Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

De Uitspraak: Mag de overheid een schizofrene burger verhinderen zwanger te worden?

Mag de overheid een psychiatrisch patiënte verhinderen zwanger te worden? Met commentaar van NJB medewerkers Aart Hendriks, hoogleraar gezondheidsrecht in Leiden en Lisette ten Haaf, promovenda rechtstheorie in Amsterdam.

De Zaak. Een vrouw wil uit een inrichting vrijgelaten worden omdat ze zwanger wil worden. Ze weigert haar medicatie omdat ze vreest dat de pillen niet goed zijn voor een kind. Ze is tegen haar zin opgenomen in de psychiatrie en maakt bezwaar tegen verlenging van haar verblijf. De geneesheer-directeur meent dat zij ziek is en onder druk staat van haar vriend en diens moeder. De arts wil de zwangerschap voorkomen, ook uit vrees voor het kind.

Wat mankeert haar? Zij is schizofreen en psychotisch. Dat wordt verergerd door cannabisgebruik. Zij heeft zelf niet het idee dat ze ziek is. Volgens de geneeskundige bestaat er een ernstig gevaar dat zij de psychoses erger worden zonder medicatie. Ze zou „maatschappelijk ten onder kunnen gaan” en zich gevaarlijk kunnen gedragen. Ze weet niet wat een zwangerschap kan betekenen. Of ze voor zichzelf en haar kindje kan zorgen is „zeer de vraag”. Het gevaar van ‘decompensatie’ dreigt – ineenstorting.

Waarom wil ze een kind? Ze vindt dat het al een hele tijd goed gaat. Tot haar gedwongen opname woonde ze met haar vriend bij diens moeder. Behalve met anticonceptie en anti-psychotica is ze ook met cannabis gestopt. Zij het dat ze „af en toe nog een teugje” neemt. Ze voelt zich gesteund door haar vriend en diens moeder. De moeder verklaart het goed met haar te kunnen vinden en belooft „haar zo goed mogelijk bij te staan, ook in het geval er een kindje mocht komen”.

Welke maatstaf hanteert de rechter?

De overheid kan een burger in beginsel niet het recht ontzeggen een kind te krijgen. Artikel 8 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens garandeert respect voor het privé leven. Daarin is inmenging alleen te rechtvaardigen als dat expliciet nodig is om een gevaar af te wenden. De toets is dan of dat ook met minder verstrekkende maatregelen kan worden afgewend, dan met gedwongen opname.

Hoe weegt de rechtbank de feiten? Dat haar vriend en diens moeder vooral willen dat ze zwanger wordt, vindt de rechtbank niet aannemelijk. De rechtbank erkent dat er een risico is op ‘terugval’ als ze definitief stopt met medicijnen. Maar hopeloos is niet. Toen de vrouw met haar vriend bij de moeder woonde „was op weg haar leven op adequate wijze vorm te geven”. Ze nam haar pillen en minderde met wiet. De rechtbank noemt het ‘noodzakelijk’ dat de inrichting nu uitzoekt of er medicatie bestaat die minder riskant is voor een eventuele zwangerschap. Die zou ze ook moeten gaan nemen. De vrouw is bovendien nog niet zwanger. Ook doen de frequente psychoses waar de inrichting voor vreest zich niet voor. Wel is de vrees daarvoor ‘reëel’. Maar dus ook ‘niet actueel’. Als zij zwanger wil worden dan kan zij daarop nog voorbereid worden. De moeder kan daarbij een rol spelen. Er „kan dus worden volstaan” met minder verstrekkende middelen dan opsluiting. Zij wordt uit de inrichting ontslagen. Ze mag het proberen.

Lees hier de uitspraak (LJ BY1814)

Geplaatst in:
Civiel recht
Personen- en familierecht
Lees meer over:
mensenrechten
psychiatrie
rechtspraak
softdrugs

24 reacties op 'De Uitspraak: Mag de overheid een schizofrene burger verhinderen zwanger te worden?'

NJB medewerker Aart Hendriks, hoogleraar gezondheidsrecht aan de Leidse Universiteit

