Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

De Uitspraak: Kan de buurman een nieuwe geitenstal tegenhouden vanwege de Q koorts?

Kun je bezwaar maken tegen de bouw van een geitenstal vanwege de gezondheidsrisico’s? Met commentaar van NJB redacteur Tom Barkhuysen, hoogleraar staats- en bestuursrecht in Leiden en advocaat in Amsterdam.

De Zaak. Een twintigtal omwonenden van een geitenhouderij maken bezwaar tegen uitbreidingsplannen. Bij de gemeente is een vergunning aangevraagd om een melkstal neer te zetten voor 5700 geiten.

Het bedrijf ligt op het Twentse platteland tussen Goor en Almelo. De gemeente verklaart een deel van de bezwaren ongegrond en een ander deel niet-ontvankelijk. Ook de rechtbank Almelo wijst de bezwaren af. Tenslotte buigt de Raad van State in Den Haag zich over de zaak.

Waar zit het probleem? De omwonenden zijn bang voor Q-koorts. Die wordt veroorzaakt door een bacterie die vrijkomt als geiten bevallen en wordt makkelijk door de lucht verspreid. Het is voor de mens zeer besmettelijk. Bij een grote recente uitbraak vielen 25 doden onder omwonenden.

Hoe onderbouwen zij het bezwaar?

Een aantal omwonenden zeggen dat zij de nieuwe stal kunnen zien liggen vanaf het eigen terrein. Hun uitzicht zou worden bedorven. De stal wordt 200 meter lang, 40 meter breed en 11,5 meter hoog. De boerderij ligt overigens tussen de maisvelden en de weilanden. De afstand tot de omwonenden is 660 meter.

Belangrijker argument is de te verwachten luchtvervuiling door stof van de geitenmest. Dat zal leiden tot gezondheidsschade, zo verwachten zij. De bacterie komt voor in geitenmest. Door het risico op ziekte worden de omwonenden aangetast in hun recht op een ongestoord privé-, familie- en gezinsleven uit artikel 8 van het Europese Verdrag voor de rechten van de mens.

Hoe oordeelt de Raad van State? Die wijst het argument dat de nieuwe stal te veel in het zicht van de buren ligt af. Die hinder is gezien de afstand ‘dermate gering van aard’ dat de buren daardoor niet worden geschaad. De rechter erkent dat het risico op gezondheidsschade inderdaad kan leiden tot aantasting van het Europese recht op respect voor het privéleven, familie-, gezinsleven en de woning. De rechter vond dat eerder ook bij zaken waarin burgers protesteerden tegen gezondheidsschade door de straling van antenne installaties voor mobiele telefoons.

De bezwaren tegen de bouwvergunning worden desondanks afgewezen. Gezondheidsschade kan immers niet worden verwacht van de bouw van een stal. Schade kan pas volgen als die stal ook in gebruik wordt genomen. En daarvoor is een milieuvergunning nodig. Daar is een andere wet voor, de Wet milieubeheer. Dat is een geheel andere kwestie. De bouwvergunning kan dus gewoon worden verleend.

Is dit een kluitje in het riet? De omwonenden vonden deze rechtsgang niet geloofwaardig en klaagden ook dat daarmee een ander mensenrecht werd geschonden. Namelijk artikel 13 van het EVRM, het recht op een ‘daadwerkelijk rechtsmiddel’ tegen overheidsbeslissingen. Hun redenering: om een geitenstal tegen te kunnen houden moet er een effectief middel zijn om de bouw ervan te stoppen. Volgens deze redenering kan dat dus niet.

De Raad van State zegt daarvan dat de burger èn tegen de bouw èn tegen de milieuvergunning in beroep kan gaan. Daarom is dit geen probleem en heeft de burger wel degelijk voldoende mogelijkheden.

Lees hier de uitspraak (LJ BW4498)

Reageren? Volledige naamsvermelding verplicht.

Geplaatst in:
Bestuursrecht
Staatsrecht
Lees meer over:
EVRM
geiten
mensenrechten
Q-koorts
Raad van State

14 reacties op 'De Uitspraak: Kan de buurman een nieuwe geitenstal tegenhouden vanwege de Q koorts?'

