Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Ook rechter is machteloos tegen chicanerende staat

Eind vorig jaar geleden legde Barend Nagtegaal (78) uit Nes het moede hoofd in de schoot. Hij accepteerde na negentien jaar procederen een kleine schadevergoeding van de gemeente Ameland. Zijn beroepszaak, over een vergunning voor een concurrent, is in het bestuursrecht berucht. Het illustreert de machteloze bestuursrechter, de hardleerse overheid, de koppige burger, het uitzichtloze procederen en de ellende die eruit voortvloeit. In de Leeuwarder Courant vertelde hij zich uiteindelijk door iedereen tekort gedaan te voelen. Rechtspraak, overheid, verzekeraars, juristen, accountants.

En deze pomphouder won dus vrijwel al zijn procedures! Maar met eindeloos vertragen en chicaneren hield de gemeente de boot af. Dat kon ook, omdat niet de bestuursrechter het geschil beslist, maar de zaak terugwijst naar de overheid. Die mag opnieuw beslissen en dus weer weigeren, op nieuwe gronden. De bestuursrechter als adviseur dus.

Bij zijn afscheid als vicepresident van de Raad van State legde Herman Tjeenk Willink in de Volkskrant nog eens uit waarom dat een goede zaak is. Dogmatisch geheel juist zei hij dat de bestuursrechter alleen uitzoekt of de bestuursbeslissing rechtmatig is en goed gemotiveerd. Zo niet, dan mag de overheid in de herkansing. De bestuursrechter als juridische corrector van de overheid dus. Het gaat er niet om of de inhoud deugt maar of het netjes is opgeschreven. Dat de mondige burger met deze hands off benadering in toenemende mate moeite heeft, ziet Tjeenk Willink niet. Barend Nagtegaal had volgens hem zijn kritiek op de gemeente via de raad moeten uitvechten. Als de bestuursrechter zelf de beslissing zou nemen „dan zal de relatie tussen politiek en bestuur verder verbleken”.

Daar wordt ook anders over gedacht. Nationaal ombudsman Alex Brenninkmeijer vindt het klassieke argument dat de rechter niet op de stoel van het bestuur moet zitten, achterhaald. In het blad Mr. zei hij dat de bestuursrechter daardoor een „veel te gouvernementele opstelling” kiest, het recht „instrumenteel” benadert, waardoor (zelfs) diens onafhankelijkheid „problematisch” is. Over de Amelandse pomphouder merkte hij in deze krant op dat de burger zo’n juridische uitputtingsslag altijd verliest. Overheden kunnen „tot in het oneindige” doorgaan. „Veel mensen haken daarom al eerder af of gaan dood”.

In het jongste nummer van het Nederlands Juristenblad verbreedde hij die kritiek. Naar de Raad van State, de Rekenkamer en de bestuursrechter luistert de overheid ook steeds minder. Net als naar de Ombudsman – zijn jaarverslag wordt niet eens meer in de Kamer besproken, het kabinet geeft er geen reactie meer op. Bij zijn onderzoeken wordt hij door overheden ‘iets te gemakkelijk’ voorgelogen of weggestuurd. „Een enkele minister of Kamerlid verwaardigt zich om een ‘terug in je hok gesprek’ met mij aan te gaan.” Zijn conclusie is dat het politieke bestuur in Nederland steeds minder tegenspraak accepteert. Tegenstemmen en -krachten worden actief geweerd. Ook denktanks en adviseurs als de WRR, het SCP, CPB of De Nederlandse Bank merken dat, meent hij. De trias politica verandert in unitas politica. Het wordt hier dus ‘koekoek éénzang’ van de uitvoerende macht.

Ik had het wel op prijs gesteld als de scheidende vicepresident ook iets van dit besef bij zijn afscheid had laten doorschemeren. Hij is immers de kampioen van de instituten. De crisis burger-overheid raakt ook zijn Raad. Interessant is dat de lagere bestuursrechtspraak wél voluit ziet dat de burger niet meer is gediend met een recht- en bestuurspraktijk die conflicten met de burger over 19 jaar uitsmeert. Het gehele bestuursrecht wordt daarom de komende jaren ‘omgekat’ naar de zogeheten nieuwe zaaksbehandeling. Daarin staat voortaan het conflict centraal en niet meer alleen de vraag of de overheidsbeslissing rechtmatig was. De bestuursrechters gaan proberen om het ‘echte conflict’ boven tafel te krijgen – en dat ook op te lossen. Trefwoorden: maatwerk en definitieve geschilbeslechting. De lijdelijke bestuursrechter is dus wakker en gaat doen waar Brenninkmeijer voorstander van is. Net als andere rechters proberen om knopen door te hakken.

Eeuwig zonde dat Tjeenk Willink niet zag dat het afnemende gezag van de bestuursrechter ook aan zijn Raad van State vrat. Dat kon ook wel eens verklaren waarom het debat over de combinatie wetgevingsadvisering en hoogste bestuursrechtspraak bij de Raad vorig jaar weer oplaaide. De scheidende vicepresident zei daar in de Volkskrant „verbijsterd” over te zijn. Waarmee hij ongewild een perfecte illustratie van het probleem verbeeldde. Soms moet een instituut ook durven bewegen. Om legitiem te blijven.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.

Geplaatst in:
Bestuursrecht
Opinie
Lees meer over:
Raad van State

43 reacties op 'Ook rechter is machteloos tegen chicanerende staat'

b.w.j. van der Valk

Ik ben onlangs begonnen aan een zelfde soort van mogelijke marathon tegen de staat der nederlanden om zo ongeveer het heiligst huisje van gezondheidszorg aan te pakken de verplichte huisarts die in geen enkel land zo word misbruikt om tekortkomingen in de zorg te verhullen als hier.
Maar ik vraag me eigenlijk af of terugverwijzen naar de eerdere beslissingsnemer niet voor beroep vatbaar is immers ook dat is een beslissing van de recher en derhalve voor beroep bij een hoger orgaan vatbaar, lijkt mij, maar ik kan er naast zitten.
Gelukkig zijn er wel tekenen van verandering in zicht, maar hoe dat in de praktijk gaat, zullen we moeten afwachten.

a.zecha

Binnen mijn gehoors-ruimte liet een advocaat zich, in een onbewaakt ogenblik tegenover een confrater ontvallen dat de persoon van de rechter er toe doet hoe diens uitspraak uitvalt.
Al wat des mensen is, is m.i. ook een rechter niet vreemd. Vooral in een denkwereld/cultuur waar aan fictieve uitgangspunten een werkelijkheidswaarde worden toegekend, is het zeer moeilijk om de werkelijkheid – zonder veel omhaal met relativeringen, interpretaties en ongeloof – waar te nemen.
Daarnaast kent elke taal taboewoorden, euphemismen en woordinterpretaties om de werkelijkheden van een maatschappelijk/politiek wenselijk/aanvaardbaar jasje te voorzien.

In het artikel wordt gesproken over de “machteloosheid” van de bestuursrechter.
De vraag vooraf is m.i. of ons democratisch systeem, die in de praktijk als een duas politica systeem functioneert, wetgeving genereert dat de bestuurlijke macht in de praktijk onschendbaar maakt en wordt “verkocht” als rechtsbescherming van burgers.
De beantwoording van deze vraag gaat m.i. vóór de vaststelling van des rechters “machteloosheid”.

Tot slot terugkomend op hetgeen in de aanvang van deze bemerking werd vermeld, moet mij van het hart dat “machteloosheid” zeer betrekkelijk is vermits er rechterlijke instituties en organisaties zijn die gebruik kunnen van hun vrijheid van spreken om een open democratie te bevorderen.
Het functioneren van de Hoge Raad in de periode 1940-1945 moet m.i. geen voorbeeld zijn om het kleed van “machteloosheid” wederom te gebruiken bij ondemocratische ontwikkelingen en toestanden.
Pieter van Vollenhoven en de nationale ombudsman Brenninkmeijer demonstreren (m.i. meer dan Wilders) dat vrijheid van spreken nog een democratisch grondrecht is, dat m.i. sterk onder de druk van angst staat. Op deze plaats moet worden gezegd dat de rechterlijke uitspraak in de zaak Wilders de vrijheid van spreken nogmaals bevestigt.
De lotgevallen van de zogenaamde “klokkenluiders” demonstreren m.i. dat de rechtsbescherming van burgers bij een democratische duas politica regime duidelijke individuele burgeronvriendelijke voorkeuren kent.
a.zecha

Lang Pleedee

Ik mag hopen dat de bestuursrechters nu eens een keer echt op dit soort zaken ingaat. Ikheb naar aanleiding van een door mij ingediende aanvraag voor een exploitatievergunning meer dan 1 jaar moeten wachten alvorens ik nu naar de bestuursrechter kon gaan. De burgemeester was vanaf het begin af al tegen een vergunning en heeft al het mogelijke én onmogelijke gedaan de beslistermijn te verlengen. Een door de ombudsman ingesteld onderzoek gaf als conclusie dat de gemeente moedwillig tegen zo’n beetje alle normen van behoorlijk bestuur in heeft gehandeld, inclusief fair play en rechtszekerheid. Daarnaast heeft de gemeente valse rapportages opgesteld die uiteindelijk de doorslag hebben gegeven bij de beoordeling door het Bureau Bibob om een negatief advies uit te brengen. De zaak ligt nu bij de bestuursrechter. Dat het besluit vernietigd zal worden, is wel zeker, alleen hoop ik dat deze bestuursrechter inderdaad ook “doorpakt” en inhoudelijk ingaat op het Bibob Advies.
Anders ben ik weer terug bij af en begint het spelletje van de gemeente weer van voor af aan. Het gekke is dat je zodra je als burger de wet overtreedt, meteen een fikse boete krijgt. Als de gemeente dit consequent en welbewust doet (zoals de ombudsman heeft geconcludeerd) is er helemaal geen sanctie mogelijk. Alleen een rechtszaak wegens onrechtmatige daad zou dan nog kunnen volgen, echter neemt dat weer veel geld en tijd in beslag. Iets dat de gemeente natuurlijk volop heeft, de burger meestal echter ontbreekt.

