Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

De Uitspraak: Mag een gescheiden vrouw met de kinderen verhuizen waarheen ze wil?

Mag een gescheiden vrouw met de kinderen verhuizen naar de woonplaats van haar familie? Ook om zo een nieuwe start te maken, uit de buurt van de ex-man? Met commentaar van NJB-experts Machteld Vonk, docent en onderzoeker jeugdrecht in Leiden en Caroline Forder, bijzonder hoogleraar rechten van het kind in Amsterdam. 

De Zaak. Een gescheiden vrouw uit Gorkum wil verhuizen naar Emmeloord. Er geldt een omgangsregeling, die de man graag wil uitbreiden. Het stel komt er onderling niet uit. Ook niet met hulp van een mediator. De rechter beslist nu, met als maatstaf ‘het belang van het kind’. (boek 1 BW, art. 253a)

Welke feiten zijn relevant? De relatie duurde negen jaar. Er is een tweeling geboren, die volgend jaar naar de basisschool gaat. De vrouw verblijft met de kinderen in de gezamenlijke woning. De man is verhuisd naar Lienden, 40 kilometer buiten Gorkum. Hij ziet zijn kinderen om het weekend van vrijdagmiddag tot zondagavond en wekelijks iedere woensdagavond tot donderdagochtend.

Wat willen de ouders? De vader wil in ‘zijn’ weekenden de kinderen pas op maandagochtend terugbrengen. En hij wil de woensdag/donderdag afspraak uitbreiden naar de vrijdag namiddag. Ook wil hij de helft van de vakanties de kinderen hebben.

De moeder is akkoord met de vakantieomgang. Maar niet met zijn overige wensen. De tweeling is gewend aan de huidige afspraak – haar man werkt op de donderdag en vrijdag. Hij moet veel naar het buitenland. Ze vermoedt dat de extra zorg die hij wil in de praktijk neerkomt op zijn nieuwe partner. Eigenlijk wenst hij een ‘co ouderschap’. Gezien de slechte onderlinge verhouding is dat niet kansrijk, meent zij.

Hoe zit het met de woonsituatie? Zij moet van haar man het huis in Gorkum verlaten, dat ze niet kan kopen. Ook kan ze niet van huis ruilen met haar ex en in Lienden gaan wonen, zoals hij voorstelde. Die huur is te hoog. Gorkum is bovendien gevoelsmatig de stad van haar ex. In Emmeloord, waar zij is geboren, heeft zij een sociaal netwerk. Ook zijn de huizen daar goedkoper. De kinderen zullen zich snel aanpassen. De (huidige) omgangsregeling gaat daar gewoon door, meent zij.

De man vreest dat verhuizen naar Emmeloord de huidige regeling onmogelijk maakt, laat staan een uitbreiding. Dat is niet in het belang van de kinderen, zegt hij.

Wat zegt de rechter? Naast het belang van het kind is ook ‘gelijkwaardig ouderschap’ de vaste maatstaf. De een heeft recht om te verhuizen en de ander om van het dagelijks leven van zijn kinderen deel uit te blijven maken.

De rechtbank zegt dat er geen harde noodzaak is om naar Emmeloord te verhuizen. Haar redenen zijn ‘te begrijpen’, maar niet doorslaggevend. Zo toonde ze niet aan dat ze elders in of bij Gorkum niet kon slagen met een ander huis. De verhuizing zou de huidige contactregeling inderdaad frustreren. Als ze wil verhuizen dan binnen een straal van 50 kilometer van haar man.

De wens van de man om de tweeling in het weekend langer te mogen zien wordt toegewezen. Ook door de week mag de man de kinderen langer zien, maar pas vanaf het moment dat zij naar school gaan.

Lees hier de uitspraak (LJ BX7272)

Reageren? Volledige naamsvermelding is verplicht.

Geplaatst in:
Personen- en familierecht
Lees meer over:
echtscheiding

27 reacties op 'De Uitspraak: Mag een gescheiden vrouw met de kinderen verhuizen waarheen ze wil?'

NJB medewerker Machteld Vonk, afdeling jeudgrecht, Universiteit Leiden

De ouders in deze zaak hebben ongehuwd samengewoond. Moeder woont nu met de kinderen in de woning van vader in Gorinchem, maar moet dit huis verlaten omdat vader daar wil gaan wonen. Ze wil terug naar Emmeloord om dicht bij haar familie te zijn en omdat ze daar betaalbare woonruimte kan vinden. Haar verzoek wordt afgewezen want ze heeft de noodzaak van de verhuizing onvoldoende aannemelijk gemaakt. Ze moet zich binnen een straal van 50 km van Gorinchem vestigen. Het belang van de kinderen om in hun vertrouwde omgeving te blijven en het belang van de vader en de kinderen om bij elkaars dagelijks leven betrokken te zijn, gaan boven het belang van moeder. In de praktijk blijkt het moeilijk een belang aan de zijde van de ouder die met de kinderen wil verhuizen aan te voeren dat zwaarder weegt dan het belang van de andere ouder en de kinderen.

Gelijkwaardig ouderschap is een verplichting van beide ouders. Echter, hoe reëel is het om van gelijkwaardig ouderschap te spreken wanneer er na scheiding op andere vlakken (grote) ongelijkheid tussen de ouders bestaat, bijvoorbeeld op financieel gebied? De ouders in kwestie woonden ongehuwd samen, dus de moeder heeft geen recht op partneralimentatie. Zij heeft een deeltijdbaan en nam tijdens de relatie een groter deel van de zorg op zich. Nu ervaart zij daar de consequenties van. Ze heeft geen eigen huis, haar financiële armslag is beperkt en haar netwerk zit op 150 km afstand. Toch wordt zij geacht in de buurt van vader een huis te vinden en rond te komen. Waarom niet eens onderzoeken of vader richting Emmeloord kan verhuizen? Hij is veel in het buitenland en kan blijkbaar thuis werken. Of misschien zou hij de moeder financieel tegemoet kunnen komen zodat iedereen binnen een straal van 50 km van Gorinchem kan blijven wonen?