NJB expert Tom Barkhuysen, hoogleraar staatsrecht in Leiden en advocaat in Amsterdam

Meer integrale benadering van bouwen en gezondheidsrisico’s gewenst
De uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak is in lijn met het recht zoals dat destijds gold en valt vanuit dat perspectief dan ook alleen maar te onderschrijven. Toch wringt er iets. We weten inmiddels dat geitenstallen serieuze gezondheidsrisico’s kunnen veroorzaken voor omwonenden en passanten. Lees daarop het recente rapport van de Nationale ombudsman over deze materie maar na. Dit geldt zeker wanneer het gaat om een stal waarin bijna 6000 geiten passen.
Het wettelijk system zoals dat destijds gold gaat uit van een scheiding tussen de beslissing om een stal te mogen bouwen (daarop ziet de bouwvergunning) en de vergunning om de stal te mogen gebruiken voor het houden van geiten (de milieuvergunning). Dat kan er onder omstandigheden toe leiden dat er wel een stal gebouwd mag worden maar dat deze vanwege de weigering van een milieuvergunning niet als zodanig gebruikt mag worden. Het zou beter zijn wanneer een dergelijke situatie voorkomen wordt. Het toenmalige en het huidige recht kennen daarvoor instrumenten. Onder het destijds geldende recht moest onder omstandigheden – die hier kennelijk niet aan de orde waren – de aanvraag voor een bouwvergunning worden aangehouden in afwachting van de beslissing over de verlening van de milieuvergunning. En onder het huidige recht is het verlenen van een vergunning voor bouw en milieu nog meer gecoördineerd.
Daarnaast is het zo dat in de meeste gevallen feitelijk pas geld gestoken wordt in de bouw wanneer ook de vergunning voor het gebruik er is. Anders zijn de financiële risico’s wel heel groot. En los daarvan: omwonenden kunnen in ieder geval het gebruik als geitenstal proberen tegen te houden door te procederen tegen de milieuvergunning. In dat verband kunnen ook de gezondheidsrisico’s aan de orde komen. De Afdeling wijst daarop ook in de uitspraak.
Toch zou het wenselijk zijn wanneer erkende virale en bacteriële gezondheidsrisico’s die uitgaan van een bepaald bedrijf een meer directe rol zouden kunnen spelen in ruimtelijke beslissingen over de vraag waar bepaalde bedrijven zouden mogen bouwen (bestemmingsplannen en daarmee ook bouwvergunningen). Voor stank, explosiegevaar en, zij het indirect, geluidhinder kennen we namelijk al zogenaamde contouren rondom gevoelige bedrijven waarbinnen zich in beginsel geen woningen zouden mogen bevinden. Deze contouren worden kort gezegd ingetekend in bestemmingsplannen terwijl bouwvergunningen weer moeten passen binnen dergelijke plannen. Daarmee wordt een gewenste verdere integratie bereikt van de beslissing over het ergens mogen bouwen en milieurisico’s.
Het zou de moeite waard zijn om te onderzoeken of een dergelijke contourenbenadering ook mogelijk is bij van bedrijven uitgaande virale en bacteriële risico’s mits die voldoende vaststaan. Ik zou eigenlijk geen goede redenen kunnen bedenken waarom dat niet het geval zou zijn. Daarvoor is echter niet de rechter maar de wetgever aan zet.

Antje Hages

Q-koorts ontstaat alleen uit besmette geiten. Niet uit iedere bevalling. Deze krijgen een miskraam. Het probleem is dat de boeren de miskraam-resten bewust met de mest over het land verspreiden. Daar blijven deze resten landurig een bron van besmetting die ook op grote afstand mensen kan besmetten. Bewoners en toevallige passanten. Maar vreemd genoeg zelden de boeren zelf.

Paul Baakman, rechtspraktijk BAWA

Tegen de milieuvergunning is beroep ingesteld en op 27 juli 2011 heeft de Raad van State uitspraak gedaan en de Wm-vergunning vernietigd.

