Journalistiek Project X Haren was prima. Juist daarom ging het mis

rellen_haren

Foto ANP / Catrinus van der Veen

Ondanks overtuigend bewijs dat traditionele media de ‘Facebookrellen’ aanjoegen, durfde gisteravond geen enkele journalist verantwoordelijkheid te nemen voor de ongeregeldheden in Haren. Wat een professioneel mea culpa had kunnen worden, bleef bij een ‘journalistieke nazit’ - tevens de titel van de bijeenkomst van het Expertisecentrum Journalistiek in Amsterdam.

Het programmaboekje beloofde echter vuurwerk. In het beklaagdenbankje verslaggevers die ter plaatse waren, met in de hoofdrol Jeroen Wollaars van de NOS. Ondervragers: de ombudsmannen van De Volkskrant en NRC Handelsblad, alsmede een lid van de Raad voor de Journalistiek. In het publiek Job Cohen, naamgever van de onderzoekscommissie die over een half jaar een oordeel over de toedracht en aanpak moet vellen.

Het ‘proces’ begon aardig. Mediasocioloog Peter Vasterman onderbouwde zijn aanklacht ‘geen Facebookrellen, maar mediarellen’ met cijfers waaruit blijkt dat internet ‘pas groot werd’ toen traditionele media aandacht gingen besteden aan een verjaardagsfeestje dat enkele grappenmakers op Facebook tot Project X hadden omgedoopt - naar de film waarin een tienerfeestje volledig uit de hand loopt.

Vastermans feiten: op 16 september waren er 2.400 aanmeldingen, op 17 september 5.700 - reden voor de gemeente om voorbereidingen te treffen en voor de media om verslag van dit opmerkelijke feit te doen. Een huis-aan-huisblad had er al over geschreven, maar dagblad Trouw informeerde op 18 september het grote publiek. Uit monde van een politiewoordvoerder: “Er ligt een noodverordening klaar voor vrijdag, maar die is momenteel inactief.” ANP maakte daar een voldongen feit van: ‘Noodverordening in Haren om Facebookfeestje’. Een bericht dat op allerlei nieuwssites overgenomen werd en tot tientallen vervolgberichten leidde - én co-promotie op sociale media, lees: nieuwe uitnodigingen. Ondertussen nam het aantal aanmeldingen voor de oorspronkelijke uitnodiging een vlucht: 10.000 diezelfde dag, 20.000 op 19 september, 26.000 op 20 september en 31.000 op 21 september.

Dan hebben we het alleen nog over de aanmeldingen. In totaal zijn er 52.277 Facebook-berichten achterhaald. Vasterman: “95 procent daarvan vanaf 19 september. Je ziet dat er in de aanloopfase weinig gebeurt. Pas op dinsdag 18 september ineens 5.949 berichten. Allemaal naar aanleiding van berichten in de media. Dat leidde tot een soort van euforie op Facebook. 800 berichten per uur.” Ook Twitter piekte na de eerste mediaberichten: een lawine van 380.000 tweets. De internetters verwezen geregeld naar de media: ‘Zelfs de NOS begint erover’, ‘Goed zo. RTL Nieuws en NOS promoten die handel’, ‘Het is nu wachten op Teletekst en het Journaal. Ze doen de marketing voor ons!’ en ‘Slechte publiciteit bestaat niet. TV maakt het alleen maar groter!’. SLAM FM pookte de boel op: ‘The party that will bring an entire nation to the ground’ – een satirische leader die al snel teruggetrokken werd.

‘Geprobeerd geen onderdeel van het verhaal te worden’

De aanjagende functie van de media is hier wel mee bewezen. In een normaal strafproces, zonder journalisten in de beklaagdenbank, zou de rechter snel klaar zijn: opruiing wettig en overtuigd bewezen. Maar in de mediawerkelijkheid gelden andere regels, zo bleek tijdens de ‘journalistieke nazit’.

Wollaars verdedigde zich met een reconstructie. Hij was er die dag op uitgestuurd om te kijken of er iets zou gebeuren in Haren. Zijn cameraman, die al ter plaatse was, had hij opgedragen de apparatuur nog even in de auto te laten. “Anders worden wij het nieuws in plaats van dat we het nieuws registreren”, motiveerde hij. Die strategie hield de NOS-verslaggever lang vol, zelfs toen een eindredacteur om één uur ‘s middags vroeg een item te maken. “We zijn pas gaan filmen op het moment dat er iets nieuwswaardigs gebeurde. Straatnaambordjes die weggehaald werden, hekken die geplaatst werden, een kleine honderd mensen die aanwezig waren. Ik heb geprobeerd in de opmaat daarnaartoe geen onderdeel van het verhaal te worden.”

