September
Je hebt er een heel jaar naartoe gewerkt, maar als het dan eindelijk zover is weet je eigenlijk helemaal niet meer wat je ermee aan moet.
Augustus.
Opeens hoef je niet op te staan, aan werk te denken, dinertjes te organiseren, opgewekt en bereikbaar te zijn. Het enige wat je hoeft is op het lome ritme van de augustusmensen om je heen te bewegen.
En die bewegen allemaal de stad uit.
Op vakantie dus, achterblijven is als de trein missen en jezelf op een leeg perron aantreffen. En met de hitte in zo’n stad, da’s ook niks, hoor je de buurvrouw zeggen.
Daar ga je dan, aangemoedigd door een stad die er bij ligt alsof ze er zelf geen zin meer in heeft, zongebruinde vrienden en adviesrijke buurvrouwen. Met enige twijfel laat je je bureau voor wat het is. Een tas vol met zomerkleren, de laatste titels uit de boekwinkel, een verdwaalde snorkel; je vindt het allemaal wel bij augustus passen. Je rijdt de stad uit, die stad die er zo verlaten bij ligt en iedereen al de rug gekeerd heeft. En daar zijn ze, de augustusmensen. Met z’n allen op de ring, je past er nog net bij. En in het hotel zijn er nog meer! En dan de stranden en de terrassen! Overal is het vol met augustusmensen. Met een gerust hart zak je onderuit. Je hebt de trein niet gemist.
Je loopt het terras op. Geen plek. Ah daar nog een verloren stoel, tussen twee Duitse families. Op het strand idem dito. En opeens weet je het weer: je houdt helemaal niet van augustus. Thuis is het armoe omdat alles er verlaten bij ligt, op het strand is het armoe omdat alles op elkaar zit.
Gelukkig is het alweer september.