De verontruste buren hebben bij monde van de juridisch adviseur van Rechtspraktijk BAWA te Haaksbergen (een groot aantal inwoners uit de buurtschap Zeldam) bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State beroep aangetekend tegen een Bp-wijziging om een grootschalige melkgeitenhouderij op te richten in de buurtschap Zeldam te Ambt-Delden, gemeente Hof van Twente. Ook zijn er door de inwoners bezwaren en een groot aantal zienswijzen ingebracht bij het dagelijks Bestuur van de gemeente Hof van Twente welke zich richten tegen het voornemen om Wm-vergunning te verlenen voor genoemde 5300-tellende geitenhouderij.

De dato 30 december 2009 is beroep ingesteld tegen het door de gemeenteraad van hof van Twente d.d. 13 oktober 2009 gewijzigde vaststelling van het Bp-Buitengebied Ambt Delden herziening Rapperdsweg waarbij werd voorzien in de uitbreiding van agrarisch bouwperceel.

Het beroep werd nader aan gevuld en gemotiveerd op 22 en 26 januari 2010 waarbij alstoen door appellanten grieven naar voren zijn gebracht o.a. terzake de planologische en gezondheidsrisico,s m.b.t. de grootschalige melkgeitenhouderij. De plek van de mestopslag is niet aangegeven.

Er is geen internationaal protocol ter bestrijding van Q-koorts weshalve de bestemming zoals nu is gegeven niet had moeten worden gelegd.

Bij meer aanvullend beroepschrift van 27 januari 2010 is melding gemaakt dat de coxiella burneti bacterie die de veroorzaker is van de Q-koorts is opgenomen in de lijst van bioterreurwapens van de Amerikaanse for Disease Control and Prevention (CDC) en van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

Nederland heeft in 1972 The Biological and Toxin Weapon Convention getekend weshalve het ook om die reden het niet in de rede ligt om bestemmingsplannen geschikt te maken voor het in werking hebben en houden van geitenhouderij-inrichtingen.

Appellanten hebben zowel bij de Gemeenteraad alswel het Provinciaal bestuur de vraag gesteld of Nederland ( het op 1 na dichtstbevolkte land ter wereld) niet zou moeten afzien om Landbouwontwikkelingsgebieden (LOG) aan te wijzen voor locaal toestaan van grootschalige intensieve veehouderij met megastallen zoals hier de litigieuze mega-geitenstal. Het oude en kortzichtige korte termijn-denken behoort plaats te maken voor nieuwe visies en langere-termijn gedachtegoedontwikkeling met bijhorende besluitvorming, aldus de visie van appellanten.

Mede van belang is in casu de WCPV (Wet Collectieve Preventie Volksgezondheid) en de per oktober 2008 vervangende WPG ( Wet Publieke Gezondheidszorg ). De nieuwe Wet was mede nodig ter implementatie van de herziene Internationale Gezondheidsregeling en om beter voorbereid te zijn op infectiecrises waaronder Q-koortsepedemie begrepen enz.

Inmiddels is er ook een milieuvergunning verleend t.b.v. het in werking hebben van de litigieuze Wm-plichtige inrichting.
Tegen die vergunningverlening hebben appellanten beroep ingesteld bij de Afdeling welke bij onder rolnummer 201007705/1/M2

De appellanten hebben 21 januari 2010 nog een interventierekest verzonden aan de gemeenteraad van Hof van Twente en er op gewezen dat de destructor-wagens nog niet naar Zeldam hoeven te rijden, doch dat bij onverhoopte vergunning(en)-verlening alsdan via een combinatie spontane abortussen, de plecenta,s en de uitgereden geitenmest kunnen zorgen voor een myriade aan besmettingen. De gemeenteraad is alstoen reeds verzocht om tot een stand-still te besluiten mede vanwege het feit dat deskundigen van Provinciale Staten van Brabant al hadden gewaarschuwd. De risico’s voor de bevolking zijn groot. Inmiddels zijn 2300 mensen reeds besmet en 6 mensen stierven reeds aan de gevolgen van Q-koorts. Aan gezondheidsbelangen van de inwoners van Hof van Twente dienen een hoger gewicht te worden toegekend dan aan de commerciële belangen van de vergunningaanvrager.

