Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Hoe slachtoffers het strafproces stuk maken

Richard Korver werd bekend als advocaat van de slachtoffers van kindermisbruiker Robert M. Deze gestoorde pedofiel had zich als verzorger op een Amsterdamse crèche genesteld. Zijn arrestatie joeg alle ouders van crèchekinderen de stuipen op het lijf en schokte de kinderopvang in alle vezels. Robert M., uw ergste nachtmerrie. „Hang daar je jasje maar op, schat. Kijk, Robert is er ook vanochtend! Zul je lief zijn? Nou, dag!” Brrr.

Radicaal boek van advocaat bepleit twee aanklagers

Korver, de advocaat met het sjaaltje, werd in de maanden erna het gezicht van de slachtoffers. Die bekendheid benutte hij deze week met een boek waarin hij een radicale hervorming van het strafrecht voorstelt. Geheel toegesneden op de behoeften van slachtoffers, op strijdbare toon. ‘Wakker Worden!’ zijn de slotwoorden. Daarna volgen negen pagina’s praktische aanbevelingen, die straks vast worden opgepikt door een Kamerlid dat moet scoren.

Slachtoffers zijn een populair mediaframe – het past naadloos in de emotiesamenleving. In de politiek is het slachtoffer synoniem met de boze burger. De ‘ze laten ons stikken’-klacht. Wilders (PVV), zelf een begenadigd slachtoffer, werd er groot mee. Staatssecretaris Teeven (VVD) moedigt inmiddels slachtoffers aan geweld tegen daders vooral niet te schuwen.

Het slachtoffer is maatschappelijk en politiek echter al veel langer wakker. Het ontwaken wordt meestal gesitueerd in de jaren ’60 en ’70, toen de mondige burger eisen ging stellen, ook aan het strafproces. Volgens de Tilburgse hoogleraar Marc Groenhuijsen (in een Delikt & Delinkwent-artikel uit 2008) kwam het slachtoffer op na de terreuraanslagen van Molukkers in de jaren ’70. Nederland leefde toen massaal mee met de gegijzelde treinpassagiers en basisschoolkinderen, hun ouders en hun leraren. Hij vergelijkt deze episode met de invloed van de oorlogsjaren op het gevangeniswezen. Het waren toen de ingesloten ‘nette’ Nederlanders die modernisering regelden van de bajes na de oorlog. Het perspectief van de slachtoffers van de Molukkers kreeg via de media vleugels. Ook de invloedrijke vrouwenbeweging solidariseerde zich met slachtoffers, vooral van verkrachting en misbruik.

Kritiek daarop was niet welkom. Het blad Opzij noemde in 1996 de splinternieuwe Nijmeegse hoogleraar Ybo Buruma al een ‘enge man’. Hij had in zijn oratie namelijk de verdachte als hoofdrolspeler in het proces verdedigd. Volgens Buruma gaat het proces over de schuldvraag en welke straf er dan moet komen. En of politie en justitie rechtmatig optraden. Dat is moeilijk genoeg – slachtoffers op de zitting leiden de rechter daarvan af.

De slachtofferlobby vond dat ongerijmd. Die zien de rechter behalve als vergelder ook als trooster van het slachtoffer. Inmiddels zijn het spreekrecht, het informatierecht en schadevergoeding voor slachtoffers in het wetboek verankerd. Het slachtofferperspectief heeft het debat gewonnen. Je kunt geen officier meer horen spreken of er wordt beweerd dat het klassieke, dadergerichte strafproces is veranderd. Het leed heeft een gezicht gekregen. Trad het OM voorheen op namens de abstracte ‘geschokte rechtsorde’, nu lijkt de officier soms de advocaat van een slachtoffer.

De topman van het OM, Herman Bolhaar, bepleitte al een vaste plaats voor het slachtoffer in de rechtszaal. Een eigen tafeltje, met een microfoon, een stoel voor de eigen advocaat en direct zicht op de verdachte, stel ik me voor. Korver gaat nog veel verder. Hij wil wettelijke erkenning van het slachtoffer als procespartij, met uiteraard een eigen (kosteloze) advocaat, die dezelfde rechten heeft als de advocaat van de verdediging. Dat betekent dus ook invloed op de planning van het proces. Als het slachtoffer verhinderd is, gaat de zitting niet door. Maar Korver wil ook het recht om getuigen op te roepen en te verhoren, inzage in het dossier, inclusief de psychiatrische rapporten. De mogelijkheid onderzoekswensen in te dienen en op de zitting te mogen pleiten. Het slachtoffer zou ook mee mogen praten over de strafeis, het eventuele sepot of het opleggen van bijzondere voorwaarden. Slachtoffers moeten op de hoogte zijn van wat er met de dader in detentie, verlof en reclassering gebeurt. En anders dan nu moeten slachtoffers op zitting ook kunnen zeggen hoe hoog de straf moet zijn. Verdachten moeten daar verplicht bij aanwezig zijn. De verdachte moet ook alle proceskosten van het slachtoffer vergoeden, net als zijn leed, de zogeheten affectieschade. En tenslotte: het slachtoffer moet in hoger beroep kunnen tegen een onwelgevallig vonnis.