Heeft een psychiatrische patiënt het recht zwanger te worden?Iemand ontzeggen zwanger te worden, vormt een ernstige inperking van het recht op privéleven. Volgens het Europees Mensenrechtenhof omvat dit recht immers ook het recht te beslissen om al dan niet kinderen te krijgen (bijv. EHRM 2 oktober 2012, Knecht tegen Roemenië).
Maar geldt dit recht onverkort voor personen waarvan vermoed kan worden dat zij niet in staat zijn een kind op te voeden en te verzorgen? Ik zou menen van niet. Dat lijkt mij niet stroken met de belangen van het toekomstige kind.
Rechtvaardigt het voornemen om zwanger te worden in een dergelijke situatie dan een verlengde onvrijwillige opneming in een psychiatrisch ziekenhuis? Juridisch is dat niet het geval. Mensen mogen op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische opnemingen (BOPZ) niet van hun vrijheid worden beroofd, tenzij sprake is van een geestesstoornis, die gevaar veroorzaakt voor de betrokkene of een ander en dit gevaar niet buiten het psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend.
De Maastrichtse rechter is ervan overtuigd dat de vrouw gestoord is in haar geestvermogens, maar concludeert dat zij thans geen gevaar voor zichzelf of een ander vormt. Daarmee is niet voldaan aan de criteria van een gedwongen opneming. Tegelijkertijd onderkent de rechter dat gevaar kan ontstaan indien de vrouw daadwerkelijk zwanger wordt. Hij meent dat er in een dergelijke situatie minder ingrijpende middelen zijn om dit gevaar af te wenden. Daarom geen verlengde opneming voor deze vrouw.
De Maastrichtse rechter heeft de Wet BOPZ aldus juist geïnterpreteerd en toegepast. Toch laten zich diverse vragen stellen. Was er wellicht geen sprake van gevaar voor een toekomstige ander, te weten het gewenste kind? Hoewel nooit de bedoeling, is in de rechtspraak inmiddels aanvaard dat onder ‘een ander’ ook een ongeborene kan worden verstaan. Zwangere vrouwen kunnen thans gedwongen worden opgenomen indien zij een gevaar vormen voor zichzelf of de ongeborene. Het opleggen van een dergelijke maatregel wordt echter pas toelaatbaar geacht na het verstrijken van de levensvatbaarheidsgrens van de vrucht (24 weken). Een BOPZ-opneming ter voorkoming van gevaar aan een niet-levensvatbare foetus, laat staan een kind dat niet eens is verwekt, gaat daarmee te ver.
Om dezelfde reden kan een psychiatrische patiënte niet worden gedwongen de prikpil te accepteren als voorwaarde voor invrijheidstelling, aldus de Rechtbank Breda eerder dit jaar (14 mei 2012). De rechtbank oordeelde dat het risico van een zwangerschap kon worden afgewend door urinecontrole op zwangerschap, zodat een minder ingrijpend middel voor handen was. Daarmee suggereert de rechtbank dat het ondergaan van een abortus minder ernstig is dan het krijgen van de prikpil, een nogal aanvechtbaar standpunt.
Hoe het ook zij, de Wet BOPZ, die gestoeld is op Europese mensenrechten, voorziet niet in mogelijkheden een psychiatrische patiënte te weerhouden zwanger te worden. Redenerend vanuit de rechten van de mens is dit een goede zaak. Mijns inziens verdienen de belangen van het toekomstige kind echter meer aandacht en bescherming. Het krijgen van kinderen schept verplichtingen, overigens ook voor de vader. Hopelijk kan deze lacune worden gerepareerd via de Wet verplichte GGZ, de opvolger van de huidige Wet BOPZ.

NJB medewerker Lisette ten Haaf, promovenda rechtstheorie aan de Vrije Universiteit

In hoeverre is het mogelijk om mensen te verhinderen een kind te krijgen? Zoals de rechtbank aangeeft, is de reproductieve vrijheid van mensen, de vrijheid om kinderen te krijgen, een mensenrecht. Een van de belangrijkste aangevoerde gronden om de reproductieve vrijheid te beperken, is om te voorkomen dat de belangen van het toekomstige kind geschaad worden. De laatste jaren is dan ook vaak de vraag gesteld of het niet beter is om verstandelijk gehandicapten, junks en incapabele ouders te verplichten tot anticonceptie, omdat hun potentiële kinderen niet gebaat zouden zijn bij dergelijke ouders.
Hoewel het zeer goed te begrijpen is dat men een kindje wilt beschermen tegen mogelijke verwaarlozing en mishandeling, is gedwongen anticonceptie een zwaar middel om dat doel te bereiken. Niet alleen omdat dit een inbreuk maakt op fundamentele rechten van de kandidaat-ouders; ook omdat het betekent dat het kind nooit ter wereld zal komen. Met andere woorden: het vermijden van mogelijke schade wordt bereikt door het vermijden van iemands bestaan. Om deze redenering te rechtvaardigen, moet men ervan uitgaan dat het toekomstige kind meer belang heeft bij zijn eigen niet-bestaan dan bij zijn leven. Eigenlijk wordt er gezegd dat diens leven niet waard is om geleefd te worden. Want indien dat wel zou zijn, was er dan nog een grond om iemand een kans op zijn bestaan te ontzeggen?
Nederland is een van de weinige landen waarin deze controversiële claim – namelijk de mogelijkheid dat iemand beter af is als hij of zij nooit zou bestaan – erkend is. Echter, in dit ‘Baby Kelly’-arrest betrof het een zo ernstig gehandicapt meisje, dat altijd afhankelijk zou zijn van anderen, ernstige pijn leed en enkel kon communiceren door te huilen. Daarbij kwam haar lijden voort uit een aangeboren handicap en was dus inherent aan haar bestaan. Zij had nooit niet-gehandicapt ter wereld kunnen komen. Dit is een belangrijk verschil met de zaak die hier centraal staat. Daarin spreekt men van een ‘dreiging van gevaar’; er is dus een kans op schade; de schade staat niet vast en kan daarom mogelijk ook met minder ingrijpende middelen vermeden worden.
Daarnaast moet men zich afvragen of deze schade, als die zal intreden, werkelijk van zodanige aard is dat men kan aannemen dat het kind beter af is als het nooit zal bestaan.
Het kind zal waarschijnlijk inderdaad niet in de meest geschikte omgeving opgroeien. Maar willen we dan een praktijk waarin kinderen enkel geboren mogen worden onder de perfecte omstandigheden? In dat geval zouden er nog maar weinig kinderen ter wereld kunnen komen, zeker als de overheid haar burgers actief mag verhinderen zwanger te raken. Dat iemand in een minder dan perfecte situatie geboren wordt, betekent niet dat deze persoon een belang bij niet-bestaan heeft. Zal de kwaliteit van het verwachte leven van het mogelijke kindje zo schrijnend zijn dat hij dus beter nooit geboren kan worden? Zal zijn leven werkelijk niet waard zijn om geleefd te worden? Dat is immers de vraag die hier eigenlijk beantwoord moet worden.
Helaas worden er jaarlijks nog te vaak gevallen geconstateerd van falend ouderschap waarvan kinderen het slachtoffer worden. Maar er eenvoudig vanuit gaan dat niet geboren worden dan het beste is voor het toekomstige kind, is een problematische aanname waar we zeer terughoudend mee moeten zijn.