Bij schriftuur d.d. 30 maart 2010 hebben B. en W. van Hof van Twente een 12 punten tellend verweerschrift bij de Afdeling Bestuursrechtspraak ingebracht. Bij memorieschriftuur d.d. 7 april 2010 hebben appellanten alle 12 verweren van de gemeente Hof van Twente gemotiveerd weersproken.

Bij aanvullende memorie d.d. 13 aug. 2010 is door appellanten o.a gesteld dat niet is gebleken dat de geduide gemeentelijk medewerker bevoegd/gemachtigd is om in rechte formeel verweer te voeren. Een contra-memorie is niet door verweerder overgelegd.

Eveneens werd door appellanten d.d. 13 augustus 2010 bij memorie gesteld dat LOG gebieden in casu de litigieuze locatie onderworpen had dienen te worden aan een MER-onderzoek gelet op de risico,s en de plekken waar mensen wonen. Alvorens hier nader op in te gaan wordt verwezen naar de memorie inhoudende dat het litigieuze plangebied ligt in het landbouwontwikkelingsgebied (LOG) van het gebied Salland-Twente zoals op 15 september 2004 middels een reconstructieplan is vastgesteld.

Het onderhavige litigieuze plangebied cq landbouwontwikkelingsgebied is niet geschikt als landbouwontwikkelingsgebied t.b.v. intensieve veehouderij. Het besef bij LNV is er ook inmiddels dat de gehele intensieve veehouderij in Nederland te ver is doorgeschoten. Onduidelijk is het voor appellanten op grond van welke criteria deze gebiedsindeling heeft plaatsgevonden. In de reconstructiewet ontbreken definitiebepalingen omdat niet duidelijk is aangegeven wat de betekenis is van de specifiek in de reconstructiewet gebruikte termen.
Er kan slechts worden uitgegaan van veronderstellingen m.b.t. de inhoud van diverse begrippen. Door het ontbreken van goed onderbouwde definities en mede daardoor het ontbreken van criteria kan niet zomaar een gebied tot LOG-gebied worden aangewezen.
Nu zulks dit toch is geschied is dat strijdig met de beginselen van behoorlijk bestuur. De aanwijzing dient onverbindend te worden verklaard.

Voornoemde aanwijzing en herziening van het Bp is derhalve strijdig met art. 1 Protocol 1 EVRM dat regelt dat iedereen recht op ongestoord gebruik van zijn eigendom heeft. De aanwijzing LOG-gebied met inpassing van een geitenhouderij met deze omvang maakt een ernstige inbreuk op dit recht.

Onvoldoende is in beeld gebracht de geur-en stankoverlast zulks in relatie met de geurwet van 2007. Ook in de geurwet wordt onvoldoende aangegeven aan welke eisen een LOG moet voldoen..
Zulks klemt destemeer nu de gemeente zelf geen geurbeleid heeft vastgesteld. In 2004 is geen rekening gehouden met gezondheidsrisico,s in concentratiegebieden. De snelheid van ontwikkelingen in de intensieve veehouderij en de nu op gang komende onderzoeken op het bied van de gezondheid waaronder begrepen de volksgezondheidsrisico,s rondom geitenhouderijen in relatie met de ziekte Q-koorts lopen niet in de pas, met alle denkbare gevaren van dien. Dit kan zowel ernstige gevolgen hebben voor de mensen maar ook voor de dieren weshalve nader aanvullend onderzoek absoluut noodzakelijk is. Daarnaast stellen appellanten dat vanaf 2004 tot heden de techniek zo is veranderd dat deze techniek niet wordt gebruikt om het milieu en het leefklimaat van de burgers te verbeteren maar slechts wordt aangewend om grotere bedrijven te ontwikkelen.

Met enige regelmaat waarschuwen organisatie als GGD, RIVM enz. op de gevaren ten gevolge van intensieve veehouderijen en de media wijst op de gezondheidsrisico,s bij schaalvergroting in de veehouderij terzake verspreiding van infectieziekten enz.

