Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

De Uitspraak: Mag je alles op internet beweren waar je zin in hebt?

Mag je zomaar alles beweren over een ander waar je zin in hebt, op Faceboook, Twitter en in blogs? Met commentaar van NJB-medewerker Egbert Dommering, emeritus hoogleraar informatierecht in Amsterdam.

De Zaak. Een streekziekenhuis eist dat een familielid van een overleden patiënt ophoudt met het ‘lastigvallen’ per telefoon, email en op internet van de medische staf, het bestuur en medewerkers. Alles wat zij beweert, op Twitter, Facebook en in twee weblogs, is onjuist, grievend en smadelijk voor het ziekenhuis en de staf.

De vrouw vindt echter dat zij de vrijheid heeft om haar mening onbelemmerd te publiceren. Zij heeft een aantal klachten tegen het ziekenhuis ingediend. Het ziekenhuis eist dat de vrouw alle grievende uitlatingen verwijdert, op twitter haar beschuldigingen rectificeert en ophoudt met mailen en bellen.

De feiten. De vrouw valt het ziekenhuis aan op het overlijden van haar moeder. Dat is volgens haar te wijten aan ‘experimenten’, respectievelijk de weigering om hulp in het buitenland te zoeken. Op internet gebruikt zij termen als Auschwitz, Mengele en noemt ze namen van verantwoordelijke artsen. Overleg tussen partijen noch sommaties ermee op te houden, hadden effect. Het ziekenhuis stelt gedurende enige tijd een medewerker fulltime kwijt te zijn geweest aan het reageren op de aantijgingen van de vrouw.

Welke maatstaf hanteert de rechter? De kern van de kwestie is of de vrouw onrechtmatig heeft gehandeld. De rechter overweegt dat „een ieder de vrijheid heeft zijn of haar hart te luchten en zich op negatieve wijze over iemand anders uit te laten, ook als die uitlatingen een beschuldiging aan het adres van een ander inhouden. Dat recht om vrijelijk zijn mening te uiten, vindt zijn begrenzing in het geval daarmee iemands eer en goede naam op onrechtmatige wijze wordt aangetast.”

Hoe verweert de vrouw zich? Zij claimt dat een onbekende op haar accounts inbrak en verantwoordelijk is voor de inhoud ervan. Verder zegt ze dat ze de gewraakte teksten al heeft verwijderd. Tegelijk wil ze niet worden gedwongen om dergelijke teksten te verwijderen. Ze erkent dat ze boos is op het ziekenhuis.

Hoe oordeelt de rechter? Die vindt haar beschuldigingen suggestief en grievend. Maar ook zo ernstig dat er daarom hoge eisen gesteld moeten worden aan de betrouwbaarheid ervan. Haar verweer vindt de rechter niet consistent – ook lijkt de vrouw niet te betwisten wat het ziekenhuis haar verwijt. De rechter gaat er daarom van uit dat de internetteksten voor haar rekening kunnen komen. De vrouw erkent bovendien dat ze haar beschuldigingen niet kan staven. Dat betekent dus dat ze onrechtmatig handelt. Het recht op bescherming van de eer en goede naam van het ziekenhuis en de medewerkers weegt daardoor zwaarder dan haar vrijheid van meningsuiting. Dat geldt ook als het eventueel waar zou zijn dat haar moeder overleed door onzorgvuldigheid van het ziekenhuis. Ook dan mag je je nog niet zó grievend uitlaten. De rechter gebruikt in de inleiding bij het vonnis het begrip ‘internetterreur’.

Wat moet de vrouw doen? Rectificeren via Twitter, alle postings van haar weblog verwijderen, evenals de reacties, de tags (zoekwoorden) en de opgenomen telefoongesprekken.

 

Lees de uitspraak  (LJ BY1807) hier

Reageren? Volledige naamsvermelding verplicht.

 

Geplaatst in:
Civiel recht
Lees meer over:
belediging
internet
schadevergoeding
twitter
vrijheid van meningsuiting

16 reacties op 'De Uitspraak: Mag je alles op internet beweren waar je zin in hebt?'

