Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Strafrechtpleging loopt vast door inefficiënt werken

Deze week sprak ik wat strafrechtadvocaten en een officier van justitie. Deels toeval, deels min of meer georganiseerd. Soms wil een geïnformeerde lezer eens wat terugzeggen, omdat ik niet alles zie, of weet. En die mailt of twittert me dan.

Het duo Oninbaar en Onvindbaar spookt rond op de burelen van politie en justitie

Waar ging het over? Half maart kwam de Rekenkamer met een schokkend rapport over de strafrechtpleging. Vorige week trok minister Opstelten er vrij harde conclusies uit. Strafrecht demasqué.

In dat rapport stond dat 90 procent van alles wat de burger de politie komt melden tot helemaal niets leidt. De samenwerking tussen politie, parket en rechtbank is beroerd. De werkprocessen sluiten onvoldoende op elkaar aan; de automatisering houdt op bij de eigen voordeur. Het rendement van de strafrechtpleging is onwaarschijnlijk laag. De Rekenkamer ontdekte dat 14 procent van alle boetes niet wordt geïnd en 16 procent van de opgelegde vrijheidsstraffen niet wordt uitgevoerd. Het duo Oninbaar en Onvindbaar spookt dus rond op de justitieburelen. Veel was al bekend, maar alles bij elkaar in één kaftje geeft het vertrouwen toch een harde dreun.

Minister Opstelten gaf vorige week antwoord, in Groningen waar hij toch een college mocht geven. De strafrechtpleging moet „ingrijpend” verbeteren, erkende hij. De situatie is „ernstig”. De „snelheid en doeltreffendheid” van het strafrecht zijn niet goed. Strafzaken worden om ondeugdelijke redenen geseponeerd of blijven op de plank liggen. Straffen worden „laat of soms helemaal niet” uitgevoerd. Het duurt allemaal veel te lang. Een gemiddelde strafzaak 8 tot 9 maanden. Ook als het Openbaar Ministerie een zaak tot een boete wil beperken of wil seponeren. Negen maanden nadenken om er vanaf te zien, dus. Een ingewikkelder zaak duurt zo anderhalf jaar. Dat heeft niets te maken met zorgvuldig werken, aldus de minister, „maar komt door inefficiënt werken”. Na deze ontboezeming bleef iedere ophef uit. Geen Kamervraag, geen spoeddebat, geen journalist op de stoep. Groningen ligt toch wat verder weg, nietwaar.

Opstelten gaf er ook zijn oplossing bij. Er komt een nationale politie onder strakke centrale leiding, zowel politiek als operationeel. Die nationale politie ontwikkelt zich overigens snel tot levertraan – goed voor echt álles. De ict-problemen worden er ook door opgelost. Maar bovenal: „eenvoudige zaken” worden voortaan in een maand afgehandeld. En niet in negen, zoals nu. Straffen en boetes volgen „kort na het vonnis”. De openingstijden gaan naar zeven dagen per week, zestien uur per dag. Er wordt voortaan zoveel mogelijk al op het politiebureau afgedaan. Met de advocaten onder handbereik. Door betere coördinatie, minder formaliteiten en meer dwangmiddelen worden daders echt aangepakt, belooft hij. Uitkeringen worden opgeschort, rijbewijzen en paspoorten ingetrokken van wie zich onvindbaar houdt.

Vonnissen, ook in ingewikkelder zaken, moeten überhaupt sneller worden uitgevoerd. „Het is onverteerbaar als witteboordencriminelen ruim een jaar lang niets merken van een veroordeling in eerste aanleg”, zo bekritiseerde de minister zichzelf. Het was hem niet ontgaan dat wie nu hoger beroep aantekent automatisch wordt beloond met strafuitstel van 1 tot 3 jaar. Te lang, vond hij, en slecht voor de geloofwaardigheid.

