Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Strafrechters moet je uit de wind houden

Oké, ‘stukmaken’ was vorige week een beetje cru, in de kop ‘Hoe slachtoffers het strafproces stukmaken’. Er waren ook nogal wat lezers die ‘hoezo dan?’ vroegen. Soms gevolgd door de geërgerde veronderstelling dat ik zeker zelf nóóit slachtoffer ben geweest. Dan had ik er wel anders over gedacht.

Rechters moet je op tijd te eten geven en laten rusten

Mijn antwoord is dat een strafproces in de eerste plaats fair moet zijn. De verdachte is pas dader nadat de rechter diens schuld heeft vastgesteld. Niet daarvoor. Daarvoor is hij een burger die in beginsel onschuldig is. Pas na het vonnis weten we of het ook werkelijk zijn slachtoffer was. Alles ervoor is speculatie. Wat een slachtoffer is overkomen is erg en schokkend en krijgt ook mijn sympathie. Alleen, het hoeft niet relevant te zijn voor het proces.

Er komen ook feitelijk onschuldige verdachten voor de rechter. Niet vaak misschien, maar ze zijn er en ze worden niet altijd herkend. De maatstaf voor goed strafrecht is niet dat er zoveel mogelijk verdachten worden veroordeeld of slachtoffers gehoord. Maar dat het èchte verdachten schuldig verklaart. Dat is moeilijk genoeg. Binnen het huidige strafproces, met een nog bescheiden rol voor het slachtoffer veroordeelt de rechter nu al af en toe de verkeerde. Oorzaak: tunnelvisie, kettingbewijs, verkeerd gezien of niet begrepen. Noem de dwalingen maar op, Lucia de Berk, de twee van Putten, bejaardenverzorgster Ina. Ik zeg alleen dat je met slachtoffers voorzichtig moet zijn, ook om geen valse verwachtingen te wekken. Het CDA-plan om het slachtoffer pas nà de veroordeling een rol te geven, bijvoorbeeld bij de strafmaat, lijkt mij het beste idee. Dan ontstaat er in de fase van de waarheidsvinding geen extra druk op de verdachte, die er nu eenmaal zit. Rechters moeten ruimte houden. Een verdachte moet ook vrijgesproken kunnen worden. Slachtoffers reageren dan vaak boos en verongelijkt. Maar waren hun verwachtingen wel reëel? Dat zal erger worden bij een grotere rol in het proces. Hoe houden we die strafrechters uit de wind, dat is ook belangrijk. Die zijn namelijk kwetsbaarder dan je denkt. Op hen zijn ook psychologische en omgevingsfactoren van invloed. Ondanks hun training, routine en vakkennis.

Uit een onderzoek onder Israëlische rechters, die dagenlang routinezaken behandelden, bleek nota bene dat het tijdstip waarop ze beslisten de uitkomst voorspelde. Tegen het eind van de ochtend was de kans op vrijlating het kleinst. Na de lunch waren de rechters het makkelijkst. Is een hongerige rechter dus een strenge rechter? De onderzoekers (Economist 14 april) denken dat het niet zozeer om de bloedsuikerspiegel gaat, maar eerder om vermoeidheid. Wie veel zaken achtereen beoordeelt wordt moe. Naarmate de dag vordert neemt de neiging om het makkelijkste antwoord te geven toe. Over weigeringen werd namelijk korter overlegd en er werden minder woorden besteed aan de motivering. Rechters zijn net vrachtwagenchauffeurs of verkeersvliegers. Op tijd rusten en eten geven bevordert de kwaliteit en veiligheid.

Intuïtie speelt een rol bij rechterlijke beslissingen. In augustus kregen alle 2.500 Nederlandse rechters een onderzoek (Rechtstreeks no 2, Jeffry Rachlinski) opgestuurd, met het beleefde advies dit te lezen. Dat onderzoek kun je niet lezen zonder af en toe te grinniken. Ook rechters gebruiken intuïtie (mentale vuistregels) bij hun beslissingsproces. Rachlinski vindt dat niet verkeerd, maar raadt rechters dringend aan zich daarvan bewust te zijn en zichzelf steeds kritisch te ondervragen. Zo kun je de uitkomst van juridische vragen beïnvloeden door ze te ‘formatteren’. Met dezelfde casus als voorbeeld werd de ene groep gevraagd een strafmaat in maanden te bepalen. En de andere groep in jaren. De rechters die maanden oplegden kwam gemiddeld uit op 67 maanden. Terwijl de groep die in jaren rekende gemiddeld 9,7 jaar oplegde. Maar liefst 4 jaar strenger.