NJB medewerker Egbert Dommering, emeritus hoogleraar informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam

Het komt helaas steeds vaker voor dat mensen misbruik maken van de gemakkelijke toegankelijkheid van internetmedia (blogs, twitter accounts, Facebook, websites) om hun vuil te spuiten tegen een bedrijf of instelling waar ze iets tegen hebben. In dit geval gaat het om een ziekenhuis in Enschede (MST). Meestal is er vage feitelijke basis in een vermeende verkeerde behandeling. Vroeger kon je met een spandoek voor de deur gaan staan of dreigbrieven sturen, maar nu heeft iedereen toegang tot publieksmedia waarmee alle beledigingen zonder kosten kunnen worden verspreid. Sommige rechters nemen al het woord ‘internetterreur’ in de mond. Het behoeft geen betoog dat het verspreiden van grievende en beledigende uitingen zonder of onvoldoende feitelijke grond onrechtmatig is. Rechters staan dan voor de vraag hoe je mededelingen die via deze fijnmazige media worden verspreid en worden opgepakt en vastgehouden door zoekmachines, kunt verbieden en rectificeren. Zoekmachines kunnen bovendien actief aan de praat worden gehouden door aan je bericht op internet een zogenaamde metatag toe te voegen: een verborgen toevoeging van een trefwoord (bijvoorbeeld de naam van de instelling) dat de zoekmachine pakt. Daarmee verhoog je dus de kans dat de zoekmachine naar de beledigende mededeling zal verwijzen, deze opslaat en in een zoekresultaat blijft produceren, ook als de oorspronkelijke mededeling al is verwijderd. Dat is voor de rechters en advocaten een lastige klus. De overwegingen in deze zaak beslaan twee pagina’s, de verboden en rectificaties meer dan drie.
Het eerste bevel gaat over de verwijdering van ongeveer zestig onrechtmatige mededelingen (waaronder de onvermijdelijke vergelijking tussen het ziekenhuis en Auschwitz; de fantasie van schelders is beperkt) inclusief de metatags die aan die mededelingen hangen. Het tweede bevel herhaalt dat voor de blog en Facebook pagina van de gedaagde. Het derde bevel gaat over een aan de zoekmachines te richten mededeling al deze beweringen uit hun geheugen (de zogenaamde cache) te verwijderen. Bij de opgelegde rectificatie gaat het nog goed bij de blog en Facebook pagina’s. Gedaagde moet daarop een mededeling plaatsen dat de rechter heeft geoordeeld dat hij onrechtmatige en ongegronde mededelingen heeft verspreid. Maar hoe doe je zoiets bij een twitterbericht dat maar 144 tekens per tweet kent? Het lijkt op de wetgevingsregel die Gulliver in Brobdingnac tegen komt: een wet mag niet meer tekens beslaan dan er letters in het alfabet zijn. Een collega rechter in Almelo had in een andere zaak dit jaar al eens een twitterrectificatie van meer dan 144 tekens opgelegd. Deze rechter moet hebben gedacht: in dat gat zal ik niet toeren. De opgelegde rectificatie luidt: ‘RECTIFICATIE: ik verklaar dat ik onrechtmatige en ongegronde uitlatingen heb getwitterd met betrekking tot MST.’ Dat is inderdaad minder dan 144 tekens, maar het is om een andere reden fout. De rechter kan namelijk niet bevelen dat iemand zijn (onrechtmatige) mening verandert. Hij kan alleen bevelen te publiceren dat de rechter die mening onrechtmatig vindt. Een postacademiale cursus twitterrectificaties is dringend gewenst.

Bret Halsema

emeritus hoogleraar egbert dommering is van mening dat de rechter een fout maakt. Ik denk echter dat de rechter helemaal geen fout maakt. Het is een FEIT en geen mening dat haar uitlatingen onrechtmatig en ongegrond zijn. En dus kan hij best eisen dat de vrouw verklaart dat zij onrechtmatige en ongegronde uitlatingen heeft gedaan. Dat is immers (door de rechtbank) bewezen geacht en gegrond verklaard.

R. Jansen

Detail: Twitterberichten tellen maximaal 140 tekens, niet 144.

