Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Rechtspraak is toe aan een paar harde vragen

De details moeten nog geregeld worden, maar volgend jaar kunnen rechtszaken in beginsel live via tv of internet gevolgd worden. Dat is toch een doorbraak. Het nieuws kwam vorige week, in de marge van de ‘Dag van de Rechtspraak’. Daar horen lezingen en discussiepanels bij – en zo zat ik vorige week in de hal van de Raad voor de Rechtspraak tussen de persrechters, presidenten, voorlichters en ander communicatievolk me stilletjes op te vreten. Het ging voor de zoveelste keer over (nieuwe) media, beeldvorming en ‘reputatiemanagement’. Meestal versmallen die discussies zich tot de vraag of rechters ‘bij Pauw en Witteman moeten gaan zitten’. Nee natuurlijk, is meestal de conclusie. De horreur! Dertig seconden spreektijd, met het risico dat Jan Mulder naast je gaat zitten stoken. Brrr.

Fijn meewaaien met de mediacratie is niet de kern

Vorige week ging het om Facebook, Twitter en LinkedIn. En of rechters op die sociale netwerksites iets te zoeken hebben. Het enthousiasme was voorspelbaar gering. De gespreksleider, een persrechter uit Zwolle, bekende een zakelijk profiel op LinkedIn te hebben. Niet iedereen in de zaal vond vermelding op deze arbeidsmarktwebsite voor professionals al een goed idee. Toch moeten ze iets, die rechters.

Na diverse publieke dwalingen en het deerniswekkende gestuntel in het proces Wilders is het de rechtspraak wel duidelijk dat ze een probleem heeft. De rechtspraak deelt in de gezagscrisis tussen overheid en burger, na Fortuyn. Gezag bestaat tegenwoordig pas als de mondige burger het toekent. Rechters moeten dus de burger serieus nemen, beslissingen motiveren en het recht uitleggen. Ook als het ingewikkeld is. Wat meestal zo is. De tijd dat de rechter vanaf de Olympus het geschil in orakeltaal beslechtte, waarna de bode achterwaarts de zaal uitschuifelde met de hermetische tekst, is echt voorbij.

Vandaar die camera’s in de rechtszaal, in de ijdele hoop dat het begrip dan vanzelf toeneemt. Ik wens ze veel succes en dat bedoel ik niet cynisch. Ik ben blij met iedere nieuwe vorm van openbaarheid – de televisiejournalistiek is te lang op achterstand gezet. Maar ik voorspel ook dat het tobben met de reputatie in het publieke domein hiermee niet ophoudt. En dan niet alleen omdat er af en toe een togadrager zelf moet voor komen. Waar de kranten dan bovenop springen. Inderdaad, ook deze. De bitterheid daarover was goed hoorbaar.

Ik zat mijn ongeduld in het prachtgebouw van de Raad vooral te verbijten omdat er een hele ochtend werd verbeuzeld aan bijzaken. De kern van de rechtspraak is immers het doen van heldere en tijdige uitspraken. Het gezag en de reputatie van de rechter wordt daardoor bepaald. En dàt moet in orde zijn. De rest is franje, meewaaien in de mediacratie.

Zoals bestuurskundige Paul Frissen het in zijn lezing ’s middags eenvoudig uitdrukte: „Vooral slecht presteren bedreigt de legitimiteit”. Dat is volgens hem „het grootste risico” dat de rechtspraak loopt. Een waarheid als een koe. Maar toch nuttig om te vermelden, al was het maar omdat bij dit onderwerp altijd de ‘communicatie professionals’ komen pronken. Zij maken immers die websites, regisseren de beelden en persberichten en bepalen de toegang tot de rechters. Daardoor lijkt het al gauw alsof meer licht en geluid de oplossing vormt.

Maar de echte kwestie is natuurlijk hoe de rechtspraak sneller en beter kan werken. In het interviewonderzoek van Frissen naar de reputatie van de rechtspraak kwamen een paar bijtende kwalificaties voor. Er was sprake van een conservatieve bedrijfscultuur, een organisatie bestuurd door amateurs (rechters zelf), onmachtig om bijvoorbeeld hogere doorlooptijden te realiseren. „Tegenwoordig wordt bij elke bushalte aangegeven hoe lang je nog moet wachten, maar bij de rechtspraak…” Dat sommige zaken tien jaar kunnen duren is niet meer verkoopbaar. De rechtspraak is, met een nieuw en platzak kabinet op de stoep, toe aan een paar echte vragen. Doen ze wel het goede en doen ze dat wel goed genoeg?

Op ivorentoga.nl geven sinds kort vier praktijkjuristen, van wie drie uit de rechtspraak, alvast nieuwe ideeën. Dáár zou zo’n ochtend aan besteed moeten worden, wat mij betreft. Moet het héle dossier wel gelezen worden, door alle leden van een meervoudige kamer? Waarom doet de strafrechter eigenlijk zo weinig zware en zo ongelooflijk veel lichte zaken af? Het zijn nuchtere praktijkobservaties. Met een beetje googlen vind ik ook een paar Europese ideetjes, geleend uit een presentatie van IMF-deskundige Sebastiaan Pompe.