Marius van Huygen

“De vraag vooraf is m.i. of ons democratisch systeem, die in de praktijk als een duas politica systeem functioneert, wetgeving genereert dat de bestuurlijke macht in de praktijk onschendbaar maakt en wordt “verkocht” als rechtsbescherming van burgers.”…

Dat is praktisch gezien het geval. Een procedure van de burger tegen de overheid begint al met 10-0 achterstand…
Het bestuursrecht is vooral zo geconstrueerd dat de burger het in de meeste gevallen aflegt tegen de overheid.
Procedurele regels zijn dan meestal de weg om de overheid buiten schot te houden en dan geen verantwoordelijkheid voor haar functioneren hoeft te nemen.
Mijn ervaring is dat zodra de overheid civiel rechterlijk tegen de burger moet procederen zij in dit geval wel vaak het onderspit moet delven. Dit om het verschil tussen de werking van het Bestuursrecht en het Civielrecht aan te geven…
Misschien wordt het vak van Bestuursrechter in de toekomst nog leuk…

marja de rode

In mijn leven (tot nu toe) 3 keer afgezien van doorgaan met procederen in belangrijke zaken, echt geen kattenpis of financieel gewin, aangezien ik knettergek werd van al het gedoe, het uitstellen, het wachten, het zelf maar één keer de kans krijgen om je verhaal -zonder haperen- in één keer juridisch en politiek correct te vertellen, benaderd worden en behandeld worden als verdachte en opgescheept worden met hun fouten en vertragingen waar je ook maar even begrip voor moet hebben.

Zo moest ik eens achteraf accoord gaan met een vertraging van 6 mnd -vanwege een rommeltje aan hun kant. Ik moest per kerende post toestemming geven anders zou het nadelige gevolgen kunnen hebben voor de uiteindelijke beslissing.
Telefonisch geprotesteerd, nul op request, maar ze zouden er nu echt snel werk van maken. Er was in die 6 mnd niets aan mijn geval gedaan ook al luidde de officiële reden dat er veel tijd was gaan zitten in het doen van nader onderzoek en opvragen van gegevens van derden, getuigen. Telefonisch wilden ze dat wél toegeven maar op papier niet.
De beslissing bleek wat ‘Haastig knip- en plakwerk van een stagiaire’ zoals ik het terecht noemde maar dat was niet netjes van mij natuurlijk.

In dat geval ging het om verkrachting door een hulpverlener en ik had ruim voldoende bewijzen, ook diagnoses (achteraf) van specialisten.
De ‘stagiaire’ kon echter opeens binnen 4 weken enkel en alleen aan mijn ingevulde formulieren zien dat ik me niet voldoende had verzet en dat er daarom geen sprake was van verkrachting in de zin van de wet.

Absurd vond ik het. Schokkend ook en dan ben ik zo ‘brutaal’ om te denken: steek je gelijk en die schadevergoeding ook maar in je eigen …, samen met die veer en die pluim. Weet je ook hoe dat voelt!

BTW Ik kijk uit naar de dag waarop Seksueel Misbruik binnen de ( geestelijke) Hulpverlening aan de orde komt.
Daar kunnnen de RK paterkes niet tegenop!

Kees van Oosten

Het grootste probleem is dat de Raad van State het hoogste adviesorgaan is van de regering. Beroep tegen overheidsbesluiten moet in de ‘rechtsstaat’ Nederland dus worden ingediend bij de adviseur van de regering. Weliswaar bestaat de Raad van State uit een afdeling advisering en afdeling rechtspraak, maar de staatsraden die in de ene afdeling zitten, zitten ook in de andere afdeling. Bovendien worden er ook prominente politici in de Raad van State benoemd zodat gevestigde politieke partijen trouwe partijgenoten met een baantje kunnen belonen. Eén en ander betekent dat er domweg sprake is van politieke rechtspraak. De politiek heeft tot op heden niet de behoefte gevoeld om dat te veranderen.

Dat er een kentering bij bestuursrechters optreedt zal niet het geval zijn zolang de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het hoger beroep behandelt. Kortom: bestuursrechtspraak in Nederland is er vooral om de overheid tegen burgers te beschermen. Een fopspeen dus.

C. van Oosten
Utrecht
rechtshulpverlener

Canda Bac

Wat een beangstigende gedachte…de trias politica verword tot een unitas politica…

Nederland: pas op je tellen!
De democratie is in gevaar!

L.E. van der Laken

“Het gehele bestuursrecht wordt daarom de komende jaren ‘omgekat’ naar de zogeheten nieuwe zaakbehandeling. . . .” enz.
Deze zin van Jensma klinkt mij als muziek in de oren. Na 4 jaar procederen en een kostenlijst van wel € 90.000,– kan ik concluderen dat de rechtbank het veelal af doet met “onvoldoende motivering” en dan geheel voorbij gaat aan onrechtmatigheid, geen dwingende noodzaak ed. Kan Jensma melden wie het bestuursrecht ‘omkat’ en wanneer dit realiteit bij de rechtbank is?
Leo van der laken, Wemeldinge, Burger

Roland Haffmans

Een list die de Raad van State toepast is het afwijzen van een schorsings verzoek. Gevolg is dat het besluit tijdelijk in werking treedt en gebruikt kan worden.
Na vernietiging in de bodemzaak moet dan de burger met een handhavingsverzoek alsnog gelijk krijgen. In de praktijk levert dat voor de echte doorzetters weinig op. De belangenafweging – voor de toewijzing van een handhavingsverzoek – verliest de burger meestal.

R. de Swart

Ik ben het niet eens met de stelling dat de rechter machteloos is tegen de chicanerende staat. a) In eerste instantie verwijst de rechter het geschil terug naar de overheid, maar een goede deugdelijke motivering, waarom het geschil wordt teruggestuurd doet al wonderen. Onze ervaring is dat de motivering van de rechtbank, ook van de raad van state, zodanig is dat de gemeente er gerust weer opnieuw een potje van kan maken zonder ernstig in konflikt te komen met de uitspraak. In tweede instantie mag de rechtbank op grond van artikel 8.72 lid 4, slot van de Awb, bepalen dat de uitspraak van de rechtbank in de plaats treedt van het vernietigde besluit op bezwaar. Hiermee komt de procedure tot een eind omdat de rechter dan definitief een besluit neemt. Er moet echter wel om gevraagd worden en veel rechters hebben er grote moeite mee. Wat in onze, al 10 jaar durende zaak, ook is gebleken is dat rechters, wanneer zij de gemeente echt moeten gaan afvallen, liever zaken verzwijgen dan de gemeente in de uitspraak de waarheid te vertellen.
Wat mij betreft zou de stelling moeten zijn dat rechters onderdeel zijn van de chicanerende overheid en ervoor zorgen dat deze chicanerende overheid in stand kan blijven.
b) De overheid, B&W en ambtenaren hebben allen de eed afgelegd. In deze eed verklaren zij trouw te zijn aan de grondwet en alle overige wetten in ons land te eerbiedigen.
In de wet bestuursrecht staat duidelijk omschreven hoe bestuurders een besluit dienen te nemen (art. 3:2, 3:4, 3:46 en 3:50) Wordt een besluit op andere overwegingen genomen is dit o.a. in strijd met de eed en dus meineed.
Worden deze regels, wetten niet nageleefd dan maken bestuurders misbruik van hun positie en valt dit onder machtsmisbruik, art 365 Wetboek van strafrecht.
Wat ook regelmatig voorkomt is een ambtenaar/wethouder die staat te liegen voor de rechtbank Deze ambtenaar/wethouder is in functie en staat dus onder ede. Liegen onder ede is meineed. (Wsr)
Ik weet het, zo is de wet, zo zijn de regels maar de uitvoering is anders. Zie maar eens een officier van justitie te vinden die bestuurders op deze gronden wil aanpakken. Al het bewijsmateriaal wordt aan de kant geschoven,meestal niet doorgenomen en de zaak wordt geseponeerd. Of, zoals een wethouder al eens tegen ons zei: ”wie doet ons wat”!!
Vaak krijg je als reden te horen, ingepakt tussen twee zinnen door, ik heb ook mijn meerderen, of, dat is slecht voor mij(-n carrière).
Het kan dus wel, wetten en regels zijn er voldoende om een chicanerende overheid aan te pakken, maar de wil ontbreekt. Jammer.

johan van schaik

De bestuursrechter en de Afdeling hebben op grond van artikel 8:72, vierde lid, onder c, van de Algemene Wet Bestuursdrecht de bevoegdheid om zelf in de zaak te voorzien. De uitspraak komt dan in de plaats van het bestreden besluit, en de rechter komt zo op de stoel van de bestuurder te zitten. Uit de literatuur en de jurisprudentie van de laatste jaren blijkt dat de toepassing van die bevoegdheid zich al lang niet meer beperkt tot die zaken waar, naast het bestreden besluit van het bestuursorgaan, nog maar één andere mogelijkheid bestaat. Juist ook in gevallen als vermeld, waar sprake is van “eindeloos rekken door het bestuursorgaan” en het steeds maar nemen van nieuwe herziene besluiten, lijkt bijvoorbeeld de Afdeling inmiddels van oordeel dat dat het “zelf voorzien” legitimeert, en dat de greep naar genoemde wetsbepaling dan mogelijk is (LJN BC 4699).