Vader wil de kinderen graag de helft van de tijd bij zich hebben. Zijn verzoek hiertoe wordt zonder diepgaande motivering in het belang van de kinderen toegewezen, ondanks de gebrekkige communicatie tussen ouders en het feit dat vader regelmatig in het buitenland is. Zal zo’n gedeeld ouderschap voor de kinderen leefbaar zijn als moeder inderdaad een huis op 49 km afstand van vader vindt? We weten nog niet echt wat co-ouderschap voor kinderen betekent wanneer ouders niet goed met elkaar communiceren. Toch zijn we bereid met kinderen te experimenteren in het belang van diezelfde kinderen. Ja, het is fijn voor kinderen om een goede band met beide ouders te hebben, maar of co-ouderschap opgelegd tegen de wil van een van de ouders daartoe de juiste weg is, is nog maar de vraag.

Gelijkwaardig ouderschap: een mooi uitgangspunt met vele haken en ogen. Het veronderstelt gelijkheid tussen ouders, niet alleen op het gebied van gezag en omgang, maar ook op andere gebieden, bijvoorbeeld het financiële vlak. Er mag in de huidige rechtspraktijk best meer aandacht zijn voor de belangen van de verhuizende ouder, vaak de moeder, of voor alternatieven die ook aan zijn of haar belangen tegemoet komen.

NJB medewerker Caroline Forder, bijzonder hoogleraar Rechten van het Kind in Amsterdam

Keuzerecht verblijfplaats moeder ten onrechte gekortwiekt

Deze ouders zijn bij een mediator geweest maar de mediation heeft niet tot overeenkomst geleid. De kinderrechter moet de knopen doorhakken. De wet biedt nauwelijks houvast. De ‘gezamenlijke uitoefening van gezag’ in artikel 1:253a BW is in zaken waar de ouders met elkaar nauwelijks overweg kunnen een fictie, het ‘gelijkwaardige ouderschap’ waaraan de rechter refereert, een illusie.
Wat wel houvast biedt zijn de Principles of European Family Law regarding Parental Responsibilities, opgesteld in 2007 door een groep vooraanstaande internationale wetenschappers. Principle 3:21 geeft een opsomming van factoren die de rechter bij zijn beslissing kan betrekken. De genoemde factoren zijn: leeftijd en mening van het kind; het recht van het kind om relaties te hebben met beide ouders; het vermogen en de bereidheid van de ouders om met elkaar samen te werken; hun persoonlijk situatie; de geografische afstand en bereikbaarheid; de vrijheid van beweging van personen. Deze laatste vrijheid is tevens een recht. Op grond van artikel 12 van het Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten heeft iedereen binnen het grondgebied ‘het recht zich vrijelijk te verplaatsen en er zijn verblijfplaats vrijelijk te kiezen.’
De rechtbank noemt een aantal factoren: ‘het recht en belang van de verhuizende ouder om te verhuizen en de vrijheid om zijn of haar leven opnieuw in te richten; de noodzaak om te verhuizen; de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor de kinderen en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren en de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg. Ook spelen een rol de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg alsmede de frequentie van het contact tussen de kinderen en de andere ouder voor en na de verhuizing.’
Volgens de kinderrechter heeft de vrouw de noodzaak voor de verhuizing niet aangetoond. Dat ze terug naar haar geboorteplaats wil na een gefaalde relatie zegt de kinderrechter niets. De kinderrechter gaat voorbij aan een redelijk belang van de vrouw en heeft haar bewegingsvrijheid en recht om haar verblijfplaats te kiezen op onaanvaardbare wijze gekortwiekt.
De insteek van de rechter en de gekozen overwegingen staan in het teken van de ambitie van de man om tot een 50:50 zorgverdeling te komen. Uit niets blijkt dat het door de man nagestreefde heen en weer gaan van de driejarige tweeling – drie keer per twee weken – hun belang dient. Frequente wisseling van verblijf en intensievere zorgverdeling lijkt bijzonder ongunstig gelet op de moeizame communicatie tussen de man en vrouw. Kortom, de belangen van de kinderen in deze zaak zijn onvoldoende onderzocht. Dit is in strijd met de uitspraak van de Hoge Raad op 25 april 2008, LJN BC5901, NJ 2008,414 m. nt. S.F.M. Wortmann.
Evenmin blijkt dat de man, indien de vrouw zou verhuizen, niet in staat zou zijn om zijn relatie met de tweeling voort te zetten zoals hij gewend was. Volgens mappy.be duurt de reis tussen Gorinchem en Emmeloord één uur en 14 minuten, de afstand is 128 km met 121 km snelweg. Voor een weekendbezoek is dit goed te doen.

Hans Bousie

Mij dunkt dat uitgangspunt moet zijn dat de kinderen moeten kunnen blijven wonen waar ze gewend zijn. Daarnaast is uitgangspunt dat beide ouders dezelfde omgang met hun kinderen zouden moeten kunnen hebben. Met die twee uitgangspunten heeft de rechtbank terecht gewerkt. De financiële overwegingen doorslaggevend maken zie ik niet zo. Waaom zou de vrouw financieel gecompenseerd moeten worden voor de opvoeding van de kinderen en de man die immers dezelfde zorg biedt niet? Dat lijkt een beetje een middeleeuws uitgangspunt. Twee punten die me opvallen. De uitspraak van de vrouw dat de kinderen gewend zijn aan de huidige omgangsregeling. Lijkt me quatsch. Kinderen die zo jong zijn wennen binnen een dag aan een nieuwe regeling. En de move van de man die een heel eind verderop gaat wonen, waarmee hij toch enigszins afscheid lijkt te nemen van het belang van zijn kinderen. Als je voor co-ouderschap gaat, ga dan bij elkaar om de hoek wonen.