John Wijsmuller

Naar mijn mening moet het mogelijk worden om het recht op kinderen krijgen te verspelen.

Als aangetoond kan worden dat de vader en/of de moeder niet voor een kind kunnen zorgen moet worden ingegrepen.

Belangrijk is om geen onomkeerbare maatregelen te nemen. Men kan zich vergissen.

Co de Haas

Hoewel de voorgaande fraaie reacties in grote lijnen goed kunnen worden onderschreven, valt de redeneertrant van mevrouw Ten Haaf niet alleen als juridisch maar toch ook politiek opiniërend aan te merken. Zoals zij zelf al opmerkt, zijn er verschillende redenen om een grondrecht in te perken. Dat vervolgens slechts het belang van het kind bij zijn eigen niet-bestaan een inbreuk op het grondrecht zou kunnen rechtvaardigen, valt hiermee niet te rijmen. Naast het belang van het kind valt er in grondrechtenkwesties immers veelal nog een derde belanghebbende te onderscheiden: het collectief of ook wel de maatschappij, voor wiens rekening het eventuele niet tot opvoeden in staat zijn van de ouders komt. Het recht van de overheid om uit naam van het collectief individuele grondrechten te beperken ter bescherming van de belangen en grondrechten van individuen binnen het collectief, mag niet uit het oog verloren worden. Toegegeven moet worden dat deze overweging, anders dan in de nationale lidstatelijke constitutionele praktijk, in internationaalrechtelijke context en ook bij het EHRM maar een zeer ondergeschikte betekenis speelt. Niettemin valt te begrijpen dat een overheid beleidsmatig gezien de risico’s van onopvoedkundige ouders niet alleen voor het kind, maar tot op zekere hoogte ook voor de maatschappij als geheel wil beperken.

H. van Schaik

De vraag is te algemeen om te beantwoorden, maar in concrete gevallen zou het moeten kunnen. De criteria op basis waarvan dit zou mogen, kunnen ontleend worden aan de de multidisciplinaire kennis die instituten als de ISPPM (Du.) en APPAH (Canada) verzamelen over de levenslange fysiologische, genetische en psychische schade die kinderen kunnen oplopen tijdens en rond de geboorte als de toestand van de moeder slecht is. Ook in Nederland begint de geneeskunde stilletjes aan in te zien dat levenslange schade bij de geborene in toenemende mate voorspeld kan worden. Promovenda Lisette ten Haaf plaatst in het NRC-artikel van vanavond geboren worden ‘niet in de meest geschikte omgeving’ tegenover geboren worden ‘onder de perfecte omstandigheden’. Dit duidt erop dat er nog te weinig gesystematiseerde kennis voorhanden is over de levenslange gevolgen van geboren worden bij ouders die niet of nauwelijks verantwoordelijkheid kunnen nemen voor de toekomst van het kind als zelfstandig individu. Het is heel begrijpelijk dat in de periode waarin vrouwenemancipatie – ‘baas is eigen buik’ – de boventoon voerde geen plaats was voor de rechten van de ongeborene. Pas als die emancipatie min of meer voltooid is en religieus-dogmatische invloeden geen rol meer spelen, kan er ruimte ontstaan om aan ongeborenen het recht te verlenen op een toekomst als autonoom persoon. Nu zijn het nog alleen de ouders die mogen kiezen. Tekenen van een down-syndroom bij de foetus is in de praktijk vaak al voldoende aanleiding om tot abortus over te gaan. Eigenlijk zou het criterium voor abortus moeten zijn dat de ouders het niet kunnen opbrengen om het kind met liefde en respect te laten opgroeien. Het zou jammer zijn als het recht om niet geboren te worden in de sfeer wordt getrokken van een luxeprobleem voor het kind. In het verleden hebben overheden soms een dubieuze rol gespeeld bij het voorkomen van geboorten, zoals bij het steriliseren van gehandicapten in Zweden. Het is duidelijk de bevoegdheid aan overheden om een vrouw het recht op een kind te ontnemen alleen verleend kan worden met gesystematiseerde kennis over de basale toekomst(on)mogelijkheden van het kind in gelijksoortige gevallen.

bernard weiss

De regels zijn uitstekend toegepast, de redeneringen volledig sluitend. Gelukkig is in deze zaak het gezond verstand niet geraadpleegd.