Korver schetst dus een strafproces met vier in plaats van met drie partijen. Dat kan, zacht gezegd, voor een andere dynamiek zorgen. De ruimte om de verdachte eventueel vrij te spreken, neemt automatisch af. De verdachte heeft twee partijen tegenover wie hij zich moet verantwoorden. Het slachtoffer schaart zich immers automatisch aan de kant van het OM. Voor de plicht van het OM in het dossier ook ontlastende informatie op te nemen, moet dan nog meer worden gevreesd. Behalve ‘de media’ en politici met meningen staan er straks maar liefst twee procespartijen klaar om het ‘schuldig’ te eisen.

Arme strafrechter. Vrijspreken, de samenleving lijkt er geen behoefte meer aan te hebben. Zullen we dat stadium van ‘verdachte’ anders maar gewoon overslaan? Wel zo eenvoudig.

Geplaatst in:
Strafrecht
Lees meer over:
gevangeniswezen
schadevergoeding
slachtoffers
spreekrecht

35 reacties op 'Hoe slachtoffers het strafproces stuk maken'

F. Markestein

Typerend is het dedain waarmee Jensma over het slachtoffer spreekt. Maar terwijl de verdachte in de rechtszaal zit omdat hij/zij iemand wellicht of waarschijnlijk iets heeft aangedaan, dus als gevolg van een eigen daad, zit het slachtoffer er omdat hem/haar iets ís aangedaan. Door de verdachte, als dat inderdaad ook de dader blijkt te zijn, en het is niet zo gek dat die verdachte/dader zich ook tegenover het slachtoffer moet verantwoorden.
Ik druk me zo voorzichtig uit omdat inderdaad de waarheidsvinding altijd voorop dient te staan, of het slachtoffer nu wel of niet een vaste plaats in de rechtszaal heeft. Mocht de verdachte worden vrijgesproken dan is het voor het slachtoffer met een eigen advocaat ook meer dan nu duidelijk waarom. Hij is deel geweest van het proces en als het goed is, is hij door zijn advocaat voortdurend bijgepraat. Zoals de verdachte door zijn advocaat.
Wat ik wel te ver vind gaan is dat de verdachte een strafmaat zou mogen eisen, dat dient voorbehouden te zijn aan de officier van justitie. Ook de zin van een hoger beroep kan beter worden beoordeeld door de officier van justitie maar die zou daarover wel met het slachtoffer moeten overleggen en hem/haar uitleggen waarom hij er wel of niet toe overgaat.
Dat de verdachte twee partijen tegenover zich heeft tegenover wie hij zich moet verantwoorden is het gevolg van ons rechtssysteem met de staat als aanklager en, tegenover het slachtoffer, het gevolg van zijn eigen daden. Het is in feite niet te verdedigen dat daders zich tegenover degenen die ze willens en wetens schade hebben toegebracht, niet hoeven verantwoorden.

Janny Dierx

Als je ziet wat slachtoffers tijdens het strafproces nog altijd meemaken in de bejegening door de justitiële autoriteiten en soms ook door de mensen van slachtofferhulp – Richard Korver noemt vele voorbeelden en NRC’s Joke Mat schreef er op 23 september jl. ook over – dan is het niet zo vreemd dat Korver nu namens slachtoffers van zeer ernstige misdrijven met volle kracht opeist dat dit verbetert. Daar zijn vaak niet eens wetswijzigingen voor nodig. Slachtoffers hebben een moreel recht van spreken. Korver stelt met zijn boek ter discussie hoe ver dit morele recht juridisch moet gaan. Hij vergelijkt de rechten van slachtoffers met die van daders/verdachten en eist spiegelbeeldige rechten op voor slachtoffers. Dat zal zonder meer leiden tot verdergaande juridisering. Het gevaar dreigt dat het strafrecht als ‘ultimum remedium’ zo nog verder uit het zicht raakt. Het zou goed zijn als advocaten zich bekommeren om het behartigen van alle belangen van slachtoffers en daders: niet alleen de juridische, maar ook de morele en het belang van herstel van het geschonden vertrouwen. Mediation in strafzaken is een van de manieren om dat te doen. Daarmee loopt Nederland nog achter. Korver’s boek agendeert de noodzaak van een fundamentele herziening van de strafrechtspleging. Het is te hopen dat het ervan komt.

Maria Trepp

Een uitstekend en belangrijk artikel.
De huidige slachtoffersentimentaliteit is een ramp.
Niemand heeft er oog voor dat slachtoffers (die in zedenzaken tevens klagers zijn) weleens valse aangifte doen en ook hier en daar niet terugschrikken voor meineed.
Het slachtoffer MOET kritisch onder de loep worden genomen, zeker in een land als Nederland waar valse aangifte zo goed als nooit wordt vervolgd en dus volkomen risicoloos is voor iedereen die het tactisch een goede zet vindt om te “slachtofferen”. Zie ook de boeken van Ybo Buruma, en vooral de publicatie “Valse zeden” van Chris Veraart met een inleiding van Kees Schuyt.