R. van den Nouland

De reactie van bovenstaanden lijkt toch uit te gaan van de gedachte dat de moeder wel haast per definitie beter zorgt voor de kinderen dan de man. De stelling dat eerst bewezen zou moeten worden dat een 50-50 regeling in het belang van de kinderen is onderstreept dat. Waarom niet ervan uitgaan van dat de moeder (of vader, in het voorkomende geval) moet aantonen waarom 50-50 niet het het belang van de kinderen zou zijn.
Daarnaast lijken beide NJB medewerkers ervan uit te gaan dat het belang van de vrouw om weer naar haar geboortestreekt terug te keren zwaarder weegt dan het belang van de man en de kinderen om in hun huidige woonomgeving te blijven. U lijkt de man en de kinderen af te willen schepen met een weekendbezoek. Het feit dat de vrouw haar zin niet krijgt interpreteert u als het niet voldoende onderzoeken van het belang van de kinderen. Het zou misschien kunnen dat het belang van de kinderen is dat zij zoveel mogelijk beide ouders zien?
Gelukkig is de rechter wat meer bij de tijd; hulde dus voor deze uitspraak.

Mark_DE

Als niet-jurist vind ik het bizar dat in 2012 mensen een soort horigen kunnen zijn die ‘bij de grond waarop ze wonen / werken horen’.

Verder zou ik zeggen dat de moeder wel een zwaarwegend belang heeft: als alleenstaande ouder heeft ze vast behoefte aan een sociaal netwerk ter ondersteuning van de zorg voor de kinderen.

Verder begrijp ik dat ‘moeten verlaten van haar huis’ niet. Ik neem aan dat het of het bezit van de man is, of beider bezit. En dat hij het wil verkopen. Dus eigenlijk wil haar ook nog dwingen te verhuizen, maar dan weer niet te ver weg. Bovendien is hij zelf vertrokken naar een plek 43km verderop. Als het om Lienden bij Buren gaat.

Kuala Lumpur lijkt me inderdaad ver weg, maar Emmeloord…

Het gaat er m.i. alleen maar om dat de man niet 2 uur per week wil rijden. 43 tegen 128km. Kan de rechter ook motiveren waarom ’50′ km een redelijke grens is?

Daniels

Het is te hopen dat het Hof deze zaak beter doorgrondt en dienoverkomstig oordeelt.

JMA Engelen

Ik vind het verhuizen prima, maar niet te ver van de vader af.Hij maakt deel uit van de afspraken en 50/50 lijkt me voor de kinderen het beste.Mensen zouden voor ze kinderen op de wereld zetten, beter na moeten denken wat dit inhoud.En in het belang van het kind goede afspraken maken.

mc jager

Bij nadere bestudering van deze specifieke zaak valt mij op dat:
1) Als de gezamenlijke eisen van vader en grootouders zouden worden toegekend de moeder alleen de dinsdagen en eens in de twee weken de vrijdagavond, de zaterdag en de zondag de kinderen onder haar zorg zou hebben. Het feit dat moeder de dinsdag werkt is bij de eis van vader (even) niet belangrijk gevonden en dat. Ook de vrije vrijdag van de moeder is kennelijk niet meegewogen door de vader, behalve dan dat de moeder op de vrijdag de kinderen aan het eind van de dag mag komen halen. Er is dus sprake van een bijzonder onevenwichtige omgangsregeling in het nadeel van moeder.
2) Uit de eisen van vader en grootouders (ouders van vader) blijkt geen enkel inlevingsvermogen in de positie van de moeder. Dit lijkt me voldoende om te kunnen stellen dat er geen vertrouwensrelatie is of kan zijn tussen de vader en de moeder. Een vertrouwensrelatie is essentieel voor co-ouderschap.
3) Dat vader een omgangsregeling voorstelt die bovendien voor een groot deel op het conto van zijn nieuwe partner zal komen geeft ook te denken. Wie is er nu eigenlijk de verzorger: de vader of een nieuw geïntroduceerde persoon: de nieuwe partner van de vader. Deze nieuwe partner in het leven van vader heeft geen geschiedenis van family-life met de kinderen. Bovendien blijkt uit allerlei onderzoeken dat ‘stiefouders’ veelal niet de gedroomde ouders zijn. De emotionele band tussen stiefouders en kind is toch echt anders dan die tussen ouders en kind. In dit geval is er bovendien een zorgende moeder die door de voorgestelde omgangsregeling naar de achtergrond wordt gedrukt. Gezien de zeer jonge leeftijd van de kinderen is het besluit van de rechter bijzonder ongewenst.
4) Als laatste punt wijs ik op dat het statistisch gegeven dat moeders/vrouwen na een scheiding doorgaans de kinderen alleen opvoeden. De aanwezigheid van kinderen blijkt voor vrouwen/moeders maar al te vaak een belemmering voor het vinden van een nieuwe partner. Het is daarom van groot belang dat de moeder haar verblijfplaats zo kan kiezen dat deze haar een goed sociaal netwerk biedt. Als dit een verhuizing over een grotere afstand betekend mag de woonplaats van de vader dit niet tegenhouden. NB: Nederland is gelukkig niet aal te groot.

Buck

Een typisch voorbeeld van hoe rechters en regelgeving de belangen van de kinderen laten ondersneeuwen door vaste patronen te volgen gebaseerd op vergelijkbare voorvallen.
De moeder is hier als een verzamelnaam gebruikt evenals de vader-naam.
Het zou per situatie moeten worden bekeken of het gevraagde en geëiste redelijk is. Grote kans dat hier veel meer speelt dan in deze casus staat beschreven.
Hier valt de rechter te makkelijk terug op voorvallen die alleen qua constructie lijken op deze situatie. Het belang van deze kinderen komt niet uit de beschrijving naar voren…

Slomp

Met een parttime inkomen en zonder partner alimentatie is het bijzonder moeilijk een woning te vinden, of het nu een huurhuis betreft of een koopwoning. Ook is het niet altijd eenvoudig om meer uren te gaan werken om dit te kunnen bekostigen. Hier kan dus niet van uitgegaan worden. Als de huizen in Emmeloord goedkoper zijn, lijkt mij dit daarom ook, naast andere genoemde goede argumenten, een aanvullend zwaarwegend argument om te vrouw te laten verhuizen.