Het Finse gerechtshof in Rovaniemi sprak met zichzelf af dat geen enkele zaak er langer dan 12 maanden mag duren. In Noorwegen geldt dat alle strafzaken in drie maanden en alle civiele zaken in een half jaar af zijn. In het Verenigd Koninkrijk gelden harde deadlines van 15, 30 en 50 weken voor verschillende typen zaken. Duitsland kent de ‘Nachschau’ praktijk: appelrechters inspecteren rechtbanken als zaken daar langer dan een jaar duren. En mijn favoriet: in Noorwegen mogen vonnissen niet langer dan 12 pagina’s zijn. Het leven kan soms zó simpel zijn.

Geplaatst in:
Overige rechtsgebieden
Lees meer over:
gerechtshof
internet
media
proces Wilders
raad voor de rechtspraak
rechtersambt
rechtspraak

26 reacties op 'Rechtspraak is toe aan een paar harde vragen'

Frits Jansen

Het is Jensma blijkbaar ontgaan dat het streven naar snellere afdoening van strafzaken – liefst zonder rechter – zover is doorgeslagen dat de rechten van een verdachte in de knel komen. Dit streven gaat hand in hand met de politieke wens om almaar harder te straffen, vooral een VVD-stokpaardje (om De Telegraaf te plezieren?)

De rechtspraak zou hard moeten optreden tegen aanvallen op haarzelf. De rechters en vooral het OM waren vooral angstig in de zaak-Wilders. Zodat Wilders kreeg wat hij verwachtte: een puur politiek proces. Alleen werkte politiek uiteindelijk in zijn voordeel. De bottom line is dat ze een man met zo’n grote bek niet durven te veroordelen uit vrees voor de publieke opinie – terwijl de politiek zijn gedrag toch ooit expliciet strafbaar had gesteld, en, belangrijker wellicht, recent nog heeft besloten de betreffende strafbepaling niet te schrappen. De rechter had keihard moeten uitleggen dat de vrijheid van meningsuiting niet onbeperkt is (en beperkter dan in de VS). De politiek wil ook de positie van slachtoffers versterken – welnu, hier waren de moslims collectief het slachtoffer, en hun belangen werden volkomen verkwanseld. Omwille van een volksmenner uit Venlo, waar het OM zich niet aan wilde branden.

Nu houd ik mijn hart vast of tuchtrechters Moszkowicz uiteindelijk niet zullen terugdeinzen om deze rotte appel aan te pakken – terwijl de man het zelf steeds bonter maakt met de verdachtmakingen die hij ter verdediging aanvoert. Het lijkt mij niet verkeerd als de regels voor advocaten worden aangescherpt en ze bij voorbeeld verboden wordt om lopende een zaak in praatprogramma’s op te treden.

Het proces-Wilders toont trouwens aan dat processen toch beter niet op TV moeten komen, om te voorkomen dat show-advocaten over het hoofd van de rechter heen de publieke opinie masseren. En rechters zijn te netjes om keihard terug te slaan. Neem de bewering dat het beïnvloeden van een getuige strafbaar zou zijn (die door alle kranten is overgenomen). Dat is kolder: in de wet staat alleen dat het uitoefenen van dwong op een getuige niet mag.

Ik heb wat aan rechtsvergelijking gedaan en constateer dat Nederlandse arresten en vonnissen uitmunten in onleesbaarheid, zelfs ten opzichte van wat de Duitsers presteren. Zo heeft het Bundesgerichtshof er geen probleem mee zijn eigen beslissingen samen te vatten (in “Leitsätze”), terwijl de Hoge Raad als de dood is dat dan een nuance verloren zou kunnen gaan.

Frank Mayer

“suaviter in modo, fortiter in re”

stijn dunk

Folkert Jensma heeft een punt in zijn pleidooi voor meer prestaties, en dan in het bijzonder de snellere afhandeling van rechtszaken. Het is alleen jammer dat hij zich niet uitgebreider geinformeerd heeft over de vele initiatieven en projecten die juist op dit gebied in heel Nederland gestart zijn. Een voorbeeld is het project ‘Jeugdig Elan’ bij het gerechtshof in Den Bosch, waarin jeugdstrafzaken met extra spoed worden aangepakt. Zo zijn er projecten door het hele land, vaak in samenwerking met het Openbaar Ministerie en andere betrokken partijen. Die werpen al hun eerste vruchten af: de gemiddelde duur van rechtszaken neemt af, zo blijkt uit de laatste kengetallen van de Rechtspraak. Die lijn moet worden doorgezet, stelde voorzitter van de Raad voor de rechtspraak Erik van den Emster in zijn speech op de Dag van de Rechtspraak. Daarbij zijn alle suggesties welkom, ook die van Folkert Jensma.

Ron Groenewoud

Het is een beetje jammer dat zo’n sterk artikel meteen bevuild wordt met de reactie van de heer Frits Jansen, die klaarblijkelijk een voorstander is van een nieuwe Inquisitie.
Welnu, zie daar een van de redenen waarom rechtspraak niet meer als zodanig wordt ervaren. Al valt te betwijfelen of deze heer nog tot enige realiteitszin te bewegen is.

Afijn, de suggesties gedaan in dit artikel lijken me een goede aanvulling voor het debat over de rechtspraak.

