Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

De Uitspraak: Is heimelijk fotograferen van naakt ontucht of alleen privacyschending?

Is het heimelijk fotograferen van een naakte man onder de douche ontucht? Of alleen privacyschending? Met commentaar van NJB-expert Egbert Dommering, emeritus-hoogleraar informatierecht in Amsterdam.

De Zaak. Op een camping merkt een douchende gast dat zijn buurman over de scheidingswand een telefoon houdt en hem daarmee fotografeert. Hij klimt op het bankje en laat de buurman weten daarvan niet gediend te zijn. Er komt een politie onderzoek van. De telefoongluurder blijkt het vaker te doen – op zijn telefoon staan meer foto’s van douchende mannen. Om niet te worden betrapt is de ingebouwde flitser afgeplakt. De man had een seksueel motief. Zijn slachtoffers merkten niets.

Wat staat er in de wet? De officier van justitie kan in het wetboek van strafrecht kiezen tussen art. 139 f, het verbod op heimelijk fotograferen in een niet publiek toegankelijke plaats. Of art. 246 ‘aanranding van de eerbaarheid’, iemand dwingen tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen met een ‘feitelijkheid’. Hij gaat voor artikel 246.

Waarom is dit ontucht?

Het openbaar ministerie vindt dat bij ontucht die ‘dwang door feitelijkheid’ met een korreltje zout mag worden genomen. Er is voor ontucht geen fysieke aanraking nodig, stelt hij de rechter voor. En ook geen ‘interactie’. Ook wie niets merkt of achteraf weet is toch een slachtoffer. „Bepalend is dat de aangever door de handelingen van verdachte in zijn seksueel schaamtegevoel is gekwetst”. Dat wordt zo ook de samenleving gevoeld, vindt het OM. Ook de onbekende mannen op de andere foto’s zouden dat zo voelen. Er is een ‘sociaal ethische norm’ geschonden. De officier verwijst naar een zaak uit 2006 waarbij een rechtbank het heimelijk filmen van vrouwen op het toilet als ontucht erkende. Volgens die rechter was het wel mogelijk om ontucht te plegen met iemand die nergens iets van merkt. Beslissend is de vraag of het slachtoffer gekwetst is in het seksuele schaamtegevoel.

Wat zegt de advocaat?

Er was hier helemaal geen dwang waar het slachtoffer zich niet aan kon onttrekken, zoals de wet vereist. Dit gedrag kan worden gezien als voyeurisme en een (grove) privacy schending. Maar daar is een ander wetsartikel voor. Het is ook maatschappelijk ongewenst hier het etiket ontucht aan te hangen.

Wat zegt de advocaat-generaal? De hoogste adviseur van de Hoge Raad vindt dat het bestaan van verkleedhokjes en douchehokjes al bewijst dat seksuele eerbaarheid in het geding is. Ook op stranden waar badgasten weinig textiel dragen blijven de geslachtsdelen bedekt. Het heimelijk fotograferen is kennelijk aantrekkelijk, juist omdat het om seksualiteit gaat. Ook de eenvoudige mogelijkheid van onbeperkte verspreiding via internet moet meewegen. Het ontuchtartikel beoogt de seksuele integriteit van burgers te beschermen. Heimelijk fotograferen is daarom een (beperkte) inbreuk daarop.

Wat zegt de rechter? Zowel rechtbank, Hof als Hoge Raad vinden dit juridisch geen ontucht. Fotograferen en filmen zijn geen seksuele handelingen. Dit is een privacy schending. Of het slachtoffer in zijn seksuele schaamtegevoelens is gekwetst maakt dit niet anders. Ook maakt het niet uit dat de beelden zijn bedoeld om seksuele gevoelens te bevredigen. De man is terecht vrijgesproken.

Lees hier de uitspraak van de Hoge Raad (LJ BW5000)

Volledige naamsvermelding. Nuanceren en argumenteren is verplicht.

