Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

De Uitspraak: Mag een krant een foto plaatsen van een verdachte die eerder voluit op tv was?

 Mag een krant een foto plaatsen van de verdachte, voor aanvang van de strafzaak, met als argument dat hij eerder voluit op tv was? Met commentaar van NJB expert Egbert Dommering, hoogleraar informatierecht in Amsterdam en advocaat.

De Zaak. Het dagblad Het Parool ontdekt in 2009 dat een verdachte in een moordzaak twee jaar eerder hoofdpersoon was in een tv-documentaire. Daarover verschijnt een nieuwsartikel dat wordt geïllustreerd met een beeld uit die documentaire, waarop de verdachte een litteken in zijn gezicht toont uit een eerdere vechtpartij. De documentaire maakte deel uit van een reeks over ‘Vrije radicalen’. Ofwel „ jongeren die radicale keuzes in hun leven maken”. Aflevering vijf was gewijd aan Rex van P. Volgens de aankondiging van omroep NTR was hij „een lid van de Crips, een groep jongeren met dezelfde kleren en ‘activiteiten’, die heel close met elkaar omgaan: ‘Wij sterven voor elkaar!’ aldus Rex”. De documentaire stond online – ook was er van verdachte op YouTube een rapclip te vinden. De verdachte eist dat Het Parool de foto bij het artikel op internet verwijdert. Hij eist schadevergoeding.

Wat is er met Van P.? Hij is door de rechtbank veroordeeld tot 16 jaar cel wegens het doodsteken van een orthopedagoog en het neersteken van twee andere hulpverleners in opvanghuis Spirit in Amsterdam. Het OM had 18 jaar en tbs geëist en is in hoger beroep gegaan. Het strafproces loopt nog.

Hoe reageert de krant? De foto wordt van de website verwijderd, maar een vergoeding wordt geweigerd. Daarop eist Rex van P. tienduizend euro schadevergoeding bij de rechtbank, wegens schending van zijn portretrecht. Hij vindt dat hij een „redelijk belang” heeft, namelijk zijn privacy, om publicatie tegen te houden. De krant bepleit het recht op vrijheid van meningsuiting.

Hoe oordeelt de rechtbank? Die zegt (in 2010) dat de krant gelijk heeft. Het artikel is zakelijk, correct en relevant. De foto heeft een „direct en functioneel verband” met de tekst. In de NTR-documentaire lichtte Van P. het litteken toe: resultaat van een massale vechtpartij. Het Parool putte uit een algemeen toegankelijke bron. Aan de documentaire had de verdachte bovendien vrijwillig meegewerkt. Hij droeg er dus zelf aan bij dat hij in verband wordt gebracht met de moord in het opvanghuis. Van P. is het met dit oordeel oneens en gaat in beroep.

Hoe oordeelt het hof? Van P. voert aan dat volgens het Ferdi E.-arrest een verdachte publicatie van zijn foto alleen hoeft te dulden als hij een bekende persoon is. (Ferdi E. was in 1987 de ontvoerder en moordenaar van Gerrit Jan Heijn. Hij werd in 2000 tijdens een proefverlof door het weekblad Panorama gefotografeerd, en ging naar de rechter wegens de publicatie van de foto.) Die ene documentaire over Van P. in 2007 heeft niet voor bekendheid gezorgd. Ook vindt Van P. het krantenbericht vergeleken met de documentaire ‘te negatief’ over hem.

Het hof vindt het krantenbericht correct, zakelijk en ook relevant. Maar die herkenbare foto gaat toch te ver. Bij foto’s van verdachten moet een krant „in beginsel terughoudend” zijn. „Zonder wezenlijk afbreuk te doen aan de zeggingskracht van het artikel, hadden Het Parool c.s. immers een minder herkenbaar portret kunnen publiceren, bijvoorbeeld door het plaatsen van een balkje over de ogen”. De verdachte is door de documentaire uit 2007 geen publiek persoon geworden. Het Parool moet 1.500 euro schadevergoeding betalen.

 Lees hier de uitspraak (LJ BV 9304)

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding

Geplaatst in:
Strafrecht
Lees meer over:
geweldpleging
media
moord
privacy
vrijheid van meningsuiting

4 reacties op 'De Uitspraak: Mag een krant een foto plaatsen van een verdachte die eerder voluit op tv was?'