Een LOG-gebied is te vergelijken met een soort bedrijventerrein. Op een bedrijventerrein staan geen burgerwoningen. Echter in dit LOGgebied staan diverse burgerwoningen. T.a.v. de ontwikkelingen van niet-grondgebonden bedrijven bestaat geen draagvlak meer om zulk soort bedrijven te doen laten vestigen en/of uitbreiden in landbouwgebieden. De huidige ontwikkelingen van agro-industrie wijzen in de richting van industriegebieden.

Zembla zegt in haar uitzending van december 2009 over de oorzaak van de Q-koortsepidemie
dat het aantal geiten in Nederland extreem is toegenomen. In 1995 hadden we 7.600 geiten, vorig jaar telde Nederland 47 keer zoveel geiten, namelijk 355.000. RIVM-directeur R. Coutinho zegt in Zembla: ‘Er is op een gegeven moment een intensieve veehouderij ontstaan van geiten. Wij kunnen alleen maar zeggen: er is een zeer sterke aanwijzing dat door de intensieve veehouderij, door de concentratie van zoveel geiten op één plaats, krijg je zoveel bacteriën en dat is waarschijnlijk de oorzaak.’
Daar komt nog bij dat de inwerkingtreding van het reconstructieplan de nieuwe stankwet voor Salland-Twente van toepassing zal zijn waardoor via die versoepeling van regels vergunningsverlening op basis van stankregels explosief kan gaan groeien. Zie daartoe o.a.
blz. 41 van de toelichting op het reconstructieplan Salland-Twente van september 2004.
Naar het gevoelen van appellanten hebben B. en W. van Hof van Twente de richtlijn van 27 juni 1985 nr. 85/337/EEG ter zake de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten, zoals gewijzigd bij richtlijn 97/11/EG van 3 maart 1997 en richtlijn 2003/35/EG van 26 mei 2003 niet in acht genomen.
In casu gaat het om de oprichting van een geitenbedrijf met meer dan 2000 geiten en derhalve hadden de milieueffecten dienen te worden onderzocht middels mer-raportage mede gezien tegen de achtergrond van de uitspraak van het Europese Hof van Justitie te Luxemburg welke was aangespannen door het Dagelijks Bestuur van de Europese Commissie tegen Nederland . Volgens het Besluit M.e.r. hoeft voor activiteiten die onder de drempel uit onderdeel D van de bijlage vallen, geen mer-beoordeling te worden uitgevoerd. Het Hof oordeelt dat Nederland ten onrechte drempels heeft vastgesteld die alleen rekening houden met de omvang van projecten en niet met andere relevante criteria uit bijlage III de richtlijn (met name de kenmerken en de plaats van het project).
Voor de projecten onder de drempel heeft Nederland volgens uitspraak van het Europese Hof van Justitie in 2009 niet aangetoond dat ze geen aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben, terwijl de richtlijn dat wel eist. Nederland heeft hiermee de grenzen overschreden van de beoordelingsmarge van artikelen 2, lid 1, en 4, lid 2, van de richtlijn (zie o.a. Hof van Justitie in oktober 2009 (C-255/08) en de uitspraak van 17 maart 2010 Raad van State.
Ook onder de drempelwaarde van de D-lijst dient namelijk beoordeeld te worden of een MER moet worden gemaakt. Dit moet worden gedaan aan de hand van de kenmerken van de projecten, het potentiële effect ervan en de plaats van de projecten die zijn opgenomen in bijlage III van de Europese M.e.r.-richtlijn.)

De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State deed op 27 juli 2011
uitspraak ( http://zoeken.rechtspraak.nl/detailpage.aspx?ljn=BR3209 ) en vernietigde de revisievergunning van 15 juni 2010.