Onbewuste beïnvloeding komt in veel varianten. In een Duits experiment werd rechters gevraagd tussen het lezen van het dossier een dobbelsteen te gooien. Wie vaker de één gooide gaf lagere straffen dan wie vaker een zes wierp. Getallen verankeren zich onbewust, zo lijkt het. In een Canadees experiment bleek het op de zitting consequent hardop vermelden van de maximale schadevergoeding het vonnis van gemiddeld 40.000 dollar te verhogen naar 100.000 dollar. In een ander experiment werd rechters gevraagd bij welke kans op geweld een gestoord iemand beter preventief opgesloten kon worden. Rechters die in percentages moesten oordelen (keuze uit 1, 8, 26, 56 en 75 procent) kwamen uit op gemiddeld 26 procent. Rechters die met dezelfde tabel in 1 op 100, 8 op 100, 26 op 100 rekenden, waren véél voorzichtiger. Zij legden de drempel bij acht slachtoffers op honderd burgers. De lijst met psychologische valkuilen is lang. Ook rechters zijn gevoelig voor confirmation bias – het sneller overtuigd raken door informatie die een bestaand idee al bevestigd. Ook door vragen te framen kan de uitkomst worden beïnvloed. Rechters moet je dus trainen zichzelf te controleren op misleidende intuïtie. Rechters die vaak alleen ‘zitten’ zijn kwetsbaarder. De vraag welke informatie je toelaat op welk moment is dus cruciaal. Slachtoffers laten meedoen, prima, maar zo laat mogelijk.

Geplaatst in:
Strafrecht
Lees meer over:
Lucia de Berk
rechtersambt
schadevergoeding
slachtoffers
strafrecht

23 reacties op 'Strafrechters moet je uit de wind houden'

lyngbakken

De zorg dat de strafrechter het te druk heeft, deel ik helemaal, evenals de zorg dat de verdachte de dupe wordt van die druk.
Politierechterzittingen zijn te vol, meervoudige kamerzittingen zijn soms ware slijtageslagen (overigens niet alleen voor de rechters, maar ook voor de andere betrokkenen).
Voorlopige hechtenis zittingen worden afgeraffeld, en Nederland is bijna de kampioen vasthouden van verdachten. Ook volgens mij is daar een relatie tussen de werkdruk en de verdachte die daar de dupe van wordt.

Als de stelling is dat zolang Nederland in het strafrecht voor een dubbeltje op de eerste rang wil zitten, versterking van de positie van het slachtoffer de zaak er niet beter op maakt, dan kan ik mij daar ook iets bij voorstellen. Ook ik zit niet te wachten op een formele verbetering die in de praktijk een verslechtering is.

Veel te vaak wordt wetgeving ingevoerd die een verzwaring betekent op het vlak van de uitvoering, terwijl er niet de middelen bij worden geleverd. De vrees dat dat bij de versterking van de positie van het slachtoffer net zo gaat, lijkt ook mij verre van theoretisch.
En als de stelling is: niet aan beginnen als er niet eerst meer ruimte en lucht komt voor de strafrechter, dan deel ik die stelling.

Maar wat mij betreft mag noch de verdachte, noch het slachtoffer de dupe worden van dat probleem. Daarbij heeft voor mij noch de verdachte, noch het slachtoffer voorrang op de ander. Dit argument aanvoeren alleen waar het de positie van het slachtoffer betreft, is wat mij betreft eenzijdig.

Op het vorige forum heb ik al geschreven dat het een misvatting is te denken dat het slachtoffer pas slachtoffer is als de dader bekend is. Het slachtoffer is feitelijk al slachtoffer door de daad, zoals elk slachtoffer (en elke betrokken politieagent) je kan vertellen.
Dat is bovendien ook het punt waar we nu al van uitgaan als het gaat om de positie die het slachtoffer al heeft in het strafproces, en dus helemaal niks nieuws. Als je veronderstelt dat het slachtoffer pas slachtoffer is als de dader bekend is, moet je ook het huidige spreekrecht en de bestaande vordering voor de benadeelde partij afschaffen. Ook daarbij spreekt het slachtoffer al voordat bekend is of de verdachte ook de dader is. Maar dat pleidooi houd je niet, naar ik aanneem omdat je daar niet voor bent. Maar dan zou ik die lijn ook consequent doorzetten.