Dirk Klotenberg

Meer arbitrage, mediation, geschillencommissies etc. Lijkt me de beste oplossing.

lyngbakken

De duur van de rechtszaak is van groot belang.
Maar evenzeer is van belang dat Nederland op dat punt steeds beter scoort. Hierboven wees Stijn Dunk al op het project ¨Jeugdig Elan¨. Ik heb zelf op dit forum al meerdere keren gewezen op de nieuwe zaaksbehandeling in het bestuursrecht, waarvan onderdeel is dat zaken nu met 3 maanden op zitting staan (waar dat vroeger een jaar of meer kon duren). Zoals ook blijkt uit de door Folkert Jensma presentatie van Sebastiaan Pompe doet Nederland het op het punt van die duur verre van slecht in vergelijking met andere landen. Loonvorderingen worden hier ook relatief snel door de kantonrechter afgedaan.
Verbetering is natuurlijk altijd mogelijk, maar op dit punt lijken de mogelijkheden voor winst relatief beperkt.
Wel kan nog helpen dat partijen ook vooraf maximale duidelijkheid wordt gegeven over de duur van de procedure onder de rechter. Ook dat wordt overigens voor een deel al gedaan.

Ik heb ook even gekeken op de site ivorentoga.nl. Daarop schrijven 4 mensen die in het rechtsbedrijf werkzaam waren/zijn bijdragen.
Dat zij hun ideeën delen met anderen is zonder meer waardevol.
Wat mij betreft zou die site echter nog aan waarde winnen wanneer daar ook advocaten, bestuurskundigen, psychologen, ervaringsdeskundigen en politici bijdragen zouden plaatsen.
Neem nu bijvoorbeeld de vraag of alle rechters van een meervoudige kamer wel het hele dossier zouden moeten lezen. Een psycholoog kan daar voors en tegens van belichten voor de rechterlijke besluitvorming. Een bestuurskundige en een advocaat (en mogelijk ook een psycholoog) kunnen ingaan op de vraag wat dat betekent voor een verdachte, te weten dat hij veroordeeld kan worden door een rechter die niet het hele dossier kent. Aan de orde kan ook komen of er niet een zwaarder accent moet komen op de behandeling ter zitting in plaats van op de schriftelijke voorbereiding. Ook kan worden bekeken of die behandeling niet opener moet gebeuren dan nu het geval is (met een minder grote rol voor die ene rechter die het dossier wel helemaal heeft gelezen). Ook op die wijze kan het belang van de schriftelijke voorbereiding enigszins worden gerelativeerd.

Steenhuis breekt op de site (weer) een lans voor het meer afdoen van lichte zaken via een vereenvoudigd traject (redelijk vergelijkbaar met de bestuurlijke boete). Het lijkt mij de moeite van het overdenken waard, niettegenstaande de bezwaren die daartegen in het verleden door bijvoorbeeld Corstens en onze gewaardeerde forumredacteur zijn ingebracht. Wel lijkt mij daar het gevaar van doorschieten reëel. Zoals ik ook las op de ivorentoga.nl is het voor de kwaliteit van het werk van rechters namelijk ook belangrijk voldoende ¨standaardzaken¨ te zien om een routine op te bouwen en met behulp van die routine beter om te kunnen (blijven) gaan met heel complexe zaken.
En als we het hebben over zaken met een (in vergelijking met andere zaken) beperkt belang: waar blijven de e-court-mogelijkheden van de rechtspraak?

Volgens mij zijn Nederlandse rechterlijke uitspraken gemiddeld beduidend korter dan 12 pagina´s. En dat moeten we wat mij betreft ook vooral zo houden. Maar aan de leesbaarheid voor de leek kan nog wel een en ander verbeteren. Daar zouden taalkundigen misschien een bijdrage kunnen leveren?

Ik pak er zo maar enkele deelonderwerpen uit. Mij lijkt interessant om die stuk voor stuk op dit forum eens aan de orde te stellen. Dan kunnen we verder komen dan nu.

De onafhankelijkheid van de rechter kan een obstakel vormen bij het realiseren van veranderingen (zoals ook blijkt uit ivorentoga.nl).
Ook een discussie over die onafhankelijkheid lijkt mij dan nuttig. Als aftrap zou ik willen zeggen dat de rechterlijke onafhankelijkheid allereerst een onafhankelijkheid is van alle rechters ten opzichte van de andere staatsmachten, en pas daarna een onafhankelijkheid van een individuele rechter, en niet omgekeerd.

Alfred Mol

Het is merkwaardig, dat de rechtspraak nu 1 dag/week live een zitting wil verslaan. Echter de burgers/ procespartijen zouden zelf de mogelijkheid moeten hebben om zitting via video-camera vastte leggen. Micha Kat heeft dat geprobeerd, maar het werd verboden….
Het is toch zo, dat we zelf willen beslissen, wat de moeite is en niet naar een promo-stukje van de Raad voor Rechtspraak willen kijken.
Kortom: ik pleit voor toelaten video-opnames door de partijen.

FYI Procedures in NL duren vaak onzinnig lang. Mijn procedures 94/661 en 94/751 hebben 17 jaar geduurd (zonder Hoge Raad!). Bijgevolg heeft het Europees Hof de Staat der Nederlanden hiervoor veroordeeld. Nu zijn we dan met fase# 2 bezig. Zo kun je je afvragen of de IE rechtspraak in Den Haag wel van goede wil is….

Paul Kirchhoff

Traag bestuursrecht?
Wat te denken van een behandeling in eerste aanleg na vijf en een half jaar? Vervolgens wordt de zitting binnen tien minuten verdaagd omdat er eerst een getuigedeskundige moet worden benoemd. Stel je eens voor wat dat voor de eiser betekent.