Geplaatst in:
Strafrecht
Lees meer over:
misbruik
ontucht
privacy
privacyschending
seksueel misbruik

11 reacties op 'De Uitspraak: Is heimelijk fotograferen van naakt ontucht of alleen privacyschending?'

Peter van Dam

Fotograferen is in dit geval wel een seksuele handeling. De rechter zegt ook zelf dat er is gefotografeerd om seksuele gevoelens te bevredigen. Onbegrijpelijk dat de dader op deze manier wordt vrijgeredeneerd.

lyngbakken

Dit lijkt mij een geval van onhandig procederen door de officier van Justitie.
Waarom heeft hij niet primair 246 en subsidiair 139 f ten laste gelegd? Er zit immers een overlap tussen die artikelen (zoals de AG bij de Hoge Raad ook vaststelt).
Bij primair-subsidiair kon alles aan de orde komen, nu alleen maar 246. Dan wordt er geperst en gewrongen om het daarin te krijgen, met het risico van het deksel op de neus en een volledige vrijspraak; dat terwijl wat de man deed strafbaar was.

NJB expert Egbert Dommering, emeritus hoogleraar informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam

Gluren is geen ontucht

In de beslissing van 8 mei die hier ter discussie staat heeft de Hoge Raad beslist dat het heimelijk filmen (fotograferen) van een man die naakt onder de douche staat in een douchecabine van een camping niet beschouwd kan worden als het plegen van ontucht. Het is wel een verboden inbreuk op de privacy van de man. Het wetboek van Strafrecht stelt immers strafbaar het heimelijk afbeelden van iemand met een camera (in het jargon van het wetboek ‘met een technisch hulpmiddel’) in zijn of haar woning of op een niet openbare plaats (bij voorbeeld de douchecabine op de camping). Voor de strafbaarheid is dus niet nodig dat het gaat om het vastleggen van intieme situaties (bijvoorbeeld naakt onder de douche). Het Openbaar Ministerie had in deze zaak echter ten laste gelegd dat het heimelijk afbeelden (gluren met een camera) van de intieme situatie van het naakt douchen moest worden beschouwd als het plegen van ontucht. Dat stelt het Wetboek van Strafrecht strafbaar als iemand door (bedreiging met) geweld of (in het jargon van het wetboek) ‘met een andere feitelijkheid’ gedwongen wordt tot het plegen of dulden van ontuchtige (seksuele of seks gerelateerde) handelingen. De vraag is dus of het heimelijk maken van naaktfoto’s of filmpjes (meestal met seksuele bedoelingen door degene die de afbeeldingen maakt) een ‘andere feitelijkheid’ is. De Hoge Raad vindt dat in deze zaak (en in een uitspraak van een week later over een zich uitkledende vrouw die van buiten in haar slaapkamer heimelijk langs het gordijn wordt gefilmd) van niet, omdat het heimelijk maken van een afbeelding op zich zelf genomen niet een ‘op het plegen van ontucht relevante interactie’ oplevert. Meestal moet er dan (een dreiging) tot feitelijke aanraking zijn, vindt de Hoge Raad, zij het met een kleine nuancering namelijk ‘als ook zonder lichamelijke aanraking sprake is van een handeling waarvan het plegen of dulden als ontuchtig is aan te merken.’ De Advocaat-generaal (die de Hoge Raad adviseert over de te nemen beslissing) vond in deze zaak dat de naaktheid en het motief van de gluurder ‘wel kunnen bijdragen aan het oordeel dat van een ontuchtige handeling sprake is.’ Bij het ‘heimelijk bespieden en het – met de eenvoudige mogelijkheid van onbeperkte verspreiding- op beeld vastleggen van een naakt iemand in een badhokje is diens seksueel gerelateerde eerbaarheid in het geding.’ Ik kan in een wereld waarin in toenemende mate beelden van seksueel gerelateerde situaties (naaktheid, seks) op het internet worden gepost, meegaan met de benadering van de Advocaat-generaal. Laat ik proberen de criteria voor het onderscheid tussen privacyschending en gedwongen ontucht op scherp te stellen.
Iemand die in een intieme situatie heimelijk wordt gefotografeerd of gefilmd heeft er doorgaans ‘geen last van’, omdat hij of zij het niet merkt. Gevoelens van schaamte en aantasting van (seksuele) integriteit treden op als de bespiede de gluurder opmerkt, en – erger- als de gluurder doorgaat als hij is opgemerkt (dat deed zich in het geval van het camping badhokje voor). Nog erger wordt het als de beelden tegen de zin van de betrokkene worden verspreid (posten op internet). In het eerste geval (onwetend bespied worden) gaat het om een pure privacyschending, in de drie andere gevallen in opklimmende graad van ernst (bespieden opmerken, bespieden proberen te verhinderen, verspreiding van beelden zonder toestemming) gaat het om meer dat je als een voor ontucht relevante interactie zou kunnen aanmerken. In alle gevallen is er de vrees dat de gluurder of de derden iets met de beelden gaan doen wat je seksuele integriteit raakt.

