Ta femme = La femme
‘Ja maar dat doet iedere vrouw,’ zegt het meisje dat er zojuist bij is komen zitten. Waarom ze ineens bij ons aan tafel zit, heb ik nog niet begrepen.
Vooral het woord iedere steekt me. Ik zie geen tafel zelfstandige vrouwen meer, maar een kippenhok vol vrouwen voor me: ‘Daar zitten ze, onze vrouwtjes. Ieder vrouwtje heeft haar eigen stok.’ Nee, met dat ieder, daar doet ze geen van ons goed mee. Het kippenhok maakt ons allen in een keer modaal. En van mij een iedere vrouw.
Dat kan ik, als zelfstandige, unieke vrouw natuurlijk niet laten gebeuren.
Er zit maar een ding op: mijn eigen soort observeren om mijzelf van haar te kunnen onderscheiden. Toch maar die columnist van de Figaro lezen die veelal over De vrouw schrijft. Eens in een interview:
‘Je vrouw?’
‘Ach, je vrouw is uiteindelijk toch gewoon de vrouw als je begrijpt wat ik bedoel. Ta femme = La femme.’
De columnist schrijft dus over de vrouw en observeert daarvoor zijn vrouw, die in zijn ogen niet anders zou zijn dan de vrouw in het algemeen.
En we zijn weer terug in het kippenhok. Vanuit columnistisch oogpunt wil ik de beste man best bijstaan, maar gruwel – wat moet zijn vrouw wel niet denken van deze eierstok-dodende analyse?
Wat blijkt is dat de vrouw schoenen koopt als ze al een heel paar in de kast heeft staan, een diepe zucht slaakt nadat ze de was heeft gedaan, doet alsof ze in de etalages kijkt waar ze langsloopt maar ondertussen in de reflectie de status van haar kapsel checkt en dat de deur achter haar derriere vreemd genoeg altijd net iets harder in het slot valt dan achter de zijne.
De columnist heeft gelijk: die schoenen, die etalages, die deur: Dit ben ik. Ik ben de vrouw. Maar wel een vrouw met een stok, waar ik de beste man heel hard mee zou willen slaan.