Wat zeggen de praktijkbeoefenaren daarvan? Dat het beeld van een regelmatig vastlopende strafrechtketen klopt. Dat de rek er al lang uit is. Iedere strafrechtadvocaat heeft zaken die jaren stil liggen om onbekende redenen. Dat vinden ze niet altijd erg. Na jaren levert zo’n zaak geen straf van betekenis meer op. Iedere officier kent het fenomeen van de ‘loopzaken’, de groeiende stapel die wacht op zittingscapaciteit bij de rechtbank. Als er dan een rechter beschikbaar is, heeft de tijd al zijn werk gedaan. Termijnen zijn verlopen en wat er rest valt niet meer met goed fatsoen te straffen. Soms vervolgt de officier een verdachte van huiselijk geweld die met baby op de arm én partner de rechtszaal binnenstapt. Werk en gezin allang weer op orde, het ‘akkefietje’ vergeten. Iedere officier kent de frustratie van huiszoekingen die niet plaatsvinden omdat de agenda van de rechter-commissaris is volgeboekt. Of arrestaties van bekende daders in ‘ronde zaken’ die niet doorgaan omdat het arrestatieteam niet beschikbaar is. Capaciteitstekort is de vloek van de strafrechtketen. Playing the system is onder advocaten een kunst en voor officieren een reddingsboei. Hele stapels worden soms geseponeerd, om het actuele aanbod bij te kunnen houden. De Haagse drang om alles te vervolgen, te verharden en te vergelden is geen wijsheid. En geen praktische mogelijkheid. Met de huidige bemanning is de grens al lang en breed bereikt.

 

Geplaatst in:
Opinie
Strafrecht
Lees meer over:
arrestaties
boete
openbaar ministerie
Opstelten
politie
rekenkamer

18 reacties op 'Strafrechtpleging loopt vast door inefficiënt werken'

Bernard Weiss

En een minister die vrolijk liegt een oplossing te hebben. Man, man, wat een bananenmonarchie.

lyngbakken

Volgens mij is een van de grootste problemen bij de politie al het papierwerk dat wettelijk nodig is. Dat kost bakken tijd voor dienders zonder typediploma (en zelfs voor hen die dat wel hebben).
Er zijn praktische alternatieven: band- en beeldopnames bijvoorbeeld. Dan hoeft de diender niet of veel minder moeizaam en langdurig met 2 vingers te typen, en kan hij aan zijn echte werk. Het resultaat is ook betrouwbaarder. Laat agenten werken met dergelijke apparatuur op straat; dan hoeft er op het bureau niet veel meer te worden uitgewerkt.
Dan moet wel de rest van de keten (de officier van justitie, de advocaten en de rechtbank) met dergelijke andere gegevens uit de voeten kunnen.
Daarvoor zal de wet moeten worden aangepast.

Maar daarover hoor ik Opstelten niet. Die vindt vooral belangrijk dat hij zo breed mogelijk aan het hoofd staat. Mooi hoor voor hem, zo´n baasschap, maar het is er wel een van een moloch op lemen voeten. De samenleving heeft er weinig aan.

a.zecha

Indien de (politiek moedwillig) onderbemande politionele instituties worden ingezet ter vergroting van het staatsinkomen – zoals bij grote evenementen die grote fiscale inkomsten genereren en de oneventredig hoog opgeschroefde boetes bij overtredingen – zijn m.i. de conclusies van Opstelten een voorbeeld van media “framing”; i.e. er wordt gesproken en gedacht vanuit een doelbewuste politiek vertekende feitelijkheid / werkelijkheid
Het rapport van de Rekenkamer als één geheel, is het minst vertekend en is daarom het meest betrouwbaar.
“Framing” is een Angelsaksisch woord voor een ongemeen extreem oud menselijke eigenschap, waar elk individu als het zo uitkomt gebruik maakt.

Publieke figuren besteden veel (publiek) geld aan hun imago’s (i.e. schijnbeelden) om “gezag” en “betrouwbaarheid” “uit te stralen”.
Mijns inziens hangt de toenemende klaarheid over de onbetrouwbaarheid van politici, politieke bestuurders c.s. samen met het toegenomen ontwikkelingsniveau van grotere aantallen burgers.
Terzijde opgemerkt: m.i. kunnen mede daaraan de daadwerkelijk inspanningen van politici om van Nederland een “kennisland“ te maken juister worden geëvalueerd.
a.zecha