De dato 14 juni 2012 heeft het dagelijks bestuur van de gemeente Hof van Twente een opgestelde milieueffectrapportage wijziging bedrijfsvoering gepubliceeerd gepubliceerd t.b.v. de litigieuze geitenhouderij waartegen de omwonenden een zienswijze hebben ingediend. Wordt vervolgd !

a.zecha

Bij deze (en andere zaken tegen overheidsoptreden) is het bemerkelijk dat bestuurlijke wetten de (onafhankelijke) bestuursrechter vele ‘escape’ mogelijkheden bieden om het bestuurlijk overheidsapparaat te vrijwaren van schade-aansprakelijkheid jegens burgers.

Naar aanleiding van: begin cit.: “Gezondheidsschade kan immers niet worden verwacht van de bouw van een stal. Schade kan pas volgen als die stal ook in gebruik wordt genomen.” einde cit., een vraag t.a.v. de advocaat die de burgerlijke partij vertegenwoordigde: “Welke oorzaken/factoren zijn in het spel dat dit argument door de bestuursrechter gebruikt kon worden? Bevat het bestuursrecht voor de overheid inderdaad zoveel ‘escape’ mogelijkheden dat het voor een eenvoudige advocaat niet doenlijk is om pro-actief burgers te verdedigen?”
a.zecha

Paul Kirchhoff

De ondernemer zet een stal neer met een inhoud van 100.000 kubieke meter en vraagt daarna pas een milieuvergunning aan?
Dat gelooft toch geen mens.
Natuurlijk is er al een milieuvergunning aangevraagd.
Er zijn mogelijk al toezeggingen gedaan dat die vergunning verleend zal worden uiteraard onder voorbehoud vanwege de kans op bezwaarschriften.
De boer zal voor de bouw zeer waarschijnlijk een financiering aangevraagd hebben bij een bank.
Die aanvraag wordt alleen gehonoreerd wanneer de ondernemer over alle vergunningen beschikt die nodig zijn om de stal ook in gebruik te mogen nemen.

Opvallend dat de wetgever geen voorwaarden verbindt aan het verlenen van een dergelijke bouwvergunnning op het gebied van de exploitatie.
Dat kan een ongewenste situatie opleveren dat de stal gebouwd wordt zonder dat die in gebruik mag worden genomen.
Het is ook in het belang van de ondernemer dat dit vermeden wordt.
Onder de huidige wetgeving was dit geen sterk optreden van de raadsman van de omwonenden.

Ed van Steijn

De wetten zijn voor niet-juristen – zoals ik – steeds ondoorgrondelijk, doordat ze van verwijzingen naar andere wetten en AMVB’s aan elkaar hangen.

Het was zo – en dat lijkt me een goed principe, en voor zover ik begrijp is het nog steeds zo – dat een milieuvergunning een vereiste is voor een bouwvergunning. Gezien de uitspraak (zoals hierboven geciteerd), is die milieuvergunning er nog niet. Dat zou dus op zichzelf reden zijn de bouwvergunning niet te verlenen.

Harold Munneke, docent (ruimtelijk) bestuursrecht aan de Haagse Hogeschool

Het pleidooi van Tom Barkhuysen voor een contourenbenadering met het oog op virale en bacteriële risico’s valt natuurlijk toe te juichen. Alleen is dan wel zoals hij stelt “de wetgever aan zet”. Op korte termijn zijn de omwonenden daar echter niet mee geholpen. De wetgever is zojuist op zomervakantie gegaan. Het kan dus nog wel even duren voordat die nieuwe contouren nationaal recht zijn. De vertaling van nieuwe nationale contouren in nieuwe bestemmingsplannen hobbelt daar op zijn beurt natuurlijk weer achteraan.
De discussie over de milieuvergunning biedt de omwonenden ook te weinig soelaas. Die vergunning gaat immers niet over de zonering maar over de regulering van milieubelastende activiteiten. Bovendien hebben vergunningsplichten ook in Brabant geen sterfgevallen kunnen voorkomen. Die sterfgevallen veroorzaken op hun beurt wel weer nabestaanden die vergeefs aankloppen bij overheden voor (financiële) hulp; dit tot groot verdriet van de Nationale Ombudsman.
Omwonenden kunnen – in tegenstelling tot bouwers – niet vragen om afwijking van een hun onwelgevallig bestemmingsplan. Wat zij wel kunnen doen is de nieuwste inzichten over de Q-koorts aangrijpen om bestemmingsplanherziening te vragen. Ook als er nog geen nieuwe nationale contouren zijn, hebben zij volgens de wet recht op een goede ruimtelijke ordening.