Probeer eens wat meer te acteren met efficiency in gedachten.
Zo is er op heel eenvoudige wijze veel winst te boeken door nieuwe richtlijnen voor het OM vast te stellen bij het leggen van beslagen.
Nu worden veel beslagen opgeheven door de raadkamer wanneer het beslag duidelijk disproportioneel is.
De raadkamer forceert de behandeling omdat het OM na het beslag geen enkel initiatief meer neemt.
De strafzaak waar het beslag uiteindelijk terecht komt laat niet zelden jaren op zich wachten.

Steek de capaciteit die nu uit getrokken wordt voor camera’s in de rechtzaal liever in het verkorten van de wachtlijsten.

Herstel de oude regel dat zaken die te lang zijn blijven liggen onherroepelijk leiden tot niet ontvankelijk verklaren van het OM.
Wat mij betreft mag dat al na 12 maanden gelden. Uiteraard alleen voor zaken waarvan het onderzoek is afgesloten. Het helpt ook het stuwmeer aan zaken weg te werken.

Onbedoeld neven effect van een fors overbelaste rechtsspraak is dat toptalent die werkomgeving niet langer ambieert en elders emplooi zoekt.
Wachtlijsten en een te hoge werkdruk zijn duidelijke oorzaken voor afnemende kwaliteit van de rechtsspraak.

Pas na een forse verkorting van de periode die nu nog geaccepteerd wordt voor de behandeling in eerste aanleg
bestaat de kans dat Nederland terecht aanspraak mag maken op de status democratische rechtsstaat.

lyngbakken

@ 8 Paul Kirchhoff

Vijfeneenhalf jaar is veel te lang voor een procedure in eerste aanleg, dat ben ik helemaal met je eens. Maar vijfeneenhalf jaar was ook in het verleden extreem lang, en zelfs toen bepaald niet de norm.
Ook hier is je persoonlijke ervaring een veel te smalle basis om algemene conclusies te trekken over de rechtsstaat. In Nederland zijn er bij mijn weten elk jaar meer dan honderdduizend procedures die in eerste aanleg worden begonnen. Een procedure is dan 1 procent van 1 promille.
En zoals ik al schreef: Nederland zit Europees gezien bij de landen met de snelste doorlooptijden. Bijvoorbeeld Duitsland is trager. Is er dan nergens een democratische rechtsstaat in Europa volgens jou?

Voor wat betreft de Nederlandse situatie: ook hier kan het beter. Als je op http://www.rechtspraak.nl onder de tab Raad voor de Rechtspraak kijkt bij Agenda voor de rechtspraak 2011-2014 zie je daar onder het (ook door jou genoemde) kopje effectiviteit, maatregelen genoemd om de doorlooptijden te verbeteren (een belangrijke indicator voor effectiviteit, ook volgens de Raad voor de Rechtspraak) welke verbeteringen inmiddels zijn doorgevoerd (onder meer bij bestuursrecht, de door mij al genoemde nieuwe zaaksbehandeling). Er wordt dus hard aan gewerkt, maar het kan nog beter.

In het strafrecht lopen de zaken veel moeizamer. Dat houdt onder meer verband met het streven naar een hogere kwaliteit van vonnissen (¨Promis¨). De -noodzakelijke- energie die daarmee gemoeid is, kan niet voor andere dingen worden gebruikt.
Jij schrijft over de problemen met beslagen, en pleit voor niet-ontvankelijkverklaring als standaardreactie bij een te traag reageren. Dat zou in jouw persoonlijke situatie jou wellicht hebben geholpen, maar ik ben er niet voor het een standaardreactie te maken. Het kan namelijk ook betekenen dat criminelen ten onrechte spullen terug krijgen, ten nadele van slachtoffers bijvoorbeeld. Ook hier moeten we oppassen een persoonlijke ervaring niet maatgevend te maken voor alles.

pvdlichte

Met alle respect voor een ieder, het is niet alleen een theoretische en academische discussie. Iemand wordt aangehouden en dan heb je 2 mogelijkheden, je gaat vanuit HvB naar de rechter of na enige tijd vrijheid, naar de rechter om je te verantwoorden. Steeds meer komt het voor dat iemand wordt aangehouden en dat recherche in HvB tracht een zaak rond te krijgen.Iemands leven is uit balans en dus ben je soms bereid -iets- makkelijker te praten dan vanuit een vrijheid situatie. Wanneer iemand na 90dg. weer op straat mag en dan na twee jaar voor de rechter moet verschijnen is dit rechtspraak? Een dossier moet altijd gelezen worden want getuigenverslagen kunnen -enigszins- gemanipuleerd worden door de verslagen van een recherche. Democratie is iemand aanhouden en binnen x periode voor de rechter. Zo niet vrijspraak! De discussie wordt toegespitst op de rechter echter m.i. is het traject hiervoor -kinderspel-.

