Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Strafbaar gedrag is alleen een sociale afspraak

Dit najaar zag ik op Canvas een herhaling van The Fog of War, Eleven Lessons from the Life of Robert S. McNamara. In deze bekroonde documentaire uit 2003 vertelt de Amerikaanse oud minister van Defensie onder meer over zijn ervaringen bij de luchtmacht in de Tweede Wereldoorlog. Als jonge stafofficier hielp hij de bombardementen voorbereiden op 63 Japanse steden. Hierbij werd met voorbedachte rade de Japanse burgerbevolking door de Amerikanen vermoord vanuit de lucht, met brandbommen. Grote steden werden soms bijna geheel verwoest. Heel precies werd uitgerekend hoe hoog er gevlogen moest worden voor een maximaal dodelijk effect. McNamara herinnert zich dat zijn generaal ervan overtuigd was dat hij zou worden vervolgd wegens genocide als de Verengde Staten de oorlog zouden verliezen. De Amerikanen wonnen. Er gebeurde niets.

Bekijk hier het bedoelde fragment uit de documentaire, les vijf  ‘Proportionality’. Bij 3.15 zegt McNamara dat hijzelf en zijn commandant zich als oorlogsmisdadigers hebben gedragen

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=hOCYcgOnWUM[/youtube]

 In de collegebanken krijgen rechtenstudenten bij criminologie te horen dat strafbaar gedrag altijd een sociale afspraak is en dus conjunctuurgevoelig, afhankelijk van tijd en plaats. Het klassieke voorbeeld is inderdaad moord. In tijden van vrede is dit de hoogst denkbare inbreuk op de rechtsorde, maar in tijden van oorlog wordt schieten op de medemens, mits in uniform en op bevel, een rechtsplicht. Zelfde samenleving, zelfde normen, andere tijd, andere uitkomst.

Ook moreel is er dan geen verwijt, althans niet officieel. Het is vers twee of de dader kan leven met zijn eigen geweten. McNamara is het gelukt, maar dit is een individuele kwestie, geen staatszaak. Het strafrecht doet een stap opzij. De rechtsorde is tijdelijk geherdefinieerd. Japanse burgers telden niet mee als mensen, dus mocht het. Strafbaarheid is een sociale afspraak naar de moraal van het moment – geen absoluut gegeven, geen onbeweeglijke, magnetische pool van het recht.

In vredestijd is strafrecht er voor vergelding van sociaal onwenselijk gedrag, voor preventie en afschrikking, en wel van wat op dát moment niet wordt gewenst. De dader moet iets worden afgeleerd. Anderen moeten worden ontmoedigd. Het slachtoffer krijgt genoegdoening. De rechtsorde is hersteld. Strafrecht brengt de balans terug, voor het oog, en binnen de sociale conjunctuur van het moment.

Aan strafwaardig gedrag is per definitie nooit gebrek. Al het gedrag is relatief, ook het schuldige. Maatschappelijke opvattingen zetten de toon. ‘Nemen we’ dat nog, vuurwerkoverlast, voetbalrellen of huiselijk geweld? Vroeger hoorde het er op een of andere manier bij. We haalden onze schouders op. Nu kun je de crimibarometer zien verschuiven. Hetzelfde geldt voor bonusbankiers, pedofielen, benzinedieven of pooiers. Daarom volgt de ene nieuwe strafmaatregel de andere op. De bewindslieden Opstelten en Teeven verschillen daarin niet veel van hun voorgangers – hooguit in dienstbaarheid aan het sentiment.

De omvang van strafbaar gedrag volgens de burgers zelf is werkelijk gigantisch. In enquêtes meldt de bevolking jaarlijks 8,5 miljoen delicten. De politie registreert 1,2 miljoen misdrijven. Hiervan worden er maar 275.000 opgehelderd. Het Openbaar Ministerie schrijft er 231.000 in en de strafrechter behandelt er 130.000. Dit is zo’n laag aantal dat de samenleving eigenlijk ontwricht zou moeten zijn, afgaand op de veiligheidsretoriek. Ophelderingspercentage, pakkans, strafkans – het lijkt nergens naar, tenzij we natuurlijk concluderen dat ‘crimineel’ gedrag misschien wel als strafbaar te definiëren valt, maar overigens niet als bijzonder afwijkend. Het laagje beschaving is maar dun.

Justitie en politie doen vooral symbolisch werk. Kennelijk is het voldoende. De gerapporteerde criminaliteit daalt al tien jaar. De straffen en dus de strafdreiging gaat jaarlijks 3 procent omhoog. Het aantal gedetineerden daalt. Gevangenissen moeten worden gesloten. Burgers voelen zich ook persoonlijk steeds minder onveilig.