J. MEIJER

Over Teeven maakt u een wat vreemde opmerking voor een jurist. Teven heeft gezegd dat” de inbreker het risico loopt bij een inbraak, dat hij wordt geslagen”. Dat is iets anders dan oproepen om te slaan. Het valt ook naar mijn mening onder het bedrijfsrisico.
En zoals mijn grootmoeder( geboren 1890) placht te zeggen:” Zachte heelmeesters, maken stinkende wonden”.

Jan de Groot

Het ergste wat een rechter kan overkomen is dat hij een onschuldig persoon veroordeelt, vooral bij ernstige misdrijven (een zogenaamde type I fout). Liever laat hij een aantal verdachten gaan, zelfs bij aannemelijke schuld, dan dat hij een enkele onschuldige veroordeelt. Als hij al veroordeelt, legt hij liever een lagere straf op zo de gevolgen bij een eventuele onterechte veroordeling te beperken.

De samenleving, met het slachtoffer voorop, is echter vooral op zoek naar genoegdoening en herstel van rechtvaardigheid. Het ergste wat een slachtoffer kan overkomen is dat een persoon die daadwerkelijk schuldig is, uiteindelijk niet wordt gevonden, onterecht wordt vrijgesproken (een zogenaamde type II fout) of een straf ontvangt die niet in verhouding tot het feit lijkt te staan.

In het verleden heeft de rechtelijke macht wellicht teveel vanuit de ivoren toren geopereerd – verdachten werden vrijgesproken op kleine vormfouten, of veroordelingen gingen gepaard met zeer lage straffen. De rol van het slachtoffer in het proces is nu juist bedoeld om dit voortaan te voorkomen en wel op twee manieren:

Ten eerste zal de rechter middels het relaas van het slachtoffer beter kunnen aanvoelen welke impact een misdrijf heeft gehad en in welke mate het gevoel van rechtvaardigheid in de samenleving wordt geschaad indien politie en rechtelijke macht niet de schuldige kunnen vinden en veroordelen. Met andere woorden – de rechter wordt zich meer bewust dat ook een type II fout ernstige gevolgen kan hebben en zal hopelijk een betere afweging kunnen maken.

Ten tweede kan het slachtoffer samen met zijn advocaat de procesgang controleren en beinvloeden. De rechter zal beter aanvoelen dat hij in dienst van de samenleving en ook onder controle van de samenleving staat. Hopelijk is de rechter zo minder geneigd om zich in zijn ivoren toren op te sluiten maar juist midden in de samenleving te staan en vanuit daar te oordelen.

S.Ylabi

Meneer Jensma, ik kan het met u eens zijn. Een slachtoffer mag van zich laten horen – wie kan dat hem of haar verbieden? – maar kan geen stem hebben in de onafhankelijke rechtspraak, een van de drie peilers van onze samenleving.
Waar komt die roep om invloed of ‘wraak’ vandaan? Speelt het slecht functioneren van het openbaar ministerie daarin niet ook een rol? En (dus) het populariseren van de politiek (wetgevend en uitvoerend)? U haalt zelf de nog niet-gescoord hebbende politicus aan, die ongetwijfeld met de eveneens populistische voorstellen van de heer Korver aan de slag zal gaan om zijn of haar naam onder minstens één wetsvoorstelletje te kunnen zetten…
Het ene kan niet zonder het andere, en zolang de beste strafpleiters niet ook bij de overheid zitten, zolang de overheid haar rol als bewaker van een enigszins volledig en onafhankelijk strafrecht niet voldoende waarborgt en ook op dat gebeid de vrije marktwerking het spel laat bepalen, neemt de roep om en kans op volksgerichten helaas toe.

Raymond de goijer

Zonder het te willen opnemen voor de verdachte in een strafproces moeten wij er voor waken dat verdachten waarbij de schuld in eerste aanleg nog niet is bewezen in een te grote mate worden geconfronteerd met de invloed van slachtoffers, waaronder het spreekrecht. Een idee is om het proces op te splitsen en het slachtoffer zijn zegje te laten doen na de bewezenverklaring door de rechter in eerste aanleg.

Evert van der Weide

Dit lijkt me nogal een verdediging van een bestaande structuur en dan doen alsof slachtoffers iets stukmaken. Strafproces heeft gewoon te weinig oog voor wat iemand wordt aangedaan. Respect voor menselijk leven lijkt bij daders afwezig en het recht van de dader wordt te weinig ter discussie gesteld. Als je dader wordt verspeel je rechten en daar heeft de rechtspraak te weinig oog voor

a.zecha

Dit artikel en dat in het NederlandsJuristenblad:
http://njblog.nl/2012/10/19/als-lekker-lekkerder-is-dan-lek-verschalkt-de-krant-zijn-eigen-stek/ liggen naar mijn inzicht in elkaars verlengde; althans de media-markt gaat een groot deel uitmaken van ons rechtspraakproces.
Politici maken al heel lang gebruik voor hun doeleinden van de media en door velen onbemerkt krijgt de mediamarkt stil aan meer sturing over partijvertegenwoordigers in parlement en overheden.
M.i. is de knecht (leerlingtovenaar) op weg naar het meesterschap in het publiek domein van een markt-democratie.
a.zecha

Bart Mak

Korver is een echte ondernemer! Hij bestormt de markt met baanbrekende ideeën. En met dit idee verdubbelt hij de vraag naar advocaten, compliceert de rechtspraak nog meer en creëert dus enorme omzet toename voor de branche. In het belang van eh… juist!