arjan korevaar

Deze bijdrage geeft een mogelijke verklaring van de uitspraak dat er in Nederland mogelijk strenger wordt gestraft. Het zou wel eens kunnen zijn dat tegenwoordig alleen de meest serieuze zaken tot een uitspraak van de rechtbank leiden. Een belangrijk deel van de zaken komt niet voor de rechter door een inadequaat voortraject. Probeer ten eerste maar eens aangifte te doen. Dat kost je een vrije dag. Is het je gelukt dan is het de vraag wanneer je aangifte in de papiervernietiger komt. En denk je dat de zaak wordt behandeld dan kan ook dat nog een illusie zijn, want dat hoeft niet tot een uitspraak te leiden. Als ik dit lees en ook gehoord wat van Opstelten hierover heeft gezegd, dan denk ik dat de rechtelijke macht wel andere dingen heeft te doen dan protesteren tegen minimum straffen. Maar het wordt ook duidelijk waarom het lijkt dat de criminaliteit daalt. En dat er schijnbaar strenger wordt gestraft. Het zou me niet verbazen als voor beiden geldt dat het tegendeel waar is. Nog nooit heeft de misdaad zo geloond.

van rijswijk

tsja.
De bureaucratie zou ook verminderd worden onder minister Opstelten.
Als u alleen al de nieuwe beslagprotocollen leest, weet u dat dit een illusie is.
En zo gaan we maar weer verder vastlopen….

F Huitema

De titel van dit stuk is: “Strafrechtpleging loopt vast door inefficient werken” – dat was inderdaad de conclusie uit Jensma’s blog van half maart. Daaruit sprak een schokkende dosis amateurisme. Over dat onderwerp vernemen we in de hierboven weergegeven commentaren uit de beroepsgroep helemaal niets. De bal wordt daarentegen bij “de Haagse drang om alles te vervolgen” gelegd. Of het aan de strafrechtsketen is om te beslissen over het laten doodbloeden van strafzaken uit protest tegen de Haagse vervolgingsdrang, is op zichzelf een interessante discussie, maar nu dekt de titel de lading niet.

ing. S.K.A. Brown

Mijn vraag aan de auteur in deze is : hoe zit het volgens u met het m.i. misbruik van het Opportuniteitsbeginsel door de Staande Magistratuur?
Ik persoonlijk heb vele malen meegemaakt dat het OM dat misbruikt om een zaak niet aan de Rechter voor te leggen. Artikel 12 Sv is voor 95 % een zinloze actie en dat weet het OM als geen ander.

zie : http://demaffiajournalist.blogspot.com/2012/03/lafaard-peter-r-de-vries-laat-valse.html e.v.

A. Oppenheim

Het grootste onrecht in ons land is de manier waarop artsen met medische missers omgaan.
Het is letterlijk met geen pen te beschrijven hoe ze zich daar vanaf maken.
Patiënten gaan onnodig dood of worden voor de rest van hun leven buitenspel gezet.

Patiëntenrecht is er gewoon niet. Van alle inmiddels miljoenen klachten zijn er maar een paar
duizend erkend.
Het gaat alles tezamen om meer dan vijfhonderdduizend burgers.

Er is nooit officieel onderzoek naar gedaan. Dat alleen al is een schande en op de rand van crimineel.
De kosten zijn ontzettend hoog voor de overheid en alle premiebetalers en ook daarover wordt nu
gezwegen…

Paul Kirchhoff

Het optreden van politie en OM naar een goedwillende burger voor een licht vergrijp is niet langer legitiem wanneer die burger terecht wijst op het volledige gebrek aan actie van politie en OM waar het betreft de misdrijven waardoor hij schade heeft geleden.
Aangifte doen is een hindernisbaan geworden, na de aangifte blijft het angstaanjagend stil, er gebeurt gewoon niets.
Uiteindelijk is het ronde archief geduldig daar kunnen die aangiften prima in.
Wanneer je dat als burger een aantal keren is overkomen bouw je een flinke weerstand op tegen het gezeur over geen richting aangeven etc.

