De Tour is voorbij - reacties van de Nederlanders na de finish

Knaven

Ploegleider Servais Knaven van Team Sky na afloop van de laatste etappe in de Tour de France 2012. Foto Screenshot NOS

De Ronde van Frankrijk zit er weer op. Bradley Wiggins won - en met hem zijn ploegleider Servais Knaven. De Nederlandse renners stelden vooral teleur. Een hele batterij finishte vandaag niet eens in Parijs. Zij die de Champs-Élysées wel haalden, keken voor de nos-camera's terug op hun Tour.

Winnaar Knaven, ploegleider van Team Sky:

Ook Johnny Hoogerland arriveerde weer in Parijs:

Koen de Kort na de laatste etappe:

Karsten Kroon probeerde het nog even in de laatste etappe, tevergeefs:

Sebastian Langeveld na zijn Tour de France van 2012:

Bram Tankink spreekt van "geen vervelende Tour":

En Laurens ten Dam vond het "plezierige Tour", ondanks de pech voor Rabobank:

Geplaatst in:
Wielrennen
Lees meer over:
Bram Tankink
Johnny Hoogerland
Karsten Kroon
Koen de Kort
Laurens ten Dam
Sebastian Langeveld
Servais Knaven
Tour de France 2012

6 reacties op 'De Tour is voorbij - reacties van de Nederlanders na de finish'

ACE

Wai ik mis is het interview met Adrie van Houwelingen door Sporza. Het probleem bij de Rabo’s werd onmiddellijk blootgelegd door de alles weg bagatelliserende ploegleider. Geen enkel moment van reflectie.

Johnny B

Sommige Nederlandse renners zijn gewoon een aanfluiting voor waar wielrennen voor staat. Als je beziet wat die gasten verdienen. Dan moet je het ook waarmaken, of je salaris of een gedeelte er van, terugstorten. Als menigeen op zijn werk hetzelfde zou presteren, in verhouding dan, zouden ze meteen ontslagen worden.Er zijn andere renners ook gevallen die later in de Tour alsnog prestaties neerzetten. Dan heb ik wel respect voor Wout Poels die, halfdood, nog een kilometer doorgereden heeft en door de ploegleiding uit de koers moest worden gehaald. Wielrennen is een harde sport, geen sport voor watjes.

Hans

@Ace: precies. Het symptoom of mss beter gezegd syndroom, in beeld gebracht. José de Cauwer werd zaterdagavond de mond gesnoerd bij Studio Sportzomer, toen hij mn de Raboploeg betichtte van intellectueel wielrennen. Aan die tafel dreigde door de Cauwer en Kuipers het NL wielrennen verder gefileerd te worden, maar helaas ontnam Smeets op zijn geijkte groffe wijze hen het woord voor er verder kon worden gediscussiëerd over het jaarlijks Rabo echec. Terwijl de Cauwer nog even daarvoor erom werd geprezen dat ie nooit een blad voor de mond nam. Wat dat betreft heeft het NL tourverhaal een passend programma met dito presentator: allebei rampzalig slecht en armentierig van kwaliteit. Hoewel je de renners niet de flagrante onbeschoftheid van Smeets voor de voeten kunt gooien, noch diens tot wanstaltige proporties opgeblazen ego. Hij zal er wel een schouderklopje van de bank aan overhouden.

ron van den berkt

Flagrante onbeschoftheid, rampzalig slecht en armetierig van kwaliteit. Ik denk dat ik de afgelopen weken naar een ander programma heb gekeken. De modelinge weergave door Mart Smeets van de gereden etappes zijn vrijwel altijd puntig en goed verwoord op een objectieve wijze. De laatste jaren bemerk ik weinig tot niets van een tot wanstaltige proporties opgeblazen ego. Daarnaast zijn de wekelijks aanwezige journalisten toch zeker niet op hun mond gevallen.

Maarten Vonder

De anti-fietser, een révérence aan de Tour de France 2012.