Paul Kirchhoff

Lynbakken,

Je denkt toch niet dat ik de enige was die te maken kreeg met dit soort absurde vertragingen?
Jouw goedpraterij, door mijn ervaringen af te doen als incidenten, is behoorlijk irritant.
Kennelijk maak je deel uit van het systeem dat al tientallen jaren kraakt in zijn voegen.
Dit soort absurde vertragingen leidt terecht tot de conclusie dat er sprake is van rechtsweigering.
Ik zie niet in hoe dat te rijmen valt met de status democratische rechtsstaat.
Het ontbreekt in Nederland in ernstige mate aan kwaliteit en capaciteit bij het opsporingsapparaat, het OM en de rechterlijke macht.
Dat laatste moet ik nuanceren: met name bij politierechters komen uiterst merkwaardige vonnissen voor.
Laatste mij bekende stunt: OM vraagt vrijspraak voor beide feiten gemotiveerd door te wijzen op het Meer en Vaart arrest.
Uitspraak van de politierechter: Ik geloof de verdachte niet en veroordeel hem daarom tot een geldboete.
Er was geen gram ondersteundend bewijs.
Alleen het “geloof” van de politierechter leidde tot een veroordeling.
Natuurlijk is er hoger beroep. Weer minimaal een jaar wachten ndat de zaak in eerste aanleg al na twee en een half jaar op de rol gezet werd.
Wat een geluk dat de zaak in Amsterdam diende.
Daar wordt soepel omgesprongen met het verlofstelsel:
Bij sancties onder 500 euro bestaat de kans dat het hoger beroep wordt afgewezen.
In Den Bosch kun je bij hoger beroep beter vragen om een boete van 501 euro. Daar wordt het hoger beroep veel vaker afgewezen.
Het zijn persoonlijke ervaringen die daarom nog niet minder van belang zijn om het falen van de rechtsspraak aan te tonen. Het kan jou ook overkomen.

Paul Kirchhoff

Lynbakken,

Je haalt een aantal zaken door elkaar:
Beslagen met het oogmerk het goed verbeurd te verklaren worden niet zelden op lichtvaardige gronden genoemen.
Wanneer bij de behandeling van het klaagschrift blijkt dat verbeurdverklaring niet opgelegd zal worden als sanctie bij de behandeling van de strafzaak wordt het beslag opgeheven. Allemaal poppenkast die de staat en de betroffene handenvol tijd en geld kost zonder dat er iets mee wordt opgelost.

Ik pleit ervoor net zoals Folkert Jensma in de laatste alinea van zijn stukje beschrijft zaken binnen maximaal 12 maanden af te doen. Dat het kan blijkt duidelijk uit het overzicht waarin een aantal landen voorkomen die wel in staat zijn korte termijnen aan te houden.

Paul Kirchhoff

@ pvdlichte
In Nederland wordt de voorlopige hechtenis stelselmatig misbruikt om verdachten onder druk te zetten.
De rechter commissaris wordt voortdurend geconfronteerd met opsporingsambtenaren die de aanvraag voor verlenging standaard motiveren met:
“In het belang van het onderzoek”
Dat circus kan zich herhalen tot een verdachte ruim drie maanden in voorarrest heeft gezeten.

Martin van de wardt-Olde Riekerink

De standaardreactie van het apparaat:
- Wij hebben daar geen signalen van ontvangen
- Wij herkennen ons niet in het door u geschetste beeld
- De door u aangegeven situaties zijn duidelijk incidenten
- Wij hebben deze situatie onder controle
- We vertrouwen onze mensen, zij zijn druk bezig het op te lossen
- Er is een commissie ingesteld die dit probleem gaat onderzoeken
- Uit het onderzoek is niet gebleken van enige verantwoordelijkheid onzerzijds
- De verantwoordelijken zullen gestraft worden
- “Sorry”
- Hoewel geen fouten zijn gemaakt is de situatie nu toch zo dat aftreden onvermijdelijk is.

In welke van deze fases zit de Rechtspraak?

Overigens: ik ben het er van harte mee eens dat alles in de rechtszaal openbaar gemaakt moet kunnen worden, ook via eigen opnames.

lyngbakken

@ 12 Paul Kirchhoff

Zoals ik al schreef duren ook mij strafzaken te lang.
De lange duur is niet goed voor degenen die bij die zaken betrokken zijn (ze blijven langer dan nodig in onzekerheid) en het is ook niet goed voor de effectiviteit en geloofwaardigheid van het strafrecht in de gevallen dat er een straf volgt. Lik op stuk werkt nu eenmaal veel beter dan een portie wijsheid achteraf die veel te laat wordt uitgedeeld.
Jij pleit voor een periode van 12 maanden waarin de strafzaak moet worden afgedaan. Dat is mij vanuit een lik-op-stuk-gedachte nog te lang. Persoonlijk denk ik dat veel zaken sneller moeten kunnen (misschien wel binnen 3 maand). Ik denk dan bijvoorbeeld aan zaken als rijden onder invloed, winkeldiefstallen, mishandeling (al dan niet in de huiselijke sfeer)neem aan dat je daarbij vooral doelt op het grootste deel van de strafzaken: die bij de politierechter.
Te vaak moet er gewacht worden op het uitwerken van processen-verbaal door de politie. Met de nadruk op meer blauw op straat wil dat bureauwerk er wel eens bij inschieten. Dat is dan weer een kwestie van politieke keuzes.
Voor de meeste agenten is het ook niet het meest populaire deel van hun werk, dus dat helpt ook niet. De verhalen van agenten die moeizaam met 2 vingers pv´s tikken zijn maar al te bekend. Ik vraag me af of dat met alle moderne technieken niet veel efficiënter en beter kan. Moeten we onderhand niet in veel zaken af van de papieren dossiers en overgaan naar digitale, waarin de inhoud niet alleen in tekst, maar ook in geluid (verhoren bijv) en beeld (verhoren, maar ook beelden van de plaats delict etc.) is vastgelegd; dat dan wel met een goede index en een goed zoeksysteem erbij zodat de feiten die worden genoemd in de telastelegging gemakkelijk terug te vinden zijn als bewijs? Dat kan heel veel uitwerken (en typen met twee vingers) schelen, en komt de betrouwbaarheid alleen maar ten goede.

