darwinisten. Ze maakten de belangrijkste reis van hun leven. Maar tegenwoordig komen de mainstream ecotoeristen. Reizigers die nu eenmaal alles gezien willen hebben: van Machu Picchu, Paaseiland tot Ngorongoro. Maar dat zijn vaak mensen die een soort comfort willen dat ze beter zouden kunnen zoeken op andere plekken van de wereld”, zegt Graham Watkins.
De in Guyana geboren Brit Watkins is sinds 2,5 jaar directeur van de Charles Darwin Foundation. Deze in 1959 opgerichte stichting doet op de eilanden wetenschappelijk onderzoek dat zich richt op het in stand houden van de biodiversiteit. Watkins is een van de voornaamste pleitbezorgers van „een nieuw, duurzamer model van economische ontwikkeling.”
„Steeds meer bedrijfjes bieden de Galápagos aan als plek voor adventure tourism. Je kunt er parachutespringen of op stranden kamperen”, zegt Watkins.
Een onzalige ontwikkeling volgens hem. De eilanden zouden zich juist op de echte natuurliefhebbers moeten concentreren. „De huidige ontwikkeling van de Galápagos zal leiden tot het mislukken van het toerisme. Dan valt de belangrijkste inkomstenbron weg.”
Door de beslissing van Unesco om de eilanden op de gevarenlijst te plaatsen, wordt er dezer dagen door de betrokken autoriteiten veel vergaderd over wat te doen. Sommigen willen een limiet stellen aan het aantal toeristen dat de eilanden bezoekt. De Franse geograaf Christophe Grenier schrijft in een zojuist op de Galápagos gepresenteerde studie dat de eilanden jaarlijks maximaal 100.000 toeristen aan kunnen.
Maar volgens Watkins is het instellen van limieten geen realiseerbare optie. „Wat kun je doen? Maar een beperkt aantal vluchten toestaan? Maar dan gaan de luchtvaartmaatschappijen alleen stoelen verkopen aan beter betalende toeristen en kan de lokale bevolking niet meer vliegen.”
Het Nationale Park Galápagos, 224 werknemers, hoopt door een verandering van het aanbod van voorzieningen het soort toerisme te veranderen.
„Ik weet niet wat de magische formule is maar we moeten zorgen dat niet iedere rugzaktoerist hier komt”, zegt directielid van het park Washington Tapia. „De Galápagos moeten maar voor een beperkt aantal mensen aantrekkelijk zijn. En dat betekent dat de kwaliteit van de dienstverlening beter moet. Doen we niets dan zijn de Galápagos over drie of vijf jaar qua natuurgebied even interessant als de Canarische eilanden.”
Een opvallende aanwijzing dat de huidige toerist er niet alleen met zijn verrekijker op uittrekt om de rode keelzak van de fregatvogel te bekijken, is de vestiging van bordelen. Puerto Ayora telt op dit moment drie etablissementen met van het vasteland aangevoerde prostituees. De tenten liggen vier kilometer buiten het stadje langs de weg naar het vliegveld.
Op een zaterdagavond in september verdringt in Club 4,5 een dertigtal mannen zich rond vijf gezette lichtekooien. Er valt niet veel te beleven. „Het laagseizoen is begonnen. Normaal is het veel drukker”, vertelt de barkeepster.
Watkins zegt dat er ,,beginnende signalen van sekstoerisme” naar Galápagos zijn. En Elena Albarado vertelt dat er vorig jaar in de haven van San Cristobal een jacht lag met Russen die hun gids eropuit stuurden om minderjarige meisjes aan te leveren.
Eilanders
Het bedrijfsleven, in overgrote meerderheid toeristische bedrijven, zit niet te wachten op maatregelen die hun handel in ieder geval op korte termijn zouden kunnen aantasten. Lokale politici voeren het verzet aan. Ze krijgen steun van veel bewoners die vinden dat de autoriteiten zich meer bekommeren om de schildpadden dan de mensen.
Het illustreert hoe het karakter van de archipel is veranderd. Was Galápagos vroeger de thuishaven van mensen die hielpen om de natuur te conserveren, nu is de natuur er om de mensen een economisch bestaan te bieden.
Er wonen twee soorten mensen op de Galápagos, zegt parkdirecteur Tapia: de eilanders en de eilandbewoners. „De eilanders wonen hier voor de rust en beseffen dat ze op een unieke, geprivilegieerde plek verblijven. Maar de eilandbewoners, de immigranten, zien de Galápagos vooral als een plek waar geld kan worden verdiend.”
Eilander Elena Albarado deelt die mening volledig. ,,De laatste tien jaar komen er allemaal mensen zonder culturele bagage van de hooglanden uit Ecuador. Het zijn metselaars of vrouwen die gaan werken als hulp in de huishouding. Ze hebben geen belangstelling voor bijzondere vinken. Ze hebben er ook geen tijd voor, omdat ze alleen maar bezig zijn met werken en geld verdienen.”
Albarado zegt dat het leven er niet beter op wordt. Het ontbreekt de Galápageños aan een identiteit. De meerderheid van de bevolking is er volgens haar alleen op uit om net zo’n levensstijl te krijgen als mensen in elke andere grote stad.
,,Ze willen het nieuwste model mobiele telefoon. Ze brengen exclusieve huisdieren naar de eilanden. Ze proberen ieder jaar naar Miami te reizen. Ze willen rondrijden in een fourwheeldrive terwijl je hier alles op de fiets kunt doen. Als we niets veranderen, trekt straks de internationale gemeenschap de handen af van deze etalage van de evolutie.”
