Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Ombudsman en Hoge Raad zoeken de confrontatie

Soms is het na een weekje patrouille in de rechtsstaat moeilijk kiezen. Analyseren we de fantasiepoging van Wilders om het Europese noodfonds via de rechter op de lange baan te krijgen? Of lees ik het vonnis na over Robert M., die maandag 18 jaar plus tbs kreeg? Of kijken we naar de rechter in Assen, die een privéruzie over 1.600 euro met een advocatenkantoor belangrijker vond dan zijn ambt van kalmte en onpartijdigheid. Of wandel ik een eindje mee in het pleidooi van WRR-rapporteur Pieter Winsemius, dinsdag, voor een „doe-democratie”. Dat hield eerst een pessimistische analyse van de staat van de Nederlandse democratie in, waar veel ambtenaren de burgers wantrouwen. Gevolgd door een praktische handleiding hoe dat te repareren. Lokale bestuurders moeten zoeken naar „trekkers en verbinders” onder de agenten, buurtwerkers, onderwijzers en hen ondersteunen. Her en der is het vertrouwen al terug. Een mooi verhaal.

Maar de Kamer reageert gebeten en geeft de Ombudsman een publiek standje

Maar ik ben toch blijven hangen bij de publieke schrobbering die de Nationale Ombudsman op een achternamiddag van de Tweede Kamer kreeg. In april had Brenninkmeijer in deze krant een paar stevige opmerkingen gemaakt over het kabinet Rutte/Wilders. De vraag was of en waarom de Ombudsman na zijn herbenoeming meer de barricaden koos. Dat werd in het interview uitgelegd. Brenninkmeijer stoort zich aan het tanend respect onder politici voor rechterlijke vonnissen, aan het negeren van onafhankelijke adviezen van bijvoorbeeld de Raad van State, aan de gebrekkige zelfkritiek in de Kamer, aan de code elkaar binnen de trias politica niet lastig te vallen, aan de kadaverdiscipline rond het regeerakkoord. „Ik doe daar niet aan mee”, zei hij, toen nog onbevangen. Het kabinet leek hem zelfs bezig aan het ‘afschaffen van de rechtspraak’. De ‘pluriforme rechtsorde’ waarin politieke opvattingen, deskundige adviezen en rechterlijke oordelen meewegen, leek ingeruild voor een overdreven primaat van de politiek, vond hij.

Woensdag kreeg hij het lid op de neus. Was Brenninkmeijer minister geweest, dan was hij nu ontslagen. Ongepast, niet acceptabel, onjuist, niet gefundeerd, schadelijk, te politiek – VVD, maar ook PvdA en PVV kwamen diskwalificerende termen tekort. De Ombudsman had de ergste zonde in politiek Den Haag begaan, namelijk voor zijn beurt spreken. Want hoezeer Brenninkmeijer zichzelf ook ziet als ‘constitutionele speler’ die ook ‘meer algemene observaties’ mag doen, de Kamer rook politiek en reageerde gebeten. In krap een uurtje werd een Hoog College van Staat mèt de persoon die er mee samenvalt, met de grond gelijk gemaakt.

En waarom? Om kritiek die de Hoge Raad nota bene dezelfde dag in haar jaarverslag wat de rechtspraak betreft bevestigde. Procureur-generaal Jan Watse Fokkens verwacht zelfs te zijner tijd een parlementaire enquête naar het vastlopen van de rechtspraak. „Ook dan zal de conclusie, net als destijds over het onderwijs zijn: de politiek hield te weinig afstand en wilde teveel sturen, er zijn teveel, te weinig doordachte regelingen en veranderingen ingevoerd die de kwaliteit van de rechtspraak niet ten goede zijn gekomen.” Kabinetten trekken al jaren te weinig geld uit om de rechtspraak te laten uitvoeren wat er gevraagd en beloofd wordt. De grens is inmiddels wel bereikt, aldus Fokkens. Terwijl het toeschuiven van nieuwe taken gewoon doorgaat. Dat schept illusies. De kwaliteit zal teruglopen. Het draagvlak voor de rechtspraak komt in gevaar.

De president van de Hoge Raad Geert Corstens is even kritisch. Het vertrouwen in de rechtspraak zal afnemen. De strafrechtspraak dreigt te worden gemarginaliseerd. Boetes, taakstraffen en korte vrijheidsstraffen worden al zonder rechter door de overheid zelf opgelegd. Ook de klassieke taak van de rechter om de burger tegen de overheid te beschermen komt zo in het gedrang.