Frank Mayer

Naast dat de vraag of het maatschappelijk gewenst is dit onder ontucht te laten vallen zijn er nog andere overwegingen te maken.
Er bestaat een groot en kostenloos aanbod van beelden van naakte mensen op het internet. Waarom deed verdachte wat hij deed? Omdat het spanning oproept? Dan zou het, deels, seksuele karakter in de daad van het fotograferen liggen en niet in gebruik van de beelden achteraf. Naast het schenden van privacy kan de handeling van het fotograferen ook een seksuele handeling zijn.
De spanning zou eventueel daarin liggen betrapt te (willen?) worden. Bij herhaling van deze handeling neemt de kans dat dit gebeurt exponentieel toe, exact in het kwadraat per keer. Nu zal een iedereen die ook daar gedouchd heeft zich in zijn of haar seksuele eerbaarheid aangetast voelen. Het niet weten of niet bewust zijn van, op het moment van fotograferen, is dan ook een non-argument.
De aanwezigheid van afgesloten douchhokjes geeft aan dat dat de plaats is om te douchen, door daar te douchen maak je een duidelijke keuze en geef je op die manier een duidelijk signaal af niet gezien en gefilmd te willen worden. Wordt slachtoffer op die manier door de situatie en verdachte gedwongen zich seksuele handelingen (het filmen) te laten welgevallen en heeft slachtoffer zich daar tegen geweerd door de deur te sluiten? Er is sprake van dwang, slachtoffer kan zich moeilijk midden op de camping met een tuinslang of gieter douchen, er wordt hem geen andere keuze gelaten.

Zelf denk ik dat onder ontucht zou vallen maar dat het duidelijk toch iets geheel anders is dan andere vormen van ontucht. Veroordeling is niet proportioneel dus is vrijspraak op zijn plaats.

Reinier Bakels

Strafrechtelijke bepalingen mogen niet extensief ten nadele van een verdachte worden geïnterpreteerd. Ontucht is een woord dat in onze taal een specifieke betekenis heeft, en redeneringen dat de strafbaarstelling een bepaald belang beoogde te beschermen dat ook hier aan de orde is zijn misschien niet onjuist, maar stellig ongepast in het strafrecht.

Totalitaire regimes hebben nog wel eens open-einde strafbepalingen à la art. 6:162 BW, die ook alles strafbaar stellen wat naar “gangbare” maatstaven onfatsoenlijk is maar niet expliciet strafbaar is gesteld. Helaas hebben wij ook een dergelijke bepaling in onze Wegenverkeerswet die agenten met bonnenquota aangrepen om de ongelukkigen die bij ijzel van de weg raakten te bekeuren wegens onvoorzichtig rijgedrag. Maar buiten het wegenverkeersrrecht hebben wij gelukkig niet van dit soort bepalingen. Het is al erg genoeg dat de diefstal van elektriciteit strafbaar is (op grond van een arrest uit 1921). Waarom wordt dat niet eindelijk gecodificeerd, zoals bij onze oosterburen? (§ 248c Stgb). Omdat wij een minder akelige geschiedenis hebben dan de Duitsers?