Robert van der Hall

ik herinner mij van mijn studie (halve eeuw geleden) dat in Nederland het OM een dubbelfunctie heeft: zowel aanklager als ook vervolger. Je zou dan de functie weer kunnen splitsen en de advocaat van het slachtoffer de rol van ‘vervolger’ kunnen geven. Dan zijn er weer twee partijen. Ik ben er overigens geen voorstander van.

J.R. de Weerd

Ik ben blij dat het geluid van Folkert Jensma nog gehoord kan worden. Hopelijk schaart een flink aantal mensen van juridische statuur (daar behoor ik overigens niet toe) zich achter zijn betoog. Het lijkt nu of juridisch Nederland zich zomaar neerlegt bij de opvattingen die Opstelten en Teeven ventileren. Hopelijk wordt eens duidelijk gemaakt hoe deskundigen van niveau er in meerderheid nu werkelijk over denken.

Hans de Weerd

m vd werf-

Grappig hoe Folkert Jensma zich hier in de voet schiet.

90% van de dingen die hij noemt komen over als volstrekt logisch.

- een slachtoffer dat mag zeggen wat volgens hem/haar een terechte straf zou zijn? niks mis mee.

- vergoeden proceskosten slachtoffer? goede zaak (mits veroordeeld uiteraard)

- inzage in dossier? waarom niet (tot nu toe heeft alleen de daders immers privacy; naam van het slachtoffer komt bijvoorbeeld volledig in de krant)

- op de hoogte worden gebracht van verlof van de dader? absolute must.

Misschien niet allemaal even makkelijk te regelen, maar al die (soms doorgeschoten) rechten die een verdachte heeft brengen ook de nodige rompslomp met zich mee.

Die Richard Korver is zo gek nog niet.

pvdlichte

Als het aan sommige mensen ligt, mogen straks de slachtoffers stemmen over de strafeis. Inbellen en maken we het ook nog commercieel/ media aantrekkelijk. 0,80ct per gesprek en 3 inkomende sms berichten a EUR 1,50. Is dit niet een geweldig idee mr. Korver. Stop nu eens met de onzin, een rechter oordeelt en niemand anders. Door al het populistisch geklets van advocaten en politici, raakt de samenleving volledig van streek.

Julia de Vries

Eens. Hoewel ik geen mening heb over het spreekrecht, ben ik er zeer op tegen dat het slachtoffer een grotere rol krijgt in strafzaken; daar zijn strafzaken niet voor bedoeld. Strafzaken zijn voor zaken tegen de wet. Voor persoonlijke issues, zoals bijvoorbeeld het vergoeden van persoonlijk leed, alsmede schade en andere dingen, heeft Nederland al heel erg lang civiele afdelingen in de rechtbanken, en ik meen niet dat een slachtoffer geen mogelijkheid heeft tot het beginnen van een civiele zaak.

lyngbakken

Folkert, het spijt me om te zeggen, maar ik vind je verhaal nogal beperkt.
Totdat Napoleon hier de lakens kwam uitdelen had het slachtoffer een veel grotere rol in het strafrecht dan daarna. De overheid werd toen onder de Code Penal (de directe voorloper van ons huidige Wetboek van Strafrecht) monopolist in het strafrecht, ten koste van het slachtoffer/de direct benadeelden. Een grotere rol voor het slachtoffer is dus veel ouder dan de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw: het grijpt terug op ons oud-Nederlandse recht.

Wat Richard Korver voorstelt (overigens: ik hoop dat hij in de NRC ruimte krijgt voor een reactie) is verre van revolutionair. Het is bijvoorbeeld in Duitsland wettelijk gewoon geregeld. En voor de volledigheid: in maar een (kleine) minderheid van de zaken maakt het slachtoffer daar gebruik van zijn recht om (met een advocaat) als nevenaanklager op te treden, bijvoorbeeld omdat de officier van justitie naar de mening van het slachtoffer zijn zaken al uitstekend behartigt, of omdat het slachtoffer wil volstaan met het indienen van een vordering om schadevergoeding.
Aanpassing van onze wet aan die in Duitsland (of andere beschaafde Europese landen) betekent dus echt geen stortvloed aan zaken waarin alles anders gaat dan vroeger.

Nederland bevindt zich in dit opzicht in de achterhoede van Europa, en het valt mij van je tegen dat je dat niet ziet (of noemt).

