Het leek overzichtelijk te worden. Maar Rutte en Roemer hebben het verknoeid
Rutte en Roemer begin juni in de Tweede Kamer. Foto Hollandse Hoogte / Peter Hilz
De campagne leek tot vorige week een tweestrijd te worden tussen Rutte en Roemer, een duidelijke keus tussen rechtsom of linksom uit de crisis. Maar de leiders van VVD en SP maakten fouten en daarom doen de andere partijen nu weer volop mee.
De korte, onderlinge strijd die Rutte en Roemer voor ogen hadden heeft zich tegen hen gekeerd, schrijft Tom-Jan Meeus vanochtend in nrc.next. VVD en SP hadden een "wederzijds profijtelijk polarisatiespelletje" voor ogen, maar ze maakten allebei drie fouten, constateert Meeus:
"Fout één die ze maakten was dat hun formatje van de tweestrijd nagenoeg meteen uitlekte. Fout twee dat ze de campagne, althans de ideeënstrijd in tv-debatten, onderling beperkten tot tweeënhalve week. Fout drie dat ze dachten dat ze zelf geen fouten zouden maken."
Want fouten maakten ze. Rutte zei ten onrechte dat de VVD niet voor het invoeren van een hoger eigen risico in de zorg is, waardoor "elke gewaagde stelling hem vanaf nu op het verwijt kan komen te staan dat hij de zaak opnieuw verdraait". En Roemer? Die stapelde fout op fout, schrijft Meeus. "Hij en zijn partij gaven eigen vergissingen toe en maakten die daarmee onbedoeld onderdeel van de campagne."
Rutte minst in nadeel bij verdwijnen tweestrijd
Voor SP-leider Roemer is het verdwijnen van de tweestrijd erger dan voor VVD-premier Rutte, meenet Meeus:
"Roemer loopt, mede door het hoge percentage zwevende kiezers, het gevaar dat hij in de peilingen verder wegzakt als Samsom deze week in de debatten blijft scoren. [...] Dit is het relatieve voordeel van Rutte in deze campagne. De concurrentie op rechts is minder hevig. Het CDA komt de klap van 2010 maar niet te boven. [...] Wilders blijft in de tv-debatten technisch verreweg de beste debater, maar heeft zich door de val van het kabinet buiten de machtsvraag geplaatst."
De hevige en snelle verschuivingen in de peilingen en de onzekerheid over de verkiezingsuitslag maken Nederland een "instabiele democratie", zo besluit Meeus. En dat belooft niet veel goeds, vindt hij:
"Het aanzien van politieke partijen is blijkens onderzoek zo laag dat elke partij op bijna elk moment kan wegzakken of stijgen. Elke verkiezingsuitslag zou twee maanden eerder of later anders zijn. Dit maakte van deze verkiezingen, inderdaad, een soort flipperspel. Tegelijk verkleint het de bestuurskracht van het land, zodat we , bij de vijfde verkiezingen in tien jaar, op voorhand al zeker zijn dat er opnieuw een fragiele coalitie uit voortkomt."
