Promotie
Astrid Dijkstra, 40 jaar oud, werkt op de marketingafdeling van een groot levensmiddelenbedrijf. Onlangs is ze gepromoveerd van projectleider tot senior projectleider. Ze is nu eindverantwoordelijke voor alle lopende marketingprojecten en moet elke maand rapport uitbrengen over de stand van zaken. Daarnaast denkt ze mee over de marketingstrategie en het opzetten van nieuwe projecten. Ze heeft haar werk altijd met veel plezier gedaan en de nieuwe functie wou ze graag hebben. Maar het loopt niet lekker, ze holt achter zichzelf aan. Wat gaat er mis?
Goed op haar plaats
Astrid heeft de opleiding en de juiste ervaring voor het vervullen van de nieuwe functie. Maar past de werksituatie ook bij haar persoonlijkheid? Om dat na te gaan, begint het coachingstraject met een talentenanalyse.
Daaruit blijkt allereerst dat Astrid in de marketing goed op haar plaats is. Ze is creatief, heeft veel gevoel voor wat de klant wil en bezit ook nog een goed strategisch inzicht. Kwaliteit leveren staat bij haar hoog in het vaandel en ze is trots op het bedrijfsimago. Daarbij vindt ze het leuk om veel dingen tegelijkertijd te doen en is ze een echte pionier. Ook leidinggeven en de gang van zaken beïnvloeden doet ze graag, maar in dat laatste blijkt wel een valkuil te zitten.
Wie is hier de baas?
Astrid is inhoudelijk eindverantwoordelijk voor de projecten, maar formeel niet de baas van de medewerkers. Bij de verschillende projecten zijn diverse managers betrokken. Dat betekent dat Astrid het van haar overtuigingskracht, goodwill en professionaliteit moet hebben bij het op tijd verkrijgen van de rapportages. Ze moet zich opstellen als een senior die gerespecteerd wordt en daar wringt 'm de schoen. Omdat het om voormalige collega’s gaat, vindt ze het lastig om zich voor haar gevoel boven hen te stellen.
Astrid is zelf heel punctueel. Dat haar medewerkers dat niet altijd zijn of andere prioriteiten stellen, ergert haar zeer. Daar komt bij dat ze erg hulpvaardig is. Alle informatie die niet op tijd geleverd wordt gaat ze zelf uitzoeken. In haar eigen oude project is nog geen vervanger voor haar gevonden, dus daar blijft ze ook een handje helpen.
Onzichtbaar werk
Resultaat: met haar tong op haar schoenen haalt Astrid steeds de deadlines. Iedereen is dik tevreden en zij doodmoe. En bovendien voelt ze zich tekortschieten in haar nieuwe functie en is een groot deel van haar werk voor de organisatie onzichtbaar geworden.
De coach vraagt Astrid haar eigen takenpakket kritisch te bekijken. Een van de dingen die bij haar taken horen is het maken van een marketingplan voor de komende jaren. Ze is daar in het geheel nog niet aan toegekomen. Ze heeft er rustig de tijd voor nodig en die heeft ze niet. Astrid moet leren om prioriteiten te stellen en om niet alles goed te doen, maar het goede te doen.
Oude gevoelens
De benoeming van Astrid als seniorprojectmanager heeft bij de collega's gemengde gevoelens opgeroepen. Haar voorganger Karel werd algemeen gerespecteerd en sommige andere mensen hadden haar positie ook wel willen hebben. Alhoewel men haar over het algemeen wel aardig vindt, is er ook een houding van ‘we zullen eens zien of ze het wel kan’. De vrouwelijke medewerkers stralen vooral uit dat ze ‘niet moet denken dat ze beter is dan wij’ en de mannen willen wel eens zien of ze ‘ballen’ heeft. Dit alles maakt Astrid onzeker en doet haar herinneren aan de tijd dat ze op een nieuwe school kwam en er nog niet echt bij hoorde.
Overlevingsstrategie
Haar manier om met het gevoel van buitensluiting om te gaan was toen: aardig zijn en je best doen. Deze overlevingsstrategie is ze nu ook gaan inzetten. Ze is aardig, ijverig en behulpzaam, maar wordt steeds minder effectief in haar nieuwe functie. Met het uitvoerend werk bezig zijn kan ze goed en dat geeft haar een veilig gevoel. Maar haar belangrijkste werk – beleid maken en nieuwe markten ontdekken – lijdt daaronder.
De medewerkers maken gebruik van haar onzekerheid met hun houding van ‘eens kijken of ze er iets van zegt als we de deadline niet halen’. Ze testen uit wat ze nou eigenlijk aan haar hebben.
Positioneren
Het eerste wat Astrid nu moet gaan doen is haar positie innemen. Duidelijk zeggen wat ze verwacht en geen taken overnemen. Om haar nieuwe positie te onderstrepen gaat ze op een andere kamer zitten, waar ze ook beter kan werken aan haar beleidsstukken. Ongestoord na kunnen denken is voor Astrid een voorwaarde om creatief te kunnen zijn.
Voor haar taken in het oude project wordt een tijdelijke medewerker aangetrokken. Daarnaast onderhoudt ze haar contacten met de verschillende projectleiders en neemt ook de tijd om inhoudelijke zaken meer door te spreken. De uitvoering blijft echter bij de medewerkers.
Krabbenmand
Een van de collega's uit het oude project waar ze geregeld samen mee uitging, heeft veel moeite met Astrids nieuwe opstelling. Ze verwijt Astrid dat die zich nu zeker te goed voelt om het gewone werk te doen en de vriendschap bekoelt ernstig. De coach helpt Astrid echter om stand te houden en zich niet in de 'krabbenmand'* te laten trekken. Een machtsverschil met een andere vrouw is voor vrouwen vaak moeilijk te verdragen. Dit hoort nu eenmaal bij een hogere positie en Astrid zal daar gewoon aan moeten wennen.
Tip
- Let goed op de manier waarop je bij een nieuwe baan in dezelfde organisatie ook echt een andere positie inneemt. Dat is iets wat niet altijd zonder slag of stoot gaat!
- erm voor de manier waarop vrouwen andere (machtiger) vrouwen weer op gelijk machtsniveau proberen te brengen.

AEX: 310,03 

