Nieuwe standaard voor toerekeningsvatbaarheid: is de wil van buiten opgelegd?

Er moet voor de Nederlandse strafrechtpraktijk een  nieuwe juridische standaard voor de beoordeling van toerekeningsvatbaarheid ingevoerd worden.

Volgens de nieuwe Tilburgse bijzonder hoogleraar forensische psychiatrie Gerben Meynen moet die standaard een internationaal karakter hebben. Hij deed vrijdag in zijn oratie een voorstel. Meynen stelt voor een feit als niet of minder strafbaar te beoordelen als aan één van  drie voorwaarden is voldaan.

1. De handeling was niet onder controle van de wil van de verdachte.

2. De wil kwam niet van de verdachte zelf. Dat wil zeggen, hij wilde het niet zelf, het werd hem ‘opgelegd’ dit te willen.

3. De verdachte had niet de minimaal vereiste vermogens om de handeling en de context daarvan te begrijpen en te waarderen.

Als praktijkvoorbeeld van het ontbreken van de wil geeft Meynen het geval van iemand met een ernstige vorm van Gilles de la Tourette, een verzameling tics en ongecontroleerde spierbewegingen. Iemand die als gevolg daarvan een klap uitdeelt heeft deze handeling niet gewild. Het ‘opleggen van de wil’ komt volgens hem voor bij personen die aan bevelshallucinaties leiden. Dan gaat het bijvoorbeeld om het horen van stemmen waaraan de verdachte niet anders kan dan te gehoorzamen. Mensen die aan ernstige wanen leiden kunnen verder hun handeling niet begrijpen, noch de feitelijke of morele context daarvan. Meynen noemt daarbij de vrouw die in 2007 in de Amsterdamse Bijenkorf haar kind in het trappenhuis naar beneden wierp omdat ze ervan overtuigd was dat het binnenkort door satanisten vermoord zou worden. Geen van deze personen is toerekeningsvatbaar, meent hij.

Als argumenten voor een nieuwe standaard noemt Meynen de discussie die is ontstaan rond de zogeheten ,,zes vragen van Van Kordelaar” (klik hier en scroll naar blz. 58) die psychiaters nu moeten beantwoorden. En de, maar liefst, vijf graden van toerekeningsvatbaarheid die daarmee worden vastgesteld. Hij geeft in zijn oratie een historisch overzicht van de standaarden die, vooral in het buitenland zijn ontwikkeld. De methodiek die in Nederland wordt toegepast is uniek voor ons land. Meynen baseert zijn voorstel op buitenlandse voorbeelden. Hij vindt dat forensische psychiatrie, als internationale geneeskundige discipline, zich ,,zoveel mogelijk naar buiten’’ moet richten. ,,Als we twee oplossingen hebben, A en B, die even goed zijn, maar oplossing A is ook in andere rechtssystemen toegepast dan moeten we daarvoor kiezen’’.

Meynen erkent in zijn conclusie dat het ‘eigenlijk onmogelijk’ is om onderscheid te maken tussen iemand die zijn gedrag niet kon controleren en iemand die het niet wilde. Hij hoopt dat de neurowetenschap in de komende jaren daarover opheldering kan geven. Hij citeert daarbij onderzoek van Nora Volkow, die laat zien verslavingsgedrag correspondeert met afwijkingen in verschillende hersengebieden. Lees hier (en bekijk video) een interview met Volkow. Meynen hoopt dan bijvoorbeeld ooit het verschil te kunnen vaststellen tussen patiënten die hun bevelshallucinaties naast zich neer kunnen leggen. En zij die dat niet kunnen. Hij vermoedt dat neurowetenschap de grens van de neuropsychiatrie ‘’wezenlijk kan verleggen’’’.

Mad or bad? – over de grenzen van de psychiatrie, prof. dr. G. Meynen, oratie UvT 25 1 2013

Reageren? Alleen onder volledige naamsvermelding

Geplaatst in:
Strafrecht
Lees meer over:
Gilles de la Tourette
psychiatrie

12 reacties op 'Nieuwe standaard voor toerekeningsvatbaarheid: is de wil van buiten opgelegd?'