Het verzoek om toepassing van genoemd artikel wordt echter door rechtszoekenden maar zelden gedaan. En hoewel de rechter ook ambtshalve tot een nieuw besluit kan komen (wél ec nunc), zou elke advocaat in elke zaak de rechter tenminste subsidiair om de toepassing van genoemd artikel dienen te verzoeken.

Martin Groen

Het is idd vaak onbevredigend dat een bestuursrechter niet aangeeft wat het besluit dan wel had moeten zijn. Maar ik lees in de reacties hierboven toch veel burgers die niet kunnen accepteren “nee heb je, ja kun je krijgen” – of niet.
In de crisis- en herstelwet is de inspraak van burgers teruggebracht, en dat is een trend. Slagkracht voor de overheid wordt kennelijk ook door onze volksvertegenwoordiging nodig geacht. Een tegengestelde trend is dat de individualiteit, de mondige burger, in de media en de algemene opvatting ook steeds belangrijker wordt gevonden. Niet voor niets kijken de media in de Amelandse kwestie niet gewoon naar het bestemmingsplan, zoals dat door de Amelandse Raad is vastgesteld. Ik impliceer niet dat de rechter ongelijk heeft, maar wel dat de macht toch nog steeds wel ligt waar hij hoort te liggen. Het is de kunst om dat ook nog te waarderen als je je individuele zin niet krijgt.

mr. V. Wosten

Ter introductie: onderstaande bijdrage is een uitkomst van een ruim 10 jarige bestuursrechtpraktijk en enkele 100-en vooral omgevingsrechtelijke procedures zijn gevoerd tegen overheden op alle bestuursniveau’s. Graag deze opmerkingen.

1. Waar blijft de inbreng van rechtswetenschappers, politici en juristen? Het debat over de rol van de bestuursrechter zou toch met burgers gevoerd moeten worden, en niet uitsluitend in de vaktijdschriften?

2. Dit debat speelt al decennia, en kenmerkt zich volgens mij in hoge mate door het volgende beeld:
Drie blinden wilden graag weten hoe een olifant er uit ziet. Ze vroegen een oppasser in de dierentuin om een olifant te mogen voelen.
De eerste blinde man had de staart te pakken, betastte die zorgvuldig en zei: Nu weet ik het, een olifant is lang en dun met een kwast.
De tweede man ging met zijn hand langs en rond een poot en zei:
Nee hoor, een olifant is rond en hard als een pilaar met leren stukjes aan de onderkant.
De derde man wreef over de slurf en zei:
Welnee joh, een olifant is net een bewegende slang met twee gaatjes op het eind, een soort neus, maar dan heel lang.

De positie van Brenninkmeijer en Tjeenk Willink lijkt wel wat op 2 van de drie blinden. En, let op: zij behoren wat mij betreft bovendien onbetwist tot de meest deskundigen inzake de relatie bestuursrechter – openbaar bestuur. En de derde blinde? Wellicht kunnen we denken aan bestuursrecht professor Toine (Twan) Tak. Hij strijdt al decennia voor een fundamenteel debat over dit thema, maar krijgt tot nu toe weinig voet aan de grond.

3. Tjeenk Willink en Brenninkmeijer hebben wrs. beiden deels gelijk. Het is echter heel lastig om beide standpunten binnen één (1) stelsel te realiseren.
Zeker in een situatie dat het openbaar bestuur (lees: de regering; lees: niet enkel politici, maar zeker ook ambtenaren, beide groepen in alle gradaties van deskundigheid) zich steeds vijandiger opstellen richting de bestuursrechter. Het openbaar bestuur wordt regelmatig door de bestuursrechter op de vingers getikt over luchtkwaliteit, Natura 2000 en wat al niet meer.

Schrikt het openbaar bestuur van die (soms zeer harde!) tikken op de vingers, en is ze beter haar best gaan doen? Nee, zo maakt ook Brenninkmeijer duidelijk. Wat doet de overheid wel? Zij reageert met onder meer:
1. het sluiten van het Infomil loket voor burgers (Oorspronkelijk mede bedoeld als kennisontsluiting omgevingsrecht voor de burger. Immers, de burgers staat in een conflict met de overheid meestal met 10:0 achter zoals een eerder schrijver terecht opmerkt.),
2. het vervangen van vergunningbesluiten door algemene regels met als gevolg dat burgers procedureel buiten spel worden gezet,
3. het introduceren van het relativiteitsbeginsel, met als gevolg dat het toch al beperkte aantal succesvol aan te voeren argumenten bij de bestuursrechter wordt geminimaliseerd,
4. het verhogen van griffierechten, (lees: het entreekaartje voor de rechtszaal),
5. een milieurechtelijk klacht: het nagenoeg ontoegankelijk maken van milieukwaliteitsbeoordelingen door deze te verstoppen achter uitsluitend door een kleine groep deskundigen te doorgronden computermodellen,
6. een planologische klacht: het ruimtelijke beleid hoofdzakelijk in te richten op basis van vage normen, met als gevolg dat het openbaar bestuur optimaal de handen vrij heeft, aangezien de rechter doorgaans enkel kan toetsen op harde normen (ja versus nee, x meters, x kilo’s enz.)
7. enz.

Oei.
Hoe nu verder?
Het antwoord hierop zal naar mijn mening toch moeten zijn om eerst de huidige bestuursrechtpraktijk beter onder de loep te nemen. Anders gezegd: is de zaak Nagtegaal een incident, of het topje van de ijsberg? Ook getuige het debat tussen Brenninkmeijer en Tjeenk Willink is m.i. sprake van een ijsberg. Maar: hoe groot is die ijsberg?

Hoe al die zaken van de gefrustreerde burger die ook echt ongelijk heeft te scheiden van de zaken waarbij de burger wel een (vorm van) gelijk heeft? Dat is de vraag die volgens mij dringend om een antwoord vraagt. Pas als de praktijk goed in beeld is, kan nagedacht worden over een passend antwoord.

Voorwaarden hiervoor is dan wel dat de aanhoudende verbouwing van het bestuursrecht wordt beperkt. Anders ben je bezig de praktijk van het vorige stelsel te beoordelen. En daarvoor moeten we weer in de politieke arena wezen…

N. van Dijke

WE LEVEN IN EEN BESTUURSSTAAT. De twee andere poten van de Trias Politica zijn vakkundig buiten werking gesteld.

Sjuul van Dissel

Geen idee wat een bestuursrechter allemaal onder ogen komt. Deze blog regelmatig volgend zie ik zaken voorbij komen waarvan ik denk, nou nou moet daar nou een rechter aan te pas komen. Maar goed, het is iederszijn recht om het recht te zoeken als men zich benadeeld vind, ook tegen een de staat. Dit artikel lezend begin ik te begrijpen waaraan het schort in die gevallen. Macht, rechterlijke macht, rechtsstatelijke macht, tegen een chicanerende staat.
hier in de reacties twee opmerkingen die mij opvielen. a.zecha zegt: “‘Het functioneren van de Hoge Raad in de periode 1940-1945 moet m.i. geen voorbeeld zijn om het kleed van “machteloosheid” wederom te gebruiken bij ondemocratische ontwikkelingen en toestanden.”‘
Ja ja, en dan de nationale ombudsman door Folkert Jensma geciteerd: “‘Daar wordt ook anders over gedacht. Nationaal ombudsman Alex Brenninkmeijer vindt het klassieke argument dat de rechter niet op de stoel van het bestuur moet zitten, achterhaald. In het blad Mr. zei hij dat de bestuursrechter daardoor een „veel te gouvernementele opstelling” kiest, het recht „instrumenteel” benadert, waardoor (zelfs) diens onafhankelijkheid „problematisch” is.”‘
R. de Swart zegt: “‘Wat mij betreft zou de stelling moeten zijn dat rechters onderdeel zijn van de chicanerende overheid en ervoor zorgen dat deze chicanerende overheid in stand kan blijven.
b) De overheid, B&W en ambtenaren hebben allen de eed afgelegd. In deze eed verklaren zij trouw te zijn aan de grondwet en alle overige wetten in ons land te eerbiedigen.
In de wet bestuursrecht staat duidelijk omschreven hoe bestuurders een besluit dienen te nemen (art. 3:2, 3:4, 3:46 en 3:50) Wordt een besluit op andere overwegingen genomen is dit o.a. in strijd met de eed en dus meineed.
Worden deze regels, wetten niet nageleefd dan maken bestuurders misbruik van hun positie en valt dit onder machtsmisbruik, art 365 Wetboek van strafrecht.
Wat ook regelmatig voorkomt is een ambtenaar/wethouder die staat te liegen voor de rechtbank Deze ambtenaar/wethouder is in functie en staat dus onder ede. Liegen onder ede is meineed. (Wsr)”‘