Inge Douma

Als we nu eens van de algemeenheden afdalen naar de bijzonderheden: ik ben pleegmoeder van onder andere twee meisjes die inmiddels volwassen en het huis uit Ijn. Zij zijn de dochter van een schizofrene en bij tijden psychotische moeder. Deze moeder heeft in totaal zeven kinderen gekregen bij verschillende mannen. De twee die bij ons hebben gewoond waren de oudste. Één van hen lijkt precies op haar moeder, ook in het feit dat ze ontkent dat er haar iets scheelt en in onwil om zich te laten onderzoeken of hulp te accepteren. Alle kinderen hebben in hun eerste jaren (tot jarenlang) bij de moeder gewoond en zijn verwaarloosd, miskend en hebben zware problemen hiervan ondervonden en ondervinden die nu nog steeds. Er hebben zich levensgevaarlijke situaties voorgedaan in de tijden bij hun moeder die iedere hulp weigerde, hierin bijgestaan door haar ouders. Hulpverlening werd maar mondjesmaat binnengelaten totdat de deur voor hun neus dichtsloeg. Nu zijn alle kinderen uithuis geplaatst en zijn ze voor het leven getekend. Moeder verblijft in een psychiatrische inrichting.
En dan gaan we het hebben over algemeenheden als mensenrechten en laten we ‘de oorlog’ niet vergeten. Het is natuurlijk veel beter volgens de algemeenheden-verdedigers om deze kinderen jarenlang te laten lijden en ze dan alsnog onder de hoede van Jeugdzorg te plaatsen.
Ga eerst maar eens met je neus bovenop zulke kinderen zitten en kijk eens hoe je dan reageert. Wat ga je zeggen als zo’n kind je toeschreeuwt dat het leven geen zin heeft als je toch net zo wordt als je moeder? Wat ga je zeggen als je met je pleegkind alweer op kraambezoek komt bij mama die opstaat en vergeet dat de baby nog op haar schoot lag? En je voeten plakken van de viezigheid aan de vloer vast en ‘oeps’ mama is vergeten babyvoeding te halen?
Denk er maar eens over na.

Ervaringsdeskundige

Ik vind niet dat de overheid iemand moet verbieden, of kan verbieden zwanger te worden. Het roept enge beelden op.

Toch vind ik het als (inmiddels volwassen) kind van een schizofrene moeder kwalijk dat iemand die niet in staat is veiligheid te bieden aan haar kind, wel ‘zomaar’ kinderen mag maken. Nu het toch voor de rechter kwam, had er veel meer naar de rechten van het kind moeten worden gekeken, in plaats van ‘het recht om kinderen te krijgen’. Had ik mogen kiezen, dan had ik niet hiervoor gekozen. Maar een ongeboren kind mag niet kiezen en moet de wens van de vrouw die het kind wil, inwilligen. Als vooraf al duidelijk is dat de moeder niet kan leveren waar het kind recht op heeft -veiligheid en geborgenheid- vind ik het zeer bedenkelijk dat zij groen licht krijgt en het ‘een kans’ mag geven. Je kunt het kind niet terugstoppen! Ik vind het een lichtzinnige manier van omgaan met ongeboren leven. Maar ja, je kunt een vrouw niet verbieden op basis van ziekte want als dat kan, kan het selectieve proces op andere gronden (ras, huidskleur, geslacht) beginnen, en dat willen we gelukkig niet.

‘t Is denk ik veel belangrijker dat mensen in haar omgeving haar tot zinnen brengen en zich verdiepen in de gevolgen die het voor het kind zal hebben. Rechtspraak en regels zijn er ook maar om een maatschappij wat richting te geven. Voor iets als dit denk ik niet dat er algemene regels kunnen gelden. Schizofrenie is een hele ingrijpende aandoening waarbij de paradox is dat de zieke zelf meestal niet weet te herkennen dat die ziek is. Bij enige vorm van zelfreflectie zou mijn moeder waarschijnlijk niet gekozen hebben voor kinderen. Ze is namelijk een wijze vrouw. Die helaas te grazen werd genomen door een vreselijke aandoening die haar oordelingsvermogen volledig om zeep heeft geholpen. In mijn moeders geval was het nog niet duidelijk dat zij schizofreen was. Er was dus weinig aan te doen. In dit geval is het wel helder dat zij de aandoening heeft. Ik ontraad van harte aan kinderen te maken mevrouw, u wilt uw kinderen niet aandoen wat u niet kan helpen dat u gaat doen.

M. van Alem

reactie op dhr Wijsmuller:
Uw standpunt dat men het recht kan verspelen om een kind te krijgen lijkt mij een gevaarlijk insteek. Immers welke criteria hanteert men daarbij? Het vermogen tot het goed kunnen opvoeden is een rekbaar begrip dat in verschillende tijden en omstandigheden steeds weer anders ingevuld gaat worden. Een eenmaal wettelijk ingeslagen weg van verplichte geboortebeperking kan in de toekomst in een andere politieke context dan heden ten dage evengoed misbruikt worden voor minder nobele zaken.
Reactie op Co de Haas:
Ik ben het niet eens met uw stelling dat bij de beperking van grondrechten collectieve belangen een grotere rol dan nu moeten spelen. Daarmee moet terughouden worden omgesprongen. Zeker wanneer het zo iets persoonlijks betreft als de integriteit van het lichaam en het kunnen maken van keuzes in het privé leven. Wanneer collectieve belangen zich te zeer opdringen tegenover het individu dreigt de vrijheid verloren te gaan.

lyngbakken

@ 7 Inge Douma
Dank je wel voor je reactie. Hij komt binnen, en ik denk erover na. En petje af voor jou.

@ 3 John Wijsmuller
De term rechten verspelen suggereert dat iemand het er zelf naar maakt en anders kan kiezen. Dat is bij een schizofreen alleen maar theorie denk ik. Je draait dan om de hete brij heen.
Als je de vraag in dergelijke oudergerichte termen wilt formuleren, zeg je eigenlijk dat er ouders zijn die niet het recht hebben om kinderen op de wereld te zetten. En dat is nogal wat.

