Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Achter het raam

De mensen binnen zeggen: ‘Ik weet niet of ik straks nog ga hoor, ik heb eigenlijk meer trek in een restaurantje.’ De mensen buiten zeggen: ‘He toe, heb je nog een kaartje?’ Ik wil daar naar binnen! Ik moet er heen!’

Daar waar ze heen moeten is de opening van de Fiac, een jaarlijkse kunstbeurs in het Grand Palais. Niet omdat ze zo van kunst houden, maar gewoon omdat het exclusief is en een goed verhaal, de volgende dag bij de kapper in de kapstoel. Een voetbalwedstrijd mag natuurlijk ook. Of het jaarlijkse feest bij de buurman die ene die altijd de leukste feestjes geeft. Alles, zolang er maar meer mensen buiten zijn, dan binnen.

Voorop staat dat de mensen binnen beter af zijn. Dat is, vanaf de buitenkant. Andersom geldt: buiten of binnen, het is allemaal een pot nat. Uiteindelijk ben je binnen dus inderdaad echt beter af, maar dan ook alleen maar omdat je weet dat het niet zo is. De mensen buiten zeggen: ‘Was ik maar binnen.’ De mensen binnen zeggen: ‘Doe mij maar een simpel restaurantje met tante Gien.’

Allebei vergeten ze dat ze elkaar nodig hebben om te bestaan. Toch doen ze hun best elkaar te negeren; zolang je ergens niet bij hoort kun je er maar beter op neerkijken, anders kan het nog eens pijn gaan doen.

De mensen die het allerbeste af zijn, die weten niet eens dat ze het beste af zijn. Het zijn de mensen die, binnen of buiten, niet opmerken dat er een scheidslijn ligt. Het zijn de mensen die niet naar binnen noch naar buiten kijken. Maar deze mensen hebben geen idee, dus ook zij zijn er niet gelukkiger van. Maar ook niet ongelukkiger, en misschien is dat in deze kwestie al heel wat, zo vanachter het raam.