De Uitspraak: Hoe lang blijft arts aansprakelijk voor schade aan ongeboren kind?
Hoe lang mag je wachten met het aansprakelijk stellen van de arts voor de schade die je ongeboren kind leed door een verkeerd medicijn? Met commentaar van NJB-medewerkers Aart Hendriks, hoogleraar gezondheidsrecht in Leiden, en Lodewijk Smeehuijzen, docent en onderzoeker aan de rechtenfaculteit van de VU in Amsterdam.
De Zaak. Een negen weken zwangere vrouw meldt zich in 1998 bij de psychiater met depressieve klachten, paniekaanvallen en agitatie. Hij schrijft haar rivotril en anafrenil voor en wuift haar vragen over bijwerkingen weg. Na de geboorte stelt de kinderarts bij de baby ‘ernstige onthoudingsverschijnselen’ vast door deze medicijnen. Het kind ontwikkelt zich moeizaam. Het blijft zowel psychisch als fysiek achter. De ouders laten uitzoeken of de problemen van het kind aan de medicijnen is te wijten. In 2001 informeert de Stichting De Ombudsman hen dat van beide middelen bekend is dat ze de vrucht kunnen beschadigen. Ze mogen alleen worden voorgeschreven als het echt niet anders kan. De ouders dienen het medisch dossier op te vragen en zich van de hulp van een letseladvocaat te voorzien, luidt het advies.
Welke stappen zetten de ouders?
De ouders schrijven het ziekenhuis en hun huisarts daarop dat ze een procedure overwegen. Aan de psychiater vertellen ze alleen dat ze willen weten wat er precies is gebeurd. Op basis van de dossierinformatie krijgen zij echter van de Stichting de Ombudsman het advies om niet te procederen. De kans op succes zou ‘vrijwel nihil’ zijn. Er waren nog een stevig aantal andere risicofactoren bij de moeder die evengoed de problemen bij het kind konden veroorzaken. Leeftijd, erfelijkheid, hoge bloeddrukmedicatie – ook de psychische toestand van de moeder was ernstig genoeg voor zware medicatie.
Waarom gaan ze dan toch naar de rechter?
Het kind wordt ouder, de omvang van de schade wordt steeds duidelijker. Na vier jaar, in 2005 dienen ze een klacht in bij het regionaal medisch tuchtcollege. De vader vindt dat de psychiater zijn vrouw in 1998 onjuist informeerde, geen alternatieve therapie voorstelde en feitelijk de handicap zelf veroorzaakte. Het tuchtcollege oordeelt dat de psychiater inderdaad onvolledige informatie gaf. Het voorschrijven van de middelen was weliswaar ‘niet onverdedigbaar’. Maar een gezamenlijke afweging van de risico’s voor het kind en de gezondheid van de moeder had ontbroken. De psychiater krijgt een waarschuwing. Maar het tuchtcollege wil niet zeggen of de medicijnen ook de handicap veroorzaakten.
In 2007 eist de vader via zijn advocaat schadevergoeding. Maar de psychiater zegt dat de vader te laat is. Na vijf jaar is een vordering wettelijk verjaard. Gerekend vanaf de geboorte had hij tot 2003. Of eventueel 2006, vanaf het Ombudsman advies. De rechtbank wijst daarom de eis af.
Maar het gerechtshof vindt van niet Verjaring kan namelijk worden ‘gestuit’, ofwel afgebroken. Daarvoor is volgens de wet een mededeling nodig waarmee de schuldeiser (de vader) ‘ondubbelzinnig zijn recht voorbehoudt’ op schadevergoeding. Kon de klacht in 2005 bij het tuchtcollege zo worden opgevat? Het hof vindt dat “een voldoende waarschuwing” voor de psychiater. Het was duidelijk genoeg dat de vader de psychiater aansprakelijk hield voor een eventuele fout. De vader mag dus door procederen. De psychiater moet zich verantwoorden voor zijn behandeling uit 1998.
Lees hier de uitspraak (LJ BX6567)
Reageren? Volledige naamsvermelding verplicht.