@ 4 Co de Haas
De jurisprudentie op grondrechten laat heel vaak zien dat belangen van het collectief een grondrecht inperken. Maar het gaat dan wel om bijzondere met name genoemde belangen zoals die van voorkoming van wanordelijkheden of van bedreigingen voor de volksgezondheid. Daar valt deze situatie hooguit indirect onder: primair gaat het om een individueel ouder en een individueel kind (dat we echter nog niet kennen). Het kind kan alleen achteraf worden gehoord, als het te laat is. Dan komen de vragen van ¨wrongful birth¨ die had moeten worden voorkomen of niet.
Dan het algemeen/collectief belang kiezen als oplossingsrichting heeft dan voor mij veel van een dwaalspoor om om de problemen heen te kunnen lopen in plaats van ze trachten op te lossen.

Oplossingen heb ik overigens ook niet paraat. De beste weg om daar wel te komen lijkt mij te zijn het luisteren naar mensen die in de praktijk met liefde hebben gevochten om dergelijke kinderen een plaats te bezorgen in de samenleving. Mensen zoals Inge Douma bijvoorbeeld.

J. MEIJER

Mevr ten Haaf heeft het over het recht kinderen te krijgen, maar niet over de gevolgen als de moeder niet in staat is het kind op te voeden. Het kind wordt dan “uit huis geplaatst” en de moeder waarschijnlijk uit de ouderlijke macht ontzet. Het lijkt of het recht op kinderen krijgen zwaarder moet wegen dan het recht van het kind om normaal opgevoed te worden!! Niemand vraagt erom om onder perfecte omstandigheden te worden opgevoed. Er is nog zo iets als normaal. Wat dat dan ook moge zijn maar dat zelfde geldt voor “perfecte omstandigheden”. Ik kende ook een gezin in een hervormde gemeente aan het IJsselmeer waar de moeder 5 zwaar lichamelijke/geestelijk gehandicapte kinderen kreeg. Zelfs de dominee vond dat ze moest stoppen met kinderen krijgen. Hij werd de deur uitgezet. Maar de kosten voor de gemeenschap zijn enorm; vanaf de geboorte tot hun dood dienen de kinderen verzorgd te worden op Rijks kosten en niet die van de kerk.
Het recht op kinderen krijgen moet ondergeschikt gemaakt worden als men het kind niet zelf kan opvoeden.

JMA Engelen

Het zal altijd een afweging moeten zijn, mensenrechten enz.Maar voor mij tellen de belangen van het kind zwaarder,lees het stuk van pleegmoeder Inge Douma,ze spreekt uit ervaring.Ik heb in mijn werkzame leven ook met kinderen van zwaar verslaafde moeders meegemaakt.Wat doe je die kinderen aan,dat moet de belangrijkste opdracht zijn van de hulpverleners.Moeders hebben geen inzicht in hun ziekteproces, verslaving enz.En moet je daar kinderen aan opofferen,IK vind dat onacceptabel.

Babur Beg

voorafgaand aan onbeschermde sex altijd eerst staatsexamen!

h.j.r.niebuur

Er eenvoudig van uitgaan dat niet geboren worden het beste is,is verre van een problematische aanname,waarin toerekeningsvatbare mensen niet terughoudend zijn gezien het succes van het anticonceptioneel arsenaal.Het betreuren van niet bestaand potentieel leven-”kan een kind een belang hebben bij niet-bestaan?”-is grotesk.Waar het om gaat is of voortplantingsrecht ongelimiteerd is.Als iemand al een gevaar voor zichzelf is,getuigt het wel van een extreme wereldvreemdheid inbewaringstelling op te heffen om een potentiele derde toe te voegen aan het al overbelaste zorgstelsel.Welke zorgprofessionals worden vervolgens weer verantwoordelijk gehouden voor de gevolgen van het voortplantingsrecht van extreem zorgbehoeftigen?

Gerrit de Jonge

Zij die mijn bijdragen wel eens lezen weten wel dat ik van mening ben dat niet iedereen het recht op voortplanting heeft en ik wil niet in herhalingen vervallen. Toch een enkele opmerking. Ik voel me benadeeld als er in discussies als deze met de mensenrechten gezwaaid wordt als zou het een feilloze bijbel met dogma’s zijn die ik niet mag tegen spreken. Ik ben benadeeld door het ontbreken van een gelijkwaardig document met de mensenplichten. Mijn spellingchecker protesteert zelfs tegen dit woord. Toch is het voor mij vanzelfsprekend dat die plichten er ook zijn. Natuurlijk kun je met de mensenrechten in de hand zeggen dat mensen het recht op voortplanting hebben. Natuurlijk staat er in de mensenrechten dat kinderen recht op onderwijs, voedsel en nog zo wat hebben. Maar deze rechten kunnen alleen uitgevoerd worden als we volwassenen de plicht opleggen om te zorgen dat ze geen kinderen krijgen als ze niet bij machte zijn om hun kinderen datgene te geven waar de mensenrechten de kinderen recht opgeven. Dus, laat a.u.b. die mensenrechten in de kast staan zolang de mensenplichten niet even duidelijk zijn vastgelegd.