Alleen denken steeds meer burgers dat de criminaliteit stijgt en dat anderen meer worden bedreigd. Ze zijn dus niet bezorgd over zichzelf, maar over de ander. Het zou met de samenleving slechter gaan.

Een interessante paradox – de individuele burger, zelf gelukkig, redelijk welvarend en tamelijk veilig, denkt dat de samenleving meer wordt bedreigd. Daarom dendert de sanctiemachine van de staat door.

Straffen en boetebedragen gaan omhoog. Verjaring wordt deels afgeschaft. Er komen strafverzwaringsgronden bij. Heropening van strafzaken is vergemakkelijkt. De toegang tot en de vrijheid van de strafrechter is ingeperkt. De Staat straft steeds meer zelf. De rechter zit op de reservebank.

De verharding gaat door. Om de angst te bestrijden, voor iets wat kennelijk alleen anderen bedreigt? Sentiment, het is alles sentiment.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.

Geplaatst in:
Strafrecht
Lees meer over:
integriteit
veiligheid

44 reacties op 'Strafbaar gedrag is alleen een sociale afspraak'

N. van Dijke

Dan krijgen rechtenstudenten helaas het verkeerde te horen; tijd voor echte ethici die les geven aan rechtenstudenten. Het zou toch werkelijk absurd zijn te verklaren dat iets als verkrachting of kindermisbruik in sommige contexten wel verdedigbaar is?

Reinier Bakels

Sorry, dit is een slechte column. Juist omdat bepaalde gedragingen niet alleen bij wijze van sociale afspraak verboden (en strafbaar) zijn, heeft zich de gedachte van de universele mensenrechten ontwikkeld. Ook die zijn een product van de cultuur, maar toch anders. Moord is niet alleen strafbaar omdat we dat “toevallig” zo hebben bedacht. Rechts rijden berust wel op een arbitraiere conventie – en is dan ook geen mensenrecht!

Het aloude “nulla poena sine lege” beginsel (geen straf zonder wet) kent in art. 7 lid 2 EVRM niet voor niets een uitzondering: “Dit [beginsel] staat niet in de weg aan de berechting en bestraffing van iemand, die schuldig is aan een handelen of nalaten, dat ten tijde van het handelen of nalaten, een misdrijf was overeenkomstig de algemene rechtsbeginselen die door de beschaafde volken worden erkend.” Eichmann kwam dus niet weg met het verweer dat hij slechts z’n best had gedaan om zijn oprecht zo efficiënt mogelijk uit te voeren.

Natuurlijk, oorlogen zijn verre van “gezellig”. Toch heeft het oorlogsrecht zich ontwikkeld als discipline die systematisch nadenkt over wat zelfs in een oorlog misdadig is. Een “vuile” overwinning moet ook tot bestraffing leiden.

Studenten krijgen zulke stof overigens niet bij criminologie, maar bij rechtsfilosofie. Criminologie is de sociale wetenschap van misdaad, straf en slachtoffers.

a.zecha

Mijns inziens is “strafbaar” maken in essentie één van de vele aangeklede versies van de persoonlijke behoefte om al dan niet bewuste en duidelijke wraakgevoelens te bevredigen op een andere dan jezelf.

De Haagse behoefte om een Internationaal Strafhof aldaar te huisvesten kan als een weinig evident voorbeeld hiervan worden voorgesteld, maar het bevredigt mijns inziens tevens het alterego van nationale wraakgevoelens: i.e nationale schuldgevoelens.

De Neurenbergse processen zijn een ander voorbeeld van de menselijke binitas wraak- en schuldgevoelens. Hetgeen ook de “The Fog of War” – mijns inziens “elke oorlog” – laat zien.
a.zecha

Luc Peeters

De media hebben tegenwoordig veel meer oog voor criminaliteit, voor individuele verhalen van slachtoffers en dader-achtergronden dan 10 jaar geleden. Dat is de reden dat mensen denken dat de samenleving wordt bedreigd.
Misschien zullen we eens moeten gaan kiezen; óf voor volledige persvrijheid zoals nu, óf we kiezen ervoor dat de overheid de media kan sturen in een wat zakelijker richting. Dat de overheid grenzen stelt dus. Doorgeschoten persvrijheid- zonder aan wie dan ook verantwoording te behoeven afleggen- is ook behoorlijk bedreigend namelijk, zoals de heer Jensma aantoont. Financiële problemen zijn m.i. de oorzaak van deze journalistieke veranderingen.