Het punt van willekeur bij de vervolging is al lang bereikt wanneer men de cijfers over vervolging en veroordeling van misdrijven in ogenschouw neemt.
Enige uitzondering daarop is de verwerking van “geeltjes”, dat zijn de formuliertjes waarop een misdraging tegen de voorschriften van de WvW wordt vastgelegd.
Dat parcours is volledig gestroomlijnd compleet met de meest absurde dwangmiddelen voor de incasso.

Het leidt zonder twijfel ook tot irritatie en zelfs agressie tegen de handhavers van de wet.
Voeg daarbij dat voor eenvoudige overtredingen van de WvW inmiddels tarieven gelden die in geen enkele verhouding meer staan tot het vergrijp en de zaak is rond.
Een politie organisatie die niet kan rekenen op steun van de burgerij hangt als drijfzand aan elkaar.
Daar kan zelfs de meest grootschalige reorganisatie olv onze nationale veldwachter niets aan veranderen.

Petrus C. van Duyne

Lezing van het artikel “De strafrechtpleging loopt vast” kan de lezer alleen in verbazing achterlaten. Er is evenwel meer reden tot verbazing: voor een groot van de gegevens hadden wij de Rekenkamer helemaal niet nodig (en had de minister beter kunnen weten). Dit wijst op onkunde en ondoelmatigheid van deze doorluchtige en dure instelling, die bovendien niet zorgvuldig is ten aanzien van de te gebruiken gegevensbestanden (wat mij eerder is gebleken uit een Rekenkamer rapport met betrekking tot witwassen). Welnu: het CBS had alle vervolgings-, veroordelings-, en doorloopgegevens nauwkeurig, uitgesplitst per parket en misdrijf kunnen leveren. Bijna op oproep.
Als medeschrijver aan het jaarverslag van het Openbaar Ministerie (statistische paragraaf) heb ik eind jaren ’80 de weergave van de dooplooptijden van de zaken ingevoerd, eerst tegen verzet in (“wie interesseert dat nou”), daarna met verbazing toen bleek dat een kaal sepot negen tot vijftien maanden kon duren, maar dan wel met onverklaarbaar grote verschillen tussen de parketten.
In de eerste helft van de jaren ’90 is dit soort “ballast” er weer uitgehaald: te moeilijk voor het OM (en minister) en niemand kijkt er meer naar. De bestanden van het CBS zijn evenwel nog volledig dezelfde en in plaats van indrukwekkende woorden te spreken en wondermiddelen als oplossing aan te bieden, kan de minister beter een ambtenaar opdragen om met de in beginsel beschikbare gegevens een paar analyses uit te voeren. Hoeveel capaciteit heeft de minister daar wel niet toe: een strategische club in eigen huis (AJS, met de hoogste salarisschalen), een Parket Generaal en een OM onderzoeksbureau: drie ondoelmatig werkende instellingen, gevuld met dode-last-ambtenaren, wier taak dit zou kunnen zijn.
En een minister die dit allemaal ontgaat. Over ondoelmatigheid gesproken.

Petrus C. van Duyne

Peter Hoopman

“In dat rapport stond dat 90 procent van alles wat de burger de politie komt melden tot helemaal niets leidt.”

Het hangt er vanaf wat als uitgangssituatie wordt genomen, maar ik denk dat het systeem onelofelijk inefficiënt functioneert.

Er is een grondwet maar waar die voor dient, behalve juridische technocratie is mij niet geheel duidelijk.

Politiek, financiën, justitie, economische wetenschap en individen dienen weer gemeenschappelijke voedingsbodem onder onze voeten te krijgen. Vandaag bestaat dit in theorie maar niet werkelijk in de praktijk. We hebben een horizontale scheiding der machten gecreëerd, terwijl deze verticaal zou dienen te zijn waardoor we “allemaal” contact blijven houden met die gemeenschappelijke basis.

Het is een synthese van het gedachtengoed van Montesquieu, Adam Smith en Karl Marx, zij hebben alleen gemeen dat ze machtsconcentraties bij een relatief kleine groep wilden tegen gaan vanuit verschillende invalshoeken.

Bureaucratisering om de bureaucratisering zal nooit tot efficiënte staatsinrichting kunnen leiden. Om dus deze inefficiëntie terug te dringen dienen we te onderzoeken waar deze bureaucratisering om de bureaucratisering vandaan komt?