In die opmaat heeft Wollaars dus weloverwogen gehandeld. Feit blijft wel dat zijn live verslaggeving begon toen er nog niet zo heel veel aan de hand was, namelijk weggehaalde straatnaambordjes en een menigte die nog niet door het dolle heen was. De escalatie kunnen we hem echter niet in de schoenen schuiven, aangezien de relschoppers er al waren toen hij begon met filmen. In de opmaat naar de rellen hadden juist andere journalisten een rol: van persbureaus, kranten, radio en tv-programma’s als De Wereld Draait Door. De tragiek is misschien dat verslaggevers die terplekke waren de gebeten hond zijn. Verslaggevers die overdonderd werden door het geweld, soms op de vlucht moesten of klappen van ME’ers kregen, zoals Goos de Boer (RTV Noord), Ana van Es (De Volkskrant) en Wubby Luyendijk (NRC) - allen gisteravond aanwezig in Amsterdam.

Anticiperen op effecten – is dat journalistiek?

De bijeenkomst was bedoeld om ‘te reflecteren op de maatschappelijke effecten van berichtgeving’. Maar al snel bleek dat zulks botst met het journalistieke instinct. We moeten niet meeregeren, merkte een journalist in het publiek op. Een ander, NRC-redacteur Dick van Eijk, zei dat alles altijd achteraf betekenis krijgt. Dat is het bizarre aan de Slag bij Haren: ondanks de maatregelen van de overheid en oproepen om vooral niet te komen, heerste er in de media een jolige stemming - spanning om wat er zou kunnen gebeuren, maar toch de gedachte dat het zo’n vaart niet zal lopen. Kortom: media hadden geen idee van de maatschappelijke effecten. Daar anticipeer je pas op als het heel concreet wordt. Treffend was het voorbeeld van NRC’s ombudsman Sjoerd de Jong over de Washington Post. Die krant besloot uitgelekte namen van CIA-agenten niet te publiceren, omdat ze anders worden vermoord.

Relativerende opmerkingen kwamen van Anne-Marie van het Erve, expert crisiscommunicatie en oud-woordvoerder van de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb. ‘Hoek van Holland’, zo memoreerde ze, had helemaal geen media nodig om te escaleren in een rel. En toen de media in 2008 Wilders’ aankondiging van de film Fitna hypeten ontaardde dat niet in onlusten. Kritisch was ze op de rol van de autoriteiten in en rondom Haren. Eerst wel een alternatief feestje organiseren, dan weer niet. Speculeren over een noodverordening, die uiteindelijk uitvaardigen maar niet goed handhaven, enzovoorts. “Slecht beleid valt rot te communiceren. Als je het operationele niet goed doet, dan kun je dat niet recht praten.” Ferd Crone, burgemeester van Leeuwarden, beaamde dat. Voorafgaand aan risicovolle voetbalwedstrijden communiceert hij nooit hoeveel ME hij inzet. “Dan agendeer je een probleem.”

Achteraf gezien zijn de media er gloeiend bij, maar omdat ze ‘gewoon hun werk’ deden zullen ze geen schuld bekennen. Autoriteiten durven ook geen maatregelen tegen media te nemen, bang om voor censor uitgemaakt te worden. Job Cohen liet weten dat hij slechts een enkele keer - als staatssecretaris van Justitie - De Telegraaf heeft verzocht gevoelige informatie niet te publiceren. En Ferd Crone tracht slechts journalisten op hun verantwoordelijkheid te wijzen – ze dwingen iets niet te publiceren is voor hem uit den boze. En zo bleef de ‘journalistieke nazit’ een ‘journalistieke nazit’ - introspectie waar de mediakritische burger, vooral die met ingegooide ramen in Haren, niets mee opschiet.

Lees ook: Hoezo Facebook-feest? Slag bij Haren werd georganiseerd door gemeente en media

Volg de auteur op Twitter

Geplaatst in:
Beste van het web
Binnenland
Lees meer over:
Facebookfeest
journalistiek
mediahype
rellen Haren

Volg nrc.nl op en , lees onze dagelijkse nieuwsbrief