Ik blijf de angst proeven voor een slachtoffer dat mag meepraten (let wel: niet meebeslissen!) over de strafmaat. Dat is een angst die ik vaker hoor.

Ik denk dat veel mensen willen dat het slachtoffer een volwaardige plaats krijgt, onder meer omdat zij vinden dat de strafrechters nu wereldvreemd zijn en voor hen onbegrijpelijk licht straffen (ook al is dat objectief niet zo).
Dat is volgens mij een sociale werkelijkheid waar we iets mee moeten, in plaats van die te ontkennen en te blijven roepen dat dat lang niet om alle mensen gaat (wat zo is) of dat het om onderbuikgevoelens gaat (wat ook zo is, maar waarvan het hele strafrecht is doortrokken). Ik geef die sociale werkelijkheid liever een geëigende plaats binnen het strafrecht, dan dat wij verder gaan afdrijven in de richting van eigenrichting (zoals we nu al zien gebeuren als het gaat om de vraag wat je mag doen met een inbreker in je eigen huis). Het maatschappelijk vertrouwen in het strafrecht wordt daarmee gediend, en dan lijkt mij een heel belangrijk punt.

Dat kan en zal het werk voor de strafrechter zwaarder maken. Niet alleen kost dat meer tijd, ook de impact van het gebeurde kan daardoor extra hard binnenkomen bij de strafrechter. Ik denk dat deze groepen dat geen punt vinden, maar zullen zeggen: dat werd hoog tijd. Die linkse wereldvreemde rechters moeten eindelijk eens doorkrijgen wat het in de praktijk betekent.

Met de stelling dat de rechter moet weten waar het in de praktijk om gaat, kan volgens mij niemand het oneens zijn. Maar de rechter moet dan wel feitelijk ook in staat worden gesteld dat te weten te komen.

En ten slotte: ik heb al geschreven dat Nederland binnen Europa achterloopt waar het betreft de positie van het slachtoffer binnen het strafproces. Ik heb de indruk dat velen (ook andere reageerders) zich dat (nog) niet realiseren, of vinden dat we in Nederland ons eigen strafrecht maken.
Dat laatste is zo, zij het dat Europa zich ook op dit vlak steeds meer tegen de Nederlandse wet aanbemoeit. Zo is er een Europese richtlijn over de positie van het slachtoffer in het strafrecht.
Ik betoog hier niet dat Nederland in strijd met die richtlijn handelt als het gaat om slachtoffers (hoewel een dergelijk betoog te houden is). Daar gaat het mij namelijk niet om. Ik zou ook niet willen dat Europa ons hier dwingt.
Waar het mij wel om gaat is dat het een land als Nederland dat midden in Europa ligt, onwaardig is om niet ook te kijken wat het kan leren van andere Europese landen. Daarbij heb ik al meerdere malen Duitsland genoemd als concreet voorbeeld, dat in ieder geval laat zien dat het geven van een volwaardige positie aan het slachtoffer in het strafproces praktisch gezien ook goed mogelijk is.
Ik verwacht ook van de NRC een dergelijke nieuwsgierige internationale blik.
En ik heb ook een bijdrage van Richard Korver in de krant gemist, wat ik jammer vind in het kader van hoor en wederhoor, dat de NRC ook hoog in het vaandel heeft staan.

Olav van Gerven

Dat rechters mensen zijn en dus, hoe goed ze ook proberen objectief te blijven, door verschillende faktoren worden beinvloed, is denk ik onstrijdig. Het begint al met de woorden van de advocaat “trek iets netjes aan” tegen de verdachte, om er voor te zorgen, dat de rechter een goede indruk krijgt.
Voor de waarheidsvinding, want dat is uiteindelijk het proces in eerste instantie, is het slachtoffer één belangrijk “bewijsstuk”, net zoals zijn getuigenis en forensische bewijzen dat zijn. De emotie bij het slachtoffer, hoe begrijpelijk ook, mag de waarheidsvinding niet beinvloeden, vandaar dat ik het wel een goed voorstel vind, het slachtoffer op twee tijdstippen van het gehele proces te involveren.
Een keer, zoals gezegd, in het kader van de waarheidsvinding, feiten verzamelen en die tegen elkaar afwegen op zoek naar de waarheid. En een tweede keer dus als de rechter meent de waarheid te hebben gevonden en de verdachte tot dader wordt, bij het bepalen van de straf. Daar mag (moet?) dan ook de emotie en de subjektive gevolgen van de daad een rol spelen. Niet persé de emoties van “het volk” maar wel die van het slachtoffer (de slachtoffers).