Het antwoord is een vervelende confrontatie met onszelf, en om die (psychologische) reden tot op heden taboe.

Maar het zal ons niet helpen om de andere kant op te blijven.

Eelco Havik

Als (Rotterdamse) RC in strafzaken herken ik veel van de kritiek die in het stuk van Jensma wordt geponeerd. Ik stoorde me evenwel nogal aan de zin: “iedere officier kent de frustratie van huiszoekingen die niet plaatsvinden omdat de agenda van de rechter-commissaris is volgeboekt”. De drukke agenda van de RC is hooguit in een enkel geval een reden om met de OvJ te overleggen of een actie niet een dagje later kan worden gepland, maar is – althans in Rotterdam – nooit reden om een huiszoeking maar helemaal niet te doen.

Er worden overigens binnen de rechterlijke macht echt wel initiatieven ontplooid om de strafrechtsketen te ‘ontstoppen’. Lichte vergrijpen worden vaak nog binnen de inverzekeringstellingstermijn afgedaan op een supersnelrechtzitting.In Rotterdam wordt met succes geëxperimenteerd met ‘snelle’ meervoudige kamerzittingen waar niet te ingewikkelde (soms oude, soms juist verse) zaken vlot worden afgedaan met een mondelinge uitspraak. Anders dan je misschien zou denken, valt deze wijze van afdoening niet alleen bij het OM, maar ook bij verdachten, raadslieden en slachtoffers vaak in goede aarde. De verdachte is (net als het slachtoffer) eindelijk verlost van jarenlange onzekerheid en hoort meteen na de behandeling hoe de rechter erover denkt.

Als rechters-commissarissen hanteren we meer dan vroeger het adagium dat de verdachte in vrijheid op zijn berechting mag wachten: beduidend minder verdachten blijven dus in voorlopige hechtenis. Een belangrijk effect daarvan is dat zittingsruimte meer gebruikt kan worden voor afdoening van zaken en minder gebruikt hoeft te worden voor zogeheten pro forma-zittingen, waar over het voortduren van voorlopige hechtenis moet worden beslist.

De zittingsrechter ziet zich overigens nog regelmatig geconfronteerd met zaken waarin het politie-onderzoek incompleet is en het dossier rammelt. Dit noopt vaak tot verder onderzoek (getuigenverhoren) en leidt tot vertraging. Een belangrijke oorzaak voor dit fenomeen is de financiering van het OM, die er op neerkomt dat het OM betaald krijgt voor iedere zaak die (hoe onaf ook) bij de rechter over de schutting wordt gegooid. Het laat zich raden dat dit bij de rechterlijke macht tot vertraging en veel frustraties leidt, te meer omdat zij wordt gefinancierd naar eindprodukten, naar afgedane zaken.

Reinier Bakels

Aan het eind van de strafrechtsketen wordt wel efficiënt gewerkt. De verdachte de euvele moed heeft om verzet aan te tekenen tegen een “OM beschikking” treft een rechter tegenover zich die weet dat de verdachte praktisch niet in beroep kan, en dat hij slechts een summier vonnis hoeft te formuleren waarin hij zijn beslissing nauwelijks hoeft te motiveren. Het is natuurlijk niet wenselijk dat men voor elk wissewasje beroep aantekent (en zeker niet om slechts uitstel van betaling te krijgen – wat voor schijnt te zijn gekomen), maar daar staat tegenover dat de mogelijkheid van beroep wel degelijk nut heeft als stok achter de deur, en dat vóórkomen geen pretje is, wat ook al een drempel vormt. En verder zou het kunnen helpen om ook in het strafrecht een (beperkt) griffierecht in te voeren, dat kan worden kwijtgescholden als het beroep op de rechter of het hoger beroep terecht was. Dat zou beter zijn dan het verkapte griffierecht dat momenteel in rekening wordt gebracht door een hogere boete te vragen wanneer het aanbod tot een transactie niet wordt aanvaard. Eigenlijk is het absurd dat iemand een hogere straf riskeert als hij gebruik maakt van zijn grondrecht een onafhankelijke rechter te adiëren. Als er de behoefte is om verdachten een financiële prikkel te geven om niet te lichtvaardig een beroep op de rechter te doen, dan kan dat beter gebeuren door een griffierecht te heffen.