Maar is de ontwikkeling eigenlijk niet al onomkeerbaar in een spiraal naar de afgrond beland? Betrokkenen wijzen erop dat pas echt grote schade werd aangericht op de eilanden door de piraten. Die hebben hele eilanden ontdaan van de schildpadden. Vissers vingen op veel te grote schaal walvissen en tonijn. En om variatie in het voedsel te hebben, lieten de vissers op de eilanden geiten, varkens – en onbedoeld ratten – los die zich snel vermenigvuldigden en veel plekken beschadigden.
De latere bewoners hebben ook verdere schade aangericht. Toen er in 1974 4.078 mensen woonden, bedroeg het aantal geïntroduceerde vreemde plantensoorten 77. In 1982 met 6.119 inwoners was dat aantal 135. In 2001, met 18.000 bewoners waren er al meer dan 600 exotische planten naar de archipel gebracht.
Het positieve nieuws is dat de mens in staat is eerder aangebrachte schade te herstellen. Eieren van de grote landschildpadden worden tegenwoordig op een veilige plek kunstmatig uitgebroed. Als de dieren stevig genoeg zijn om ratten te weerstaan worden ze uitgezet.
Een van de spectaculairste resultaten heeft de Charles Darwin Foundation geboekt in de strijd tegen de wilde geiten die op sommige plekken met tienduizenden tegelijk rondzwierven. In 1997 werd begonnen met het uitroeien van de geiten.
Om de geiten op te sporen op vaak ontoegankelijke plekken werden zogeheten Judasgeiten losgelaten. Dat zijn gecastreerde mannetjesgeiten die zendertjes kregen omgehangen. De Judasgeiten, met witgeverfde hoorntjes ter herkenning, sloten zich aan bij de kuddes. Ze brachten de jagers naar de plek van de bestemming. Die schoten de beesten vanuit helikopters dood.
Dank zij miljoenen dollars steun van alle mogelijke natuurbeschermingsorganisaties konden vorig jaar de eilanden vrijwel geitvrij worden verklaard.
Ook entomoloog Lázaro Roque heeft zulke succesverhalen. Hoe met gif of met het introduceren van een ander insect boosdoeners konden worden opgeruimd. ,,Maar het zijn moeilijke en kostbare projecten. We moeten steeds fondsen zoeken.”
Vogelgriep
Gelukkig is de Galápagos de laatste archipel waar nog steeds 95 procent van de originele biodiversiteit te vinden is, zeggen de optimisten. Maar het is een verhullend cijfer want de aantallen van die verschillende dieren en planten zijn stevig teruggelopen.
„De eilanden zijn nu bijzonder kwetsbaar. Stel je voor dat er een virus komt. Vogelgriep of het West-Nijlvirus. Dan loop je het gevaar dat, net zoals bij jullie in de Waddenzee gebeurde, hele populaties van dieren in één keer ernstig in omvang afnemen”, zegt Watkins.
Volgend jaar wordt rekening gehouden met de Golfstroom El Niño. Dat kan door verandering van de temperatuur van het zeewater en het verdwijnen van vissen bijvoorbeeld het einde betekenen van de Galápagospinguïn. Van deze vogel zijn er door eerdere rampen nog maar 800 over.
Een ander bedrieglijk cijfer betreft het gegeven dat ongeveer 97 procent van het territorium als nationaal park is beschermd. „Maar vooral de hooggelegen, vochtige zones zijn voor de biodiversiteit heel belangrijk. En dat zijn uitgerekend de gebieden die bijna allemaal zijn opengesteld voor landbouw. De natuur heeft daar moeten wijken”, zegt entomoloog Roque. Op die waardevolle plekken grazen nu koeien en worden mango’s, papaja’s of koffie verbouwd.
In het beschermde zeereservaat is de situatie nog beroerder. Door de export naar Azië is de zeekomkommer bijvoorbeeld vrijwel verdwenen. Ook baars of zeekreeft wordt in veel te grote aantallen gevangen. En dan zijn er nog de haaien die met miljoenen tegelijk illegaal worden gevangen. De vin wordt afgesneden – voor de soep – en wat rest terug in zee gegooid.
Een van de grootste problemen voor het bestuur van de Galápagos is ook de bestuurlijke organisatie van de eilanden. Het Nationale Park telde begin deze eeuw in een paar jaar elf verschillende directeuren. Dat waren allemaal politieke benoemingen gedaan door de regering in Quito.
,,Er zijn 56 instituten die een functie vervullen op de archipel en er is veel geld te besteden”, zegt Robert Hofstede, directeur van het Zuid-Amerika kantoor van de Internationale Unie voor natuurbescherming (IUCN). ,,Dat leidt alleen maar tot ongecoördineerde actie en corruptie.”
Toch lijkt er verandering op til. De vorig jaar gekozen president van Ecuador, Rafael Correa, heeft erkend dat de Galápagos in groot gevaar verkeren. ,,Hij heeft zich ook niet verzet tegen de beslissing van Unesco om de noodklok te luiden”, zegt Watkins.
Correa heeft vorige maand ook een nieuwe gouverneur benoemd die extra bevoegdheden heeft gekregen om maatregelen te treffen. De nieuwe bestuurlijke autoriteit van de eilanden is Eliécer Cruz. De kersverse gouverneur is een bioloog en milieuman in hart en nieren. Hij was voormalig directeur van het Nationale Park Galápagos en diende ook als vertegenwoordiger van het Wereldnatuurfonds op de eilanden. Cruz heeft beloofd alles op alles te zetten om Galápagos door nieuwe maatregelen ,,binnen twee jaar” van de gevarenlijst te krijgen.
Dat is erg ambitieus. Maar een andere keuze is er volgens Graham Watkins ook niet. ,,Als we niet drastisch zijn, verliezen we een onvervangbare wereldschat.”
