De Uitspraak: …als de patient zich brandt in heet water
Is de zorgverlener strafbaar als zijn hulpeloze patiënt zich ernstig brandt in een te heet bad? En daarna de oorzaak niet meteen aan de ouder vertelt?
Met commentaar van NJB-experts Theo de Roos, hoogleraar strafrecht in Tilburg, en Aart Hendriks, hoogleraar gezondheidsrecht in Leiden.
De Zaak.
Een twintigjarige dubbel gehandicapte bewoner van een zorginstelling verbrandt haar voeten in een te heet bad. De begeleider die haar in bad deed wordt door de officier van justitie verweten opzettelijk zwaar lichamelijk letsel te hebben toegebracht. Ook wordt hem aangerekend de oorzaak te hebben verzwegen. Daardoor liet hulp op zich wachten.
Wat zijn de feiten?
De gehandicapte vrouw zit een paar minuten in bad, maar verstijft onverwacht. De begeleider wil haar in een andere houding zetten en ontdekt dat het water veel te heet is. De thermostaatkraan staat veel te ver open. Hij laat snel het water weg lopen en koelt de vrouw met lauw water. Zij heeft rode plekken op haar voeten. Later blijken dat tweedegraads brandwonden te zijn. Ook zit er een grote blaar onder haar voet met wondvocht. De begeleider waarschuwt zijn leidinggevende en een collega. De verwondingen worden verzorgd. De vrouw wordt opgehaald door haar moeder, die met haar naar de huisarts en de dermatoloog gaat.
Heeft de begeleider de brandwonden veroorzaakt?
Het parket vindt dat de begeleider wist of had moeten weten dat het water te heet was. De temperatuur had met de hand gecontroleerd moeten worden. Door dat niet te doen accepteerde de begeleider de aanmerkelijke kans dat er letsel zou ontstaan. Dat heet voorwaardelijk opzet.
De verdediging zegt dat de begeleider het water wel heeft gecontroleerd. De hoge temperatuur zou daarna zijn ontstaan. De thermostaatkraan was waarschijnlijk defect. Dat de brandwonden alleen aan de voeten optraden en niet aan de billen wijst op een geleidelijk oplopende temperatuur.
Heeft de begeleider genoeg gedaan na het incident?
De officier vindt van niet. De begeleider heeft niet verteld dat de verwonding mogelijk door te heet water is veroorzaakt. Ook dat zou voorwaardelijk opzet zijn – de aanmerkelijke kans aanvaarden dat medische hulp uitblijft.
De verdediging wijst erop dat de begeleider haar chef riep en samen met een collega de blaren verzorgde. Ook is de moeder gebeld en verteld dat een bezoek aan de huisarts gewenst is.
Wat zegt de rechtbank?
De rechter sluit niet uit dat de thermostaatkraan stuk was. Deze kraan werd namelijk snel vervangen – een paar weken later bleek een andere kraan (ook?) defect. Dat de voeten verbrandden en de billen niet, wijst inderdaad op geleidelijk opwarmen. De begeleider wordt vrijgesproken van het toebrengen van zwaar letsel.
Maar de rechtbank vindt dat de begeleider ook tekort schoot. Hij zette meteen de koude kraan aan. Maar ontkende vervolgens dat de verbranding door heet water kwam. „Pas later die middag heeft de verdachte zijn begeleidster [...] verteld wat er die ochtend werkelijk is gebeurd”, zegt de rechtbank. „Het is derhalve niet aan verdachte, maar aan de moeder te danken dat uiteindelijk medische zorg is ingeroepen”.
De officier eiste 80 uur taakstraf – de rechtbank legt 35 uur op wegens het niet verlenen van adequate medische zorg.
De uitspraak (LJ nummer BV 9549) is hier te vinden.
Reageren? Nuanceren en argumenteren is verplicht. Volledige naamsvermelding.