Margreet van Es

Deze uitspraak verrast mij zeer, vooral omdat de opvatting van de rechter zo extreem ver van de beleving van zowel dader als slachtoffer (en waarschijnlijk van alle Nederlanders) afstaat. Voor veel mensen is naakt gefotografeerd worden minstens even erg als onzedelijk betast worden, zeker als de foto’s worden verspreid. Dat het slachtoffer niet wordt aangeraakt doet niets af aan het feit dat het slachtoffer sterk wordt aangetast in zijn of haar seksuele integriteit. (Ik herinner me overigens een zaak van jaren geleden waarbij een pedofiel -terecht- werd veroordeeld voor het met seksuele motieven filmen van naakte kinderen op een nudistencamping, zonder de kinderen direct te benaderen of aan te raken.) Door een uitspraak als deze wordt de Nederlandse burger in feite vogelvrij verklaard.

Reinier Bakels

Bovenstaande reactie dwingt mij tot repliek. Ik heb de wet erbij gehaald (waarom citeert Jensma niet de volledige bepaling?) en zie dan onder art. 246 Sr: “Hij die door geweld of een andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid iemand dwingt tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen, wordt, als schuldig aan feitelijke aanranding van de eerbaarheid, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie.” (Voor de volledigheid: dat is € 78.000).

Als je stiekem opnamen maakt wordt niemand gedwongen. Ook de rest van de bepaling wijst erop dat de wetgever een ander soort gedraging in gedachte had dan heimelijk fotograferen of bespieden.

Wie vindt dat dit strafbaar zou moeten zijn moet bij de politiek zijn. Wellicht kan de wetgever art. 139.f zo wijzigen dat een seksueel oogmerk c.q. het bespieden van naakte mensen een strafverzwarende omstandigheid is bij privacyschending. Daar is iets voor te zeggen: als je stiekem wordt gefotografeerd maakt het uit of je iets aan hebt of niet.

Maar dan kan deze verdachte daar toch niet voor gestraft worden. Want bij wetswijziging wordt de voor verdachte meest gunstige regeling toegepast. Ook dat staat in de wet. Achteraf strafbaar stellen schendt een mensenrecht. Alleen voor oorlogsmisdaden wordt een uitzondering gemaakt.

lyngbakken

@ 5 Margreet van Es en 6 Reinier Bakels

Volgens mij is het probleem niet de rechter of de uitleg van de wet, maar de aanpak van de officier van justitie.

Margreet: als de officier van justitie de man had beschuldigd van mishandeling, had hij dan volgens jou daarvoor dan ook veroordeeld moeten worden? Of van diefstal?
Volgens mij pleegde de man geen mishandeling of diefstal. Daar kun je hem dan ook niet voor veroordelen.

Wel overtrad hij artikel 139f,en schond hij de privacy van de doucher. Daar had hij voor veroordeeld kunnen worden.
Maar dan moet de officier van justitie hem daar ook wel van beschuldigen, en dat is niet gebeurd.

Dan kun je zeggen: dat moet de rechter dan maar verbeteren, en hem na die verbetering alsnog veroordelen (op 139 f). Persoonlijk vind ik daar best iets voor te zeggen, als de feiten zelf voldoende duidelijk zijn (zoals hier het geval lijkt te zijn geweest).
Probleem is echter dat dat wettelijk (nog?) niet mag, en dat de verdachte de rechter dan wel als partijdig kan ervaren (terwijl hij recht heeft op een onpartijdige rechter, net als iedereen).

Ook hier zou het hebben kunnen helpen als het slachtoffer (met een advocaat) zelf helemaal mee had kunnen procederen (en niet alleen voor de schadevergoeding, zoals nu geregeld).
Dan had er van die kant ook aangedrongen kunnen worden op het alsnog (subsidiair) opnemen van 139f om te komen tot een veroordeling.
Dan hoefde de rechter de officier van justitie niet gaan zitten ¨helpen¨, maar zou hij gewoon moeten oordelen over een verzoek van een andere partij in de strafzaak. Dat is gewoon werk voor een rechter.