Ellen de Koning

Er zijn TALLOZE situaties bekend waarbij de vader gewoon ervandoor gaat en de moeder met de kinderen achterlaat. Geen rechter die zich daar druk om maakt! Zodra de moeder een woonplaats wilt kiezen met kans op groter sociaal netwerk wordt dat afgewezen. Schandelijk!

mr. S.R. Baetens, familierechtadvocaat te Veldhoven

Wanneer beide ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag over de kinderen uitoefenen, dienen zij ook in gezamenlijk onderling overleg tot een beslissing te komen met betrekking tot de hoofdverblijfplaats van een kind. Wanneer een kind dus gaat verhuizen, behoeft dat toestemming van beide ouders, wanneer er sprake is van gezamenlijk ouderlijk gezag. Wanneer slechts de vertrekkende ouder het ouderlijk gezag over de kinderen uitoefent, behoeft hij of zij de toestemming van de ouder in beginsel niet, maar onder omstandigheden kan dit toch van de vertrekkende ouder worden verlangd.

Als de vertrekkende ouder geen toestemming voor een verhuizing met de kinderen van de andere ouder krijgt, kan hij of zij de rechtbank verzoeken een vervangende gezagsbeslissing om te mogen verhuizen te nemen. Recentelijk heeft de Rechtbank Groningen (LJN: BV2845) een opsomming gegeven van de criteria die gelden bij de vraag of er vervangende toestemming tot verhuizing moet worden gegeven. Deze criteria waren eerder al door de Hoge Raad (LJN: BC5901) genoemd. In ieder geval is bij de vraag of de ene ouder met de kinderen mag verhuizen van belang:

1. het recht en belang van de verhuizende ouder om te verhuizen en de vrijheid om zijn of haar leven opnieuw in te richten;
2. de noodzaak om te verhuizen;
3. de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid;
4. de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor het kind en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren;
5. de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg;
6. de rechten van de andere ouder en het kind op onverminderd contact met elkaar in hun vertrouwde omgeving;
7. de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;
8. de frequentie van het contact tussen het kind en de andere ouder voor en na de verhuizing;
9. de leeftijd van het kind, zijn of haar mening en de mate waarin het geworteld is in zijn of haar omgeving of juist gewend is aan verhuizingen
10. of de (extra) kosten van de omgang na de verhuizing geheel of deels worden gecompenseerd door de verhuizende ouder.

Aan de hand van deze criteria beoordeelt de rechtbank of de verhuizing in het belang van het kind is. Daarbij speelt de afstand natuurlijk ook een rol. Welke afstand acceptabel is, is mede afhankelijk van de tussen partijen getroffen zorgverdeling. In de regel wordt, net als in de aangehaalde uitspraak, een afstand van 50 kilometer acceptabel geacht, maar dit kan bijvoorbeeld bij een volwaardig co-ouderschap, waarbij de zorg tussen beide ouders gelijkelijk is verdeeld, minder zijn.

Uit de aangehaalde uitspraak en de voornoemde criteria volgt dat het belang van het kind voorop staat. Het kind heeft recht op en belang bij een onverstoord contact met de niet-verzorgende ouder. Wordt dit door een voorgenomen verhuizing bedreigd, net zoals door de rechtbank in het opgemelde geval is overwogen, dan zal de rechtbank in de regel alleen toestemming geven voor een verhuizing als de gevolgen hiervan voor het kind en de niet-verzorgende ouder zoveel als mogelijk worden verzacht en gebleken is dat verhuizing naar de gewenste plaats noodzakelijk is gebleken.

mr. S.R. Baetens familierechtadvocaat te Veldhoven

Wanneer beide ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag over de kinderen uitoefenen, dienen zij ook in gezamenlijk onderling overleg tot een beslissing te komen met betrekking tot de hoofdverblijfplaats van een kind. Wanneer een kind dus gaat verhuizen, behoeft dat toestemming van beide ouders, wanneer er sprake is van gezamenlijk ouderlijk gezag. Wanneer slechts de vertrekkende ouder het ouderlijk gezag over de kinderen uitoefent, behoeft hij of zij de toestemming van de ouder in beginsel niet, maar onder omstandigheden kan dit toch van de vertrekkende ouder worden verlangd.

Als de vertrekkende ouder geen toestemming voor een verhuizing met de kinderen van de andere ouder krijgt, kan hij of zij de rechtbank verzoeken een vervangende gezagsbeslissing om te mogen verhuizen te nemen. Recentelijk heeft de Rechtbank Groningen (LJN: BV2845) een opsomming gegeven van de criteria die gelden bij de vraag of er vervangende toestemming tot verhuizing moet worden gegeven. Deze criteria waren eerder al door de Hoge Raad (LJN: BC5901) genoemd. In ieder geval is bij de vraag of de ene ouder met de kinderen mag verhuizen van belang:

1. het recht en belang van de verhuizende ouder om te verhuizen en de vrijheid om zijn of haar leven opnieuw in te richten;
2. de noodzaak om te verhuizen;
3. de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid;
4. de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor het kind en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren;
5. de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg;
6. de rechten van de andere ouder en het kind op onverminderd contact met elkaar in hun vertrouwde omgeving;
7. de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;
8. de frequentie van het contact tussen het kind en de andere ouder voor en na de verhuizing;
9. de leeftijd van het kind, zijn of haar mening en de mate waarin het geworteld is in zijn of haar omgeving of juist gewend is aan verhuizingen
10. of de (extra) kosten van de omgang na de verhuizing geheel of deels worden gecompenseerd door de verhuizende ouder.

Aan de hand van deze criteria beoordeelt de rechtbank of de verhuizing in het belang van het kind is. Daarbij speelt de afstand natuurlijk ook een rol. Welke afstand acceptabel is, is mede afhankelijk van de tussen partijen getroffen zorgverdeling. In de regel wordt, net als in de aangehaalde uitspraak, een afstand van 50 kilometer acceptabel geacht, maar dit kan bijvoorbeeld bij een volwaardig co-ouderschap, waarbij de zorg tussen beide ouders gelijkelijk is verdeeld, minder zijn.