Ten slotte: in het Nederlandse bestuursrecht (dat voor een belangrijk deel is geënt op ons strafrecht, en ook op het Duitse bestuursrecht) kennen we de figuur van de meeprocederende burger al lang: de derde belanghebbende. Die krijgt het hele dossier, mag schriftelijk en op zitting een eis formuleren, mag getuigen horen, etcetera. Dat lukt ook.

Daarom mijn vraag: vanwaar de koudwatervrees in het strafrecht en die verkrampte Napoleontische opstelling?
wordt hoog tijd dat dat verandert zoals de praktijk laat zien.loopt
Een alsstandaard

lyngbakken

Oh, en dat zou ik nog vergeten: de ervaringen in Duitsland en in het Nederlandse bestuursrecht laten zien dat de vrees voor meer/oneigenlijke veroordelingen onzin is. Rechters werken -gelukkig- niet bij meerderheid van stemmen, daar hebben we de tweede kamer voor.
En met troosten van slachtoffers heeft het krijgen van een volwaardige procespositie helemaal niets van doen. Eerlijk gezegd vind ik die suggestie van jou, Folkert, beneden de maat.

Paul Oosterveld

Ok, maar hoe maken slachtoffers het strafproces stuk?

Aart Dekker

Wat een vreemd stuk is dit. Ik begrijp best wat de schrijver aanstipt, maar hij gaat wel heel ver.

Hij schrijft: “Wilders (PVV), zelf een begenadigd slachtoffer, werd er groot mee. Staatssecretaris Teeven (VVD) moedigt inmiddels slachtoffers aan geweld tegen daders vooral niet te schuwen.”

Maar ik denk toch dat Richard Korver het over echte slachtoffers heeft, en niet over mensen zoals Wilders die die veronderstelde positie zelf heeft ingenomen en er ook flink van profiteert. Zodanig op kosten van de samenleving, materieel en immaterieel dat je van een parasiet kunt spreken; hij de baten, wij met zijn allen die hoge kosten. Wilders is geen slachtoffer, maar een dader!

Het is wellicht een dramatische verwoording, maar als slachtoffers zeggen ‘wij hebben levenslang en de dader…’ dan is dat in sommige gevallen gewoon waar, en in veel meer andere tenminste gedeeltelijk waar.

Het zal ongetwijfeld zo zijn dat ‘een vierde partij’ toevoegen aan een zaak de toch al niet eenvoudige rol van rechter er niet gemakkelijker op zal maken. Maar een rechter zit er toch niet om het zo gemakkelijk mogelijk te hebben?!

Korver heeft een boek geschreven over een onderwerp dat velen echt een probleem vinden. Ik weet niet of de columnist zelf weleens ‘slachtoffer’ is geweest van een (ingrijpend) misdrijf? Als dat niet het geval is dan is het duidelijk waarom hij het zo opschrijft. Als het wel het geval is dan begrijp ik dat totaal niet.

Want ik ervaar dit verhaal als badinerend, en al helemaal niet bijdragend aan een zinvolle discussie, waar ik bij Korver wel het gevoel heb dat hij oprecht probeert om het probleem dat veel slachtoffers hebben bij de huidige praktijk van rechtspraak ervaren.

Ik vermoed ook dat Korver niet de illusie heeft dat zijn (9 pagina’s) met aanbevelingen zullen leiden tot onverkorte en snelle invoering ervan. Ik denk dat hij het ziet als input voor een broodnodig maatschappelijk en politiek debat erover.

En dat opportunisten zoals Wilders, en in mindere mate de bewindslieden van het huidige demissionaire kabinet, met delen ervan aan de haal zouden kunnen gaan en zeker de op dit moment heersende emoties misbruiken voor eigen gewin; dat is duidelijk. Maar hun verantwoordelijkheid, en niet die van Korver of zijn boek.

Willem Vermeulen

In de loop der jaren zijn strafprocessen, mede onder invloed van alle media-aandacht (waaraan overigens een aantal juristen medewerking heeft verleend) gede-anonimiseerd, net zoals de hele maatschappij steeds meer de neiging tot de-anonimisering heeft gekregen. Mensen willen als persoon erkenning en soms ook genoegdoening krijgen. Het is begrijpelijk dat de rechtspraak daar in mee gaat. Dat schept echter verplichtingen, zowel richting dader als richting slachtoffer. Beide kunnen na de uitspraak van de rechter niet zomaar aan hun lot worden overgelaten. Op dit vlak moet nog veel meer gedaan worden dan tot nu toe, en valt nog veel te winnen. Als we daar meer in investeren hoeven we niet meer te spreken van “slachtoffers die het strafproces stuk maken”, maar kunnen we zeggen: “het strafproces is een markteringspunt in het leven van slachtoffer en dader, die voor beiden het leven nieuwe betekenis kan geven”. Dat schept hele andere verplichtingen voor het strafrecht, en daar moet snel een begin mee worden gemaakt.