1.
Op het eerste gezicht zou je zeggen dat fietsen een door-en-door katholieke sport moet zijn. Het afzien is pure geseling, Via Dolorosa. Je zou nog net kunnen bedenken dat afbeulen ook geknipt is voor Japanners, maar nee, die ontberen toch het gevoel voor vrijwillig lijden en de afkeer van zelfmedelijden.
Maar nu je anglicanen, protestanten en methodisten even hard zien lijden, dringt zich de vraag op of lijden wel het doel is van deze sport, en of daar de vreugde vandaan komt. Wielrennen gaat kennelijk niet om pijn, maar om vreugde en genot.
Daarin is fietsen ineens vergelijkbaar met roeien, zwemmen, marathon of – ik zeg het met veel aarzeling – boksen. In al die sporten wordt pijn geleden, maar is de vreugde gelegen in de snelheid en de knock-out.
Wordt in andere sporten zoveel pijn geleden? Tennis en turnen gaan veel meer om techniek, het ‘afbeulen’ gebeurt hoogstens in krachttraining. Zo ook teamsport als voetbal, volleybal of handbal. De pure fysieke hardheid als basis vind je toch vooral in het wielrennen, maar waarom? En waarom houden beoefenaars en kijkers daar zo van?
Fietsen is de snelste manier van bewegen met het lichaam, daarin lijkt het op schaatsen. Je fiets is het enige hulpmiddel om ergens aan te komen, en daar wil je als eerste zijn. Wat doe je met je hulpmiddel? Trappen en harder trappen. Als mensen vleugels hadden, zou je zeggen: Sneller wieken. Benen maken. Dat is nu precies wat fietsers doen.

2.
In de laatste Avondetappe maakte Rob Harmeling een onsterfelijke opmerking. Het ging over kampioenen en over vallen. Armstrong viel nooit in de zeven Tours die hij won. Harmeling zegt: Ik heb eens goed naar al die foto’s gekeken. Armstrong keek altijd naar voren, naar boven, waar hij wou zijn. In zijn laatste Tour keek hij naar het asfalt.
Een winnaar kijkt niet naar het asfalt. Een goede daler trouwens ook niet. Die kijkt naar de lijn die hij moet volgen, of hooguit naar het licht van de motor, voor hem.
De uitzending wachtte op niemand, maar Harmeling maakte een statement voor het leven. Elke etappewinnaar kijkt naar de finish en let niet op zijn benen.
De grote uitzondering lijkt hier weer tennis te zijn waar je altijd wordt geleerd naar de bal te kijken en niet naar de plek waar je die wilt hebben. Die paradox heb ik pas na tientallen jaren overwonnen. Het antwoord is tweeledig:
- een tennisser kijkt wèl naar de plaats waar de bal vandaan komt en weet dus ook waar op dat moment zijn tegenstander stond. Als hij altijd de bal volgt, doet hij dat immers ook.
- op het moment van slaan hoort hij alleen de bal te zien. Juist daarom kost het zoveel jaar oefening om de bal precies in de hoek te slaan.
Fietsen vergt een hele andere oefening, maar het voornaamste verschil met balsport is in minuten te leren: kijk naar de finish, niet naar de afstand en het asfalt.
Fietsen is geen contactsport. Fietsers zijn windhonden.