Corstens vindt het hameren op repressie en streng optreden een vorm van ‘paaien’ van de burger door de politiek. Het beeld bij de burger dreigt te kantelen, denkt hij. Het is straks de overheid die straft. De strafrechter mag nog wat na sputteren. Als de rechter dan straffen verlaagt, wordt die opgescheept met het predikaat ‘slap’. Door het straffen over te nemen wordt de rechtspraak uitgehold. En overigens herhaalt Corstens de mening van vrijwel alle strafrechtdeskundigen over hun vak. Wie denkt dat hoge straffen tot meer veiligheid leiden, koestert een ‘gevaarlijke misvatting’. Wie meer veiligheid wil moet „geld en menskracht steken in reclassering, resocialisatie, jeugdwerk en preventie”. Zo simpel is het.

Zou de Kamer dit ook politieke uitspraken vinden? Of mag de top van de Hoge Raad wel kritiek hebben op de politiek en de Ombudsman niet? Het lijkt er wel op.

Geplaatst in:
Bestuursrecht
Opinie
Staatsrecht
Lees meer over:
Brenninkmeijer
Geert Corstens
Hoge Raad
Jan Watse Fokkens
nationale ombudsman
rechtsstaat
repressie

16 reacties op 'Ombudsman en Hoge Raad zoeken de confrontatie'

Lili Pasteur

Ooit zei ik, vers middelbaar gediplomeerd, tegen mijn vader “ik bemoei me niet met politiek” waarop vader snedig antwoordde “maar de politiek bemoeit zich wel met jou”. Ja, dat is me inmiddels we duidelijk geworden.
Over twee dagen wordt ik achtenzestig, en mag me dit jaar weer drie tellen met de politiek bemoeien. Een zandkorreltje in de woestijn van overheidsbemoeienis die intussen doorkruist is.
Ik heb er helemaal geen zin in, al mijn voorgaande bemoeienissen hebben niet opgeleverd waar ik voor stem dus wat zal ik. En als ik kijk naar de manier waarop vertegenwoordigers van het volk – dus onder andere van mij – de enige, door henzelf benoemde! belangenbehartiger (let even op het verschil in functie)van het volk dat slachtoffer is geworden van diezelfde vertegenwoordigenden en aanverwante instituties menen te moeten schofferen, dan is daarmee alweer de eeuwige narcist in de politicus onthuld. En niet eens doordat hem/haar een fopvraag door een fopjournalist met een echte microfoon&camera werd gesteld. Zij snappen nog altijd niet dat iedere gebruikte diskwalificatie (“ongepast, niet acceptabel, onjuist, niet gefundeerd, schadelijk, te politiek”) van zijn boodschap een bevestiging is van hun bestuurlijke blindheid en daarmee een bekrachtiging van hun incompetentie: hoe woedender de reactie op kritiek, hoe ernstiger het narcisme, sla Freud er maar op na. Niet kunnen omgaan met kritiek in het algemeen en gefundeerde kritiek in het bijzonder…welk brevet van onvermogen moet er nog bij komen?
Ik ga dus op zoek naar en zal stemmen op een partij die de het rapport van de Nationale Ombudsman onderschrijft.
Hopelijk valt daar iets te kiezen. Hoop doet stemmen nietwaar.

Lili Pasteur

Hoe woedender de reactie op kritiek, hoe ernstiger het gebrek aan beoordelingsvermogen, sla Freud er maar op na. Het is het handelsmerk van de narcist, en die treft men in grote getale aan in het parlement (zie welke partijen het verontwaardigst waren). Deze politici hebben zichzelf daarmee eigenhandig een brevet van onvermogen verschaft, en de aanstaande kiezer al ruim voor 12 September van een stemadvies voorzien.
De conclusie mag dan ook zijn dat de grote hoeveelheid geventileerde diskwalificaties een bevestiging is van wat het rapport te melden had. En dat de kiezer op zoek zou moeten gaan naar en een keuze zou moeten maken uit die partijen die op z’n minst zeggen wat te zullen doen aan de geconstateerde bedreigingen van rechtstaat.
U bent gewaarschuwd.

