En toen was je weer in Nederland

Met de Europacup, alweer een paar maanden geleden, ging het mis. Het zal de opzwepende nostalgie onder oranjefans zijn geweest, daar op het terras van de Irish Pub toen ik in ene in een oranje massa op teksten mee gilde als ‘Hee, Ho, Je moeder werkt voor geld,’ ‘Trek dat beestje geen pantoffels aan’ en ‘Daar moet een piemel in’. Jawel, dat heb ik echt gezegd / gezongen / gegild: Facebook is de ware rechter.

Tot die beruchte dag, dachten mijn vrienden in Amsterdam nog dat ik als een ware Parisienne door het leven ging. Omdat er voornamelijk goede connotaties aan dat woord kleven – elegante mantelpakjes, glanzend gekamde haren, gepoetste schoenen etc. – heb ik nooit iets gedaan om het tegendeel te bewijzen. Ik heb het ruim drie jaar lang vol kunnen houden. Niemand die wist van de verjaarde Dior-uitnodiging waarmee ik de Tuileries binnen ben gesneakt (duim op de datum, blik star vooruit), en daar op de tweede rij op de stoel van de niet op komen dagen Isabella Adjani ben gaan zitten. Idem dito voor al die keren dat ik geen kokkels (palourde) maar kippenbouten (poularde) bestelde bij de visboer. Ik zie me nog staan, op spitsuur in de rij bij de visboer. Die Fransen lachen, ik afdruipen met knalrode wangen, en ondertussen op Facebook de Parisienne uithangen. Facebook: een ware uitkomst.

Maar met de Europacup stortte mijn kaartenhuis in.

‘Daar moet een piemel in! Daar moet een piemel in!’ Ik weet niet wat me bezielde daar in die Irish Pub tussen de oranjefans. Maar de vrouw in het elegante mantelpakje en de glanzende haren was ver te zoeken, zag ik de volgende dag op de foto’s die verschenen op facebook. Eigenlijk zou ik Facebook dankbaar moeten zijn. Na drie jaar lang imagebuilding, word ik dankzij Zuckerberg misschien nog eens meer mezelf en minder imago.

Volg nrc.nl op en , lees onze dagelijkse nieuwsbrief