Uit de aangehaalde uitspraak en de voornoemde criteria volgt dat het belang van het kind voorop staat. Het kind heeft recht en belang bij een onverstoord contact met de niet-verzorgende ouder. Wordt dit door een voorgenomen verhuizing bedreigd, net zoals door de rechtbank in het opgemelde geval is overwogen, dan zal de rechtbank in de regel alleen toestemming geven voor een verhuizing als de gevolgen hiervan zoveel als mogelijk worden verzacht en gebleken is dat verhuizing naar de gewenste plaats noodzakelijk is gebleken.

Paul Martinus

Negen jaren in Gorkum en zonder sociaal netwerk (dat blijkbaar in Emmeloord is gebleven).
Ja ja.

AK

Argumenten die ik niet begrijp:

- Hoe kan zorg 50/50 worden verdeel als vader veel in het buitenland moet werken en de moeder een deeltijdbaan heeft? Wie zou dan meer bij de kinderen kunnen zijn?
Handelt de vader niet uit principe hier? En wil hij mss zijn gelijk bewijzen? Terwijl zorgen van de moeder terecht zijn – nieuwe partner van haar ex zal de zorg van de kinderen voor een grote deel op zich moeten nemen en de vader zal in werkelijkheid een mindere rol in het leven van de kinderen spelen (op dit moment) dan hij nu denkt?

- Waar is de spraken van ‘goed zorg’ voor de kinderen als moeder geen steun uit haar directe omgeving kan krijgen?

Dat is toch een feit en alle relatiepsychologen zullen je vertellen, dat wanneer een koppel uit elkaar gaat, het eerste wat ze moeten doen om mentaal over de situatie heen te komen is steun bij de FAMILIE te zoeken.

Dus de ex-man in dit verhaal mag zijn steun, troost en liefde bij zijn nieuwe vriendin zoeken.

En de moeder moet alleen in een huis in een plaats dat voor haar niks betekent en waar ze niemand kent, als het maar 50 km binnen de straal van haar ex vandaan is, gaan wonen.

Ja, kinderen zullen de vader wellicht vaker kunnen zien.
3 á 4 dagen in de week in plaats van á 2.

Maar ten koste van wat?

Ouder kan het meest geven wanneer ouder zich lekker voelt.

Wat zal een moeder die zich ellendig voelt, in een plek moet wonen waar ze niemand kent, nieuwe baan moet zoeken, en geen familie in de buurt heeft, aan de kinderen kunnen geven? Hoe makkelijk zal het voor de moeder zijn om liefde aan haar kinderen te geven wanneer ze zich eenzaam, verlaten, ‘alleen’ en misschien zelfs depressief voelt?

Dit verhaal gaat om gelijk krijgen niet om wat het beste voor de kinderen is.

Lucie Schagen

Hoe staat het met de rechten en plichten van de gescheiden vader ?

Anne Venema

Ik heb de beschikking doorgelezen. Ik ben van mening dat de rechter juist heel zorgvuldig de belangen van eenieder heeft afgewogen. Wat dat betreft ben ik erg blij om te zien dat deze rechter wel uitgaat van gelijkwaardig ouderschap. Hulde daarvoor.
De bewegingsvrijheid voor de moeder zou een bewegingsbeperking voor de overige partijen, de kinderen en de vader inhouden. Beide ‘experts’ lijken de vader en de kinderen te willen veroordelen tot een standaard omgangsregeling. Deze regeling houdt twee maal in de maand een weekend in. Van de 30 dagen welke een maand gemiddeld kent mag de vader in 4 dagen de opvoedingstaak op zich nemen. Verder zijn er 10 weken vakantie waarvan 5 weken voor elke ouder zou zijn. 3 in de zomervakantie en 1 in de kersvakantie, dus een piek in het midden en het einde van het jaar, en nog een 5 dagen verspreid over de rest van het jaar. Deze zorgverdeling is bij deze omgangsregeling verre van gelijkwaardig, en ook niet toereikend om de vaderlijke taken en plichten te kunnen vervullen.
Verder is in dit geval de moeder die wenst te vertrekken. Als haar sociale netwerk voor haar zo belangrijk is kan ze er ook voor kiezen om het hoofdverblijf aan vader te gunnen, waarbij moeder de kinderen haalt en brengt. Deze weg staat volgens mij nog steeds open voor moeder. Zij kan dan gewoon in Emmeloord gaan wonen. Het lijkt me in ieder geval niet terecht dat de vader en de kinderen de dupe moeten worden van het besluit van moeder om elders te willen wonen.
Het lijkt me dat juist in het kader van de emancipatie moet worden toegejuicht dat deze vader co-ouderschap wil. Hoe hij de verzorging wil regelen is echter zijn verantwoording. Moeder werkt immers ook en zal de zorg op enkele momenten van de week ook moeten uitbesteden.
De experts verwarren in mijn ogen gelijkwaardigheid met gelijkheid. Gelijkwaardig ouderschap strandt niet met een verschil in inkomen, wel met een verschil in zorg. Als ervaringsdeskundige weet ik dat ik heel veel dingen van mijn kinderen mis. Ik heb een standaardomgangsregeling is zoals hierboven beschreven, het is echter niet meer vanzelfsprekend dat de dagelijkse zaken met mij gedeeld worden. Dit delen gebeurt namelijk met hun moeder. Dat blijft pijnlijk.
Dat een co-ouderschap niet werkt vanwege een slechte communicatie is maar de vraag. Om te kunnen scheiden moet er een ouderschapsplan zijn. Hierin kunnen de afspraken worden vastgelegd op basis van deze uitspraak. Daarnaast ben ik van mening dat de ouders ondersteund moeten worden om weer te leren communiceren met elkaar in hun nieuwe rol. Uit ervaring weet ik dat een scheiding veel kwetsingen met zich meebrengt. Opgespaarde pijn uit de beëindigde relatie golft dan over de nieuwe relatie tussen ouders. Dit heeft tijd en begeleiding nodig. Het kiezen van de zijde van de vader of de moeder heeft geen zin. Ondersteuning van beide partijen geeft de grootste kans op slagen van de co-ouderschap. Herstel van communicatie heeft vooral de wil van vader en moeder nodig. Een goede begeleiding kan het herstel bespoedigen.
Zoals het nu door de ‘experts’ wordt neergezet zou een slechte communicatie grond zijn om vooral geen co-ouderschap toe te passen. Een dergelijk uitgangspunt zet de deuren wijd open voor moeders (aan wie in 90% van de gevallen het hoofdverblijf wordt toegewezen) om flink ruzie te zoeken met de vader om zo het co-ouderschap te kunnen dwarsbomen. Zo blijft het conflict dus aanwezig. Ik ben dan ook van mening dat co-ouderschap de norm moet zijn, ook of zelfs juist bij conflicten.
In het verleden zijn legioenen vaders op non-actief (lees: het contact tussen vaders en kinderen zijn gedurende (tien)tallen jaren verbroken) gezet omdat de ‘experts’ toen dachten dat vooral rust voor de moeder belangrijk was. Nu is er gelukkig het inzicht dat beide ouders nodig zijn voor een goede identiteitsontwikkeling van het kind.
Wat mij verder is opgevallen in mijn eigen zaak en bij andere zaken van echtscheidingen en wat ik ook proef bij de mening van de experts is de geloofsovertuiging dat een moeder beter voor de kinderen kan zorgen dan de vader. Dat is en blijft een geloofsovertuiging. Ik ben van mening dat beide ouders noodzakelijk zijn voor de opvoeding van de kinderen. Geen van de ouders zorgt beter voor de kinderen, wel anders. Beide ouders hebben een eigen rol.