Arjan Korevaar

het blijft moeilijk om juristen uit te leggen dat strengere straffen wel degelijk meer veiligheid bieden. Helaas wordt voor de studie rechten geen elementaire kennis van de wiskunde gevraagd. Als ik een veelpleger na een delict 1 maand gevangenis geef, dan valt te verwachten dat hij na 2/3 van zijn straf uitgezeten te hebben zijn activiteiten weer herneemt. Als ik hem 5 jaar opsluit, dan zal hij vijf jaar lang geen misdrijf kunnen plegen alvorens zijn activiteiten te hernemen. Ik heb nog nooit gehoord van een studie waar uit blijkt dat de recidive na een lange straf hoger is dan na een korte straf. Wel dat strenger straffen niet noodzakelijkerwijs de recidive niet neerwaarts beinvloedt. Het woord veelpleger verklaart al veel: als je vijf jaar vast zit ben je vijf jaar geen veelpleger geweest maw er is een korte straf en een hoge recidive voor nodig om veelpleger te worden. Kort straffen bevordert dus de recidive dus onveiligheid. En overigens herhaalt Corstens de mening van vrijwel alle strafrechtdeskundigen over hun vak. Wie denkt dat hoge straffen tot meer veiligheid leiden, koestert een ‘gevaarlijke misvatting’. De consensus bij juristen geeft te denken: kennelijk is de hele beroepsgroep kwantitatief ondermaats onderlegd. Gegeven het feit dat men nu openlijk mag zeggen dat zwakbegaafdheid een belangrijk kenmerk is van veel veelplegers, valt naar mijn mening ook te overwegen om deze groep zwakbegaafde onbehandelbare criminelen op te nemen in een tot psychiatrische inrichting omgebouwde gevangenis en ze slechts na sterilisatie weer vrij te laten. Ik weet zker dat deze opname niet statuverhogend werkt.

W.J. Markwat

De Hoge Raad heeft hiermede een statement, maar kan allereerst eens zelf beginnen de kwaliteit van het Rechtsgebouw te verbeteren. Bijvoorbeeld door vervanging van het eigen vlees keurende vriendjespolitieke Orde van Advocaten te vervangen door een Onafhankelijke Ombudsman voor de Rechtspraak, waar ook over vooringenomenheid en onkunde van Rechters in procedures kan worden geklaagd, en het organiseren van lagere advocatenvergoedingen, hoe dan ook.

W. Wilkens

Er is inderdaad een toenemende irritatie waar te nemen over adviseurs die, vanuit hun specifieke deskundigheid, een bepaald aspect van beleid onder de loep nemen. Gevraagd of ongevraagd. Nou is het lot van een adviseur, die er niet mee overweg kan dat zijn adviezen niet worden gevolgd, ook bekend, maar de laatste jaren is de tendens weer waarneembaar dat de kritiek zich op de boodschapper richt. Zeker op een boodschapper die als toegift nog eens laat merken te maken te hebben met derde garnituur politici en bestuurders. Zijn lot staat dan al bij voorbaat vast en dat blijkt nu ook het geval te zijn met Brennikmeijer. Opmerken dat men in de uitvoering hinder begint te krijgen van systeemfouten die voortvloeien uit verkeerde of foute regelgeving is één en had nog acceptabel kunnen zijn, maar impliceren dat men zich in Den Haag al langer laat leiden door zaken die er niet echt toe doen of praat zonder enig verstand van zaken, betekent onherroepelijk dat je positie onhoudbaar wordt.
“Vind jij mij aardig, dan vind ik jou ook aardig” is al jarenlang het devies die men goed in zijn oren moet knopen.
Welnu, de Kamerleden die Brennikmeijer nu de maat namen, tonen inderdaad aan dat het hen meer om de boodschapper dan de boodschap gaat, wat op zich al voldoende over het niveau zegt.

Ik vond het persoonlijk al een teken aan de wand dat bij het 25-jarig jubileum van dit Hoge College van Staat de minister-president acte de présence gaf en geen enkel kamerlid het woord voerde of, beter, de voorzitter van de Tweede Kamer. Het is immers het enige Hoge College dat door haar direct wordt benoemd.
Het ultieme bewijs dat de scheiding van machten niet een echt doorleefd beginsel is bij de Kamer zelf.

Van wie ook al weer het commentaar over schending van de grens tussen de 3 staatsmachten?
En wie ontvangt zonder enig reactie de kritiek van de enige Staatsmacht (de rechter) die niet extern wordt gecontroleerd?

Of de burger er veel wijzer van wordt, is nog maar de vraag, maar om hem gaat het toch al lang niet meer.

lyngbakken

Ik vrees dat zowel de kritiek van de ombudsman als die van de Hoge Raad niet welkom is in de Tweede Kamer.
Bij de ombudsman denkt men: dat is het jonkie van de hoge colleges van staat, dat ook maar bestaat uit één persoon. Die moet zich daarom richten naar de hele Kamer en zich politiek koest houden, en al helemaal niet kritiek uiten op de manier waarop de Kamer omgaat met een ander hoog college van Staat: de Raad van State, of met de Hoge Raad. Die kunnen wel voor zichzelf spreken.

Bij de Hoge Raad is de Tweede Kamer voorzichtiger dan bij de ombudsman, maar denkt men: daar heb je die juristen weer die moeilijk doen en die geen verstand hebben van het openbaar bestuur. Beleefd aanhoren, en dat is het dan.

Voor wat betreft de verhouding ombudsman, Hoge Raad en politiek: daar raken we weer aan het punt van de Trias Politica (waar op dit blog al veel over is geschreven).
Binnen de Trias zou de wetgever democratisch gezien het sterkste moeten zijn.