Mijn ervaringen met de rechterlijk ‘macht’ of is het rechterlijke ‘onmacht’, geef mijn portie maar aan fikkie, er is in het huidige fascistoïde politieke klimaat geen zinnig woord over te zeggen, als rechters hun rechtsbevoegdheden net zo fascistoïde uit handen geven. En die chicanerende staat chicaneert om geen andere reden dan dat het openlijke fascisme geen chicane behoeft om doelstellingen te verwezenlijken. Maar dat openlijke fascisme [is] [was] taboe [geworden]? Of zou het als ik Jensma goed begrijp nu 67 jaar na de ‘bevrijding’ [tussen aanhalingstekens omdat voor de staat bepaald handige wetsartikelen die in de bezettingsjaren in het Wetboek zijn gekomen er nog steeds instaan] nu eindelijk gaan gebeuren dat rechters hun rechterlijke macht opeisen?
Voor een burger op de onderste tree van de maatschappelijke ladder is omhoog kijken naar boven het enige dat overblijft want alle treden daar naar toe zijn doelbewust weggezaagd. De enig overgebleven route daar naar toe is die van onrechtmatige eigenrichting. Eén ding is wel duidelijk, zo’n burger leert met zonder opleiding opschrijven, als daartoe soms de gelegenheid zich aandient, zoals hier op het blog van Folkert Jensma, wat eraan mankeert. Wat er mankeert aan de Nederlandse rechtsstaat.

Dus graaggedaan. Voor het hele verhaal van mijn ervaringen met de chicanerende staat en on-onmachtige rechters die het allemaal wel best vinden, dat ik dus steeds beter in staat ben met een hoogst voltooide opleiding van een LTS ['59-'62] onder woorden te brengen. En dat is maar goed ook want er zouden anders maar ongelukken van komen. Alleen al al die afgezaagde maatschappelijke laddertreden maken het onmogelijk om met een wederzijds eervolle gedachtenuitwisseling te spreken op voet van gelijkheid voor de wet. Rest mij mijn laatste poging daartoe ook hier onder ogen te brengen; http://www.krapuul.nl/nieuws/57932/cda-eerst-schuldig-daarna-het-bewijs/ ook in de reaguurruimte onder een relevant en actueel artikel.
Mijn ervaring is dat als je genoodzaakt ben geworden om je zaak [op advies van de Deken van de Orde van Advocaten] alleen en zonder rechtsbijstand van een advocaat, het bestaat dat een rechter zonder de aanwezigheid van de tegenpartij, de staat, en zonder de aanwezigheid van een rechtsbijstandsadvocaat [die daarvan zou kunnen getuigen!] het spelletje chicaneren gewoon meespeeld. En een catch22 kafkaaëske situatie creëert voor een burger die zijn recht zoekt, dewelks situatie waarin door een CRvB [hoogste rechtsorgaan in deze zaak] even chicanerend wordt beslist, ook als je dan weer wel wordt bijgestaan door je advocaat omdat dan niemand meer door de bomen het bos nog ziet. De rechtsstaat is een leugen.

roland haffmans

De bestuursrechter zoekt alleen uit of de bestuursbeslissing rechtmatig is en goed gemotiveerd, lezen we. “goed gemotiveerd” is een rekbaar begrip, maar “rechtmatig” zou eenduidiger moeten zijn. Met heldere wetten is duidelijk of een besluit past binnen die wet. Helaas niet altijd bij de Raad van State.

Neem de Mer-plicht van de Amsterdamse Zuidas. De Zuidas is al ruim 10 jaar in ontwikkeling en stagneert door de crisis. De bestuursrechter is dit blijkbaar ontgaan en aanvaardt het verweer van de gemeente van een “onverwacht snelle ontwikkelingen” in die crisistijd. Gebruikelijk in het bestuursrecht is de ongelijkheid van partijen – de burger en de overheid. Een bewering van de overheid wordt voor waar aangenomen, tenzij het tegendeel wordt aangetoond. Een bewering van de burger wordt genegeerd, tenzij het tegendeel wordt aangetoond. Deze uitspraak over de MER-plicht toont dit duidelijk. “De Afdeling bestuursrechtspraak motiveert niet waarom in dit geval geen sprake van ‘concreet zicht op’ is”, immers de overheid heeft gelijk.
Ter aanvulling; deze beroepsgrond is in alle fasen aangevoerd.
http://www.commissiemer.nl/regelgeving/jurisprudentie/201003789.1.r1

Paul Kirchhoff

Hier rest slechts diep respect voor Barend Nagtegaal die zich flink heeft geweerd tegen een overheid die een rechtssysteem hanteert dat diezelfde overheid alleen al door het eindeloos rekken van procedures tot winnaar maakt.

Fatsoen gaat vooraf aan recht.
Droevig dat de Nederlandse staat kennelijk geen fatsoen meer kent in de omgang met burgers.

Michiel Jonker

@ 10. R. de Swart

U schrijft dat rechters wel degelijk de macht hebben om het chicanerende bestuur tot de orde te roepen, als ze dat maar zouden willen. Op dit punt ben ik het met u eens. Al is die macht wel aan het slijten doordat bestuurders zich steeds minder aantrekken van onwelgevallige rechterlijke uitspraken – vergelijkbaar met hoe ze de adviezen van de Nationale Ombudsman ook steeds vaker aan hun laars lappen.

Verderop schrijft u: “Wat mij betreft zou de stelling moeten zijn dat rechters onderdeel zijn van de chicanerende overheid en ervoor zorgen dat deze chicanerende overheid in stand kan blijven.”

Ik vrees dat u ook op dit punt in belangrijke mate gelijk heeft. Ondanks, of misschien ook juist door het arrogante gedrag van veel bestuurders, lijken veel bestuursrechters zowel een sterke affiniteit met, als een groot ontzag voor het bestuur te hebben, waardoor ze het belang van gewone burgers uit het oog verliezen (“minder zwaar te laten wegen”). Kwestie van mentaliteit. Meelopersgedrag dat je ook al op het schoolplein ziet.

@ 13. (mr. V. Wosten)

U geeft voorbeelden hoe het bestuur, braaf gevolgd door wetgevers/”volksvertegenwoordigers”, zijn eigen gechicaneer ook nog eens met allerlei structurele maatregelen faciliteert.

Dan stelt u terecht de vraag: “Oei. Hoe nu verder?”

U antwoordt zelf: “Pas als de praktijk goed in beeld is, kan nagedacht worden over een passend antwoord.” Dit doet mij denken aan het instellen van een commissie die de zaak nog eens gaat bestuderen. Op die manier gaat het tot Sint Juttemis duren voordat er iets verandert. En inderdaad, zoals u zelf ook al aangeeft, is dan het risico levensgroot dat het stelsel al weer een andere vermomming heeft aangenomen op het moment dat de vorige vermomming goed in beeld is gebracht.

Wat echt verandering kan brengen, zijn sociale mechanismen die het immorele, hypocriete gedrag van bestuurders en ambtenaren, alsmede het vaak even immorele, hypocriete meelopersgedrag van rechters, onaantrekkelijk maken. Niet pas over jaren, maar meteen, zodra het gedrag plaatsvindt. Alleen dan zullen deze bevoorrechte heren en dames zich genoodzaakt gaan zien hun attitude en mentaliteit te veranderen.

Er zijn dan wel twee dingen nodig: OPENBAARHEID (inclusief laagdrempelige toegankelijkheid) van allerlei overheidsinformatie, waardoor het immorele gedrag voor een groot publiek zichtbaar wordt, of kan worden gemaakt; en een goede ALGEMENE ONTWIKKELING (“Bildung”) van een breed publiek, waardoor voldoende mensen begrijpen hoe ze in de maling worden genomen en hoe ze hun woede daarover effectief kunnen uiten, met name ook gezamenlijk.

Jammer genoeg lijkt de huidige trend te zijn dat de overheid juist geen openbaarheid en algemene ontwikkeling nastreeft, maar geheimhouding over zichzelf (onder het mom van “veiligheid”) en oppervlakkig consumentisme en rattengedrag bij de burgers (onder het mom van “ieders eigen verantwoordelijkheid”).