Anne Venema

Accepteer de consequenties van je eigen keuzen.
Ik ben van mening dat de rechter juist heel zorgvuldig de belangen van eenieder heeft afgewogen. Wat dat betreft ben ik erg blij om te zien dat deze rechter wel uitgaat van gelijkwaardig ouderschap.
De bewegingsvrijheid voor de moeder zou een bewegingsbeperking voor de overige partijen, de kinderen en de vader, inhouden. Beide ‘experts’ lijken de vader en de kinderen te willen veroordelen tot een standaard 2 wekelijkse omgangsregeling (20% v/h jaar). De zorgverdeling is bij deze regeling verre van gelijkwaardig, en verre van toereikend om de vaderlijke taken en plichten te kunnen vervullen. Als het sociale netwerk voor de moeder zo belangrijk is kan ze er ook voor kiezen om het hoofdverblijf aan vader te gunnen, waarbij moeder de kinderen haalt en brengt.
De experts verwarren in mijn ogen gelijkwaardigheid met gelijkheid. Gelijkwaardig ouderschap strandt niet met een verschil in inkomen, wel met een verschil in zorg.
Zoals het nu door de ‘experts’ wordt neergezet zou een slechte communicatie grond zijn om vooral geen co-ouderschap toe te passen. Een dergelijk uitgangspunt zet de deuren wijd open voor moeders (aan wie in 90% van de gevallen het hoofdverblijf wordt toegewezen) om flink ruzie te zoeken met de vader om zo het co-ouderschap te kunnen dwarsbomen. Zo blijft het conflict dus aanwezig. Ik ben dan ook van mening dat co-ouderschap de norm moet zijn, ook of zelfs juist bij conflicten.
Daarnaast ben ik van mening dat de ouders ondersteund moeten worden om weer te leren communiceren met elkaar in hun nieuwe rol. Een goede begeleiding kan het herstel bespoedigen.

Anne Venema

Ik ben van mening dat de rechter juist heel zorgvuldig de belangen van eenieder heeft afgewogen. Complimenten voor de rechter!
De bewegingsvrijheid voor de moeder betekent een bewegingsbeperking voor de overige partijen, de kinderen en de vader. Beide experts lijken de vader en de kinderen te willen veroordelen tot een standaard 2 wekelijkse omgangsregeling (20% v/h jaar). De zorgverdeling is bij deze regeling verre van gelijkwaardig, en verre van toereikend om de vaderlijke taken en plichten te kunnen vervullen. Als het sociale netwerk voor de moeder zo belangrijk is kan ze er ook voor kiezen om het hoofdverblijf aan vader te gunnen, waarbij moeder de kinderen haalt en brengt.
De experts verwarren in mijn ogen gelijkwaardigheid met gelijkheid. Gelijkwaardig ouderschap strandt niet met een verschil in inkomen, wel met een verschil in zorg.
Zoals het nu door de ‘experts’ wordt neergezet zou een slechte communicatie grond zijn om vooral geen co-ouderschap toe te passen. Een dergelijk uitgangspunt zet de deuren wijd open voor moeders (90% toegewezen hoofdverblijf) om ruzie te zoeken met de vader om zo het co-ouderschap te kunnen dwarsbomen. Zo blijft het conflict dus aanwezig. Ik ben dan ook van mening dat co-ouderschap de norm moet zijn, ook of zelfs juist bij conflicten.
Daarnaast ben ik van mening dat de ouders ondersteund moeten worden om weer te leren communiceren met elkaar.

Johan Ouendag

Mannen hebben minder rechten dan vrouwen als het op kinderen aankomt, vanwege het simple feit dat vrouwen er meer verweven mee zijn en er meer energie in steken. Ouderwets natuurlijk van mij, maar deze uitspraak verbaasde mij. Gezien de grotere afhankelijkheid van kinderen voor vrouwen lijkt me dat je extra voorzichtig dient te zijn om de bewegingsvrijheid van een moeder in te perken. Warmte en goede wil lijken me belangrijker dan die 80 kilometer afstand, en afgaande op de beperkte informatie spreken die meer uit de houding van de vrouw. Los van de andere hierboven genoemde argumenten die tegen zo’n ingrijpend oordeel van de rechter spreken.

johan van schaik

“Zij moet van de man het huis verlaten”, zo wordt hierboven gesteld. En als dat zo was, dan had bij mij een ander belletje geklonken: Dan was de man in het debet gekomen jegens de vrouw en de kinderen, en zou hij in mijn ogen de laatste zijn om ook nog beperkingen aan de door haar gewenste verhuizing te stellen. Echter uit de uitspraak komt een ander beeld naar voren. Het huis moeten verlaten lees ik er althans nergens in. Hoewel ik me er fiscaal gezien wel iets bij kan voorstellen.