Dat is echter niet het geval. De uitvoerende macht heeft de wetgever opgeslokt.
De democratisch gekozen organen lopen bijna aan de leiband van de ambtenaren. Het stikt van de oud-ambtenaren in democratische organen zoals de Tweede Kamer, met als gevolg dat de burger zich niet meer herkent in die organen. Er zitten nauwelijks meer ¨gewone mensen¨ in, en de visie van gewone mensen komt bijna niet door in het notageweld van de ambtenarij.
Dat democratisch gat is al vaak gesignaleerd, maar er verandert maar weinig. De Tweede Kamer blijft onder de ¨kaasstolp¨.

Door dat gat hangt de Trias al uit het lood waar het betreft de verhouding tussen uitvoerende macht en wetgever, maar dat werkt ook door richting de derde poot van de Trias: de rechterlijke macht (en een orgaan als de nationale ombudsman). De rechterlijke macht is binnen de Trias nog zwakker tegenover de uitvoerende macht dan de wetgever dat is gebleken te zijn. De rechter mag immers alleen oordelen over zaken die haar worden voorgelegd. De rechter is ook extra kwetsbaar: hij moet (anders dan de politiek) over de hem voorgelegde problemen oordelen (rechtsweigering is verboden).

In het ambtelijk denken worden rechters nogal eens gezien als dwarsliggers die de goede bedoelingen van het ambtelijk/bestuurlijk denken frustreren en te veel oog hebben voor de concrete zaken die bij hen voorliggen in plaats van voor het grotere beleidsmatige plaatje. De uitvoerende macht kan dan ook last hebben van de rechter.
Een regeling die zorgt dat er minder zaken aan de rechter worden voorgelegd (verhoogde griffierechten) maakt de rechterlijke poot van de Trias direct nog zwakker, ten gunste van de uitvoerende macht. Het is volgens mij dan ook niet geheel toevallig dat de voorstellen daarvoor uit een ambtelijke koker kwamen, en dat die voorstellen geen betrekking hadden op het rechtsgebied waarin de staat de burger bij uitstek controleert: het strafrecht.

Gelukkig is de draconische verhoging van de griffierechten nu (voorlopig?) van de baan, maar de onderliggende mechanismes zijn dat helaas niet.

Voor de goede orde: met dit alles is voor mij niet gezegd dat er geen kritiek te leveren valt op de rechterlijke macht. Wat geldt voor de wetgever, geldt helaas (zij het in iets andere vorm) ook voor de rechter.

In de rechtspraak heeft een vorm van ¨verambtelijking¨ plaatsgevonden met de groei van de rechtbanken. De groei heeft geleid tot schaalvergroting, en met de komende herziening van de gerechtelijke kaart wordt dat verder doorgezet: we gaan terug van 19 naar 10 rechtbanken, waardoor elke rechtbank de schaal van een half ministerie krijgt. Dat geeft niet veelhoop voor de toekomst.

De rechtspraak lijdt ook in een ander opzicht aan een vergelijkbaar euvel als de wetgever: een te grote afstand tot de mensen waar het om gaat.
Dat is te zien bij de Hoge Raad. Men maakt zich daar druk over het feit dat de burger niet wordt gestraft door de rechter maar door het bestuur, terwijl vergeten wordt dat in de tijden dat de strafrechter nog die zaken deed, heel veel zaken helemaal niet bij de rechter kwamen, maar in de kast werden opgelegd of geseponeerd. Er was een groot handhavingstekort, en daar heeft de bestuurlijke boete wat aan gedaan. Dat is iets dat ook van belang is voor de burger. Ik moet er persoonlijk niet aan denken dat die klok wordt teruggedraaid.

Maar ik ben het wel met Corstens eens als hij benadrukt dat de rechter het laatste woord dient te hebben bij die bestraffing, en niet het bestuur. Dat kan de rechter echter ook als bestuursrechter (in plaats van als strafrechter) doen. Maar hier laat vooral de Raad van State als bestuursrechter een gat vallen dat veel te groot is.
Een simpel voorbeeld: in bestuurlijke boetezaken wordt heel vaak geen rekening gehouden met het feit dat de burger of het bedrijf voor de eerste keer moet voorkomen voor een strafbaar feit (een first-offender is). De strafrechter houdt daar juist wel rekening mee.
Ook anders dan bij de strafrechter is de boete ook even hoog of het nu gaat om een notoire overtreder of om een situatie waarin geen sprake is van opzet, maar alleen van schuld. Vanuit ambtelijk perspectief is er geen reden om daar echt onderscheid te maken (is ook te bewerkelijk), maar het vreet aan de legitimatie van de rechtsstaat. Aan burgers is dat echter niet uit te leggen.