R. Jansen

En nog iets over die beperkte lengte van Twitterberichten: het is heel mogelijk om zo’n rectificatie over twee of meer berichten uit te smeren. Op twitter verschijnen geregeld berichten die eindigen met ’1/2′ om meteen gevolgd te worden door deel twee. #postacademialecursustwitterrectificaties

Myranya Werlemann

Re: twitter rectificatie van 144 tekens. Wat is er mis met Twitlonger? Of verdeel de rectificatie over een paar tweets, misscihien niet heel netjes volgens Twitter etiquette, maar heel gebruikelijk en zo goed als iedereen snapt het als je blahblahblah… 1/2 en …blahblahblah 2/2 tweet.

Sander van der Linden

Wat heeft internet ermee te maken? Internet is een medium, net zoals een krant, de radio, de tv. Allemaal publiek toegankelijke bronnen. De vraag moet dus eigenlijk luiden: ‘mag je alles beweren waar je zin in hebt?’, en daarbij speelt het medium geen rol. Of wil men beweren dat internet het anders maakt? Dus je mag in een krant andere/minder/meer dingen beweren dan op internet. Of op de radio? Voor de radio mag je andere dingen beweren dan op het internet? Flauwekul natuurlijk. Het medium is niet interessant.

C.J. Roos

Ik ben het helemaal eens met Bret Halsema. De rechter velt een oordeel en legt op basis daarvan een sanctie op. Dat oordeel staat definitief vast als er geen rechtsmiddel meer tegen openstaat. Dus als de rechter een bepaalde handeling onrechtmatig vindt, is die handeling ook onrechtmatig en derhalve is de rechter niet verplicht zijn eigen oordeel te relativeren door een rectificatie te bevelen die begint met de woorden “de rechter vindt…” De eisende partij heeft weinig aan een dergelijke rectificatie.

Ivo Hoo

Ik denk dat iedereen het goed recht te zeggen wat hij/zij vindt, ook op internet, omdat iets “vinden” en iemand van iets beschuldigen twee verschillende dingen zijn.

Daarin tegen als de beschuldiging bewezen is dan is het geen beschuldiging maar een feit en vindt ik dan ook dat iedereen de vrijheid heeft deze feiten te vermelden, ook als deze grievend zijn voor de ander.

pvdl

Het grote verschil met andere media is, dat op internet je het veelal met nicknames kan doen waardoor het laagdrempelig is, ook de lafaard van onze maatschappij kan iets zeggen zonder de consequenties te accepteren.

R. Bakels

Misschien is het nog net niet onrechtmatig, maar wel heel onprofessioneel van een ziekenhuis om voor zo’n geschil de rechter in te schakelen. Die mevrouw wordt beschouwd als querulant, maar het is natuurlijk begonnen met verdriet en frustratie over het overlijden van het familielid. Dan is een goed gesprek op zijn plaats, en geen verbodsvordering.

Martin van de Wardt-Olde Riekerink

REinier slaat de spijker op zijn kop. De frustratie van het individu over het uitblijven van een reactie door de instituten wordt afgereageerd op internet. Jammer dat die frustratie er is, een duidelijk signaal dat er iets mis gaat.
Natuurlijk staat het het instituut, in dit geval het ziekenhuis, vrij om haar “recht” af te dwingen, en dat lukt natuurlijk ook.
Maar het heeft niet vel met samenleven te maken, veel meer met dwang. Dwang waar de rechter dan vervolgens drie pagina’s instructies aan vuil maakt.

lyngbakken

@10 R. Bakels

Helemaal met je eens, maar waarom denk je dat niet is gepoogd dergelijke gesprekken te voeren? Volgens de uitspraak zijn er diverse gesprekken geweest.

Uit de uitspraak leid ik ook af dat het ziekenhuis mevrouw bijna stalking verwijt (per telefoon en per email). Zou het niet kunnen dat mevrouw zo de weg kwijt is, dat gesprekken niet helpen en dat het ziekenhuis ten einde raad maar naar de rechter gaat?

O. Lavell

R. Bakels hierboven heeft het enige juiste antwoord. Waarom krijgt die mevrouw geen hulp? Iedereen te druk met het volgen van procedures?

F Huitema

In reactie op O. Lavell en R. Bakels: niet iedereen is er van te overtuigen dat hij of zij hulp nodig heeft. In sommige gevallen kan alleen de rechter iemand dwingen om hulp te aanvaarden!