En dan dien je dus ook als nieuwe single ouder het belang van je kinderen bij een bestendiging van de relatie met de andere ouder voortdurend te blijven meewegen. Niet gemakkelijk, dat is duidelijk. Het lijkt wel of je getrouwd bent.

A. Oppenheim

Als een volwassen vrouw haar familie en kennissenkring verlaat en haar werk opgeeft om de man van haar keuze te volgen naar de plek waar hij zijn werk heeft, dan wordt ze meteen van een potentieel kwartje gereduceerd tot een dubbeltje. Soms is ze dan zelfs geen stuiver meer waard in het publieke domein.
Dat geldt voor alle vrouwen die gaan trouwen op de ouderwetse voorwaarden van voor de pil en de plicht tot belasting en premieafdracht voor elk baantje waarvoor ze tijd overhoud naast de zorg thuis en soms ook incidenteel voor de opvang van de beide ouderparen.

Haar waarde daalt vervolgens verder als ze kinderen baart.
Want met het moederschap ontstaat nog een tweede achterstelling.
Dan gaat niet alleen de werkende echtgenoot vóór maar hebben de kinderen tegenwoordig ook meer maatschappelijke rechten dan hun moeder.

Moeder komt dan terecht in een web van belangen die haar gevangen houden.
Meestal leeft ze van een vernederend lage ‘alimentatie’ (voeding) en moet ze achter in de rij aansluiten om weer te kunnen herintreden in haar ‘oude werk
of dient ze een cursus te gaan volgen om eerst aan de huidige eisen aangepaste kwalificaties te verwerven en daarna te kunnen gaan solliciteren.

Moeders zelf zijn niets meer waard dan een bijstand uitkering in die fase,
al zijn ze goede moeders en excellente huisvrouwen.
Soms heeft zo’n gescheiden vrouw haar ouders of andere familieden nodig om voor haar kinderen te zorgen als ze weer aan het werk gaat.
Dat is-ook voor de kinderen- een emotioneel meer veilige oplossing dan de kinderen over te laten aan de schoonouders of de nieuwe vriendin/vrouw van de gewezen echtgenoot.
Die kunnen flink gaan stoken. En ongestraft, want toezicht op een redelijk verloop tijdens de dagen bij bij pappa is er niet.

Zou de rechter al deze feitelijke gegevens en emotionele ervaringen hebben meegewogen in zijn/haar uitspraak?
Of is het waar dat politiek en rechtspraak werkelijk inderdaad ver afstaan van de huidige voetangels en klemmen waarmee de gemiddelde burgers m/v te maken krijgen?
Want ook de vader van de tweeling in Gorkum heeft een probleem.
Wekelijks tweemaal tachtig kilometer heen en weer rijden met twee kinderen achterin is voor niemand een pretje en een mogelijke aanleiding om de banden met de kinderen min of meer op te geven.
Zo’n vriendin trekt ook haar grenzen als de kinderen om hun moeder vragen als pappa op reis is.
Een derde ouder kan daar niets aan veranderen.
Bezint eer gij begint en kies een partner uit de directe omgeving is voorlopig de enige oplossing.

Fredrik Radema

Meneer en mevrouw hebben voorafgaand aan de rechtszaak de gelegenheid gehad om (in alle keuzevrijheid) een woonplek te kiezen voor de kinderen, voor hem en voor haar. Als je een rechtszaak begint, dan lever je per definitie keuzevrijheid in en dus geeft de kop van het artikel een verkeerd beeld. Zelf zou ik meneer bij het bespreken van de optie “Emmeloord” voorgehouden hebben dat het ook belangrijk voor hem is, als zijn ex ergens opnieuw een goed begin kan maken. Ik zou ook benieuwd geweest zijn naar de reactie van mevrouw als meneer aangegeven had: dan ga ik ook wel in Emmeloord wonen. De rechter lijkt een wijs oordeel uitgesproken te hebben, als je het artikel en de uitspraak probeert te doorgronden. De vraag is of het nog een slagje wijzer had gekund. Persoonlijk huldig ik de opvatting dat onze samenleving te veel “juridiseert”. Heeft de rechter de mogelijkheid gehad dit in dit concrete geval terug te dringen? Wat zowel meneer als mevrouw naar voren hebben gebracht in de rechtszaak, overtuigt mij niet en al helemaal niet de bijdrage van de grootouders: goede bedoelingen dwing je niet juridisch af. Als rechter zou ik geprobeerd hebben de beide exen vast te pinnen op een woonplek in een straal van niet meer dan 10 km rond de huidige woonplek van de kinderen.

Fredrik Radema

Meneer en mevrouw hebben voorafgaand aan de rechtszaak de gelegenheid gehad om (in alle keuzevrijheid) een woonplek te kiezen voor de kinderen, voor hem en voor haar. Als je een rechtszaak begint, dan lever je per definitie keuzevrijheid in en dus geeft de kop van het artikel een verkeerd beeld. Zelf zou ik meneer bij het bespreken van de optie Emmeloord voorgehouden hebben dat het ook belangrijk voor hem is, als zijn ex ergens opnieuw een goed begin kan maken. Ik zou ook benieuwd geweest zijn naar de reactie van mevrouw als meneer aangegeven had: dan ga ik ook wel in Emmeloord wonen. De rechter lijkt een wijs oordeel uitgesproken te hebben, als je het artikel en de uitspraak probeert te doorgronden. De vraag is of het nog een slagje wijzer had gekund. Persoonlijk huldig ik de opvatting dat onze samenleving te veel “juridiseert”. Heeft de rechter de mogelijkheid gehad dit in dit concrete geval terug te dringen? Wat zowel meneer als mevrouw naar voren hebben gebracht in de rechtszaak, overtuigt mij niet en al helemaal niet de bijdrage van de grootouders: goede bedoelingen dwing je niet juridisch af. Als rechter zou ik geprobeerd hebben de beide exen vast te pinnen op een woonplek in een straal van niet meer dan 10 km rond de huidige woonplek van de kinderen.