Mij lijkt maatschappelijk gewenst dat de bestuursrechter bij de bepaling van de hoogte van de straf (de boete) de bril van zijn strafrechtelijke collega opzet. Maar ik vrees dat met name de Raad van State daar moeite mee lijft houden. Dat orgaan heeft heel veel wortels in het openbaar bestuur, en anders dan de bestuursrechters bij de rechtbanken hebben de leden van de Raad van State vaak weinig of geen affiniteit en ervaring met het werk als strafrechter.
Daarover hoor ik de Hoge Raad niet. Dat kan zijn omdat men een ander hoog college (de Raad van State) niet wil afvallen, of omdat men die zaken graag zelf weer wil gaan doen.
Daar is de burger en de samenleving wat mij betreft echter niet mee geholpen.

De ombudsman staat dus als relatief jong hoog college van staat tamelijk alleen. Dan kan hij door de Tweede Kamer ook makkelijk op het matje worden geroepen, maar dat is dan wel vooral gemakkelijk (en niet zinvol).
De Haagse rust is daarmee gediend, maar onze samenleving niet: die blijft zitten met een status quo van halfbakken ¨oplossingen¨.

Reinier Bakels

De kern is dat ons systeem niet deugt. De misvatting is dat de politiek de baas is en niet politiek gelegitimeerde organen als rechterlijke macht en de ombudsman hun plaats moeten kennen.

Het is een lastige paradox, maar in een deugdelijk staatsrechtelijk systeem is de politiek *niet* altijd de baas. Gek genoeg probeert juist Wilders dat dezer dagen eigenlijk te bevestigen door de Staat in kort geding te dagvaarden.

Ons staatsbestel is in essentie in de 19de eeuw ontworpen door Thorbecke. Het probleem was toen om de macht van het Parlement ten opzichte van de Koning te versterken. Dat is nu geen prioriteit meer, zacht gezegd. Toch zitten we nog steeds met dezelfde grondwet (die slechts op detailpunten is geactualiseerd).

Na enkele akelig “staatkundige experimenten” namen onze Oosterburen in 1949 een grondwet aan die moest voorkomen dat dat land weer zou afglijden: “nie wieder”. Daarin werd een belangrijke taak toebedeeld aan het Bundesverfassungsgericht, een constitutioneel hof dat zo nodig de politiek kan corrigeren, en zelfs wetten in abstracto buiten werking kan stellen. Maar de Duitsers zijn ook allergisch voor politieke beslissingen die door niet democratisch gelegitimeerde organen worden genomen, en daarom zijn er speciaal regels ontwikkeld (“Parlamentsvorbehalt”), die er op neerkomen dat het BVerfG wel mag zeggen wat fout is maar niet wat beter is. Het is ook handig dat het een apart gerecht is, naast het BGH, de Duitse Hoge Raad. De leden van het BVerfG worden voor een vaste, eindige termijn benoemd, en kunnen niet herkozen worden, zodat ze zich niet “populair” hoeven te maken. Voor een deel bestaat dit gerecht uit carrière-rechters, voor een ander deel uit juridisch geschoolde ex-politici. En dan is het vaak opvallend dat die als professionele juristen door toepassing van het geldend recht tot een ander oordeel komen dan wat je zou verwachten op grond van hun politieke overtuiging.

Alleen al de dreiging van ingrijpen door het BVerfG heeft een hygiënische werking op de politiek: politici weten dat bepaalde dingen niet kunnen. Intussen zijn er talloze voorbeelden van incidenten waar een (scheids-)rechter een heilzaam effect had kunnen hebben in de Nederlandse politiek.

Een leuk voorbeeld (maar niet van een werkelijk probleem) is dat Donner ooit beweerde dat in Nederland de Sharia kan worden ingevoerd als een meerderheid dat wil. Natuurlijk zat Wilders meteen in de gordijnen. Maar Donner legde met zijn (te?) academische bespiegeling wel een zwakte van ons systeem bloot: er is hier niemand die een foute opvatting van een meerderheid kan corrigeren.

Kan de meerderheid ooit ongelijk hebben in een democratie? Is de “volonté générale” niet heilig? De ontwikkelingen rond 1933 bij onze Oosterburen laten zien dat dit bepaald niet het geval is! Dit is een staatkundige paradox waarover al boekenkasten volgeschreven zijn.

Overigens kennen ook de Amerikanen constitutionele toetsing. Het is lullig dat de rechtmatigheid van “Obamacare” aan het federale hooggerechtshof wordt voorgelegd, maar niemand zal daar roepen dat die negen rechters hun plaats moeten kennen. Maar dat heeft er ook mee te maken dat de Amerikaanse “Constitution” ongeveer heilig is.