Paul Baakman, Rechtspraktijk BAWA

@Paul Kirchhoff

De betrokken ondernemer heeft 45% van de stal gebouwd daarna is hij gestopt. Blijkbaar ziet de ondernemer zelf in dat hij wel een heel erg groot ondernemersrisico loopt nu de milieuvergunning op 27 juli 2011 is vernietigd door de rechtsprekende afdeling van de Raad van State.

Dirk Zaan

Ik vergelijk de geitenhouders maar met een fabriekje. Zou je daar spuitstraatje bij hebben en je liet de gassen bewust zomaar wegwaaien dan werd je fabriekje subiet gesloten zonder vergoeding.
Nu hebben de geitenhouders als daders allang schadevergoeding ontvangen en melken verder. De slachtoffers liggen op het kerkhof of op een ziekbed en kunnen wat betreft CDA Klink en Verburg de boom in.
Voortaan maar een minister op Landbouw die niet uit de branche komt. Net als bij Defensie, Verkeer en Waterstaat en de meeste andere ministeries.

Edwin

Ik ben allergies voor bijensteken. Mijn buurman heeft als hobby een stel bijenkorven. Als ik gestoken wordt leidt dit tot een encefalitische shock en kan, wanneer ik niet juist behandeld wordt, tot de dood leiden. Ik loop natuurlijk altij deen risico, maar naar mijn mening wordt het risico significant groter als mijn buurman 1000′den van die creaturen laadt rondvliegen. En hier kan ik rechtswege NIETS aan doen.

Ineke Marsman

De q-koorts is een tikkende tijdbom. Een overheid die commercieel belang van de enkeling belangrijker vindt dan de gezondheid van grote groepen mensen is verkeerd bezig. Ik ben na de q-koorts uitbraak in den Bosch vertrokken naar het buitenland.

Michiel Jonker

Wat mij vooral opvalt, is het kennelijk volstrekte gebrek aan interesse van zowel de geitenfabriek-houders als de gemeente Hof van Twente voor de gezondheid van de omwonenden.

Die gewetenloosheid zie je op steeds meer plekken in Nederland. Of dat nu komt door toegenomen “technische” mogelijkheden om anderen fors te benadelen (grotere zichtbaarheid van de gewetenloosheid), of door een daadwerkelijk afnemende gewetensfunctie, weet ik niet. Misschien allebei.

De juridische uitputtingsslagen die omwonenden tegen hun eigen gemeente moeten voeren om te voorkomen dat hun gezondheid in gevaar wordt gebracht (zie reactie #3), zijn op zichzelf al ziekmakend. Ik vraag me af welke ambtenaren en bestuurders bij de gemeente Hof van Twente verantwoordelijk zijn voor de genomen beslissingen. Waarom verdedigen deze overheidsdienaren niet de gezondheid van hun eigen inwoners door de vergunningen te weigeren? Dan zou het primair aan de ambitieuze geitenfabriekbouwer zijn om desgewenst een juridische inspanning te leveren. Nu worden onschuldige omwonenden daarmee opgezadeld.

En als er doden vallen, zoals reeds is gebeurd, dan vindt niemand zichzelf schuldig.

Daarom zou het eigenlijk mogelijk moeten zijn om bestuurders en ambtenaren die hun beslissingsbevoegdheid hebben gebruikt om willens en wetens dodelijke risico’s te veroorzaken, strafrechtelijk te vervolgen als die risico’s inderdaad bewaarheid worden – dus ook als de genomen overheidsbeslissingen op zichzelf “legaal” waren. De kernvraag zou moeten zijn: “Had u in uw functie kunnen en moeten weten dat uw beslissing leidde tot een verhoogd risico op dodelijke slachtoffers?” Zo ja, dan zou zo’n bestuurder of ambtenaar in beginsel strafbaar moeten zijn, tenzij er expliciet en publiekelijk een grondige afweging is gemaakt tussen het risico op dodelijke slachtoffers en de voordelen die daartegenover staan.