Zoals ik al schreef: ik zit vooral met de vraag: waarom noemde de officier van justitie nu gewoon zelf niet artikel 139f? Hij kon weten dat hij met 246 een probleem had, helemaal nadat de rechtbank de man al had vrijgesproken onder dat artikel. Dan had hij toch ten minste in hoger beroep alsnog 139f aan dezelfde feiten kunnen koppelen?
Het lijkt erop alsof hij er een principiële alles-of-niets-zaak van wilde maken. Dan is het vooral een kwestie van: wie het onderste uit de kan wil, krijgt het deksel op de neus (en dan is de verdachte de hond die er met het been vandoor gaat).

Richard Jansen

@lynbakken De “waarom” vraag die u stelt is al beantwoord in het artikel, namelijk het precedent dat werd geschapen toen vrouwen op het toilet heimelijk werden gefilmd.

Dit werd indertijd als ontucht aangemerkt, dus logisch dat de Officier er van uit mag gaan dat de rechter consequent is. Dat is hier, zonder motivatie(!), niet het geval. Het lijkt erop dat de rechter wat heeft uit te leggen, niet de officier.

Michiel Jonker

@Richard Jansen (#9)

Een officier van justitie doet er verstandig aan nooit uit te gaan van een precedent, zonder in elke zaak de bij dat precedent aangevoerde gronden te onderzoeken, en deze in zijn pleidooi expliciet naar voren te brengen. Dus niet: “Toen ging het zo, dus nu moet het ook zo gaan.” Maar: “Toen was het rechterlijke oordeel zo, om die en die redenen. Die redenen zijn in dit geval ook valide, omdat (…). Daarom zou het rechterlijke oordeel in dit nieuwe geval dezelfde strekking moeten hebben.”

Deugdelijke jurisprudentie komt alleen tot stand op grond van goed onderbouwde redegeving, niet op grond van oppervlakkige imitatie. Dus nee, het is vooral de officier van justitie die hier wat heeft uit te leggen.

Ihoudelijk ben ik het in grote lijnen eens met het commentaar van Egbert Dommering (#3). Het onderscheid tussen privacy-schending en ontucht zou nog wat verder “op scherp gezet” kunnen worden. Met name het onderscheid tussen “interactie” waarbij het seksuele karakter zich alleen subjectief in het hoofd van de gluurder/filmer afspeelt, en interactie waarbij de begluurde/gefilmde persoon onvrijwillig geconfronteerd wordt met gevolgen die zijn seksuele integriteit objectief raken (bijvoorbeeld verspreiding van beelden op internet).

Daartussenin zit de begrijpelijke, maar subjectieve vrees van iemand dat beelden op internet worden gezet. Wat zijn de aanwijzingen dat de filmer van plan was dat werkelijk te doen? Het lijkt me moeilijk iemand mede te bestraffen op grond van een (nog) niet gepleegde handeling, waarvoor iemand anders zonder concrete aanleiding bang was.

De “eenvoudige mogelijkheid” van verspreiding van beelden lijkt me geen deugdelijke reden voor bestraffing. Het is voor veel mensen ook betrekkelijk “eenvoudig” om aan een wapen te komen en iemand dood te schieten. Moeten we al die mensen ook gaan bestraffen voor moord, zodra ze in een kroeg iemand tegen de grond hebben geslagen?

Terecht vraag Lyngbakken (#8) zich af waarom de officier van justitie zich niet heeft beroepen op artikel 139f. Het gaat in het strafrechtszaken toch niet om “laboratorium-situaties” waarin de officier vrijblijvend wat kan “experimenteren”? Ik zou me kunnen voorstellen dat de persoon van wie de privacy is geschonden, niet tevreden is met de manier waarop de overheid heeft verzaakt in de bescherming van zijn rechten.

lyngbakken

@ 9. Richard Jansen

Het vonnis uit 2006 is van de rechtbank, niet van de Hoge Raad.
Met alle respect voor de rechtbank: het gewicht van een uitspraak van haar is veel minder dan dat van een Gerechtshof of Hoge Raad. Een verstandig officier gaat er alleen al daarom voorzichtig mee om.