Terwijl onze stokoude grondwet niet veel meer is dan een intentieverklaring, en ongeveer alle belangrijke bepalingen een clausule bevatten “tenzij het parlement anders beslist”.

Mag je meer verwachten van een Grondwet in een land dat geen constitutionele traditie heeft? Ja, want traditie is geen argument als de omstandigheden veranderen. Ons zwaar versnipperde politieke systeem toont eigenlijk al aan dat het zo niet verder kan. Is die politieke pluriformiteit dan niet prachtig, met zelfs een Partij voor de Dieren? Ik denk dat politici vinden dat je van politiek *moet* houden en zich onvoldoende verplaatsen in de massa’s die politiek op z’n best als noodzakelijk kwaad zien.

Marius van Huygen

“Het is een lastige paradox, maar in een deugdelijk staatsrechtelijk systeem is de politiek *niet* altijd de baas. Gek genoeg probeert juist Wilders dat dezer dagen eigenlijk te bevestigen door de Staat in kort geding te dagvaarden.”

Op 3 januari j.l. is hiervoor nog het bewijs geleverd door een kort geding van FNV Kiem en de Beroepsvereniging van Beeldende Kunstenaars (BBK) tegen de Staat i.v.m. een wet waarmee de Eerste Kamer instemde met het opheffen van de WWik waarmee de wet buiten werking gesteld zou worden voor kunstenaars die gebruikmaakten van deze regeling.

Maar volgens de kort geding rechter moet de Staat zorgen voor een overgangsregeling voor kunstenaars die een beroep deden op de WWik, een regeling waarmee zij hun inkomen konden aanvullen zonder een beroep te hoeven doen op de bijstand. Dat oordeelde de rechtbank in Den Haag in een zaak die de kunstenaars tegen de Staat hadden aangespannen.

http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2676/Cultuur/article/detail/3103380/2012/01/03/Kunstenaars-winnen-kort-geding-over-WWik-van-Staat.dhtml

lyngbakken

@ 1 Arjen Korevaar

Je zit (weer) verongelijkt te doen alsof de wereld feiten die voor jou voor zich spreken maar wil blijven ontkennen. De werkelijkheid is echter niet zo simpel als jij hem graag ziet.

Allereerst is van belang recidive tijdens en na de straf uit elkaar te houden. Natuurlijk kan iemand die vastzit niet in de samenleving recidive plegen.

Waarom kies je niet voor de doodstraf? Die heeft ook een recidiverisico van nul, en is ook nog goedkoper dan opsluiten.
Dat doe je volgens mij niet, omdat je ook wel weet dat de straf in verhouding moet staan tot het gepleegde feit. De vergeldingskant van de straf bijv. verbiedt om de straf strenger te maken dan het gepleegde feit.
Maar daar schrijf je niet over.

In de door jou genoemde veelplegersmaatregel (ISD) zitten veel verslaafden en/of geestelijk beperkten c.q. psychiatrische patiënten en sociaal onaangepasten.
Van de ISD-ers wordt gezegd dat de grote winst is dat ze nu langer vastzitten dan vroeger, en in die tijd geen strafbare feiten plegen. Deze groep blijkt echter na afloop van de detentie hoger te recidiveren dan anderen. Gelet op hun achtergrond verbaast dat mij dat niets.

Veel van deze recidiverende klanten komen weer terug in de ISD. Ze zitten dan weer voor twee jaar vast, nadat ze bijvoorbeeld weer op knullige wijze een winkeldiefstal hebben gepleegd ter waarde van nog geen tientje; een sixpack bier bijvoorbeeld. Persoonlijk vind ik dat nogal overtrokken: weer twee jaar voor een dergelijk klein feit. Ik zou liever zien dat er voor die groep fatsoenlijke voorzieningen zouden zijn, zoals bijv. zorgboerderijen buiten de stad, die preventief kunnen werken op het plegen van strafbare feiten. Maar daar willen we geen geld voor uittrekken.

Sterilisatie helpt al helemaal niets, en is hier gewoon nodeloze verminking. Het gaat hier niet om seksuele delinkwenten. Die zitten in de tbs. Dat is een verhaal apart (overigens ook qua recidiverisico). Ook in dit opzicht kluts je dingen door elkaar.

Is de achtergrond waarmee iemand met justitie in aanmerking komt al een belangrijke factor voor recidive; een tweede belangrijk element bij recidiverisico is de soort straf. Na een werkstraf blijkt de recidive lager dan na een gevangenisstraf. Dat kan komen door door het feit dat ¨hopeloze gevallen¨ minder een werkstraf krijgen, en meer gevangenisstraf, maar er is ook onderzoek dat laat zien dat het komt door de soort straf. Enige voorzichtigheid met het opsluiten van mensen is dus ook geboden. Van gevangenisstraf wordt niemand beter, van een werkstraf (in bepaalde gevallen) wel.