NJB medewerker en hoogleraar informatierecht Egbert Dommering

Van P., zoals hij met initialen in deze zaak bekend is, werd op het moment dat het Parool in 2009 het artikel met foto publiceerde vervolgd wegens zware geweldsmisdrijven. Daarvoor werd hij later door de Rechtbank veroordeeld, maar de zitting bij de rechtbank moest nog plaatsvinden toen het artikel werd gepubliceerd. In dat artikel werd Van P. geportretteerd als de hoofdpersoon uit een NPS documentaire ‘De vrije radicalen’, waaraan deze twee jaar eerder met zijn toestemming had meegewerkt. Door die documentaire beschikte het Parool ook over een foto waarop Van P. is te zien met een groot litteken op zijn linker wang. De foto werd drie kolom breed bij het artikel geplaatst met het onderschrift: ‘Van P. (voluit), met het litteken dat hij opliep bij een enorme vechtpartij.’ Het is het soort foto waarvan het gemiddelde publiek, gevraagd uit drie afbeeldingen te kiezen wie de moordenaar is, zonder aarzeling Van P. als de moordenaar zal aanwijzen.
Het Parool beriep zich er op dat de foto tot het publieke domein behoorde en paste bij de zakelijke informatie die het artikel over de strafzaak en Van P. als verdachte bracht. De Rechtbank honoreert dat verweer, ook ten aanzien van de geplaatste foto. De dragende overweging is: ‘Door zijn medewerking te verlenen aan de documentaire heeft Van P. er zelf toe bijgedragen dat hij werd blootgesteld aan aandacht in verband met zijn betrokkenheid bij het geweldsmisdrijf.’ Het Hof honoreert dit verweer niet en acht het plaatsen van de foto een schending van de privacy. De dragende overweging is: ‘Door zijn medewerking aan die documentaire is Van P. niet een zodanig publiek figuur geworden dat hij daardoor moet dulden dat zijn herkenbare portret werd gepubliceerd bij het artikel in het landelijke dagblad, te minder omdat hij daardoor herkenbaar in verband werd gebracht met een (zeer) ernstig strafbaar feit.’
Ik ben het met de uitkomst eens, maar naar mijn mening klutsen rechtbank en Hof een aantal regels door elkaar, zij het dat de rechtbank meer klutst dan het Hof.
Regel één: Het feit dat iemand ooit heeft meegewerkt aan een portret, wil niet zeggen dat hij daarop niet zou kunnen terugkomen. De geoorloofdheid van de publicatie moet beoordeeld worden op het moment van de nieuwe publicatie in de context waarin deze plaatsvindt (Vondelparkarrest). Die was in dit geval zeer defamerend, zoals het Hof terecht vaststelt.
Regel twee: de presumptio innocentiae is een recht dat aan iedereen toekomt, ook aan iemand die beroemd is. De toepassing van dit fundamentele beginsel brengt mee dat iemands identiteit wordt beschermd tijdens de strafzaak, en soms daarna ook nog in verband met het resocialisatiebelang (Ferdi E was op het moment van publicatie al onherroepelijk veroordeeld en de Hoge Raad achtte het resocialisatiebelang van Ferdi E niet geschonden). Dat betekent dus dat dit beperkingen kan opleggen aan portrettering. Het EHRM heeft dat in de zaken A en Hanseid tegen Noorwegen (waar een expliciet portretteerverbod geldt in en rond de strafzaak in het Paleis van Justitie) aanvaard.

lyngbakken

@ 1 Egbert Dommering

Het Hof heeft het over een botsing van grondrechten. Bij zo´n botsing moet van geval tot geval worden beslist. Dan zijn de feiten cruciaal, en is er niet op voorhand een vaststaande uitkomst. Dat de rechtbank tot iets anders kwam dan het Hof is zo bezien niet vreemd; dat er wordt ¨geklutst¨ evenmin.

Vooralsnog voel ik meer voor het oordeel van de rechtbank, maar ik ken natuurlijk niet alle feiten.

Als betrokkene nog niet was veroordeeld ten tijde van de publicatie, snap ik dat de presumptio innocentiae meespeelt in het voordeel van betrokkene. Maar dat lijkt mij wel relatief. Stel dat hij al had bekend ten tijde van de publicatie?
Ik zie in ieder geval niet wat de presumptio innocentiae te maken heeft met het resocialisatiebelang zoals u schrijft. Dat gaat er toch juist van uit dat iemand terecht is gestraft? Bij dat resocialisatiebelang gaat het ook niet (meer) om een verdenking van een concreet strafbaar feit, maar om het gegeven dat iemand na zijn straf een nieuwe kans moet krijgen.
Tegenover dat belang zullen en kunnen m.i. ook de zwaarte van het bewezen misdrijf en -vooral- de maatschappelijke onthutsing daarover er toch toe kunnen leiden dat wordt gepubliceerd.

Marcus van Belkum

Uiteraard maar niet altijd:
Ik vind dat wanneer een verdachte veroordeeld is, dat hij geen recht meer heeft op privacy en dat er best berichtgeving over mag plaatsvinden. Wanneer iets opmerkelijks als een overval bijvoorbeeld gebeurt, moet dat op het nieuws komen.
Is hij echter nog niet veroordeeld vind ik het een ander verhaal: zijn schuld is dan nog niet bewezen en dus zie ik niet de noodzaak om hem in een krant af te beelden, ook niet als hij al op tv is geweest.

Rick Majoor

Zelf vind ik van wel maar niet altijd.

om iemand op te sporen vind ik best dat die persoon met volle kop in de krant mag komen dit om ervoor te zorgen dat deze persoon zo snel mogelijk gepakt kan worden voordat er nog meer ongein uitgehaald kan worden.

Daarna zodra de zaak is opgelost zou ik zeggen laat het rusten, die persoon is gestraft en het is goed zo.