Zijn dit de stuiptrekkingen van een overheid die bezig is zichzelf te reduceren tot een roversbende (vgl. de beroemde uitspraak van Augustinus), die uiteindelijk gemarginaliseerd zal raken? Of zijn het juist de geboorteweeën van een nieuwe, feodale maatschappij waarin een klasse van heersers (in de overheid, het bedrijfsleven en alles wat daartussenin gebreid is) gebruik maakt van slaven – of dat nu ZZP’ers zijn die nauwelijks kunnen rondkomen, of zombies in loondienst?

Misschien dat een generatiewisseling in de rechterlijke macht en in de politiek het tij kan keren. Je moet de hoop niet te snel opgeven. Maar eerlijk gezegd heb ik steeds meer het gevoel dat alleen nieuwe, informele maatschappelijke verbanden het verschil kunnen maken.

Als de bevoorrechte heren en dames ons in de praktijk alleen nog als melk- en stemvee behandelen (ondanks hun praatjes over hun hoge principes en goede bedoelingen), dan zullen we zelf manieren moeten vinden om ons leven een waardige en zinvolle vorm te geven en ons de gladde, vlotgebekte aasgieren zoveel mogelijk van het lijf te houden.

Waarschijnlijk lukt dit alleen als we nieuwe, informele vormen van samenwerking ontwikkelen, en ons niet langer laten inpakken door het verdeel-en-heers-beleid waarmee men ons probeert te reduceren tot geïsoleerde consumenten die elkaar telkens naar de keel vliegen in een eindeloze competitie.

lyngbakken

@ 10. R. de Swart: niet elke overtreding van de wet is strafbaar; gelukkig maar voor burgers en voor overheid. Uw sprong naar meineed is mij dan ook veel te snel gemaakt.
Verder: Jensma schrijft dat de lagere bestuursrechters wel veranderen. Heeft u daar al iets van gemerkt of zijn uw ervaringen wat ouder?

@ 13. mr V. Wosten
Mooie vergelijking! Ik heb een suggestie voor de derde blinde: het Hof in Straatsburg. Dat is al kritisch geweest op de Raad van State, en veel van de veranderingen die je ziet in de lagere rechtspraak (maar ook voor een stukje bij de Raad van State zelf) worden ingegeven door rechtspraak van de hoogste rechter in Straatsburg. Als we ook over de grens kijken, wordt duidelijk dat we niet eerst alles rustig in Nederland in kaart kunnen brengen voordat we veranderen, maar dat we gewoon mee moeten. Nederland is bestuursrechtelijk een beetje een achterlijk land, en dat been moeten we eerst bijtrekken.

roland haffmans

@mr. V. Wosten
schrijft: “Het openbaar bestuur wordt regelmatig door de bestuursrechter op de vingers getikt over luchtkwaliteit, Natura 2000 en wat al niet meer”
Verrassend uit ervaring moet toch bekend zijn, dat met de aanpassing van de wet is luchtkwaliteit al lang geen probleem meer. De bestuursrechter heeft zich geschikt in deze grillige wet.
Opmerkelijk is ook, dat na een ervaring van “enkele 100-en vooral omgevingsrechtelijke procedures” om meer onderzoek wordt gevraagd. Is het dikke boek van Twan Tak niet voldoende?

Ook de roep van Michiel Jonker om openbaarheid zal niet volstaan. Als die informatie voor de burger ontoegankelijk is en journalisten het laten afweten, helpt dat niet echt. Ook met het Europese recht, lyngbakken verwijst hierna, blijf je afhankelijk van de Nederlandse bestuursrechter. De door Europa opgelegde normen voor luchtkwaliteit blijken met wetswijziging en zich daarin schikkende bestuursrechters krachtenloos.

Joris Baas

@ 5. Marja de Rode

Over uw laatste opmerking: wellicht komt er iets los met zaak vandaag betreft de heer Baybasin http://tiny.cc/mxg2a

R.K. Hack

In 1969 leerde ik al bij mijn college ‘Inleiding Recht’ (TH-Delft, Studium Generale):
“Mejuffrouw, mijne heren, bedenkt U wel: de overheid is een schurk met een hoge hoed!”
Oud nieuws dus.
En onze ‘volksvertegenwoordigers’ staan er bij en kijken er naar.

W. Wilkens

De zaak Nagtegaal is helaas niet de enige, waarin een burger het opneemt tegen het openbaar bestuur. Pomphouder Benthem ging hem voor, wat leidde tot afschaffing van het Kroonberoep. Brenninkmeijer weet overigens waarover hij het heeft bij chicanes van de burger, want heeft in tweede instantie de zaak Oova/Spijkers behandeld, maar m.i. een niet geheel leuke rol gespeeld (zie voor zijn scoringsdrift het boek van Nijboer over die zaak).
Nu is er het wetsvoorstel de rechter te laten beslissen over een beslissing van een bestuursorgaan, maar ik vrees, anders dan Jensma, dat dit niet de goed aanpak is.Ik ben het dus eens met Tjeenk Willink (niet op het punt van het onderbrengen van de rechtspraak bij de Raad van State,overigens).
Het is op de eerste plaats een probleem waarvoor een bestuursorgaan een oplossing behoort te bieden, gegeven het recht. Die afweging komt hem toe en hij kan hierop worden ‘afgerekend’ bij de verkiezing. Dit is het systeem dat uiteraard niet optimaal werkt, maar om nu een niet gekozene die opdracht te geven, gaat mij in een democratische rechtsstaat te ver.
Bovendien wordt de rechter niet extern gecontroleerd, maar dragen collega’s zorg voor behandeling van wraking en klachten. Waartoe dit leidt, laat de zaak tegen Wilders zien en de vreemde escapades van Aben (die hiervoor nog in bescherming werd genomen ook!).
In andere landen is het democratische element in de rechtspraak overigens zeer vaak wel aanwezig door lekeninbreng; hier vertrouwt men enkel op de ‘professional’.
Ik ken de zaak Nagtegaal niet, treurig genoeg, zo te oordelen, maar wie zegt mij dat het oordeel van de rechter(s) in deze zaak de juiste is. Telt hier het kwalitatieve of het kwantitatieve aspect (hoeveel rechters geven N. gelijk?). Kan de rechter, niet erop getraind om breder politieke ins and outs te beoordelen, de zaak in al zijn merites overzien? Bovendien: de rechter is een rijksambtenaar aan wie in geschillen als laatste de beslissing wordt gelaten – m.u.v. die over wetgeving over de klassieke grondrechten, want die behoort aan de politiek – meer niet. Er zijn zaken te over waar menigeen de wenkbrauwen fronst over de uitspraak van diezelfde rechter; ook in het bestuursrecht. Hoe vaak heeft men niet de indruk dat, ondanks de kritiek van ‘de politiek’ op uitspraken, de rechter, zeker de RvS, partij voor de Staat en zijn instellingen kiest?
Geschillen wil men beëindigd zien en daarvoor is hij aangesteld. Maar of hij het bij het juiste eind heeft? Bovendien: hij heet onafhankelijk te zijn, maar: van wie?
Toont de zaak Westenberg/Kalbfleisch niet aan dat er andere banden zijn die minstens even funest kunnen zijn voor de rechtzoekende?(Even afgezien van de uitkomst in alleen (!) de meineedzaak) Dan laten we de vele rechtsdwalingen nog even buiten beschouwing waarin de rechter klakkeloos het Openbaar Ministerie volgde (Zij zijn toch onderdeel van één rechterlijke organisatie en hebben toch één vereniging?).
Alleen op statistische gronden mag men aannemen dat die twee ex rechters (vanwege niet te houden externe druk!) niet de enigen zijn. Wel overigens waar het de lange adem van een rechtzoekende betreft, maar die heeft dan ook tijd en geld voldoende.
Deze zaak liet overigens, net als de zaak Oova/Spijkers, zien dat het er wel op lijkt dat een ieder in politiek en rechtspraak met het spelletje meedoet, zodra het belang maar groot genoeg wordt geoordeeld.

Kortom, ik ben het niet eens met een eindbeslissing door de rechter waar een gekozene hoort te beslissen. Het is ook typisch Nederland: als een systeem niet werkt de Duivel met Beëlzebub uitdrijven.
De politiek ligt al langer onder vuur en dat niet alleen door dit soort zaken. Het wordt tijd dat zij weer doet waarvoor de burger haar ‘aanstelt’.
De rechter behoort te blijven waar hij is, zij het gecontroleerd door de burger. Zoals dit in een zichzelf respecterende democratische rechtsstaat hoort.

mr. V. Wosten

Voor zover ik de reacties heb kunnen begrijpen lijken er wel wat nuttige algemeen geldende opmerkingen te maken.

1. Er is veel onvrede over de relatie bestuursrechter – openbaar bestuur. Dat zou de bedstuursrechtjuristen, ambtenaren, politici tot nadenken moeten stemmen. Waar blijft hun bijdrage?