Waarom blijft hier sprake van een niet opgeloste problematiek? Ik schreef al dat in de strafsector het accent momenteel ligt op het project verbetering motivering van strafvonnissen, en alle tijd die daar inzit kan niet worden gebruikt voor verbetering van behandeltijden.
Maar er is volgens mij nog een tweede, veel belangrijker factor. De duur van strafzaken wordt door meerdere factoren beïnvloed. Het begint al bij het voortraject bij de politie en daarna bij de officier van justitie. Daarbij is de rechter nog niet eens aan de beurt.
De zeggenschap over die verschillende van het traject is ook nog eens verknipt en verbrokkeld. Zo heeft de minister van Veiligheid en Justitie invloed, maar ook dien van Binnenlandse Zaken. Daar komt de burgemeester dan ook nog eens bij om de hoek kijken. Al die politieke en bestuurlijke organen hebben hun eigen agenda en hun eigen (altijd te beperkte) middelen. Zo lang de duur van strafzaken niet als gezamenlijke prioriteit wordt gezien, blijft het dan behelpen, zelfs wanneer we in de wet zouden opnemen dat zaken niet langer dan 12 maanden mogen duren. Als je dat in de wet opneemt, maar je levert er de middelen en structuur niet bij om dat ook waar te kunnen maken, heb je er weinig aan. Een verdachte komt dan misschien vrij bij een te lange duur, maar daar kan dan een slachtoffer tegenover staan die zich in de kou gezet voelt door de overheid.

Je verwijst ook nog naar het einde van de bijdrage van Folkert Jensma. Dat brengt mij nog op een ander punt. Hoe meet je de duur van strafzaken? Folkert schrijft: ¨In Noorwegen geldt dat alle strafzaken in drie maanden en alle civiele zaken in een half jaar af zijn¨. Hoe zit dat nu met de zaak Breivik? Het vonnis daar dateert van meer dan een jaar na het oppakken en in staat van beschuldiging stellen van Breivik. Telt men daar dan anders? Hoe dan? En als we zo tellen, hoe is dan de Nederlandse situatie?
Of kent de regel uitzonderingen voor grote zaken? Maar dan geldt zij toch niet voor alle zaken. Een dergelijke ontsnappingsmogelijkheid lijkt mij overigens wijs. Die lijkt mij vooral voor grote strafzaken nuttig. Maar niet mag worden vergeten dat het ook in een politierechterzaak soms kan tegenzitten. Ik denk dan bijvoorbeeld aan een slachtoffer of een getuige die een medisch herstel van lange duur moet doormaken voordat hij of zij kan gaan deelnemen in de strafzaak.
Ook daarom verwacht ik niet het heil van een wettelijke bepaling met een maximumduur erin (al mag die er wat mij betreft best komen). Waar het volgens mij wel om gaat is dat politie, openbaar ministerie en rechter ervan doordrongen raken hoe belangrijk een snelle afhandeling is; dat dat als het ware tussen de oren zit bij al die instanties en dat iedereen daar er ook een eer in stelt om dat te realiseren.

En zelfs dan zijn we er wat mij betreft nog niet. Als een straf is opgelegd, moet die ook direct uitgevoerd worden, in plaats van de praktijk van mosterd (soms meer dan een jaar) na de maaltijd zoals we die nu kennen. Voor die uitvoering zijn weer anderen verantwoordelijk, waardoor het probleem nog complexer wordt.

Gelet op de veelheid van instanties die betrokken is bij een strafzaak, heb ik geen illusies dat de problematiek van de lange duur snel is op te lossen. Maar met jou, en met Folkert, ben ik er zeer van doordrongen dat het de hoogste tijd is dat daar wel wat aan gaat gebeuren. Misschien kan de vorming van de nationale politie daar een steentje aan bijdragen. Maar ik vrees dat dat hooguit een steentje is. De te lange duur van strafzaken en de geloofwaardigheid zullen ook echt politiek als een probleem gezien moeten worden, wil er echt voortgang gemaakt kunnen worden. Maar dat past niet bij de wat mij betreft nog steeds veel te verkokerde manier van kijken in Den Haag naar dit probleem. Daardoor wordt er misschien wel gedweild bij de ene overheidsinstantie, maar als de kraan bij de andere betrokkenen gewoon open blijft staan, zal het waterpeil niet echt zakken.

Paul Kirchhoff

Ik denk dat de rechtspraak nog in de ontkennende fase zit.
Het blijft een ivoren toren waarin signalen uit de gewone wereld slechts uiterst spaarzaam doordringen.
Kijk naar de vonnissen van het oproer in Haren waarin bewoners moesten vrezen voor have en goed.
Het gaat om aangekondigde acties waarop knullig ddor het gezag is gereageerd hoewel er al voldoende voorbeelden waren die de inzet van een grotere politiemacht volledig rechtvaardigden.
Slappe vonnissen waarin de opgelegde straf overeen komt met het voorarrest. Op naar het volgende verjaardagsfeestje op facebook.

Frits Jansen

@Ron Groenewoud: wat bedoelt u met “inquisitie”? Ik pleit er vooral voor dat rechters hun beslissingen beter uitleggen. En consequenter optreden, zonder koudwatervrees.