Joost B.W. Geerdink

U schrijft: “De maatstaf voor goed strafrecht is niet dat er zoveel mogelijk verdachten worden veroordeeld of slachtoffers gehoord. Maar dat het èchte verdachten schuldig verklaart. “.
Bedoelt u niet “èchte schuldigen”?

Overigens kan ik me helemaal in uw standpunt vinden.

Martin van de Wardt-Olde Riekerink

Dat rechters te beinloeden zijn geloof ik wel, maar waarom mogen ze niet beinvloed worden door het verhaal van het slachtoffer? Uit de aangehaalde onderzoeken bijkt niet dat mededogen met het slachtoffer de veroordelingskans vergroot, om maar eens iets te noemen.

Raymond de goijer

Ondanks het feit dat ik mij in dit stuk kan terugvinden heb ik enkele opmerkingen. Dhr. Jensma schrijft: “pas na het vonnis weten wij of het ook werkelijk zijn slachtoffer was”. Ik denk dat het wel belangrijk is om onderscheid te maken tussen de werkelijkheid buiten de rechtszaal en binnen de rechtszaal. Het is zaak om onderscheid te maken tussen werkelijkheid en de juridische werkelijkheid tijdens een proces. Enige nuancering is op zijn plaats immers de rechter is geen alwetende persoon. Na de bewezenverklaring weten wij dat de rechter de overtuiging heeft dat er de persoon die verklaart slachtoffer te zijn ook slachtoffer is. Deze overtuiging van de rechter speelt zich af aan de hand van een gebondenheid aan de tenlastelegging in de juridische werkelijkheid van het strafproces.

johan van schaik

Veel gevaarlijker dan al die invloeden waarvan de rechters zich onbewust zijn, is het feit dat met het toelaten van vermeende slachtoffers in het strafproces een inbreuk wordt gemaakt op het beginsel dat het vervolgings- en executiemonopolie – juist ter voorkoming van vetes en andere onderlinge afrekeningen – in handen van de Staat dient te liggen. Dat kan niet strak en exclusief genoeg worden afgebakend wil je het “eigen rechter spelen” voorkomen.

Aandacht voor slachtoffers: Prima ! Kan niet genoeg geboden worden. Maar dan wel buiten het strafproces om. En ook in die gevallen waarin niet direct een schuldige is aan te wijzen.

Joost B.W. Geerdink

U schrijft: ‘De maatstaf voor goed strafrecht is niet dat er zoveel mogelijk verdachten worden veroordeeld of slachtoffers gehoord. Maar dat het èchte verdachten schuldig verklaart.’. Bedoelt u niet ‘èchte schuldigen’?

Overigens kan ik me helemaal in uw standpunt vinden.

Paul Martinus

Sterk stuk! (nu es ‘n keertje niks te zeveren over Folkert Jensma)
De frustratie bij slachtoffers is ook heel voorstelbaar want ‘iemand’ moet het toch gedaan hebben, nietwaar?
Daaromtrent in het ongewisse gelaten te worden is bijna niet verteerbaar – weinig is zo oer- en ínmenselijk dan de behoefte aan een zondebok.

a.zecha

Een miniscule bemerking naar aanleiding van het zinnetje: begin cit.: “Maar dat het èchte verdachten schuldig verklaart.” einde cit.
Meer juist is m.i. dat het echte “daders” schuldig verklaart.
a.zecha

lyngbakken

@ 6 Johan van Schaik
Het strafrecht moet inderdaad vetes en onderlinge afrekeningen voorkomen. Maar dat gebeurt niet als een van de betrokkenen wordt genegeerd (het slachtoffer). En dat wordt extra een probleem als tegenover dat negeren wel het bieden van de nodige aandacht staat aan de verdachte en bij bewezenverklaring de dader.

Slachtoffers voelen zich dan achtergesteld, en komen met argumenten als ¨maar ik heb wel levenslang¨. Argumenten die we volgens mij niet letterlijk moeten nemen, maar wel oppikken als signaal dat slachtoffers evenzeer als verdachten en daders een volwaardige plek in het strafrecht verdienen.
Daarmee voorkom je juist vetes, en kun je ervoor zorgen dat de samenleving het strafrecht ook blijft zien als geloofwaardig alternatief voor vetes en eigenrichting.