Daar komt nog bij dat in de zaak die in 2006 bij de rechtbank Haarlem voorlag, die rechtbank niet zei dat het handelen zonder meer viel onder artikel 246, maar daarbij artikel 247 te hulp riepen voor de uitleg van 246, om zo te komen tot strafbaarheid onder dat laatste artikel. Zo duidelijk was het voor die rechtbank dus ook niet.
Ook de Hoge Raad kan het niet alleen met de tekst van 246 af, maar heeft ook een ander wetsartikel nodig: artikel 139f.
Omdat in beide gevallen door de rechter er andere artikelen bij worden gehaald dan artikel 246 zelf, is voor mij duidelijk dat de zaak niet simpel ligt. Nog een reden voor voorzichtigheid.

Als de officier zich dat al niet had moeten realiseren vóór hij de zaak bij de rechtbank aanbracht, dan was daar toch zeker alsnog aanleiding voor nadat de rechtbank de uitleg van de officier op 246 had verworpen.
En dat had hem wat mij betreft er niet toe hoeven te brengen om 246 te laten vallen, maar wel om zekerheidshalve ook 139f in de telastelegging op te nemen.

Je zegt dat de Hoge Raad niet motiveert. Ik ben dat niet met je eens.
De Hoge Raad zegt onder meer het volgende:
In art. 139f, eerste lid, Sr is strafbaar gesteld het met gebruikmaking van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, aanwezig in een woning of op een andere niet voor het publiek toegankelijke plaats, een afbeelding vervaardigen. Een dergelijke gedraging (lees: het maken van een afbeelding op een niet voor het publiek toegankelijke plaats-Lb) is op zichzelf niet – tevens – een ontuchtige handeling in de zin van art. 246 Sr.

Met andere woorden:
a. voor 139f is niet van belang of sprake is van een ontuchtige handeling;
b. dat is voor 246 wel vereist;
c. het maken van foto’s op een niet voor publiek toegankelijke plaats valt onder 139f, maar is nog geen plegen van een ontuchtige handeling.
Dat alles zeiden rechtbank en Hof ook al, en dat lijkt mij inhoudelijk ook redelijk voor zich spreken.

De Hoge Raad vervolgt dan met:
Dat is niet anders indien bedoelde persoon naakt is en/of indien de afbeelding is vervaardigd om deze later te (laten) gebruiken ter bevrediging van lustgevoelens.

De algemene lijn onder a-c geldt volgens de Hoge Raad dan dus ook. Geen uitzondering op een bekende hoofdlijn dus.

Die uitzondering is wel gemaakt in de uitspraak van rechtbank Haarlem uit 2006.
Het niet maken ervan is in overeenstemming met de hoofdlijn, en ook met een ander arrest van de Hoge Raad (HR 14 februari 2012, LJN BU5254).

Ik denk verder dat hier sprake is van een bewuste rechtspolitieke keuze door de Hoge Raad (die voor dergelijke keuzes ook de aangewezen rechter is; niet de rechtbank).
Met die keuze kun je het eens of oneens zijn.

Ik voel wel voor de gemaakte keuze, jij mogelijk niet.
Ik zou namelijk graag de ontucht- en zedenbepalingen waar het volwassenen betreft graag alleen toegepast zien in zaken met fysiek contact/geweld of daadwerkelijke ontuchtige interactie.
Zaken als deze hebben wat mij betreft vooral met privacyschending van doen (helemaal als je denkt aan het risico van plaatsing op internet). Daar is 139f nu net voor. Gebruik dat dan, zou ik zeggen, al is het maar subsidiair, om een nodeloze vrijspraak te voorkomen.