Arjan Korevaar

Steeds meer krijg ik de indruk dat we de gevangenis moeten omdopen tot psychiatrische kliniek. En dan iedereen die zijn gedrag niet kan en/of wil controleren verplicht opnemen als er gedrag wordt vertoond dat schadelijk is voor anderen. Eenmaal opgenomen komt men niet zo maar meer vrij. Wellicht kunnen de minst erge gevallen onder toezicht binnen de samenleving functioneren na een definitieve testosteron reducerende therapie zodat ook de aandrang tot gewelddadig gedrag substantieel is verminderd. Voor draaideurcriminelen geldt dat hun status toeneemt als ze gezeten hebben. Zou opname in de psychiatrie dezelfde na te streven status geven? Ik denk het niet. Ik denk dat de samenleving moet worden beschermd tegen zwakbegaafden waarbij het geweten ontbreekt, lieden met permanente amygdala schade enz. En dat kan alleen door ze buiten de samenleving te houden. Gegeven de mogelijke erfelijkheid van deze afwijkingen en de grote en kostbare maatschappelijke gevolgen zou verplichte sterilisatie overwogen kunnen worden.

lyngbakken

De forensisch psychiater Van Marle zei al vaak dat wij het onderscheid tussen ¨bad men¨ en ¨mad men¨ onvoldoende maken. Het ging hem er met name om dat wij er ons onvoldoende van bewust zijn dat intrinsiek slechte mensen (bad men) bestaan en we te snel aannemen dat sprake is van ontoerekeningsvatbaarheid (mad men).
Hij waarschuwde dus tegen te veel medicalisering.

Meynen erkent in zijn conclusie dat het ‘eigenlijk onmogelijk’ is om onderscheid te maken tussen iemand die zijn gedrag niet kon controleren en iemand die het niet wilde. Mijn oma zei al: kan niet ligt op het kerkhof, en wil niet ligt ernaast.
In gun Meynen graag de hoop dat de neurowetenschap in de komende jaren daarover opheldering kan geven. Ik ben echter (overigens als leek op dit gebied) vrij pessimistisch (wellicht met Van Marle, die wel deskundig is).
Precondities voor gedrag zijn vast te stellen, wellicht in de toekomst ook beter dan nu, maar ik verwacht geen 1-op-1 relaties. Anders gezegd: er zullen mensen blijven met dezelfde afwijkingen die wel bepaald gedrag vertonen en die dat niet doen. Dat is een algemeen medisch gegeven bij nu al meetbare afwijkingen, en ik verwacht niet dat dat anders is bij hersenafwijkingen. Dat verschil kun je verklaren met de wil noemen, of met toeval of nog een andere grootheid; allemaal termen om een niet-verklaarbaar iets toch een etiket te geven.

Overigens: ook dan blijft voor mij staan dat onderzoek nuttig is. Maar ik verwacht dat de resultaten juist in andere opzichten bruikbaar zullen zijn dan waar het betreft het onderscheid tussen niet willen en niet kunnen.

Liudger Silva

,,Als we twee oplossingen hebben, A en B, die even goed zijn, maar oplossing A is ook in andere rechtssystemen toegepast dan moeten we daarvoor kiezen’’
Met deze redenering kunnen we alle zeggenschap over het specifiek Nederlandse karakter van ons strafrecht wel laten varen. We sluiten ons gewoon bij een “internationaal” strafrecht aan.

c wildschut

Interessante gedachte, maar ik vraag me af of dit tot wezenlijk andere resultaten zou leiden in strafzaken? Steeds moet een deskundige vast stellen of een verdachte tot zijn/haar strafbare daad is gekomen onder invloed van een stoornis en zo ja, in welke mate dat kan leiden tot het oordeel dat de daad aan de verdachte niet kan worden toegerekend.
Of die invloed bestaat uit het ‘niet willen’ of een ‘willen, van buitenaf opgelegd’ maakt niet zoveel uit.