Verder is de leeftijd van betrokkenen van groot belang. Bij jeugdigen werkt een langdurige vrijheidsstraf vaak recidivebevorderend. Dat is één van de redenen dat we een apart jeugdstrafrecht hebben.
De leeftijd werkt ook op een andere manier door. Ruwweg gezegd daalt de kans op recidive boven de (ruwweg) 40-jarige leeftijd. De wilde haren verdwijnen dan; de verslaving is vaak niet goed meer vol te houden etc.

Ook is de sociale omgeving van belang. Heeft de gedetineerde vrouw en/of kinderen, dan werkt dat ook remmend op de recidive. Trouwt hij na vrijlating, dan idem dito. Niet voor niets wordt het werk van de reclassering resocialisatie genoemd.

Verder is van belang of betrokkene verantwoordelijkheid neemt voor zijn daad of niet, en of bijvoorbeeld een regeling met het slachtoffer tot stand is gekomen. Inzicht in het eigen handelen en de gevolgen daarvan voor anderen werkt ook recidiverisicoverlagend. Op dit blog is nog onder het vorige topic geschreven over projecten in deze richting, maar ik hoor je er niet over.

De reclassering heeft ervaring opgedaan met instrumenten die helpen het recidiverisico in te schatten, waarin deze (en nog andere factoren) zijn verwerkt. In de praktijk weet men dus wel degelijk met ¨wiskunde΅ en statistiek om te gaan.
Maar het blijft altijd inschatten voor de toekomst. Het kan dus ook misgaan.

Dat risico neem je, als je mensen een nieuwe kans wilt bieden. Dat risico neem je ook, als je weet dat voor elke gedetineerde een keer de eerste is geweest, en dat we dus allemaal de fout in kunnen gaan. Enige bescheidenheid in strafrechtelijke reactie is dan een kwestie van wijsheid en noodzaak.

Arjan Korevaar

Mijn stelling blijft overeind: om veelpleger te worden moeten de straffen kort zijn en de recidive hoog. Ander verwerf je die kwalificatie niet. Kort straffen lijkt dus recidive te bevorderen. Langdurig opsluiten voorkomt het plegen van misdrijven door deze groep. De door u genoemde verslaafden en/of geestelijk beperkten c.q. psychiatrische patiënten en sociaal onaangepasten vind ik meer thuis horen in een mengvorm van psychiatrie en een gevangenis: een tot psychiatrische inrichting omgebouwde gevangenis. Ook denk ik dat degenen, die het Nederlanderschap hebben verkregen door naturalisatie, dit ook weer kwijt moeten kunnen raken als ze een middelzwaar of zwaar misdrijf plegen, net als in Amerika. In uw bijdrage stelt u:
Dat risico neem je, als je mensen een nieuwe kans wilt bieden. Dat risico neem je ook, als je weet dat voor elke gedetineerde een keer de eerste is geweest, en dat we dus allemaal de fout in kunnen gaan. Natuurlijk vind ik dat een puber die rottigheid uithaalt niet de rest van zijn leven in rook moet zien opgaan. Maar neem die twee overvallers, die een juwelier doodschoten. De bleken al lang bloot te hebben gestaan aan de door u zo geroemde deskundigheid nadat ze veroordeeld waren voor het in het bezit van een vuurwapen. Ook de Antillianen en Marokkanen, die in Opsporing Verzocht de onbezoldigde hoofdrol spelen, zijn het niveau van de lastige puber al lang te boven. Ik vind dat de samenleving tegen dit soort individuen beschermd moet worden. Zodat mijn zus, die een arm deels mist, niet wordt beroofd door een Marokkaan in de trein. Of dat ik in het park niet wordt bedreigd door een Marokkaan. Zodat je je veilig kan voelen in je eigen huis. De kans is groter om in huis overvallen te worden dan de staatsloterij te winnen. Veel bejaarden zijn hiervan het slachtoffer. Ook mijn moeder is in het park beroofd. Ik stel het slachtoffer en de maatschappij centraal. En ik denk dat de recidive kan verminderen als zwakbegaafden met criminele tendensen en een geweldsachtergrond, die op straat loslopen, dat alleen mogen met een door castratie grotendeels uitgeschakelde testosteron productie.
Zie hiervoor in Wikepedia: Bij mannen is agressiviteit en antisociaal gedrag gerelateerd aan het testosteronniveau. Deze relatie is in verschillende studies vastgesteld.[2][3]

Ook blijkt agressief gedrag van gevangenen, zoals het overtreden van gevangenisregels, de betrokkenheid in gevechten en dominantie in de groep aan de testosteronspiegel gerelateerd. Dit geldt voor zowel mannen[4] als vrouwen [5].
Door castratie denk ik de kwetsbare groepen tegen zichzelf te kunnen beschermen en hoeven ze niet te worden opgesloten. En ook de slachtoffers worden beschermd, die vaak eveneens tot een kwetsbare groep horen.

lyngbakken

@ 10 Arjan Korevaar

Hier hebben we het allemaal al eens eerder over gehad.