Wat mij betreft moeten we niet vergeten dat de tijden zijn veranderd. Burgers vertrouwen niet meer zonder meer op de overheid, maar willen op allerlei terrein serieus genomen worden en zelf een inbreng leveren waar het hun eigen positie betreft. Gelet op alle kritiek op de strafrechter is het strafrecht van die ontwikkeling niet uitgezonderd. Geef de direct betrokkenen dan ook een volwaardige plek in het proces. Daarbij is en blijft het natuurlijk de rechter die uiteindelijk beslist, want eigenrichting is ook wat mij betreft een heilloze weg.

Janny Dierx

Ook door je betoog te ‘framen’ zul je de uitkomst beïnvloeden. De redenering van Folkert Jensma is dat slachtoffers (na hun aangifte) liefst laat of helemaal niet meer opduiken in de strafrechtspleging, want dat leidt de aandacht af die de rechter moet hebben voor de dader. De strafzaken die Jensma aanvoert om zijn betoog te onderbouwen zijn van (hevig) ontkennende verdachten die naar later bleek ten onrechte tot daders waren gebombardeerd. Natuurlijk is dat verschrikkelijk. Net zoals een valse aangifte die niet wordt ontmaskerd.
Het valt op dat zowel Richard Korver als Folkert Jensma de uitersten opzoeken: Korver gebruikt weerzinwekkende zedenzaken en levensdelicten om zijn betoog kracht bij te zetten en Jensma heeft de justitiële dwalingen nodig om zijn gelijk te onderstrepen. Strafrecht gaat over zaken die ons niet onverschillig laten en dat laat zich met deze voorbeelden goed illustreren. Het punt is natuurlijk dat Korver en Jensma allebei een punt hebben, de een niet minder dan de ander. De bottom-line is deze: als de strafrechtspleging wordt ingezet als middel om de orde te handhaven bij gebeurtenissen die zoveel impact hebben, dan moet dit middel gewoon deugen. In de extreme strafzaken van Korver en Jensma en ook in het gros van de strafzaken die voor de rechter komen.
De vraag is: deugt de strafrechtspleging wel als zoveel van de betrokkenen de resultaten ervan zo vaak als bedroevend en bevreemdend ervaren. Want dat komt ook in ‘het gros’ van de strafzaken veelvuldig voor. Vorige week was ik nog aanwezig bij zo’n dertien-in-een-dozijn-strafzaak waarbij de verdachten werden vrijgesproken (dat gebeurde overigens ruim voor de lunch). Het ging om een volkomen uit de hand gelopen buurtopstootje, waarbij een politieman in zijn eentje was bedreigd door een hele groep omstanders. Daarvan waren er twee opgepakt. Deze twee waren op het gekrijs afgekomen van een buurman die door de agent was aangehouden en in de boeien geslagen. Zonder dat ze precies wisten wat er aan de hand was, waren ze voor hun buurman in de bres gesprongen. De agent had zijn busje pepperspray leeg gespoten op zijn belagers. Hij schreef in het proces verbaal dat hij zich zo bedreigd had gevoeld dat hij op het punt had gestaan zijn dienstwapen te trekken. Desgevraagd verklaarden de verdachten dat ze er spijt van hadden en dat ze dit nooit meer zo zouden doen. De rechter vond dat de verklaringen van de agent weliswaar een wettig bewijs opleverden van het strafbare gedrag, maar dat de verklaringen toch niet overtuigend genoeg waren vanwege de inconsistenties en tegenstrijdigheden en dat dit waarschijnlijk kwam door de paniek die de agent parten had gespeeld. Het slachtoffer was niet op de zitting aanwezig en kon zijn verklaringen ook niet meer verhelderen. Vrijspraak dus. Op de publieke tribune hoorde ik een verontwaardigd: “dat die kerels daarmee wegkomen! Waarom geeft die rechter ze op zijn minst geen boete!’”