Dr. C.R. Lincke, kinderarts

De praktijk is helaas weerbarstiger dan alle fraaie juridische en ethische theorie over universele rechten van de mens. Juristen denken in zekerheden en zolang niet bewezen is (100% vaststaat) dat het kind beschadigd is, hebben juristen moeite om het ene grondrecht, bescherming van lichamelijke en geestelijke integriteit van het kind, voorrang te geven op het recht op reproductie. De juridische benadering is treffend samengevat in het bijtende commentaar van Bernard Weiss “de regels zijn uitstekend toegepast…” Wat is de praktijk? In ieder geval niet de cynisch-eufemistische prognose van Lisette ten Haaf : “het kind zal waarschijnlijk inderdaad niet in de meest geschikte omgeving opgroeien”. Het gaat hier niet om net niet perfecte omstandigheden, het gaat om een opeenstapeling van ernstige schadelijke effecten en risico’s voor foetus en opgroeiend kind: de waarschijnlijk toch noodzakelijke medicatie tegen ontsporing van het psychiatrisch beeld, mogelijke andere intoxicaties (alcohol, roken, middelengebruik), de grote kans op kindermishandeling door emotionele verwaarlozing of lichamelijke mishandeling, niet alleen als direct gevolg van de ernstige psychiatrische stoornis van moeder, maar ook met de daarmee samengaande instabiliteit van de “gezinssituatie”. Deze risico’s zijn bekend en uitvoerig in de literatuur gedocumenteerd. In de screeningsinstrumenten van de AMK’s (Advies- en Meldpunt Kindermishandeling) zou de bij deze patiënte geschetste constellatie zonder meer als serieuze risicofactor naar voren komen.

Een ander aspect is nog niet genoemd in deze discussie: het is denkbaar dat met forse inzet van medische, orthopedagogische en psychologische coaching en ondersteuning een redelijk veilige situatie voor het opgroeiende kind gecreëerd kan worden, maar laten we ons geen illusies maken – dat bestaat niet in Nederland. Al met al – het staat niet 100% vast dat het mis gaat, maar de waarschijnlijkheid grenst wel aan zekerheid. Het is cynisch van de rechter om deze patiente het bos in te sturen met dit besluit. Maximale inzet, ook van de rechter, om deze patiente te overtuigen dat een tijdelijke, veilige, effectieve en relatief weinig belastende vorm van anticonceptie (b.v. spiraal) ook in haar eigen belang de beste oplossing is, is geboden.

Ervaringsdeskundige

Met heel veel interesse volg ik de reacties die er op dit stuk geschreven worden. Ik ben erg blij te lezen dat er kennelijk genoeg heldere geesten zijn die hier een duidelijke mening over hebben. Graag had ik gedurende mijn jeugd dit soort heldere geesten ontmoet.

Na vele jaren therapie zoek ik in mijn volwassen leven (ik ben 43) nog steeds naar een manier om om te gaan met de dagelijks nog merkbare lichamelijke en geestelijke schade van een onveilige jeugd met verwaarlozing. Het is te doen en ik ben echt geen zielig mens, maar het had echt niet gehoeven op deze manier. Als het vooraf duidelijk is dat een vrouw niet kan bieden wat het kind nodig heeft: ontmoedig de vrouw. Op alle manieren mogelijk. Ik weet zeker dat, als de juiste mensen op de juiste plaatsen spreken, er iets aan dit probleem gedaan kan worden.

Bedankt NRC voor een podium hiervoor.

Jacqueline Duineveld

De rechter heeft het goed gedaan.Echter;
De verantwoordelijkheid voor het kind wordt door de meeste reacties volledig bij de moeder gelegd.
Inge Douma vertelt over een zieke vrouw die zeven kinderen kreeg van verschillende mannen.
Dat ongelimiteerde overal je genen maar achterlaten,misbruiken van geestelijk niet gezonde mensen, dat is pas bah.
Misschien moeten we maar gewoon alle mannen steriliseren,verplicht, na invriezing van enig product ten behoeve van de voortplanting.
Ik word daar wel vrolijk van.