J. Duineveld

Er is natuurlijk een enorm probleem ontstaan in de zeventiger jaren toen al die geite wollen sokken lui iedereen die geen gevaar voor zichzelf of een ander(???)vormde en bijna alle zwakbegaafden de klinieken uit bonjourde.
Vroeger waren mensen met ernstige wanen,psychoses enzovooorts opgenomen en leefden een fijn en verzorgd leven,buiten de maatschappij.Datzelfde gold voor ernstig zwakbegaafden.
Ik ben tegen verplichte sterilisatie want mensen die dat goed vinden neigen ook om euthanisie te verplichten bij ernstig zieken en abortus bij mismaakte kinderen.
Dat soort mensen vind ik buitengewoon griezelig.

Gerrit de Jonge

@5 J. Duineveld,
Het lijkt wel alsof U en ik op verschillende planeten zijn opgegroeid. Hoe kunt u nou toch zeggen dat geesteszieken vroeger een fijn en verzorgd leven leefden. Gezonde mensen leefden vroeger in een armoe die wij ons niet meer kunnen voorstellen, en dan zouden geesteszieken een fijn leven zijn gegund. Kom nou toch. U kunt er ook van op aan dat in die vroegere gekkenhuizen de mannen en vrouwen uit elkaar gehouden werden; erg veel anders dan sterilisatie lijkt me dat niet. Overigens kunt u er van op aan dat de grootste zorg van ouders met zwakbegaafde kinderen was en is dat die kinderen zelf kinderen krijgen, omdat ze heel goed beseffen dat de zorg voor hun kleinkinderen op hen zou neerkomen nadat ze al een half mensenleven hebben geploeterd met een zwakbegaafd kind. Met of zonder sterilisatie worden er echt al heel lang heel wat voortplantingsverboden ten uitvoer gebracht.

En u vindt het griezelig dat er mensen zijn die willen voorkomen dat er kinderen geboren worden en tot leven verplicht als van te voren vaststaat dat ze nooit een gelukkig moment in hun leven zullen beleven. Ik vind mensen die kinderen zo’n leven opleggen een stuk griezeliger, psychopathisch sadistisch zou ik haast zeggen of extreem egoïstisch. Anderen tot een ellendig leven dwingen omdat je zelf te laf bent om de beslissing te nemen die je moet nemen.

Velen moeten er nog aan wennen dat we God hebben afgeschaft. Een consequentie van die afschaffing is dat we Zijn rol moeten overnemen en ons gezonde verstand gebruiken om de beslissingen te nemen waarvan vroeger gedacht werd dat Hij ze wel zou nemen. Ik zou het een stuk griezeliger vinden om geregeerd te worden door mensen die kaarsjes voor Maria aansteken om de dingen te laten gaan zoals ze willen.

a.zecha

Mijns inziens wisselen in een politieke èn in een democratische rechtsstaat psychiatrische patiënten en een criminelen in de vaderlandse en algemene historie incidenteel of vaker van plaats; i.e. een rechtsstatelijke versie van een oud kinderspel “stuivertje wisselen”.
a.zecha

lyngbakken

@ 6 Gerrit de Jonge

Gerrit, als je je eigen angsten in de tijd terugprojecteert op anderen, maak je fouten en creëer je een eigen niet reële werkelijkheid.
Het is nog maar vrij kort dat veel zwakbegaafden een reële kans hebben een leeftijd te bereiken waarop ze kinderen kunnen krijgen of maken. Hun levensverwachting was vroeger nog een stukje beroerder dan die van hun ¨gezonde¨ broertjes of zusjes.

Verder: ik vind het merkwaardig om God af te schaffen en dan Zijn rol over te willen nemen. Ik zou dan zeggen dat God buiten spel is gezet; dan klopt het wel.
En voor wat betreft dat overnemen moet ik dan meteen denken aan de zegswijs: hoogmoed komt voor de val.