Mr Sophie Hankes, vz SIN-NL

Wie nooit slachtoffer is geweest, wie geen vriendjes heeft bij juristen, advocaten, rechters, artsen, bestuurders, journalisten, kan en mag niet meespreken.
Laat U niet langer misleiden door onze elite < ...>
Er is geen onafhankelijke rechtspraak in Nederland.
Vriendjespolitiek ten bate van daders regeert.
Dit komt sterk tot uiting bij vervolging van medici en ook bij de civiele rechtspraak.
Het is onaanvaardbaar dat medici-daders wegkomen met willens en wetens schade toebrengen aan anderen, zie doofpotten de Bruin, Jansen Steur, Kuks,

Paul Kirchhoff

@Julia de Vries,

Uw vertrouwen in het juridische stelsel is werkelijk ontroerend maar mist helaas wat praktische ervaring. Civiel procederen is nog slechts toegangkelijk voor de steeds kleinere groep benadeelden die in aanmerking komen voor een toevoeging.
Alle anderen moeten geld toeleggen bij relatief kleine vorderingen. Klein houdt in bedragen tot 10.000 euro.
Dat blijft zo totdat de gedaagde ook veroordeeld wordt tot het vergoeden van alle kosten die de eiser heeft gemaakt om zijn vordering middels een titel invorderbaar te maken.

Het bevreemdt mij waarom deze misstand in het civiele recht nog steeds voortduurt.

Cybelle Hawke

Een slachtoffer heeft pas recht van spreken als de verdachte schuldig is bevonden.

Bovendien mogen advocaten allereerst zelf de hand in eigen boezem steken als het gaat om strafproces ondermijning. Dat het slachtoffer zich ongehoord voelt, heeft grotendeels te maken met het feit dat advocaten voor letterlijk niets terugdeinzen om kost wat het kost, zich in de meest absurde bochten (ver)draaiend, de allerlaagste straf zoniet vrijspraak eruit proberen te slepen. Het komt mij lachwekkend voor dat dan het slachtoffer – ook weer met een advocaat aan de zijde (!!!) – achter een gevoel van rechtvaardigheid aan moet, dat door leden van dezelfde branche zo prachtig, met juist absoluut geen oog hebbend voor het slachtoffer, naar beneden is gehaald.

En een slachtoffer kan NOOIT betrokken worden bij het bepalen van de staf. Dat is even onzinnig als de schuldigbevondene zelf actief te betrekken in het bepalen van zijn straf. En ook hier biedt Korver weer werk voor advocaten: als het slachtoffer mee mag bepalen dan ook de stem van de dader hierin laten meewegen!

Dat slachtoffers zich niet gehoord, opzij geschoven of zelfs onrechtvaardig bejegend voelen, vereist absoluut aandacht van de maatschappij en alle betrokken organen, maar het simpelweg aanschuiven van het slachtoffer in een rechtsproces, zoals dat Korver zich dat voorstelt, helpt niet zozeer het slachtoffer (meepraten, meedenken en meekijken garandeert helemaal geen meer genoegdoening) maar de advocatenbranche.

En nog eens even heel iets anders, slachtoffers dénken dat ze opgewassen zijn tegen de houding, gedrag en uitspraken van de ‘dader’. Met name nabestaanden van slachtoffers die zelf niet (meer) kunnen spreken willen de dader van WAARDIGE repliek voorzien en zich niet verlagen tot allerlei banaliteiten. In de praktijk blijkt dat niet alleen veel moeilijker dan gedacht, maar ook emotioneel veel ingrijpender. Voordat slachtoffers bloot worden gesteld aan de ervaringen van een eigen tafeltje met microfoon tijdens het gehele strafproces, mag er wel eens nagedacht worden of de voorstellen van Korver inderdaad de belangen van het slachtoffer dienen of dat slachtoffers meer gebaat zijn bij een andere invulling van hun rechten, die hen extra leed bespaart en hun gevoel van genoegdoening en rechtvaardigheid bevredigt.

Chris Klomp

Goed verhaal. Mensen schijnen en masse te vergeten dat een rechtszaak in essentie een ‘verhoor ter zitting’is. Een rechtszaak kent helemaal geen dader. Slechts een verdachte die in het huidige tijdperk tegenover een steeds grotere overmacht staat. Politici, justitie, politie, het slachtoffer. Het volk.

Natuurlijk hebben slachtoffers alle recht op onze hulp en ondersteuning. Maar doe dat op de juiste plek en dus niet in de rechtszaal.

http://rechtbankverslaggever.wordpress.com/2012/10/16/dol-op-slachtoffers/

Paul Kirchhoff

Ik vraag mij af wat het geeigende moment zou moeten zijn om slachtoffers spreekrecht te verlenen tijdens een strafzaak.
Zolang er geen uitspraak in hoogste instantie is richt men zich tot een verdachte. De verdachte is pas definitief dader nadat alle beroepsmogelijkheden inclusief cassatie zijn gepasseerd.