2. Mijn opmerking hierbij is wel ook deze: veel van die onvrede is óók bepaald door afwezigheid van (dan wel slechte) rechtsbijstand in gevoerde procedures. Mensen gaan meestal niet de longoperatie op zichzelf of hun partner uitvoeren. Wel voeren velen (deels) hun eigen bestuursrechtelijke procedure. Dat kan, en kan ook reeel zijn. Sommigen komen een heel eind. Maar met gebrekkige kennis worden natuurlijk ook snel fouten gemaakt. En is de procedure eenmaal verongelukt, dasn bestaat vaak geen herkansing…

3. Bestuursrecht heeft wel degelijk een systematiek. Ja: gammel, aanvechtbaar, vooral in het voordeel van de overheid enz. Maar: het is een systematiek. Het is zaak die wel te kennen, voordat wordt geoordeeld.

4. Mijn stelling: tussen bestuursrechtconsumenten en specialisten is zeer gebrekkige communicatie. Een beetje zoals er 40 jaar gelden een zeer gebrekkige communicatie tussen chirurgen en patienten heeft bestaan.

5. Een belangrijk adagium is dat de bestuursrechter niet op de stoel gaat zitten van het openbaar bestuur (de positie van Tjeenk Willink). De kern van de zaak is: wanneer gaat de rechter wel / niet op de stoel van de overheid zitten? Anders gezegd: hoe formeel c.q. procedureel dient de rechter te toetsen? Daarover gaat het debat tussen Brenninkmeyer en Tjeenk Willink.

6. Veel punten zoals hierboven genoemd zijn hier op terug te voeren. Maar dus niet allemaal. Soms heeft een burger ook domweg ongelijk. Of is ie te laat. Of heeft iets gedaan wat had voorkomen kunnen worden indien een (goede) deskundige was betrokken.

7. De moeilijkheid van dit dabat is dat reacties vaak zijn gebaseerd op één of enkele individuele ervaringen. Een uitspraak doen over een individuele ervaring is pas mogelijk na kennisname van dat hele dossier van dat individuele geval. Wat weer veel tijd kost. Maar dat is wel precies wat de nationale ombudsman doet. Hij is weliswaar een papieren tijger, zonder echte tanden. Maar hij weert zich naar mijn oordeel zeker boven gemiddeld.

NB: wanneer komt dit -voor de rechtstaat essentiele- thema op de politieke agenda?

Ed Rook

De bestuursrechter is niet machteloos maar houdt zich aan de scheiding der machten; de beroemde Trias dus.
Zoals Jensma schrijft legt ook Tjeenk Willink zich hier bij neer.

Als de bestuursrechter zich begeeft in de inhoud van het overheidsbesluit is hij zelf bestuurder.

Dit probleem is bekend gezien art. 8:72 lid 4 sub c ABW, maar hiermee verbreekt men dus de Triasleer.

De bestuursrechter stelt zich dan ook met dit artikel in de hand zeer terughoudend op.

A.R. Girbes sr

” Zijn conclusie is dat het politieke bestuur in Nederland steeds minder tegenspraak accepteert”
.
De bovenstaande zin zegt werkelijk alles over de groeiende macht van de overheid en dat de consolidatieprocessen de afgelopen jaren nu hun werk hebben gedaan.
Dat het voor de burger een onacceptabele manier van besturen is door die overheid, zal niemand verbazen.
Mijn conclusie is evenwel dat ons “rechtsstelsel” niet meer werkt en derhalve we gaan belanden in een dictatuur. Ook Wilders zal daar, zeker voorlopig, niets aan kunnen doen. Een sociale revolutie zie ik niet gebeuren omdat het huidige ” brood en spelen beleid” de grote massa tevreden houdt.Tot het “ziekelijke” toe worden we “overvallen door sportprogramma’s en met sportpraat-shows, met een pathologisch karakter, overrompelt.
Wie kunnen er nog wat aan doen? Dat is dus de cruciale vraag.
Naar mijn mening zullen rechters, advocaten en prudentie van de burger het misschien mogelijk maken het tij te keren. Nu de economische crisis, als gevolg van mismanagement in de financiële sector, een feit is, zal iedereen op zijn plaats blijven zitten.
Voorlopig zullen we de Chicanerende Staat nog even moeten dulden, tot we eindelijk allemaal wakker worden.
Een nog groter gevaar dreigt, ook wat betreft de mentale gezondheid van iedereen, is een oligarchie en de niets ontziende hebzucht en de macht van “managers” door bestuurlijke onkunde. Immers: “voor ieder probleempje bij de overheid wordt een commissie benoemd of een “kantoor” wordt ingeschakeld om de minister in(voor) te lichten.
De realiteitszin en de “Erudiet” wordt een zeldzaam verschijnsel want…. we worden allemaal slachtoffer van de “vrije markt zonder een moraalfilosofie” en derhalve ingelijfd in de wereld der waanzin.

roland haffmans

Met de laatste opmerking geeft mr. V. Wosten antwoord op de eigen eerste opmerking: “bestuursrechtjuristen, ambtenaren, politici tot nadenken moeten stemmen”

Dat gebeurt niet immers “reacties vaak zijn gebaseerd op één of enkele individuele ervaringen. Een uitspraak doen over een individuele ervaring is pas mogelijk na kennisname van dat hele dossier van dat individuele geval. Wat weer veel tijd kost.”

Konkrete gevallen worden genegeerd en voor algemene vaststellingen zou weer geen grond zijn. Zo komt het kringetje rond en onttrekken betrokkenen zich gemakkelijk aan de kritiek.

Michiel Jonker

@ 20 Roland Haffmans

U heeft zeker gelijk dat openbaarheid op zich niet genoeg is, en dat toegankelijkheid van informatie net zo belangrijk is. Voor de goede orde: daar wees ik ook op.

@ 24 V. Wösten

Het door u genoemde adagio dat “de rechter niet op de stoel van de bestuurder moet gaan zitten”, is in de praktijk verworden tot een eufemisme voor de stilzwijgende bestuurlijke wens dat de rechter wèl “op schoot bij de bestuurder” gaat zitten. En dat doen veel rechters ook braaf. Ondertussen denken ze zelf dat, als ze één bil af en toe een beetje optillen, dit een bewijs is van hun stoere onafhankelijkheid. Tja. Het zal wel een beetje lucht geven.

Uw (retorische?) vraag waarom “bedstuursrechtjuristen, ambtenaren, politici” geen bijdrage leveren aan de discussie op dit blog, is makkelijk te beantwoorden: zij menen daar geen belang bij te hebben.

Om dezelfde reden zal dit “thema” (het structurele chicaneren door de staat en haar geroutineerde dienaren) ook niet snel op de politieke agenda komen. De mensen die het op de agenda zouden moeten zetten, ervaren het immers niet als chicaneren, maar als doelmatig werken. Ze bereiken er in 99,9% van de gevallen de door hen gewenste resultaten mee.

Misschien vinden sommigen mijn bijdragen te weinig diplomatiek. Maar zeg nu zelf: leveren meer diplomatieke bijdragen enig resultaat op? Waarom van je hart een moordkuil maken, als je daar niets mee opschiet? Tenzij je natuurlijk ergens diepweg hoopt alsnog zelf te mogen toetreden tot het edele gilde der belastinggeld-rovers, of als je om jou moverende redenen graag prettige relaties met hen wilt onderhouden.

Joris Baas

Er is sinds gisteren een enorme kans voor het recht om e.e.a. recht te zetten: de zaak Baybasin is zo beschamend, dat rechter A.J.A van Dorst er letterlijk van bloosde.

Het lijkt me dé gelegenheid om nu eens goed te luisteren naar advocate vd Plas en daadwerkelijk recht te spreken.

http://www.boublog.nl/08/02/2012/baybasin-en-de-vervalste-telefoontaps/

lyngbakken

@ 28 Michiel Jonker

Diplomatie vormt met bijvoorbeeld hypocrisie een onmisbaar cement in een samenleving. Ze moeten beide alleen niet worden overdreven.

Minder diplomatieke bijdragen zullen volgens mij niet meer resultaat opleveren, maar misschien lucht het wel meer op?

Michiel Jonker

30. Een ander typisch voorbeeld van de chicanerende overheid staat vandaag in NRC (op deze website): het door het OM geschrapte interview met Boris Dittrich in het personeelsblad “Opportuun”, doordat Dittrichs opmerking over de wenselijkheid van een niet politiek bedisselde rechtspraak over de rol van Jorge Zorreguieta door het OM… niet opportuun werd gevonden.

Het Openbaar Ministerie dat het niet opportuun vindt als zelfs maar in een interne publicatie voor onafhankelijke rechtspraak wordt gepleit in een concrete zaak. In abstracto hangt men hoge principes aan, maar zodra het concreet wordt, dan is men opeens niet meer thuis. En dat zijn dan de staatsdienaren die wij moeten vertrouwen… There’s something rotten in the state of our State.

Gelukkig heeft Dittrich zich niet laten imponeren. Hopelijk laten steeds minder mensen zich imponeren door dit soort achterbakse censuur in ons zogenaamd “vrije” land.