Moeder, filosoof, ethicus en rechten student

Ja! De vraag is alleen, wanneer wel en niet. En hoe deze grenzen te bewaken.
Veel vraagstellingen omtrent rechten van vrouwen, vruchten en zwangerschappen worden nodeloos ingewikkeld gemaakt. Dit is een lastig punt. Ze rechtvaardigt echter niet de stelling dat ‘omwille van de mogelijkheid dat hier verkeerde beslissingen worden genomen’, er geen ingrijpen mag plaatsvinden. De discussie moet plaatsvinden over deze grensbewaking en de afbakening. Niet of de overheid dit wel of niet mag doen.
Eigenlijk komt dit omdat we niet in staat zijn kritisch naar ons eigen gedrag te kijken en te realiseren dat deze bijdraagt aan de problematiek en dat we onszelf zouden moeten verplichten ons anders te gedragen. Bijvoorbeeld: roken, drinken en drugsgebruik of extreem veel vet/suiker eten zijn slecht voor de gezondheid, voor iedereen. Een ongeboren kind is extra kwetsbaar en zal hier meer en sneller en meer permanent schade door oplopen.
Dus: De maatschappij mag het mag wel. Maar een wensmoeder/zwangere moet het eigenlijk niet doen. Zij is een subgroep van de maatschappij, dus we kunnen het haar niet verbieden, zonder aan de vrijheids- en beschikkingsrechten van de hoofdgroep te morrelen.
Kunnen we niet allemaal stoppen met roken, drinken drugs en overeten? Nee? Waarom wordt het dan van de zwangere (met psychische problemen) verwacht dat zij het wel kan? De vraag is niet of het mis gaat maar wanneer. Heeft de rechter de wet goed toegepast? Ik vraag het me af.
Het argument dat men er “ter rechtvaardiging van moet worden uitgaan dat het toekomstige kind meer belang heeft bij zij eigen niet-bestaan dan bij zijn leven, en dat dan eigenlijk wordt gezegd dat diens leven niet waard is om geleefd te worden. Want indien dat wel zou zijn, was er dan nog een grond om iemand een kans op zijn bestaan te ontzeggen?” is naar mijn mening zeer onjuist.
Er is geen kind, dus aan het kind kan nog geen ethische waarde worden toegekend, dit speelt pas na de levensvatbaarheid. Na conceptie is er echter wel een vrucht. En voor die vrucht speelt het klimaat in het lichaam van de moeder, maanden voor conceptie al een grote rol.
Misschien heeft de rechter de wet goed toegepast, de wet is echter een belediging voor de rechten van de mens in het kader van de huidige wetenschap.
Er zou iets van een getrapt stelsel moeten zijn met elk zijn eigen rechten en plichten.
Eerste is er een vrouw.
Daarna de wensmoeder. Aan haar (en de andere ouder!) kunnen al verplichtingen opgelegd worden aangaande haar gezondheid.
Dan is er een zwangere en een vrucht met rechten en plichten aangaande de zwangerschapsbeëindiging en aangaande de gezondheid van de vrucht.
Daarna is er een zwangere en een kind dat levensvatbaar is. Hier verkrijgt het kind een relatief levensrecht. De rechten en plichten uit de voorfase blijven bestaan.
Daarna is er de baby en de postpartum-moeder. Met wederom rechten en plichten aangaande der gezondheid ( denk aan afwezigheid van middelen gebruik bij lactatie) Plus alle algemene rechten en plichten van kinderen en ouders.
Daarna kind en vrouw/moeder welke de algemene rechten en plichten.
Er is in de realiteit vóór de conceptie nog geen kind, en dus ook geen persoon die je het leven zult onthouden indien je ingrijpt. Wel is er fysiek werkelijkheid waarbij er een kind-in –wording is zodra er conceptie heeft plaatsgevonden, wiens leven gepaard zal gaan met zeer veel schade indien men ‘maar afwacht’.
Misschien kan de ideeën- wereld, een rol spelen in de legitimatie om in te grijpen vóór de conceptie. Er is dan nog geen kind, of kind in wording, maar wel een vrucht in wording. In de huidige cultuur met de beschikbare anticonceptie is begint een kind toch meestal eerst in de wens van de ouders, in de gedachten. En niet, zoals vroeger, bij de fysieke realiteit van de zwangerschap. Juist omdat dit zo is, mogen vrouwen ook drinken e roken e.d. Omdat zij (en hopelijk hun partners) voor de gezinsplanning de juiste beslissingen kunnen nemen omtrent de gezondheid. Indien aan een zwangerschap niet eerst een idee vooraf zou gaan, maar vrouwen zwanger werden, zonder wens of voorafgaande planning hiertoe, dan zou toch geen vrouw in de vruchtbare leeftijd meer mogen roken en drinken (laat staan af en toe een ‘teugje’- drugs) gezien de huidige kennis omtrent de schade die de vrucht hiervan ondervindt.
Indien we nu een vrouw tegenkomen die een vrucht- in -wording heeft in de ideeënwereld dan kunnen we haar en hem toch ook die beperkingen opleggen aangaande haar en zijn middelengebruik en zwangerschap!?

Wat bijvoorbeeld van de volgende ideeën: De vriend van de patiënte (de wensvader) wordt verplicht anticonceptie te gebruiken (waar blijft die mannenprikpil?) dan mag de vrouw naar huis. Immers hij is niet ziek en wel bij ‘vol’-verstand. We kunnen van haar ‘de patiënte’ immers amper verantwoordelijk en doordacht gedrag verwachten hieromtrent.
Of: Ja, de vrouw mag zwanger worden, maar voor de zwangerschap al staat ze onder controle en de wensvader wordt strafrechtelijk (?) medeverantwoordelijk gemaakt.
Pas als mevrouw en meneer enkele maanden geen middelen hebben gebruikt mag conceptie plaatsvinden. Vanaf het moment van conceptie (maandelijkse verplichte zwangerschapstest) komt ze op de afdeling terug voor de zwangerschapsobservatie tot dat het kind wordt geboren.
Daarna mag de vader, indien niet ongeschikt, onder begeleiding van een professional voor het kind zorgen. De moeder heeft omgangsrechten met het kind. Vader wordt hier verantwoordelijk. Kan vader dit niet, dan hebben we twee ongeschikte ouders, misschien een reden voor de overheid om een zwangerschap te verhinderen. Of is er een andere zeer betrokken oma aanwezig? Die mede aansprakelijk gemaakt kan worden en de voogdij krijgt? Misschien kan de moeder de omgang direct hebben, en de voogdij verdienen door medewerking aan alle begeleiding?
Ik graaf maar wat in mijn ideeënwereld, nog meer ideeën?

Jacqueline Duineveld

aan de moeder filosoof ethicus en rechten student.
Lees eens 1984 van george orwell.Lees ook maar een en ander over de tweede wereldoorlog en dan vooral over de medische testen. Lees ook eens over de verenigde staten; in sommige staten hebben ze tot 1972 mensen die de overheid als ongeschikt zag,onder dwang gesteriliseerd.