Martin van de Wardt-Olde Riekerink

Het lijkt me heel gezond om samen te werken en dus het systeem van de anderen over te nemen, dat bevordert ook de uitwisseling van expertise.

Gerrit de Jonge

@8 Lyngbakken,
De woorden dat we god hebben afgeschaft heb ik zorgvuldig gekozen. Ik beschouw god of het godsbegrip als een product van de menselijke geest, zoals die geest ook wetten kan bedenken, uitvaardigen en weer afschaffen. Anderzijds zijn er natuurwetten die eigenschappen hebben die velen aan hun god toeschrijven, zoals eeuwig, onveranderlijk, betrouwbaar en niét door de mens geschapen. Natuurwetten kunnen we dus niét afschaffen. Maar god kunnen we als een bedenksel van de menselijke hersenen wel degelijk afschaffen.

U suggereert dat ik had moeten zeggen dat we god hebben buitengesloten. Deze woordkeuze doet vermoeden dat u denkt dat god wel degelijk ook buiten de menselijke geest bestaat. Als dat zo is dan kan dat de stijfkoppigheid waarmee u mij telkens weer tegenspreekt verklaren. Ik zoek in de keuzes die ik maak steeds de oplossingen die het minste leed berokkenen. U zou tot de mensen kunnen behoren die menen dat god het lijden doelgericht geschapen heeft en dat lijden een functie heeft. U zou kunnen denken dat er door god gestelde wetten zijn waar we ons aan moeten houden. U zou kunnen denken dat er waarheid schuilt in het idee dat het koninkrijk der hemelen aan de armen van geest is.

Als wij inderdaad andersdenkend zijn zeg dat dan duidelijk. Dan weten we dat discussies tussen ons volledig zinloos zijn en dan hoeven we Folkert Jensma en de lezers van dit blog niet meer te vervelen met eindeloos langs elkaar heen praten.

lyngbakken

@ 10 Gerrit de Jonge

Wij zijn lang van het bestaan van God uitgegaan. Als we dat niet meer doen, zie ik dat feitelijk als een vorm van afschaffen.

Of God of god bestaat weet ik niet. Ik ben agnost. Daarin verschillen wij mogelijk.
Ook meer in het algemeen twijfel ik aan stelligheden. Zou het niet kunnen dat daar een verschil tussen ons ligt?

Gerrit de Jonge

@11 Lyngbakken
We verschillen niet zo veel. U zegt agnost te zijn, welnu ik ben ook agnost evenals elke dominee en hoogstwaarschijnlijk evenals de paus. Maar, iets zegt me dat u de kans dat Zeus bestaat kleiner acht dan de kans dat Zeus niet bestaat. M.a.w. de mededeling dat iemand agnost is zegt niets. Ik denk liever in kansen en zou kunnen vragen hoe groot u de kans acht dat Zeus, Wodan, Shiva en Jahwe bestaan. Echter, een veel zinvoller vraag is wat u met die kansen doet. Zo neem ik mijn beslissingen, altijd zonder me af te vragen wat Zeus, Allah of Jahwe daar van denken. Ik acht de kans dat er een god bestaat zo klein dat ik mijn leven inricht alsof hij niet bestaat. Geen stelligheid dus, eerder pragmatisme. Ik denk dat de paus de kans dat god bestaat zo groot acht, dat hij zijn leven inricht alsof die wel bestaat.

U vraagt me of het zou kunnen dat ik minder aan stelligheden twijfel dan u. Ik denk dat ik nee kan zeggen; weinig dingen zijn zeker. Maar wellicht ben ik door mijn beta opleiding beter getraind in het uitrekenen of inschatten van de kans dat iets waar is, om vervolgens mijn beslissingen te baseren op de grootte van die kansen.

Volg nrc.nl op en , lees onze dagelijkse nieuwsbrief