Michiel Jonker

Deze specifieke casus lijkt me niet heel interessant, als het inderdaad zo is dat die mevrouw een beschuldiging als “Auschwitz” of “Mengele” (d.w.z. bewuste poging tot – eventueel langzame – moord of verminking, verbonden aan een verderfelijke ideologie die massaal ten uitvoer wordt gebracht) via media (welke dan ook) heeft verspreid, zonder serieuze aanwijzing dat iets dergelijks bij dit ziekenhuis feitelijk het geval is. Dan gaat ze gewoon te ver en wordt door de rechter terecht teruggefloten. Wel kan en moet de rechter kijken of er verzachtende omstandigheden zijn.

Interessanter vind ik de meer algemene vraag waar de grens ligt tussen enerzijds “het noemen en evalueren van feitelijke aanwijzingen dat er mogelijk op een verwerpelijke manier is gehandeld, en daar een mening aan verbinden”, en anderzijds “het uiten van ongefundeerde, grievende beschuldigingen”. Als het eerste niet meer toegestaan is omdat het wordt opgevat als het laatste, dan is er geen vrijheid van meningsuiting meer.

Zelf heb ik ooit een keer een uitspraak gedaan (overigens niet in de media) dat onrechtmatig aan een privé-doel geschonken gemeenschapsgeld mijns inziens door de verantwoordelijken moest worden teruggegeven aan de gemeenschapskas. Ik voegde daaraan toe: “Met andere woorden: ‘Netjes teruggeven wat niet van jou is.’ Dat begrijpt een kind”. Deze uitspraak werd door de betreffende overheidsinstantie, hoewel die niet betwiste dat het geld onrechtmatig was uitgegeven, toch als “laatdunkend en denigrerend” aangemerkt, en daar werden consequenties aan verbonden. De rechter gaf deze overheid daar gelijk in.

Ik heb daar toen, een tikkeltje moe geworden, in berust en ben niet in hoger beroep gegaan. Maar ik zou het toch wel aardig vinden als een kundig en onafhankelijk jurist mij ooit nog eens uitlegt waarom mijn uitspraak ontoelaatbaar was. Waar ligt in Nederland de grens?

Michiel Jonker

@2 Bret Halsema

Ik vind dat Egbert Dommerink wel degelijk een punt heeft. Als de rechter een burger gaat verplichten om bepaalde feiten te gaan noemen in de media, op een manier ALSOF die burger zelf van het bestaan van deze feiten overtuigd is (ook als DAT feitelijk wellicht niet het geval is), dan kom je dicht in de buurt van de situatie in bepaalde ondemocratische landen waarin burgers zich verplicht voelen actief bepaalde meningen te uiten die stroken met de mening van de autoriteiten. Rechters komen dan in de rol van bewakers van politieke correctheid.

Een bekend voorbeeld is de Holocaust-ontkenning. De Holocaust wordt in sommige landen als een zo fundamenteel en exceptioneel feit gezien, dat het publiekelijk ontkennen van de historische feitelijkheid ervan strafbaar is (of was?) gesteld. Deze inbreuk op de vrijheid van meningsuiting kwam voort uit angst dat grote aantallen mensen misleid zouden worden als het ontkennen van wat er in de Tweede Wereldoorlog was gebeurd, zou worden toegestaan.

Deze inbreuk op de vrijheid van meningsuiting werd gezien als een uitzondering die de regel bevestigde. Het belang van de reputatie van een enkel ziekenhuis is natuurlijk onvergelijkbaar veel kleiner dan het belang van de preventie van genocide. Wat je ook van een Holocaust-ontkenningsverbod vindt, er is geen reden om de NORMALE vrijheid van meningsuiting in dit geval in te perken. Een rectificatie die vermeldt wat de rechter vindt, zonder de bijkomende, onjuiste implicatie dat de veroordeelde burger dat zelf ook zou vinden, is daarom in dit geval wat een rechter zou moeten opleggen.

En als dat niet in een tweet past? Welnu, we kunnen ervanuit gaan dat de tweets van die mevrouw sowieso geen eeuwigheidswaarde hebben. Enig zelfvertrouwen van de autoriteiten dat rectificatie op een aantal plekken voldoende zal zijn, is aangewezen. Vroeger kon er in de krant gerectificeerd worden, maar alles wat er in de kroeg, op straat en over de toonbank werd gezegd, viel ook toen niet van overheidswege te beheersen of te controleren. Gelukkig maar.