Paul Kirchhoff

@ Eelco Havik,

Misschien kan de rechterlijke macht een signaal afgeven wanneer het OM een zaak aanbrengt die niet behandeld kan worden omdat het dossier niet compleet is.
Ontsla de verdachte meteen van rechtsvervolging vanwege wanprestatie van het OM.

Het OM schat bij flink wat zaken onvoldoende in of er kans is op een veroordeling.
Zo is er in het verleden onverantwoord veel tijd besteed aan zaken over handelen met voorkennis waarbij uiteindelijk vrijspraak volgde.
Hoewel het om maatschappelijk niet geaccepteerd gedrag gaat is de kans op een veroordeling klein.

jacqueline gaertner

Ter attentie van reactie 8.Uw klacht betreft medische problemen.Deze worden door het tuchtrecht behandeld.Het staat patienten/familie vrij om via civiel recht een klacht in te dienen of financiele cliam neer te leggen.Ook kan patient/familie via het strafrecht een klacht indienen.Mensen doen dit echter meestal niet.
Verder spijt het mij te moeten zeggen maar veel incidenten die patienten/familie zien als missers,zijn dat gewoon niet.
Verder is het OM gebleken onbetrouwbaar in het beoordelen van medische zaken,ik verwijs naar de grootste moordzaak in medisch Nederland waarvan elke verpleegkundige je kon uitleggen dat het dat niet was.Echter het niveau van het OM….Hier zwijgt de spreker stil.

petervanderlichte

We praten elkaar gewoon na en hebben geen idee hoe het werkt. Ik heb spijtig mogen ervaren, hoe deze processen werken. Het systeem in Nederland is met hagel schieten en maar hopen. Het systeem is iemand ( soms ten onrechte) in huis van bewaring zetten en dan eens kijken of ze de zaak rond kunnen krijgen. De eerdergenoemde 8-9mnd. duurt bij mij al bijna 1 1/2jr en voor de zomer is niets te verwachten. Dus iemand in de media veroordelen en dan 1 1/2jr. stil, toch vreemd? Ik ben ervan overtuigd dat iedereen met de juiste intentie aan een zaak begint, echter geen zicht heeft op het einde en de kunde heeft om het tot een einde te brengen.

j boesten

niet alleen strafrecht maar ook de gewone rechtspraak loopt vast door ellelange termijnen enjuridische spitsvondigheden
voor je het weet discuseer je of een ui rood of wit is terwijl de vraag was
of iets wit ofzwart was. Het zou veel helpen als de rechtbank na de eerste klacht en antwoord een eerste uitspraak zou doen. Nu besteden rechters veel tijd om een geschil op te lossen terwijl dat niet de vraag is

c wildschut

@17: u schrijft dat rechters veel tijd besteden om een geschil op te lossen terwijl dat niet de vraag is.
Dat lijkt me niet juist, natuurlijk is de oplossing van het geschil wel de vraag.
Waar veel vertragin in civiele en bestuurszaken vandaan kan komen, is onvolledige dossiervorming. Als alle partijen in één keer op alle relevante aspecten zouden ingaan (en zich daartoe beperken) en stukken ter onderbouwing zouden overleggen, konden zaken best snel afgedaan kunnen worden.
Maar ja, soms ontbreekt toelichting op relevante punten of ook voor de hand liggende bewijsstukken (bijv. een contract als er nakoming van verplichtingen wordt geëist). Moet er dan meteen korte metten worden gemaakt? Of zouden we toch niet een (beperkte) termijn geven om de zaak aan te vullen, omdat anders griffierechten en soms ook advocaten voor niks zijn betaald?
Daarnaast zijn er ook geschillen die niet zo eenvoudig zijn – hele redelijke mensen kunnen een verschil van inzicht hebben over een lastige zaak. Als er dan een deskundige naar moet kijken, gaat er tijd overheen, die deskundige moet immers onderzoek doen en ook een rapport schrijven.
Dat gezegd hebbende, zodra dan de zaak compleet is en voorligt, moet er natuurlijk vlot een vonnis kunnen volgen.