Ik sluit me aan bij de eerste reageerder onder deze column: laten we serieus naar de ons omringende landen kijken (en wat mij betreft mogen we het ook verderop zoeken), het goede benutten en ook eens wat vernieuwingen omarmen. De positie van zowel het slachtoffer als die van de dader is in Nederland in de kern nog steeds gebaseerd op denkwijzen van tweehonderd jaar geleden. Ybo Buruma – thans raadsheer in de Hoge Raad – schreef in zijn afscheidsboek als hoogleraar al dat de rechtspraak onder druk staat en dat het beeld van wat een goede strafrechter is uiteraard – toen en nu – wordt beïnvloed door de tijdgeest. Rechters zijn zich ervan bewust dat er wordt gerammeld aan de poort. Het is te hopen dat de vernieuwing vooral van binnenuit zal komen, zoals bijvoorbeeld de rechtbank Amsterdam al doet met de proefprojecten over verwijzing naar mediation. Rechters kunnen die veranderingen best aan, als ze zich maar niet laten verleiden zichzelf als slachtoffer te gaan zien: de rechter als slachtoffer van zijn onderbewuste brein en als potentieel slachtoffer van ‘de slachtoffers’? Rechters moeten helemaal niet uit de wind: ze moeten stevig in hun schoenen staan. En inderdaad: ze kunnen maar beter goed eten. De bezoldiging staat het waarachtig wel toe dat er elke dag een uitgebalanceerde en stevige lunch wordt genuttigd.

c wildschut

“De tijden zijn veranderd”… hoe vaak zou die stelling al niet geponeerd zijn? De tijden wat betreft de behoefte van slachtoffers om gehoord te worden en het niet zonder meer vertrouwen van de overheid zijn helemaal niet veranderd. Natuurlijk was er 60 jaar geleden ook genoeg wantrouwen richting ambtsdragers. Het enige verschil dat ik zie is dat er tegenwoordig veel meer ruimte voor wordt gelaten.
Daar heb ik op zich trouwens niet echt een mening over. Wat betreft de slachtoffers in het strafproces: als het helpt bij verwerking van het aangedane leed, mogen ze van mij gehoord worden, maar het moet voorkomen worden dat de strafrechter de neiging krijgt om een verdachte te veroordelen na het horen van een tranentrekkende slachtofferverklaring, waar hij zonder die verklaring de verdachte niet eens schuldig zou hebben geacht. Dat is een verkeerd soort beïnvloeding van de strafrechter. Daarvan moet die strafrechter zich natuurlijk bewust zijn en daar kun hij/zij zich misschien ook wel op trainen. Maar we moeten niet de kat op het spek binden denk ik zo.

Christine Karman

“Een verdachte moet ook vrijgesproken kunnen worden. Slachtoffers reageren dan vaak boos en verongelijkt.”
Dan denk ik altijd, hadden die slachtoffers echt liever gezien dat een onschuldige veroordeeld was, dan dat het zoeken naar de echte dader doorgaat?

Ben Sloot

Mooie bijdrage waar me helemaal in kan vinden.

Cybelle Hawke

Als we het toch over beinvloedbaarheid hebben, dan wil ik graag het coachen van het slachtoffer door de advocaat die hem/haar vertegenwoordige aanhalen.

Als men in zijn algemeenheid “weet” dat de verdachte aanwijzingen krijgt, dan mogen we ook aannemen dat dit voor het slachtoffer gaat gelden.

In hoeverre wordt het slachtoffer dan een troef en (hoe lang) vertegenwoordigt haar/zijn stem inderdaad datgene wat hij/zij vindt, en niet wat hij/zij behoort te vinden voor het beoogde resultaat?

Advocaten (pro bono of niet) staan of vallen met wat zij bereiken voor hun clienten. Wee het slachtoffer die een advocaat krijgt (toegewezen) die nog nooit iets heeft bereikt. En wee de advocaat die op een zaak wordt gezet met een scoringsdoelstelling vanuit zijn maatschap (net als de belastinginspecteur die na 4 inspecties bij verschillende instellingen dat helemaal niets opleverde, bij de 5e instelling die hij inspecteert persé iets MOET vinden!)

En als laatste, wanneer is een slechtoffer tevreden? Wat wil een slachtoffer anders dan een maximale volgens de wet toegestane straf? Is hij/zij voornemens met minder genoegen te nemen nu er nota bene een eigen advocaat ter zijde staat?

In de huidige opzet vindt het slachtoffer de rechter een “zak” ; in de nieuw voorgestelde opzet zijn/haar advocaat!! Dit is slechts een verschuiving (die overigens wel de strafrechter uit de wind zet….)

Ik blijf het uiterst belangrijk vinden dat slachtoffers niet het gevoel krijgen, hebben of houden, buiten spel te staan in het ingewikkelde web dat rechtspraak heet, maar ik plaats hele grote vraag- en uitroeptekens als die plaats het strafproces moet zijn.

pvdlichte

Een slachtoffer heeft ook te maken met ons rechtssysteem. In ons land kennen wij schandpaaljournalistiek, iemand zonder tussenkomst van een rechter veroordelen door de Media. Van een objectieve strafzaak is dus geen sprake meer. De mogelijke verdachte wordt dus ook slachtoffer, slachtoffer van kijkcijfers en alles voor het amusement.