J. Ouendag

De ideeënwereld van mevrouw Moeder, ethicus… etc komt op mij nogal benauwend over. “Daarna mag de vader, indien niet ongeschikt, onder begeleiding van een professional voor het kind zorgen”. Het klinkt alsof de mogelijke vader al bij voorbaat als minderwaardig wordt geclassificeerd, op grond van de impliciete beoordeling van de vrouw. Zijn ouders niet in beginsel de professionals, aangezien zij de liefde voor hun kind het sterkste voelen? “Conceptie mag pas na enkele maanden plaatsvinden”. Hoe gaan we dat regelen? Een kuisheidsgordel? Ik vindt dat u veel te makkelijk, en met hooghartigheid met menselijke waardigheid en respect omspringt. U veroordeelt deze mensen bij voorbaar tot 2e rangs burgers zonder rechten die een eindeloos gevecht dienen aan te gaan tegen een stigma – is dat menselijke, goede hulp aan een vrouw die het geestelijk moeilijk heeft, of misschien zwelgen in de macht der kennis (en toekomstige beslissingsbevoegdheid) van een rechtenstudente? Het kan u ook overkomen, een moeilijke geestelijke periode. Ik heb dat ook gekend. Gelukkig waren er mensen die mij in mijn waarde lieten en me steun en vetrouwen schonken, die me lieten zien dat ieder mens menselijk is. Een helpende hand kan meer wonderen doen dan professionals hier en controle daar. Mijn indruk is dat de rechter iemand een kans heeft gegeven.

Ervaringsdeskundige

Aan J. Ouendag. De rechter heeft de vrouw een kans gegeven zegt u. Ga een keer bij een bijeenkomst zitten van Ypsilon, de vereniging voor gezinsleden van een schizofreen persoon, en dan vooral bij een bijeenkomst voor de kinderen van een schizofrene ouder. Deze kinderen hebben in tegenstelling tot deze vrouw geen kans gekregen en zijn voor het leven veroordeeld. Schizofrenie is een ziekte. Het is niet de schuld van de zieke dat die ziekte er is. Het is echter wel een feit. Een rechter is er om te oordelen over schuld en redelijkheid. Er is hier geen sprake van schuld. En in alle redelijkheid: is het redelijk om een kind bij voorbaat te veroordelen tot een leven waarin het alle zeilen zal moeten bijzetten omdat het hoe dan ook begint met een achterstand? Want dat is een feit. Het kind begint met een achterstand als gevolg van de ziekte.
Ik ben geen voorstander van tussenkomst van het rechtssysteem. U schrijft terecht dat u blij was met de liefde uit uw omgeving gedurende een moeilijke periode. Dat herken ik uit ervaring overigens. Waar ik voor pleit is (wellicht een utopie maar dan toch) dat de omgeving mevrouw overtuigt in liefde. En dan komt daar toch weer het feit van de ziekte: schizofrene mensen kunnen vaak niet bereikt worden op deze manier. Dat is niet omdat ze dat niet willen, maar omdat ze het niet kunnen. Dat is de paradox. Ik zou heel graag willen dat het eenvoudig was op te lossen maar dat is het niet. Een discussie als deze brengt ons misschien op dat ene perfecte idee. Een idee dat het rechtssysteem erbuiten laat en dat stimuleert dat mensen zich in liefde met elkaar gaan bemoeien. Idealist, ja dat ben ik. Het is een begin.

Gerrit de Jonge

@20 Jacqueline Duineveld,
Het getuigt van weinig respect voor uw opponenten als u ze gaat aanraden iets over WO II te lezen. De meeste deelnemers aan deze blog zijn goed opgeleid, belezen en goed op de hoogte van wat er toen gebeurd is. Veeleer moet u zich afvragen hoe het toch komt dat zo veel goed ontwikkelde mensen tot andere conclusies komen dan u.

Ik zal u helpen met de resultaten van onderzoek dat door Christelijk Amerika onder de tafel wordt gemoffeld. In de VS is het criminaliteitscijfer sterk gedaald nadat het uitvoeren van abortus makkelijker werd gemaakt. Correlaties kunnen altijd toevalscorrelaties zijn, maar deze is behoorlijk goed te verklaren. Door abortus makkelijker te maken worden er minder ongewenste kinderen geboren, en neemt dus het aantal kinderen dat niet in een harmonieuze liefdevolle omgeving opgroeit af. Voila.
U kunt ook wel moeilijk doen over verplichte abortus en zo, maar u dan moet u mij toch ook eens uitleggen hoe groot nou eigenlijk het verschil is tussen een verplichte abortus en het hebben van ouders die hun ongewenst zwangere dochter het huis uitzetten en niets meer met haar te maken willen hebben.

Jacqueline Duineveld

Mooi gesteld.Geenszins wilde ik weinig respect tonen voor een mede blogger. Toch moet ook u inzien dat misschien u en ik goed op de hoogte zijn van wat er toen gebeurd is. Echter soms is het nuttig iemand te herinneren aan zekere feiten,als zij in hun overtuiging sommige zaken die ook zijzelf in hun hart belangrijk vinden,eventjes vergeten.Daarnaast had ik het laatst met een collega over Dr Mengele (u welbekend) en er kwam een jonge chirurg binnen en die zei; Wie ? Dr. Mengele? Is hij nieuw hier? Ik ken hem niet.Wanneer komt hij?

Hier zwijgt de spreker stil.