Het probleem zit voornamelijk bij het OM dat vrijwel niet toegankelijk is voor slachtoffers en daders.
Bij het OM is men alleen geinteresseerd in het OM.
Invloeden uit de samenleving worden zoveel mogelijk geweerd.
De schil rond de staande magistratuur is zo mogelijk nog weerbarstiger dan de ivoren toren van de zittende magistratuur.
Het OM zou veel meer oog moeten hebben voor slachtoffers.
Het OM treedt niet alleen op namens de staat maar moet ook opkomen voor de belangen van de slachtoffers.
De mislukte poging die taak over te laten aan de vrijwilligers van slachtofferhulp is tekenend voor de waarde die het OM toekent aan het belang van een goede begeleiding van slachtoffers.

cwildschut

@Aart Dekker: ik denk dat u dit stuk moet lezen als een tegenhanger van de nogal absurd verstrekkende suggesties van Korver, al zal ook hij vast een oprechte poging doen om op te komen voor slachtoffers (waarbij hij overigens ook zijn eigen portemonnee niet vergeet). Wat mij betreft mag het slachtoffer best gehoord worden ter zitting, maar er is geen goede reden om daarvan ook een procespartij te maken.
Het enige land waarvan ik weet dat het slachtoffer zo veel inspraak heeft in de op te leggen straf als Korver voorstelt is Saoedi-Arabië, en die kant wil ík niet op. Het gemiddelde slachtoffer is (natuurlijk) niet in staat om onpartijdig naar ‘zijn’ verdachte te kijken. Heeft geen enkel oog voor achterliggende problemen en motieven en kan zich dus geen in acht te nemen mening vormen over de geschikte afdoening van de zaak.
Ik probeer me voor te stellen hoe een mishandeling in de relationele sfeer (komt nogal eens voor, zo veel moord en doodslag is er nu ook weer niet) in de zittingszaal moet gaan verlopen. Waar twee kijven, hebben er vaak twee schuld. Maar de verdachte ziet zich in de zittingszaal opnieuw geconfronteerd met zijn (ex-)partner als tegenstander. Hoe rechtvaardig zal een opgelegde straf dan aanvoelen?
Nee, het slachtoffer moet -tot op zekere hoogte, sommige slachtoffers zijn zelf niet zo zielig als ze willen lijken- gehoord kunnen worden, maar geen stem krijgen in de behandeling die de verdachte ten deel valt.

J. van Oort

Ik meen dat Cybelle Hawke hier de spijker op zijn kop slaat. Een slachtoffer zou pas recht van spreken moeten krijgen NADAT de rechter het “schuldig” heeft uitgesproken. Dan, vanaf dat moment, staat ook niets meer een grote(re) rol van het slachtoffer in de weg, in een vervolgproces. Daarvoor niet. Daarvoor is het, bij het strafrecht, niet meer en niet minder dan “De Staat der Nederlanden versus XYZ…”.

K Tjoelker

Een helder verhaal waarin de heer Jensma (opnieuw) een helder analystisch onderscheid maakt tussen rechtspraak en emotie, en tussen handhaving van rechtsstaat en van individueel recht.

Een verdachte mag pas als dader worden aangemerkt nadat de rechtbank tot een veroordeling is overgegaan. De spiegel hiervan is dat het veronderstelde slachtoffer pas als feitelijk slachtoffer mag worden aangemerkt nadat het slachtofferschap is bewezen. Het is nu eenmaal niet zo dat iemand die claimt slachtoffer van een misdrijf of misdaad te zijn dit ook altijd is.

Ook is het niet aan het veronderstelde slachtoffer om het oordeel over de schuld te vellen, noch om de strafmaat vast te stellen (dat soort dingen horen thuis in volksgerichten).

Het gaat in het strafrecht niet om een persoonlijke genoegdoening tussen dader en slachtoffer. Daarvoor is er het privaatrecht. Als de toegang daartoe volgens de heer Korver (of volgens slachtoffers) niet goed genoeg is dan moet daar wat aan veranderen. Het lijkt mij niet zinvol om in reactie op een gebrekkig functioneren van een van beide rechtssubsystemen deze door elkaar te husselen. De handhaving van de rechtsstaat is nu eenmaal van een ander niveau dan de uitoefening van de belangen door de individuele burgers.

Uiteraard hebben veronderstelde slachtoffers in het strafrecht recht op respect; daarnaast zouden zij wat mij betreft ook bescherming van hun privacy verdienen.