E. ten Wolde

Als relatieve “ervaringsdeskundige”( grootvader) voel ik me geroepen mijn kennis met u te delen. Een dochter van ons heeft een soortgelijke zaak gehad, waarin de belangen van 2 kleine zoontjes van 3 en 4 jaar door de rechter gewogen moesten worden.
De rechter heeft in een tijdsbestek van 40a 50 minuten zijn oordeel gevormd . Dit oordeel is gevormd uit en gebaseerd op de verhalen en argumenten die de volwassen ouders in de zitting naar voren hebben gebracht. ( advocaten zijn een verlengstuk van de ouders). Door de rechter is niet gekeken naar de intrinsieke noden en behoeften van de heel jonge kinderen. Hij heeft niet gevraagd naar hun aard en eigenaardigheden. Niet naar hun emotionele behoeften . Kunnen kinderen van deze leeftijd zich goed ontwikkelen in een setting van co-ouderschap , waarin zij 2 nesten moeten uitbouwen? Als we ouder worden , weten we hoe belangrijk je eigen nest is. Ben je ziek , dan wil je in je eigen nest liggen. Wat is het eigen nest bij deze jongetjes?

mw mr C.Gresnich

Wat ik nergens terugvind, is het feit, dat de man wél een andere woonplaats koos, terwijl hij in Gorinchem woonde. Nu is het zijn keuze geweest om 40 km ver weg te wonen.
Waarom heeft de vrouw een beperking opgelegd en de man niet?

Alie Weerman

Wat hier niet mee lijkt te zijn gewogen is dat de kinderen straks naar de basisschool gaan en hier vriendjes krijgen en een eigen leven buiten het huis waar ze wonen gaan ontwikkelen (sport, vriendjes, muziek, rondhangen in de buurt, etc) Een co-ouderschap op 50 km afstand is dan een probleem, want een kind zal op één basisschool in één plaats zitten. Gewone en spontane speelafspraken worden lastig. De man zag er blijkbaar geen probleem in om 40 km ver weg te wonen, waardoor een leefbaar co-ouderschap voor de kinderen als zij ouder worden en op school zitten en een eigen vriendenkring rondom hun eigen school opbouwen, erg moeilijk wordt. Bij jonge kinderen is deze afstand minder van belang, omdat zij nog amper een eigen leven buiten de geborgenheid van gezin (of kinderopvang) hebben. Een eigen zelfstandig leven buiten het gezin begint pas in de loop van de basisschool. Dan is de afstand tussen Lienden en Gorkum te groot om op twee plekken hetzelfde sociale leven te kunnen ontwikkelen. Dat kan alleen maar met veel restricties (bijv. voortdurend halen en brengen naar school, sport, vrienden) en is niet stimulerend. Het is vrijwel zeker dat er met een afstnd van 40 kilometer slechts één plaats de ‘woonplaats’van de kinderen wordt (ook al zijn beide huizen van binnen misschien evenzeer een ‘thuis’). Je woonplaats is niet op twee plekken op die leeftijd. Een woonplaats van een basisschoolkind is de plek waar je naar school gaat, waar je sport, waar je je vrije tijd met je vrienden doorbrengt in de buurt. Het is niet te doen om dat in twee plaatsen te organiseren (twee sportclubs, twee scholen, etc) en voor het kind is het onmogelijk om op 40-50 kilomter afstand eenzelfde sociaal leven op te bouwen in beide omgevingen.
Wil co-ouderschap een normale social ontwikkelng BUITEN HET GEZIN van een kind mogelijk maken, dan impliceert dat je echt dicht bij elkaar woont (maximaal enkele kilomters afstand) zodat kinderen vanuit beide huizen naar school, vriendjes, sport, feestjes etc, kunnen gaan. Als de man co-ouderschap had gewild had hij moeten beseffen dat kleine kinderen ouder worden en naar school gaan en een eigen leven opbouwen, niet zo ver weg moeten gaan wonen. Het is ongeloofwaardig dat hij nu een intensievere omgang wil. Als hij dat had gewild, had hij dichterbij moeten blijven wonen.
Ik spreek uit ervaring als stiefmoeder: mijn man heeft mij bij het begin van onze relatie direct verteld dat hij niet uit de plaats weg kon waar hij woonde, omdat zijn ex daar ook woonde. De kinderen moesten in en uit kunnen lopen. Ik zie bij vriendinnen dat, als de ex meer dan 10 kilometer weg woont, de kinderen op zijn plek niet hetzelfde volwaardige sociale leven opbouwen. Als de kinderen ouder worden verwatert het co-ouderschap omdat de kinderen dan in de weekends sportwedstrijden, feestjes en speelafspraken hebben in de plek waar zij op school zijn of waar zij de meeste tijd zijn.

Er staan een aantal opmerkelijk zaken in deze casus. Eerst lees ik dat de vrouw van haar ex-man ‘moet’ verhuizen, w Vervolgens lees ik dat de rechter zegt dat als de vrouw ‘wil’ verhuizen dat binnen een straal van 50 km. van haar man moet. De vrouw wilde toch niet verhuizen? Vergeten wordt dat als de vrouw het huis waar de kinderen het grootste deel van de tijd wonen, ook de kinderen het huis moeten verlaten. Als de man het van het grootste belang vindt dat de kinderen op een plaats kunnen blijven dicht bij hem, moet hij daar ook financieel rekening mee willen houden. Hij eist nu min of meer van de kinderen dat zij verhuizen, terwijl hij hen
Eerst vertrekt de man naar een plek 40 km. verderop en vervolgens moet zijn ex-vrouw het huis uit omdat zij zich niet kan uitkopen