Je argumentatie ontbreekt ook hier weer, en voorzover die er wel is, rammelt die aan alle kanten. Dat heb ik al eens uitvoerig uiteengezet, kennelijk zonder enig resultaat.

Wat ik vooral zwak van je vind is dat je andersdenkenden beschuldigt van gebrek aan argumenten, maar zelf met niks komt, behalve met statements waar je kennelijk zelf van overtuigd bent. En je bent totaal niet ontvankelijk voor tegenargumenten.
Dat heet wel tunnelvisie.

Jan van Rongen

Arjan Koorevaar heeft duidelijk onvoldoende kennis van wiskunde. Volgens hypothese neemt de recidive toe bij langere straffen. Wij maken een simpel sommetje.

Als in 2012 de gemiddelde straftijd 3 jaar langer wordt, dan heeft dat een jaar of 5 effect, daarna is het effect uitgewerkt en wordt het slechter. Vanaf 2016-2018 zal de recidive zelfs permanent toenemen ten opzichte van het huidige beleid.

Het helpt dus niet. QED.

a.zecha

Partijvertegenwoordigers in parlement en regering hebben decennialang gewerkt aan een verstrengeling van twee staatsmachten: de wetgevende en de bestuurlijke (uitvoerende) macht en daarbij m.i. nauwe contacten onderhoudend met grote ondernemingen en bedrijven.
De Nationale Ombudsman Brenninkmeijer is de eerste gezaghebbende nationale autoriteit die hierover de klok luidde in het Nederlands Juristenblad.
Bij hem heeft er nu een tweede nationale gezaghebbende nationale autoriteit gevoegd omdat de onafhankelijkheid van de derde democratische staatsmacht – die overwegend nog wèl onafhankelijk is – in toenemende mate dreigt te worden opgeslokt in een unitas politica, die m.i. onherroepelijk leidt tot een dictatuur van politici en liberale marktdeelnemers, waarmee Europa in de vorige eeuw ervaring mee opgedaan heeft. Toen werd er nauw samengewerkt met de industrie; nu met de grote internationale financiers en deelnemers van de liberale markt, die in de praktijk zich weinig storen aan mensen- kinder- en volkerenrechten om des te meer een vergroting van winsten uit producties en uit koersspeculaties te halen.
M.i. is het goede zaak dat iedere burger die inderdaad de democratie een goed hart toedraagt, deze twee onafhankelijke democraten steunen; een ieder op zijn/haar wijze.
a.zecha

Jan Muters

De ombudsman staat voor democratie. De Hoge raad staat voor oligarchie. Dat is het verschil.

Paul Kirchhoff

Het Nederlandse model met eerste en tweede kamer blijkt onder invloed van voortdurend dalende kwaliteit van de gekozen volksvertegenwoordigers en kabinetsleden steeds slechter te werken.
De eerste kamer is al lang niet meer in staat nieuwe wetgeving behoorlijk op kwaliteit te beoordelen.
Politieke stellingname bepaalt in de eerste kamer steeds meer de uitslag van de stemming.
Voorbeeld de vreemdelingen wet van mevrouw Verdonk.
Haar ambtenaren hebben herhaaldelijk gewaarschuwd dat de wet tot grote problemen zou leiden bij de uitvoering door de gemeenten. Verdonk drukt de wet door eerste en tweede kamer.
Uiteindelijk blijkt dat de wet volledig onwerkbaar is. Het commentaar van Verdonk: gewoon invoeren,wanneer het niet werkt zien we dan wel weer.
Het Duitse model met het Bundesverfassungsgericht is een betere garantie voor kwalitatief goede wetgeving.

Het vervagen van de trias politica, parlement bemoeit zich met lopende of net afgesloten rechtszaken, minister van veiligheid en justitie grijpt voortdurend in bij optreden van OM en politie, eerste kamer beslist steeds meer op grond van politieke haalbaarheid ipv op kwaliteit van de voorstellen is de bijl aan wortels van de rechtsstaat.

Paul Kirchhoff

Hoe onwelkom de observaties en de de daarop volgende conclusies van de Nationale Ombudsman ook zijn voor het parlement ze zijn zonder voorbehoud juist.
Dat er zo tegen deze conclusies geageerd wordt maakt pijnlijk duidelijk hoezeer onze volksvertegenwoordiging afgedwaald is van haar belangrijkste taken: controle op het handelen van de regering en toezien op de invoering van kwalitatief goede wetgeving.