Marius van Huygen

“Een slachtoffer heeft pas recht van spreken als de verdachte schuldig is bevonden”

Hiermee is de essentie van deze kwestie wel samengevat.
Het slachtoffer kan natuurlijk wel als getuige deel uitmaken van de rechtszaak. Dit kan dan uiteindelijk mede leiden tot een schuldig verklaring cq. veroordeling van verdachte. Maar dat is tijdens de rechtszaak helemaal nog niet zeker. Bovendien kan er ook sprake zijn van een vermeend ‘slachtofferschap’door een valse aangifte.

lyngbakken

2 nadere opmerkingen:
- ik ken het rechtssysteem in Saoedi-Arabië niet. Zoals ik al schreef hoeven we echter helemaal zo ver niet te kijken: bijvoorbeeld een blik in ons buurland Duitsland laat al zien dat een slachtoffer daar desgewenst de rol van nevenaanklager als procespartij kan krijgen;
- er is verder sprake van een hardnekkig misverstand: ook als een slachtoffer mede procespartij wordt in de strafzaak, blijft de verdachte verdachte tot het oordeel van de rechter. Een slachtoffer is ook niet pas slachtoffer als de dader vaststaat, maar is dat los daarvan.
In dit opzicht wijzigt er ook niets ten opzichte van de bestaande situatie, waarin een slachtoffer ook al spreekrecht heeft voordat wordt beslist of de verdachte het heeft gedaan of waarin het slachtoffer een schadevergoedingsvordering mag indienen en toelichten voordat de rechter heeft geoordeeld of de verdachte het heeft gedaan.
Wat wel verandert is dat een slachtoffer als procespartij ook duidelijk mag uitspreken of volgens hem de verdachte ook de dader is of niet. Ik zie niet in wat daar mis mee is. De transparantie en duidelijkheid is daarmee gediend, de verdachte kan er (al dan niet bij monde van zijn advocaat) op reageren (net als de officier van justitie), en de rechter is er na dat hoor en wederhoor ten slotte mans of vrouws genoeg om vervolgens onafhankelijk te oordelen of de verdachte de dader is of niet. Hij/Zij heeft daarbij meer argumenten ter beschikking dan nu het geval is, en dat lijkt mij de kwaliteit van de rechterlijke beslissing alleen maar ten goede te komen.
Wat bijv. mevrouw Hawke schrijft lijkt dus duidelijk en helder, maar is dat bij nadere beschouwing niet. Volgens mij verdedigt ze taboes die niet nodig en zelfs schadelijk zijn voor de waarheidsvinding, de rechtsvinding en de positie van het slachtoffer (wanneer die als direct betrokkene in een volwaardige rol wil deelnemen in de strafzaak die gaat over hetgeen hem/haar is overkomen.

Paul Kirchhoff

Marius van Huygen
“Een slachtoffer heeft pas recht van spreken als de verdachte schuldig is bevonden”

Het is nog lastiger. Een verdachte is pas schuldig wanneer alle beroepsmogelijkheden zijn uitgeput.

Ellen Molenaar

Even een reactie op de opmerking van Maria Klepp
“De huidige slachtoffersmentaliteit is een ramp”.
Is deze niet juist ontstaan omdat men niet gehoord wordt, ook in de rechtzaal? Ik vind het plan goed, al was het maar voor de verwerking van hetgeen hen aangedaan is en uit medemenselijk oogpunt. Tot nu toe is de vertroeteling van de dader mijn inziens een ramp en mede oorzaak van het florerende slachtoffersschapgevoel.

Gerard

Uitstekende samenvatting. Het slachtoffer is het nieuwste kooltje op het vuur van de verontwaardiging van de Teevens en de Opsteltens. En natuurlijk een kaskraker voor de Korvers van deze wereld, die anders geen ‘zaak’ hebben.

Paul Kirchhoff

Binnen de huidige opzet van het strafproces is geen plaats voor het slachtoffer. Het slachtoffer past gewoon niet in de procedure of je dat nu bezwaarlijk vindt of niet.
Tot dat de zaak tot in hoogste instantie is behandeld is de verdachte slechts verdachte en geen schuldige.
Het heeft geen zin in de rechtszaal slachtoffers gelegenheid te geven hun leed nader toe te lichten.
Ik kan me wel voorstellen dat het OM meer ruimte vrijmaakt om slachtoffers de gelegenheid te geven hun grieven en hun leed toe te lichten aan de enige partij die gedurende het strafproces hun belangen kan vertegenwoordigen.

Sabine Kraus

Veel van wat Folkert Jensma schrijft over slachtoffers is mij uit het hart gegrepen. Toch twijfel ik over een punt. Een van de argumenten voor het bestaan van het straf(proces)recht is het tegengaan van eigenrichting: het is beter als de bestraffing in handen ligt van neutrale instanties, i.p.v. in handen van het slachtoffer dat (zeer begrijpelijk) vaak vooral wraak wil. Maar tegenwoordig is er veel druk op openbaar ministerie en rechters om toch vooral de belangen van het slachtoffer te vertegenwoordigen – en het publiek krijgt via de media ook zozeer het perspectief van het slachtoffer voorgeschoteld, dat er een sfeer ontstaat alsof ‘algemeen belang’ (waar het OM eigenlijk voor moet staan) en ‘belang van het slachtoffer’ samenvallen. Die trend betreur ik zeer. Maar kunnen we die nu het beste tegengaan door het slachtoffer niet teveel rol in het strafproces te geven, of door hem/haar juist wel een duidelijke rol als partij te geven? Waardoor OM en rechter weer gewoon aan hun eigenlijke rollen kunnen toekomen, dwz optreden vanuit algemeen belang en neutraal oordelen?