Of heeft u er bezwaar tegen dat ik suggereer dat Wilders wél veroordeeld had moeten worden? Rechters moeten de wet toepassen en daar staat in dat wat Wilders doet strafbaar is – tenzij je de kromme redenering van het OM volgt. Dan moet u bij de politiek zijn, die het haatzaai-wetsartikel nog steeds handhaaft. Overigens kan de rechter (gelukkig) ook nog steeds toetsen aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat de grenzen van de vrijheid van meningsuiting ruimer trekt dan onze strafwet. Maar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (geen EU) heeft meermalen ingestemd met de veroordeling van politici voor soortgelijke gedragingen. De vrijheid van meningsuiting is niet absoluut (wat je meteen merkt als je “klootzak” tegen een agent zegt).

Het probleem was alleen dat een veroordeling van Wilders tot veel tumult zou hebben geleid, omdat hij (en Moszkowicz) een te grote bek hebben. Het is natuurlijk hoogst bedenkelijk als rechters terugdeinzen uit vrees voor de publieke opinie.

Het OM heeft ook een zeer scheve schaats gereden. Als een Gerechtshof in een “artikel 12″ procedure opdraagt tot vervolging, moet het OM die opdracht ook serieus nemen en niet meteen vrijspraak vorderen. Als ze dat niet hadden gedaan hadden we een rechterlijke uitspraak gekregen die meer duidelijkheid had geboden.

Als jurist begrijp ik de verdedigingsstrategie van Moszkowicz – en ik begrijp hoe onzinnig die was. Dat had veel beter over het voetlicht moeten worden gebracht. Hij stuurde aan op niet-ontvankelijkheid omdat hij geen goede verdediging zou hebben kunnen voeren omdat zijn getuige professor Jansen zou zijn “beïnvloed”. Je reinste kolder omdat de man getuige-DESKUNDIGE was en die toch te vervangen zouden moeten zijn – als hij de enige “deskundige” was die bereid is te verklaren dat de islam gevaarlijk is dan zal dat wel niet waar zijn. En zoals ik al zei is het beïnvloeden van getuigen niet verboden. het idee is overigens absurd dat jurist Schalken tijdens dat beruchte diner de duidelijk zeer eigenwijze Jansen een andere mening zou hebben opgedrongen over de islam, het specialisme van Jansen.

Enfin, allemaal behoorlijk off-topic, maar u vroeg erom.

Paul Kirchhoff

@ Lyngbakken,

Het OM heeft het voortouw bij opsporing en aanbrengen van strafbare feiten.
Zover mij bekend wordt er nog steeds te weinig met een zakelijke blik gekeken naar de zaken die men aanpakt.
Ik mis nog steeds de aanpak die met name in de VS wel bestaat: Niet de ernst van het feit maar de kans dat er een veroordeling uit komt is beslissend voor al of niet vervolgen.
Veel voorkennis zaken zijn in Nederland onder verouderde wetgeving aangepakt zonder dat daar veroordelingen uit voortkwamen.
Dit soort zaken vreet tijd van gespecialiseerde opsporingsambtenaren die veel beter ingezet kunnen worden op andere gebieden waar de kans op een veroordeling aanzienlijk groter is.
Als voorbeeld noem ik frauduleuze fallissementen waar in Nederland vrijwel niets aan gedaan wordt.
Voorkennis zaken nemen daarnaast ook veel zittingscapaciteit van de rechtbanken in beslag.
Let wel ik stel niet dat voorkennis zaken niet vervolgd moeten worden. Handelen met voorkennis is ontwrichtend voor de beurs en moet zeker bestreden worden maar wel moet er een redelijke kans op een veroordeling zijn.

Wat maakt beter duidelijk hoe overbelast het OM is dan de uitspraak van een OvJ die ter zitting zegt:
Het is dat ik dit dossier gisterenavond om half elf pas heb gelezen.
Was dat eerder gebeurd dan had ik de zaak geseponeerd.
Deze onzin moet gestopt worden door een nieuwe voorzitter van het College van pg’s te benoemen die bij voorkeur niet uit het OM afkomstig is.
Het OM heeft twee problemen: Er is een aanzienlijk capaciteitstekort.
De beschikbare capaciteit wordt niet effectief gebruikt.
Ook zonder capaciteitsuitbreiding kan er aanzienlijk meer gepresteerd worden door slimmer te opereren.
Maximale termijnen wettelijk vastleggen kan een aanzet zijn het OM te dwingen selectiever te werk te gaan.

lyngbakken

@ 18 Paul Kirchhoff

Als we alleen de hoeveelheid bewijs beslissend maken voor al dan niet vervolgen krijgen we veel meer veroordekingen, maar dan wel in kruimelfeiten, en bij groepen waarbij het makkelijk scoren is. Dat is ook een hoofdkritiek op de Amerikaanse praktijk. Niet aan beginnen wat mij betreft.

A. Oppenheim

Waar kunnen die vragen veilig worden gesteld?
Want naar aanleiding van individuele ervaringen die andere niet aangaan.