Kaspar Mengelberg

Soms verduisteren vele woorden een probleem, in plaats van dit te verhelderen. Misschien is dat ook hier het geval.
In essentie gaat het om doorzettingsmacht van de politiek-ambtelijke elite. Tegenover de burger, tegenover de rechter, tegenover de Eerste Kamer (EPD).

Michiel Jonker

@ 30. Lyngbakken

In tegenstelling tot u denk ik dat hypocrisie lang niet altijd als “cement in een samenleving” functioneert. Ten eerste omdat de werking van hypocrisie, als deze pacificerend is, niet zozeer die van “cement” is, maar beter te vergelijken valt met die van “rubber”: het dient als schokbreker, maar het heeft geen werkelijk bindend effect.

Ten tweede gebeurt het ook vaak dat hypocrisie juist niet pacificerend werkt, maar als “splijtzwam” functioneert. Bijvoorbeeld wanneer er als gevolg van hypocrisie misverstanden ontstaan die ergens anders conflicten veroorzaken. Of wanneer de hypocrisie wordt ontdekt.

Wat diplomatie betreft, die wordt vaak verward met hypocrisie. Echt goede diplomaten weten echter dat het bij diplomatie juist gaat om het vinden van manieren om eerlijk te zijn op zo’n manier dat partijen zo min mogelijk worden blootgesteld aan risico’s, waaronder het risico van gezichtsverlies.

Wat “zo min mogelijk” betekent, hangt af van de doelen die de diplomaat nastreeft. Dat is de reden waarom er zowel “harde” als “zachte” diplomatie bestaat, terwijl er in beide gevallen sprake kan(!) zijn van uiterst kundige diplomatie.

Ik ben het evenmin met u eens wanneer u zegt dat minder diplomatieke bijdragen niet meer resultaat opleveren. Diplomatie is een middel dat alleen in sommige gevallen met succes kan worden ingezet. Een klassiek voorbeeld is natuurlijk München in 1938, waarbij een diplomaat (Chamberlain, “Peace for our time”) het onderspit dolf tegen een liegende bruut (Hitler).

Het zou een illusie zijn om te denken dat liegende bruten anno 2012 zijn uitgestorven. U bent toch niet zo naïef – of zo hypocriet – om die illusie te koesteren, meneer Lyngbakken?

@ 32. Kaspar Mengelberg

Een rake, bondige formulering zoals de uwe verduistert soms ook het één en ander. Want wat vindt u er nu zelf van als onze politiek-ambtelijke elite haar wil doorzet zonder zich nog veel aan te trekken van burgers, rechters of de Eerste Kamer?

Vindt u dat wel prima? Vindt u dat we afscheid moeten nemen van de trias politica / machtenscheiding? Bent u misschien voor een soort Putin-systeem in Nederland?

Zo niet, waarom richt u uw kritiek dan op het aantal woorden in de bijdragen, in plaats van op het gedrag van onze politiek-ambtelijke elite?

Graag meer duidelijkheid van uw kant.

lyngbakken

@ 32 Kaspar Mengelberg

De bestuursrechter is inderdaad in het leven geroepen om de vierde macht, de ambtenaren in toom te houden tegenover de burger.

Er is vandaag de dag echter een dimensie bijgekomen: de kloof overheid/politiek-burger. Daar heeft de bestuursrechter ook last van.
Over die kloof is al veel geschreven. Hij heeft vele kanten. Vanwege je opmerking over de vele woorden stip ik de volgende aan: de diplomademocratie. Is kort gezegd de overheid niet te gediplomeerd geraakt (in meer dan één opzicht) voor de gemiddelde burger?

lyngbakken

@33 Michiel Jonker
Cruyff zei al: elk voordeel heb ze nadeel. Dat geldt ook voor hypocrisie. Vandaar wat mij betreft het belang van maatvoering.
Cement lijkt mij echt een betere term dan rubber.
We zijn allemaal hypocriet op onze eigen tijd en onderwerpen. Dat verbindt ons.
Dat is ook te zien op de momenten dat we bijv. samen kritiek hebben op anderen, of het nu is in de vorm van een wetenschappelijke discussie, een politiek debat of in de vorm van platte roddel. Ik geloof niet dat iemand van ons daarboven of los van staat.
Erkenning van de hypocrisie helpt mildheid en relativeringsvermogen tot ontwikkeling komen. Ook bij die waarden past wat mij betreft beter de term cement dan rubber.
Mijn keuze voor cement geldt ondanks het feit dat liefde en rubber een belangrijk koppel kunnen zijn. Ook voor rubber valt dus iets te zeggen wat mij betreft :).

Ed Rook

@lyngbakken nr 35:

Liefde en rubber is helemaal niet zo’n belangrijk koppel. U bedoelt waarschijnlijk sex en rubber.

Liefde heeft geen rubber nodig.
Bereid zijn offers te brengen (onder alle omstandigden!!) voor je partner is m.i. een belangrijke eigenschap van liefde.

Overigens is er weinig liefde in de wereld, wel veel sex.

Michiel Jonker

@35. Lyngbakken

Met uw laatste bericht demonstreet u in ieder geval de kwaliteiten van rubber: elastisch en nietszeggend, en ongeveer even effectief in het samenbinden van los zand als een elastiekje.

Cruijff zei, als ik me goed herinner, overigens iets anders dan u zich herinnert. Hij zei namelijk: “Elk nadeel heb ze voordeel.” Het lijkt of u hypocrisie vooral een voordeel vindt, waaraan dan nog een onbelangrijk nadeeltje kan zitten, bijvoorbeeld dat het mensen misleidt, of zoiets. Cruijff zou het precies andersom bedoeld hebben. Vandaar dat het probleem van de chicanerende overheid snel was opgelost als Cruijff aan het roer stond.

Maar ja, u bent het waarschijnlijk met Cruijff eens wanneer hij zegt: “Een probleem dat niet bestaat hoeft ook niet opgelost te worden door Van Gaal.”

Ik vind het trouwens wel een prima rolverdeling tussen ons op dit blog: als u nou gewoon doorgaat met een beetje hypocriet chicaneren, dan ga ik door met het blootleggen daarvan.

Ondertussen staan de treinen van NS stil omdat er een muis op de wissels heeft gespuugd, en nu wil de chicanerende overheid dat ook de ziekenhuizen, net als de NS, dividend gaan uitkeren aan “private aandeelhouders”, wat zogenaamd niet ten koste zal gaan van de middelen die dat ziekenhuis gaat besteden aan de zorg voor zieken. Veel mensen zullen voor deze hypocrisie een hoge prijs gaan betalen – bijvoorbeeld hun leven. Maar u zult dan ongetwijfeld zeggen: zoiets moois mag ook wel wat kosten!

Wat betreft uw opmerking over “diploma-democratie” (in reactie op 32. Kaspar Mengelberg), ik denk dat die diploma’s meer het symptoom zijn dan de oorzaak van het chicaneren. Diploma’s en titels krijgen steeds vaker een hoog Guttenberg/InHolland-gehalte: je krijgt ze als je braaf napraat, mee-chicaneert, overschrijft en onbetrapt plagieert. Diezelfde of gelijksoortige activiteiten dragen ook bij aan je stijging op de maatschappelijke ladder. En als je je succes aan hypocrisie te danken hebt, dan vind je waarheid en integriteit natuurlijk niet zo interessant meer.

Meer concreet: in onze tijd is de politiek-ambtelijke elite niet geïnteresserd in het rijden van de treinen of een goede ziekenzorg, maar in de eigen positie en de eigen portemonnee. OK, men moet af en toe roepen dat men treinen en ziekenhuizen belangrijk vindt, en dat doet men dan ook even. Zoals men ook even plagiaat pleegt, als het opportuun is.

Over “opportuun” gesproken. Gisteren zag ik een exemplaar liggen van het OM-personeelsblad dat deze bijzondere titel draagt (zie ook mijn reactie @31 over de censuur die het Openbaar Ministerie pleegt, zoals het een chicanerende overheidsinstantie betaamt). Het betrof nummer 6, juni 2011. Hierin staan enkele lofzangen over de nieuwe hoogste man van het OM, Herman Bolhaar.

Over hem schrijft bijv. een bevriende advocaat: “Natuurlijk zegt de nieuwe collegevoorzitter Herman Bohaar in een interview in dit nummer van zichzelf dat hij open is en kritiek kan incasseren. Het verrassende is dat dit bij hem daadwerkelijk het geval is.” Wow! Misschien moet Bolhaar even met de mensen van zijn eigen personeelsblad gaan praten.

Zelf antwoordt Bolhaar op de vraag: “Kunt u tegen kritiek?” het volgende: “Ja, dat kan ik wel. Het moet wel ergens over gaan, dan sta ik open voor contact en discussie. Ik waardeer een beter idee dan mijn eigen idee. Eigenwijs en vasthoudend ben ik ook wel weer, dus dat kan wel eens anders ervaren worden.” Hm… Dat laatste valt inderdaad wel te vrezen. Je kent ze wel, die topmannen die, als ze iets niet opportuun vinden, ook meteen vinden dat “het nergens over gaat”.