In dit geval dus bijvoorbeeld: “de commerciële voordelen van 5000 geiten voor één geitenhouder met tien personeelsleden vinden wij belangrijker dan een kans van 0,1% op tien dode omwonenden.” Kijken of de gemeenteraad van Hof van Twente het dan in meerderheid had goedgekeurd. En hoe de eerstvolgende verkiezingen dan verlopen.

Zo’n persoonlijke aansprakelijkheid voor gewetenloos gedrag gaat niet gebeuren hoor, want onze wetgevende volksvertegenwoordigers komen voor een groot deel zelf voort uit het wereldje van bestuurders en ambtenaren, en keren daar ook weer naar terug.

Paul Kirchhoff

Michiel,

Een vergunning wordt niet afgegeven op de blauwe ogen van de aanvrager maar op grond van regels die door de vergunning verlenende instantie moeten worden gehanteerd.
Dat neemt niet weg dat de aanvraag voor een enorme geitenstal in de nabijheid van woningen naar recente gevallen van Q koorts onwenselijk is.
De bouwvergunning kan niet geweigerd worden, de milieu, of exploitatievergunning kan wel geweigerd worden zeker na nu bekende gevallen van Q koorts.
De aanvraag voor de bouwvergunning en mogelijk, ook de milieuvergunning dateren zover ik kan nagaan van voor de bekendmaking van de risico’s die Q koorts met zich meebrengen.

Michiel Jonker

@Paul Kirchhoff,

Ja, de vergunnningverlenende instantie moet zich baseren op regels. Maar iedereen die met besluitvorming op basis van regelgeving te maken heeft gehad, weet dat er in de praktijk vaak veel ruimte is voor interpretatie. De vraag is dan hoe de betreffende overheid/ behandelend ambtenaar/ verantwoordelijk bestuurder omgaat met die interpretatieruimte.

Dat wordt meestal bepaald door ambtelijke, bestuurlijke en/of politieke prioriteiten, waarbij de ambtelijke en bestuurlijke prioriteiten vaak in belangrijke mate worden beïnvloed door de organisatiecultuur van de betreffende overheidsinstelling en door bepaalde interne (ongeschreven) “tradities”. Is er een traditie van: “Wij staan voor de gezondheid van onze burgers en voor een gunstige lange termijn-ontwikkeling van dit gebied” of een traditie van: “Wij gaan voor geld op de korte termijn”…? Op dat punt speelt (individuele en collectieve) gewetensvorming een belangrijke rol.

Juist als het gaat om een traditie van gewetensvolheid, lijkt er in Nederland op een sluipende manier iets ten kwade te zijn veranderd in de afgelopen dertig jaar (de jaren waarin de egoïstische, geld binnenharkende mens steeds centraler is komen te staan als uitgangspunt voor overheidsbeleid en als gedragsmodel). Het zou mooi zijn als iemand deze ontwikkeling wetenschappelijk zou kunnen onderzoeken. Maar het zou wel een zeer complex onderzoek zijn, gezien alle aspecten die een rol spelen.

Wat betreft de Q-koorts, het is mogelijk dat de bekendMAKING van sommmige risico’s pas plaatsvond na de verlening van sommige vergunningen. Maar de risico’s waren, als ik het goed heb begrepen, informeel al wel eerder bekend. Er mocht echter niet over worden gepraat. Dus hier zie je waarschijnlijk weer het veelvoorkomende patroon dat mensen die ervan afwisten en die hun geweten hadden willen volgen, toch eerst een tijd lang hun mond hielden, uit angst voor de consequenties als ze zouden spreken. Met andere woorden, er is vaak angst dat anderen, die minder gewetensvol zijn, het niet accepteren dat bepaalde feiten bekend worden en, bijvoorbeeld via het netwerk, wraak zouden nemen op diegenen die erover praten (einde carrière, en dergelijke). Dat er ondertussen doden vallen, lijkt voor de meeste mensen slechts van secundair belang te zijn.