3.
De vergelijking van fietsers met vogels is blijkbaar niet overdreven. Vraag je Johnny Hoogerland naar zijn mooiste moment, dan zegt hij: Op de fiets zitten. Niks moment, vervoering.
Ook Wiggins ervoer vervoering, vooral in zijn laatste tijdrit. Hij raakte zo in trance dat hij in het laatste stuk nog harder kon. Aan de vleugelslag van Contador of Armstrong op een berg als Pont de Beille of de Mont Ventoux zie je die trance ook af.
Dat werpt een ander licht op afzien en pijn. Wielrennen is blijkbaar de kunst van voorbijzien aan pijn en desondanks trance ervaren.
Van een sprinter als Cavendish is dat ook bekend: in 2011 was hij aanvankelijk de pijn vergeten; toen hij zijn vorm terugkreeg won hij alles, dat wil zeggen: was hij de pijn voorbij.
Er wordt veel gesproken over het zwarte gordijn, waar je eigenlijk niet meer weet dat je leeft, maar ook over iets dat daarachter zit, bijna onbenoembaar.
Maar iedereen kent zulke zwarte gaten in het gewone leven, en het zwarte gordijn hoeft niet fysiek te zijn. Gemeenschappelijk is kennelijk, dat achter pijn een vorm van bevrijding zit.
Elke renner weet dat hij thuis komt zolang hij op de fiets blijft zitten. Inderdaad, dat was de reden dat Wout Poels persé door wilde: zolang ik op de fiets blijf, kom ik thuis. Helaas was zijn thuis de intensive care.
Toch hebben wij allemaal een thuis, en wonderbaarlijkerwijs ook allemaal een fiets. Die brengt ons en bakert ons, beschermt ons, en die bergen we op zodra we de finish hebben bereikt.
Voor de dag, tot de volgende.

4.
Is pijn wel zo louterend? Met andere woorden: is fietsen wel zo’n katholieke sport? Wie zijn degenen die de Tour de France als een via dolorosa ervaren, de rijders of de kijkers?
In de meeste gevallen lijdt een rijder pijn voor een paar momenten van trance, die tevens glorie zijn, zie de overwinning van Michael Boogert op La Plagne. Een ander jaar zat hij in de bus en wist niet wat hem overkwam.
De meeste sprinters strijden op het tweede plan, zoals ook de meest aanvallers sneuvelen voor de meet. Wat zij doen, is bijdragen aan de trance van de winnaar, zoals ook de treintjes, de knechten en de waterdragers. Hen rest de pijn en het delen in de winst.
Toch krijgen ook veel helpers hun deel in de sensatie, en soms ook in de trance. Een man als Jens Voigt lijkt daar altijd deel aan te hebben, de enige reden waarom hij niet stopt is het gevoel, te bepalen.
Wat is de rol van de kijker in het gevoel van de rijder? Naar de Tour de France kijken anderhalf miljard mensen, naar de ronde van Catalonië een handvol. De renners lijken steun te ervaren van het publiek, maar de ronde van Drente rijden ze ook. De grootste vreugde lijkt dus intrinsiek te zijn en uit het bewegen zelf voort te komen.
Renners willen vliegen; als dat niet kan, vliegen ze met gespleten benen, zoals de kleine zeemeermin. Het publiek kent hun pijn niet, maar ook niet hun moment van vliegen.
Fietsen is kijkersbedrog.

Maarten Vonder.

Ton Emigrant

Zeker mensen het was een grote deceptie, niet alleen de prestaties van “onze” jongens (behalve Lau dan) Veel erger is de kwaliteit van commentaar van de verslaggevers. met een grote groep Nederlanders volgen wij wonend in Frankrijk de Tour.Een heer genaamd H. Dijkstra die constant en zeer frequent belangrijke namen niet goed uitspreekt bijv cansselara, cavendiss en de finiss, bij de liefhebber gaat dit op den duur erg irriteren, nog afgezien van de stompzinnige teksten maar goed daar zulllen wel liefhebbers voor zijn. Gelukkig kunnen we in Franfrijk de VRT ontvangen met deskundige en spitsvondige teksten en kennis van zaken. Tja over Mart Smeets zullen we maar zwijgen Het werd goed omschreven zie boven, lomp, grof, blase, arrogant, ken nog 9 woorden maar laat het hierbij. NOS ga zo door!! Wij bliven met z’n allen lekker in Frankrijk..

Volg nrc.nl op en , lees onze dagelijkse nieuwsbrief