Arjan van Dijk van Dijk

Helemaal mee eens dat de strafzaak er primair voor dient om te bepalen of verdachte schuldig is. Een zo u het noemt “tranentrekkend verhaal” van een slachtoffer mag die waarheidsvinding niet in de weg staan. Maar, laten we wel wezen: hoeveel tranentrekkende verhalen van verdachten/potentiele daders zijn er niet? Ik denk dat de rechters stevig in hun schoenen horen te staan om feiten van meningen te onderscheiden. Dat geldt zowel richting slachtoffer als verdachte. Ik vind de mening van het slachtoffer daarom welkom in een zaak. Of het uiteindelijk ook feiten zijn zal bepalen of de verdachte ook wordt veroordeeld. Primair dus waarheidsvinding, de vraag is of secundair ook slachtofferherstel (door ruimte om te spreken) ruimte krijgt voor de uitspraak? Ik denk zelf dat niet herstel maar waarheidsvinding leidend moeten zijn. Na de uitspraak kan dat anders liggen.

johan van schaik

@lyngbakken

Net zo als De Staat kan besluiten vrede te sluiten na een oorlog met een ander land (en waar blijven al die individueel geraakte slachtoffers van een bezetting of inval dan ? ) geldt dat ook voor strafvervolging. Het uitgangspunt bij strafvervolging is dus: houd uw poten thuis, wij, De Staat, rekenen voor u af. Niet meer, en niet minder. Tenzij je een soort Afghanistan wil op rechtsgebied, waarin de ene familie de ander uitmoordt.

Slachtoffer zijn is een ander verhaal. Dat heeft met strafrecht niets te maken. Maar enkel met medegevoelen van de de ander. Ook dat medegevoel kun je institutionaliseren. Maar houdt het buiten het strafrecht, en buiten de vervolging, want anders is straks de rechter het slachtoffer van de slachtoffers.

g.westen

Ik kan het artikel niet vinden in de The economist, 14 april 2012, waar naar verwezen wordt bij het gedeelte over bloedsuikerspiegel.

naschrift redactie:
Het betreffende artikel van 14 april is online hier te vinden http://www.economist.com/node/18557594

Paul Kirchhoff

Verdachten die na een jaren slepende rechtsgang uiteindelijk niet schuldig worden bevonden zijn ook slachtoffer.
Behandeling in eerste aanleg is al na 2 en een half jaar.
OvJ vraagt duidelijk gemotiveerd vrijspraak.
De beginnende politierechter denkt: alweer vrijspraak.
Laat ik er nu eens een schuldig verklaren.
Rechtsgrond? In al zijn wijsheid gelooft meneer de verdachte niet. Geen spoor van ondersteuning voor dat geloof. Natuurlijk volgt er hoger beroep.
Over een jaar of twee is deze verdachte misschien klaar met dit geknoei. Civielrechtelijk ligt er al een claim tegen de staat wegens onrechtmatige daad van 10.000 euro. De aansprakelijkheid van het OM staat vast nu nog even procederen voor de hoogte van de schadevergoeding.
Dit gepruts is te droevig voor worden. Ik ben benieuwd of de betrokkenen enig idee hebben van de kosten, afgezien van de schadevergoeding, die hier mee gemoeid zijn.

lyngbakken

@ 18 Johan van Schaijk

De Britse filosoof Thomas Hobbes is bekend van zijn uitgangspunt dat de ene mens in voortdurende staat van oorlog verkeert met de andere om te overleven (¨homo homini lupus¨). De kernfunctie van een staat volgens hem is om die toestand van chaos tegen te gaan. Jouw vergelijking tussen de situatie van een staat die na een oorlog vrede sluit met de situatie in het strafrecht is goed in dat denken in te passen.

Wat mij betreft is Hobbes een goede waarschuwing tegen te veel optimisme over de goedheid van de mens, maar is zijn deken de vandaag de dag voor het overige tamelijk achterhaald.
Bij zijn omschrijving van de rol van de staat vergeet Hobbes dat de staat, net als het volk, wordt gevormd door mensen. Als mensen zich tegenover elkaar gedragen als een wolf, zal de staat dat dan ook niet doen ten opzichte van het volk.

Hobbes´ staat is een autoritaire, om niet te zeggen dictatoriale, zowel in oorlog als in vrede. Hobbes´ denken past dan ook niet goed bij het model van een democratische rechtsstaat zoals we die kennen (en zoals ik die ook graag zou behouden).

