Dank voor het lenen, ik heb ze met mijn leven bewaakt.

Sinds The Thomas Crown Affair met een dief in de hoofdrol die op dat aantrekkelijke randje van boevenschap en heldendom bungelt, krijg ik bij een kunstroof altijd een beetje dat Robin Hoodgevoel. Tenminste als het om zulke belangrijke doeken gaat dat ze niet te verhandelen zijn. Ik stel me een oude Sean Connery of Anthony Hopkins voor, een man die én de boef én de held kan zijn, woonachtig op een eiland voor de kust van Ierland dat alleen te bereiken is per helikopter of onderzeeër en met een voordeur die schuilgaat in een grot met overgroeiend klimop.

Het parmante familieportret boven de knisperende haard maakt met één druk op de knop plaats voor Woman with eyes closed van Lucian Freud, Reading Girl in white and yellow van Matisse of Harlequin Head van Pablo Picasso. The Waterloo bridge in Londen van Monet hangt in de slaapkamer achter een gordijn dat het kamermeisje iedere ochtend met ferme armen opentrekt om er haar stoffer met paarse veren overheen te laten gaan, net als The Charring Cross Bridge. Het zelfportret van Meyer de Haan staat tegen een wand in de studie; het is nog onduidelijk welke plek hij gaat innemen: boven het bed of boven het bureau.

Waar deze schouw precies staat en op wiens muur een van bovengenoemde schilderijen precies bevestigd wordt, houdt mij bijna iedere minuut van de dag bezig. Niet om recht te doen, maar om te zien hoe Robin Hood er vandaag uitziet. Misschien te meer omdat ik op de dag van de roof nog op bezoek was bij Fondation Custodia in rue de Lille, Parijs, opgesteld door de Nederlandse Frits Lugt. Daar stond ik oog in oog met de bijzondere collectie Frits Lugt, die met haar 7.000 tekeningen en 30.000 prints van oude meesters (bijna alle Rembrandt-prints) behoort tot de belangrijkste collecties op dit gebied. De Fondation Custodia heeft de laatste tijd veel in het nieuws geweest omdat de toekomst van het bestaan van het Institut Néerlandais, die het de Fondation mogelijk maakt haar werken te delen met een internationaal publiek, onzeker is sinds de laatste bezuinigingen van Den Haag.

En als de schilderijen inderdaad boven de schouw van een krankzinnig kunstliefhebber hangen dan mogen ze er van mij nog even blijven hangen – daarbij mogen we ervan uitgaan dat ze in de handen van deze kunstliefhebber meer dan alleen technisch bewaakt worden - mits ze over een aantal jaren weer op een zelfde mysterieuze manier op hun oude plek in de Kunsthal hangen. Geen zichtbare sporen, behalve een briefje op de grond: Dank voor het lenen. Ik heb ze met mijn leven bewaakt.

Volg nrc.nl op en , lees onze dagelijkse nieuwsbrief