Maar de klap op de vuurpijl in het kritische personeelsblad is het commentaar in een toegevoegd kader, getiteld “Wederhoor”. Hierin komt een andere bewonderaar van Bolhaar aan het woord, de Amsterdamse burgemeester Eberhard van der Laan. Hij zegt: “Het was een zégen dat Herman Bolhaar hier hoofdofficier van justitie was.” Van der Laan is vooral ook blij dat “Herman” in Amsterdam “erg veel begrip [heeft] getoond voor zijn bestuurlijke omgeving”.

Opeens begrijp ik het. “Wederhoor” is newspeak van het OM en betekent eigenlijk: “Loftuiting”. Op dezelfde manier betekent “Onafhankelijke rechtspraak” in de taal van het OM eigenlijk: “Rechtspraak als en zoals de bestuurlijke omgeving van het OM die wil.” Dat had die arme journaliste die Boris Dittrich interviewde, helaas niet goed begrepen. En daarom mag ze nu opeens geen grote interviews meer doen voor het OM-blad Opportuun. Zij is zelf niet meer Opportuun.

Hypocrisie en de chicanerende overheid: die passen bij elkaar als een condoom en een gezwollen geslachtsorgaan. Daar is echt geen cement voor nodig.

Michiel Jonker

Niet te geloven! Ik werd door Cruijff gebeld! Hij zei dat ik niet zo negatief over rubber moest doen. Condooms hebben toch ook een nuttige functie. Hij zei dat het namelijk wel over creativiteit ging, waar het toch allemaal om draait in het spelletje (voor NRC-lezers: dit ging over voetbal, niet politiek of bestuur). “Het gaat uiteindelijk toch om het resultaat,” legde hij uit. “Als je er niet gewoon uitkomt, ga je vanzelf op een andere manier je punten maken.”

Ik vroeg of hij bedoelde dat hypocrisie goed is voor de creativiteit, voor de fantasie. Met andere woorden: of je er vrouwen blij mee kan maken. “Dat hangt wel af van of je het spelletje een beetje kent,” antwoordde hij. “Want anders pis je voor je’t weet naast het potje.” (Voor NRC-lezers: Cruijff staat bekend om zijn metaforisch taalgebruik. Het ging hier nog steeds om een potje voetbal.)

Ik vroeg wat hij zou doen als hij de opdracht zou krijgen om van de Nederlandse politiek-ambtelijke elite weer een goed team te maken. Hij antwoordde: “Ze zijn al een goed team, alleen spelen ze de verkeerde wedstrijd voor de verkeerde sponsor.”

Om nadere verduidelijking gevraagd, verklaarde hij: “Ze hebben een management buy-out gedaan en sponsoren alleen nog maar zichzelf.” En waarom de verkeerde wedstrijd? Cruijff: “Je stuurt Gullit en Van Basten op hun ouwe dag toch niet onder leiding van Van Gaal het veld in om de amateurs van Fortuna Hardegarijp keihard onderuit te halen? Daar hebben die geen contributie voor betaald. Die willen positief wat leren. Je moet dat Gullit en Van Basten ook helemaal niet aandoen. Die hebben daar niks aan, die zijn toch allang binnen? Die kun je beter naar Tsjetsjenië sturen. Van Gaal kan me trouwens niks schelen.”

Daar moest ik het mee doen. Maar opeens, zoals dat gaat na uitspraken van Cruijff, werd me toch iets duidelijk. Een cynicus die denkt dat hypocrisie het cement is dat de samenleving bij elkaar houdt, is als een drogist die denkt dat hij met de verkoop van condooms de huwelijkse trouw in stand houdt.

Onze chicanerende overheid bestaat voor een groot deel uit zulke cynische drogisten – alleen al in mijn eigen werkomgeving heb ik er een heleboel gezien. Zij vinden zichzelf buitgewoon nuttig en eerzaam, omdat zij elke dag weer een kleine winst op hun eigen, persoonlijke konto kunnen bijschrijven. Dat noemen zij: “hart hebben voor de publieke zaak.”

Een typisch, actueel voorbeeld van zo’n drogist is de Duitse bondspresident Christian Wulff, die enkele minuten geleden zijn aftreden heeft aangekondigd. Hij heeft een paar condooms te veel verkocht – Schade. In Nederland zou het zo’n vaart niet gelopen hebben en had hij rustig kunnen aanblijven en onbezorgd verder kunnen chicaneren.

Ed van Steijn

Tjeenk Willink, als vice-voorzitter van de Raad van State heeft de politiek en het openbaar bestuur herhaaldelijk voorgehouden dat het zijn legitimatie en geloofwaardigheid verliest, als het zijn besluiten onvoldoende onderbouwt en uitlegt. Wat voor het openbaar bestuur en de poltiek geldt, geldt natuurlijk ook voor de rechtspraak. Als vice-voorzitter van de RvS kon Tjeenk Willink daar dus een bijdrage aan leveren. Maar dat deed hij niet.

Ik heb verscheidene zaken voor de Raad van State gevoerd. Of ik nou – objectief gezien – gelijk had in mijn standpunt of niet, daar gaat het niet om. Maar ik heb wel argumenten voor mijn standpunt aangevoerd en verwacht dat de behandelende staatsraden die argumenten beoordelen. Of en hoe dat was gebeurd, was in het vonnis niet terug te vinden. En als je dan om opheldering vraagt – zelfs direct aan Tjeenk Willink – dan krijg je te horen: dat doen we niet.

Muskens

Dit is toch allemaal al ruim bekend. Tak heeft toch niet voor niets de pil; “Het Nederlands Bestuursrecht in Theorie en Praktijk” geschreven.
Ik ga toch een pseudo democratisch vertoon van zekere gemeente niet 19 jaar amuseren? Daar zet ik Fallopica Japonica voor in, zodat hun “overwinning” een des Pyrrus blijkt te zijn.

Michiel Jonker

@40. Muskens

Fallopica Japonica? Uit wikipedia:

“Fallopia Japonica (Japanse duizendknoop). (…) Door de enorme groeikracht en de mogelijkheid van deze plant om overal te groeien (droge en natte grond, voedselrijk en voedselarm, zand, klei en veen) en in al die situaties de andere kruiden en struiken te verdringen wordt de plant internationaal tot de 100 ergste exoten gerekend. De plant kan door scheuren in de fundering huizen binnengroeien en door asfalt heen groeien. Er zijn geen insecten of schimmels die er noemenswaardig van eten (hooguit nectar), waardoor de plant niet in zijn opmars wordt gestuit. Doordat er geen insecten van leven is een ondergroei die door Japanse duizendknoop wordt gedomineerd voor vogels volslagen oninteressant. Een fallopia-vegetatie is in ecologisch opzicht armer dan een maïsakker.”

Het is duidelijk: Fallopia Japonica is de plantaardige belichaming van de vegeterende maar tegelijk gewetenloos woekerende bureaucratie van ambtenaren, (aspirant-)bestuurders en (aspirant-)rechters die ons land in een wurggreep heeft genomen. Wilt u zo’n bureaucratie met een nog ergere, plantaardige variant bestrijden? Dat zou inderdaad een Pyrrusoverwinning opleveren. Of heb ik u verkeerd begrepen?

Joris Baas

In aanvulling op mijn eerdere reactie en als mooie adstructie bij een chicanerende overheid het volgende betoog van de advocate van Baybasin: http://www.bs-foundation.nl/site/wp-content/media_en_files/2012/02/2012-02-07-toelichting-herz-verz-bij-Hoge-Raad.pdf

De feiten zijn zo ernstig, dat ik vermoed dat het chicaneren bijna niet meer mogelijk is. Wellicht is traineren nog de enige (en al gebruikte) optie.

Michiel Jonker

@ 42. Joris Baas

Bedankt voor de link. Maar als het klopt dat de overheid telefoontaps heeft vervalst met als doel om iemand levenslang in de gevangenis te krijgen, dan hebben we het niet alleen over een chicanerende, maar ook over een misdadige overheid.

Ooit heb ik, verbijsterd na lezing van het boek “De Demmink Doofpot” van de heren Poot, de redactie van NRC gevraagd waarom NRC, net als andere Nederlandse “kwaliteitskranten”, zo zwijgzaam was over deze zaak – er bestaat namelijk een verband tussen de zaak-Baybasin en de aantijgingen tegen Demmink. Dit was toch bij uitstek iets om een paar goede onderzoeksjournalisten op te zetten? In reactie hierop mailde een redacteur mij dat hij mij het antwoord op mijn vraag “schuldig moest blijven”.

Via een andere bron hoorde ik later dat er een niet nader omschreven “code” bestaat die het NRC onmogelijk maakt om iets over deze beide zaken te publiceren. Wat die “code” inhoudt, weet ik niet. Misschien gaat het om een soort “fatsoenscode” – die in feite dienst doet ter bescherming van onfatsoen.

De mogelijkheid dat er sprake is van een misdadige overheid in combinatie met een gemuilkorfde (of zichzelf muilkorvende) pers, vind ik erg verontrustend. Dan zijn we echt al ver over de rand van de rechtsstaat.