Niet alleen was Hobbes niet zo van de democratie; in het moderne rechtsstaatsdenken wordt ook een duidelijk verschil gemaakt tussen het functioneren van de staat in tijden van oorlog en in tijden van vrede. In een tijd van oorlog heeft de staat grote bevoegdheden om ook ten nadele van burgers te kunnen handelen; in tijden van vrede is dat niet zo. Dan staan daaraan rechten van burgers in de weg.

Dat laatste geldt niet alleen in het civiele recht (waar kort gezegd burgers onderling procederen), maar ook in het publieke recht (waarin de rol van de overheid centraal staat en waar het strafrecht een onderdeel van is). Jouw vergelijking houdt daar geen rekening mee, en is mij alleen al daarom veel te kort door de bocht.

Dat is´ie ook als niet naar de uitgangspunten, maar meer praktisch kijkt.
Ik begrijp je zo dat je zegt dat het de staat is die na oorlog vrede sluit, en niet de individuele burgers. Dat ben ik met je eens. En om de vergelijking door te trekken naar het strafrecht: daar is het de rechter die beslist wat de uitkomst van strafzaak is, niet het slachtoffer (evenmin overigens als de verdachte of de officier van justitie).

Je vraagt je af: en waar blijven al die individueel geraakte slachtoffers van een bezetting of inval dan. Kennelijk is je niet bekend dat daarvoor allerlei regelingen bestonden en bestaan, zoals verdragen voor herstelbetalingen (na de eerste en de tweede wereldoorlog), en al dan niet in het verlengde daarvan regelingen voor hulp bij wederopbouw (zoals wij die in Nederland direct na de Tweede Wereldoorlog hadden) en regelingen voor uitkeringen aan oorlogsgetroffenen (denk bijvoorbeeld aan de Wet uitkeringen burgeroorlogsgetroffenen).

Nu kun je zeggen: maar die oorlogsslachtoffers hadden geen volwaardige rol bij het sluiten van de vrede. Men moest maar afwachten wat eruit kwam en wat de staat voor hen zou beslissen.
Ook dat ben ik dan met je eens.
Maar het vormt voor mij geen enkel argument om slachtoffers in het strafrecht in vredestijd niet een dergelijke rol te geven, principieel niet zoals ik al aangaf, maar ook om een heel praktische reden.
Het bieden van een dergelijke rol aan alle slachtoffers na een oorlog, maakt dat er een Poolse landdag ontstaat, gelet op de schaal van het veroorzaakte leed.
Dat is in een strafzaak gelukkig anders, zelfs in een grote zaak als die van het Hofnarretje.

Je kunt dan nog tegenwerpen: dat het praktisch kan, is nog geen argument om het te doen. Ook dat zou ik dan met je eens zijn. Wat mij betreft bestaan er echter goede redenen om het te doen. Dat heb ik op dit forum al eerder geschreven.

johan van schaik

@lyngbakken
Dank voor je uitvoerige reactie. Graag wil ik je er nogmaals op wijzen (zie laatste alinea’s van mijn bijdrage 6 en 18 hierboven) dat ik het slachtoffer nadrukkelijk niet wil negeren. Net zo als er voor oorlogsslachtoffers zaken georganiseerd kunnen worden zonder ze bij de oorlog of bij vredesonderhandelingen te betrekken, zo ook kun je slachtoffers van misdrijven mogelijkheden bieden buiten het strafproces om. Ook die slachtoffers van misdrijven waar geen dader (meer) voor de rechter komt.

Frank Mayer

@pvdlichte,

“Een slachtoffer heeft ook te maken met ons rechtssysteem. In ons land kennen wij schandpaaljournalistiek, iemand zonder tussenkomst van een rechter veroordelen door de Media. Van een objectieve strafzaak is dus geen sprake meer. De mogelijke verdachte wordt dus ook slachtoffer, slachtoffer van kijkcijfers en alles voor het amusement.”

Inderdaad ja, maar daar waar men zelf deel neemt moet men niet raar opkijken als men met dezelfde maat gemeten wordt. Een ziekenhuis dat haar patiënten misbruikt en vervolgens haar pr-probleem probeert te verhelpen door de onderzoeken op die patiënten in de media in te zetten en daarnaast nog een ‘hospitaalridder’ in nood poogt te ontslaan; dan oogst men wat men gezaaid heeft. PUNT.