Wie profiteerde het meest van zijn conventie?
Barack Obama wordt opgetild tijdens een campagnebijeenkomst in een pizzeria in Florida. (Foto AP)
Langzaam kunnen we het effect gaan meten van de Republikeinse en Democratische conventies. Meestal piekt een presidentskandidaat de dagen na een conventie, om in de dagen erop langzaam weer te dalen. Als alle conventies geweest zijn, worden vaak de oude verhoudingen weer ongeveer hersteld. Zegt een bounce in de peilingen iets over de uiteindelijke kansen? Lang niet altijd, zegt Nate Silver, statisticus van The New York Times:
[T]here have certainly been cases, as in 1980 and 1992, when the challenging party got a huge convention bounce and rode to victory. But there are also exceptions to the rule: Mr. Mondale’s fairly big bounce in 1984, which was very short-lived, for instance. In 1988, Michael Dukakis was already ahead in the polls before the conventions and then got a pretty big convention bounce, but wound up losing. In 2008, conversely, Mr. Obama got a rather small convention bounce — Mr. McCain and Sarah Palin got a bigger one — but Mr. Obama ended up on top.
Silver laat wel een interessant effect van conventies zien op zijn blog. De uitdagende partij (die altijd als eerste een conventie houdt) profiteert vrijwel altijd in de weken na de conventie. Het maakt niet uit of de uitdager een Democraat of Republikein is. Meestal is de uitdager enige tijd koploper. Uitzonderingen waren de Democraat George McGovern in 1972, de Democraat Walter Mondale in 1984 en de Republikein Bob Dole in 1996. Wel wisten zelfs deze drie kandidaten hun peilingen te verbeteren, Mondale stond even gelijk met Ronald Reagan.
Hoe zit het nu? Lastig voor Romney is dat de Democratische conventie snel volgde op de Republikeinse, wat schadelijk is voor het effect. De Romney bounce verschilt per peiling. Gallup meet Romney op 44 procent, tegen 49 procent voor Obama. Dit is een peiling die over de hele vorige week is uitgevoerd. Een week eerder (tussen 29 augustus en 4 september) had Obama 47 en Romney 46 procent.
Bureau Rasmussen (dat Obama structureel wat lager peilt dan anderen) geeft Obama vandaag 50 procent, tegen 45 procent voor Romney. Een groot deel van augustus was het juist Romney die de leiding had. Volgens Reuters/IPSOS, de derde nationale peiling, kiest 47 procent voor Obama en 43 procent voor Romney. De cijfers verschillen, de methodiek ook, maar het beeld is duidelijk: Obama heeft het meest geprofiteerd van de afgelopen twee weken.
Dat komt deels door de programmering, die zonder meer in het voordeel van de Democraten was. Romney kreeg weinig tijd te teren op zijn conventie, en het nieuws uit Tampa echoode maar een weekend door (maandag was Labor Day, een vrije dag, voor veel Amerikanen geen dag om het nieuws te volgen).
Veel zal afhangen van de reactie van Romney. Hij zal zich aanmerkelijk moeten verbeteren. Niet alleen in de landelijke peilingen, maar vooral in de swing states. Ook daar: problemen voor Romney. Van de tien swing states geven veruit de meeste peilingen Romney een voorsprong in North Carolina (en soms in Florida). Toch kwam Romney vandaag met een de facto ontkenning van problemen. Don't get too worried about the latest polling, aldus Neil Newhouse, peiler van Romney.
While some voters will feel a bit of a sugar-high from the conventions, the basic structure of the race has not changed significantly. The reality of the Obama economy will reassert itself as the ultimate downfall of the Obama Presidency, and Mitt Romney will win this race.
Dat kan. Maar dit lijkt op een kop-in-het-zand-strategie in een week dat Obama een duidelijke voorsprong nam. Zoals Erick Erickson, conservatief blogger van RedState.com, vandaag schreef: Sometimes a cake is really a cake.
P.S. Over de foto van Obama's bear hug: lees dit.