Paul Kirchhoff

Het gaat niet om de hoeveelheid bewijs maar de kans dat het OM overtuigend kan aantonen dat de verdachten zich hebben schuldig gemaakt aan het ten laste gelegde.
Dat is een heel andere, meer zakelijke benadering.
Dat zegt niets over de aard van de vergrijpen of het zou er op wijzen dat het opsporingsapparaat niet in staat is voldoende overtuigend bewijs te vergaren voor zwaardere criminaliteit.
Dan moet er dringend aan de kwaliteit van de opsporing worden gewerkt.
Voor dat laatste zijn meer aanwijzingen te vinden in de bestaande opsporingspraktijk.
Men vraagt om steeds meer bevoegdheden waarbij de kern van het probleem: te weinig capaciteit en kwaliteit van de opsporing over het hoofd wordt gezien.

lyngbakken

@ 21 Paul Kirchhoff
Met hoeveelheid bewijs bedoel ik hetzelfde als jij met overtuigend bewijs.
Er zijn zaken die makkelijk rond te maken zijn. Voor een heterdaad heb je nauwelijks verdere inspanningen nodig. Maar de politie heeft wat mij betreft een verkeerde taakopvatting als hij zich alleen daar op richt.
Een actueel ander voorbeeld: mensenhandel. Het vergaren van bewijs daar is een kwestie van lange adem, zonder garantie op succes vooraf. Dat kost veel capaciteit, en capaciteit is niet oneindig. Een afweging vooraf op bewijs daar betekent dat deze opsporingsinspanning niet meer wordt geleverd. En moet het onderzoeken van cold cases volgens jou worden gestaakt? Kost ook capaciteit, die niet voor iets anders kan worden gebruikt. Dat ook nog eens met slechts een kleine kans op (bewijsrechtelijk) succes, maar wel onder veel maatschappelijke belangstelling (en onvrede over de dader die nog vrij rondloopt).

Michiel Jonker

De bovenstaande reacties op het artikel van Jensma concentreren zich op het strafrecht en op procedurele randvoorwaarden (zoals de duur van het proces, de efficiëntie, de ingezette communicatie-middelen e.d.). Jensma had het echter over alle soorten rechtzaken, met als kernvraag: wat te doen om de huidige gezagscrisis van de rechtspraak te overwinnen?

Het antwoord op die kernvraag ligt in de door Jensma geciteerde uitspraak van Paul Frissen: “Vooral slecht presteren bedreigt de legitimiteit.” En dan niet alleen presteren als het gaat om snelheid en media-presentatie, maar vooral als het gaat om de inhoudelijke kwaliteit van rechterlijke uitspraken.

Neem het proces-Wilders. Bij de betreffende rechters was niet een gebrek aan snelheid of aan bewustzijn van de invloed van media het probleem, maar een gebrek aan moed om de inhoudelijke kwaliteit van hun oordeel voorop te stellen, en misschien zelfs een gebrek aan bewustzijn van (de portee van) bepaalde basisbeginselen die als een richtsnoer kunnen dienen om tot inhoudelijke kwaliteit te komen en om als rechter niet zelf het onderwerp van het proces te worden.

Ook Jensma zelf lijkt een klein beetje van de kern af te dwalen wanneer hij schrijft: “De kern van de rechtspraak is immers het doen van heldere en tijdige uitspraken. Het gezag en de reputatie van de rechter wordt daardoor bepaald. En dàt moet in orde zijn. De rest is franje, meewaaien in de mediacratie.”

Als hij had geschreven: “De kern van de rechtspraak is immers het doen van inhoudelijk juiste, helder gemotiveerde en tijdige uitspraken (in die volgorde)”, dan was ik het helemaal met hem eens geweest.

Als de focus van rechters weer meer op inhoudelijke kwaliteit komt te liggen, waarbij die kwaliteit wordt opgevat als “op basis van de wet rechtdoen aan de FEITEN”, waarbij een zorgvuldig kijken naar en wegen van alle relevante feiten centraal staat, dan zal dat ook wonderen doen voor de efficiëntie, het tempo en het communicatieve succes van de rechtspraak.

Volgens mij doelt Frissen met zijn uitspraak op de wenselijkheid van een meer zakelijke rechtspraak, waarbij “verzakelijking” niet verward moet worden met oppervlakkig scoren op deelgebieden zoals tempo of grip op de publieke opinie d.m.v. allerhande media-strategieën.

Camera’s in de rechtszaal vind ik een slecht idee, met het oog op de privacy van betrokkenen. Openbaarheid van zorgvuldige schriftelijke vastlegging en openbaarheid van bandopnames lijkt me wel goed. Sommige betrokkenen (bijv. Wilders en Moskowitch) zullen het waarschijnlijk jammer vinden als er in de rechtszaal geen camera’s op hen zijn gericht. Maar het doel van rechtszaken is nu eenmaal niet het genereren van publiciteit, maar het op een voor ieder lid van de rechtsgemeenschap transparante manier doen van recht.

lyngbakken

@ 23 Michiel Jonker
Ha Michiel, je bent er weer!

Michiel Jonker

@24
Ja. Laten we even knuffelen.

Even terugkomend op @22, met “openbaarheid van bandopnames” ging ik eigenlijk te kort door de bocht. Ook bij bandopnames speelt de privacy-problematiek. Het is (als het goed is) voor niemand leuk of eervol om voor de rechter te komen. Immers, het betekent dat je er in den minne niet uit bent gekomen of dat de mogelijkheid dat je de wet hebt overtreden, serieus moet worden genomen. Bij openbaarmaking van bandopnames moet eerst zorgvuldig worden gekeken of de privacy van betrokkenen of van derden in het geding komt. Denk bijv. ook aan zaken in het jeugdrecht en zaken m.b.t. jeugdzorg. Schriftelijke vastlegging heeft het voordeel dat die een bewerking vereist waarbij de privacy-aspecten in ene moeite kunnen worden meegenomen.

lyngbakken

@ 25 Michiel Jonker

Zittingen worden al schriftelijk vastgelegd door de griffier. Bepleit je nu dat -anders dan nu- de processen-verbaal van een openbare zitting geschoond worden op privacy-aspecten?