R.W.Asser

Als gepensioneerde officier van justitie lees ik graag de beschouwingen van Folkert Jensma. Zo genoot ik ook weer van zijn kritische betoog in de krant van zaterdag/zondag 31.12/1.1.’12. Zijn opvattingen en zeker ook de voortreffelijke formulering spreken mij in hoge mate aan. Van harte hoop ik dat hij daarmee in het nieuwe jaar door zal gaan. Misschien mag ik mij ook verheugen op nog eens een betoog over die rampzalige, uiterst kostbare en allang verloren strafrechtelijke “War on Drugs”? Om maar wat te noemen…. Dat zou fijn zijn!

W.R. Ruitenberg

Enkele jaren geleden ben ik in een soort automatisme op een zondagochtend naar mijn werk gefietst, alle signalen dat er iets niet klopte, en die zijn er veel op een zondagochtend om 8.30 uur, zo interpreteren dat het wel klopte. Aldus hield ik mijn wereldbeeld van dat moment in stand. Het was een enorme les, te merken hoe sterk mijn neiging was alles kloppend te houden. En zo zitten veel mensen in elkaar. Ik moest hieraan denken toen ik de bijdrage van de heer Jensma las, over strafbaar gedrag. Trouwens ik waande mij ook in mijn collegebanken 1970 en Hulsman aan het woord.
In theoretische zin heeft Jensma gelijk dat strafbaar gedrag een sociale afspraak is. Maar we hebben te maken met de maatschappelijke werkelijkheid. Vroeger hoorde bepaalde criminaliteit erbij, nu accepteren we het niet meer. “Terwijl we toch zouden moeten weten hoe betrekkelijk de overlast van criminaliteit is.” Wat Jensma over het hoofd ziet is dat Nederland dichter bevolkt is geworden, dus we zitten dichter op elkaar, dan merk je meer van andermans gedrag, je hebt er sneller last van. En dat gedrag is ook nog extremer geworden. Vuurwerk, steeds zwaardere spullen, en steeds meer. Dertig jaar geleden was het dragelijk, nu onverantwoord. Dat zelfde geldt voor voetbalvandalisme, pooiers en bankiers. Het wangedrag is extremer geworden. En in een rechtsstaat moet je een grens trekken.
Vanuit een wonderlijk naïef wereldbeeld doet Jensma, net als Nagel vroeger met de opmerking dat je maar een andere krant moet lezen, de onvrede als irrationeel af. De manier van samenleven verandert, het zou raar zijn dat het Wetboek van Strafvordering dan in marmer gebeiteld zou zijn. Iets waarvan de heer Jensma lijkt uit te gaan.

henk van lievenoogen

@W.R. Ruitenberg: “Dat zelfde geldt voor voetbalvandalisme, pooiers en bankiers. Het wangedrag is extremer geworden.” Bedoelt u dat geld sparen hetzelfde is als naar de hoeren gaan?

Paul Kirchhoff

Mooi betoog van olkert Jensma bij de afsluiting van 2011.
Ik plaats graag een kanttekening bij de vermelding:
“De gerapporteerde criminaliteit daalt al tien jaar.”

De bottleneck is hier “gerapporteerde”
De bereidheid om aangifte te doen en de hindernissen die politie al dan niet bewust opwerpt om een aangifte mogelijk te maken leiden tot het statistisch fraaie gegeven dat er minder aangiften zijn.
Dat neemt niet weg dat er wel degelijk meer criminaliteit is.
Het neemt ook niet weg dat de gevoelens van onveiligheid in de samenleving, die gebaseerd zijn op irrationele gronden, toenemen.

Uit het recente gesprek met de heer Bolhaar op radio1 blijkt geenzins dat het OM dit onderkent en aan de hand van een meer zakelijke aanpak in 2012 een koers gaat varen die inspeelt op nieuwe ontwikkelingen.

Siegfried Bok

Het is een interessant, maar ook beangstigend onderwerp.
En zeker hoe dit ten tijde van oorlog zijn spiegel laat zien.
Deze vorm van beheersing van de samenleving als eenheid is geen constante, want de beperking die ons mensen wordt opgelegd maakt tevens dat wij niet meer kunnen “zingen zoals we gebekt zijn”.
Vlak na een oorlog heerst er over het algemeen een gevoel van saamhorigheid, maar naarmate de vrede langer duurt wordt het individualisme groter en groter en stijgt de onvrede met de dikte van het strafboek.
In mijn zoektocht naar de oorsprong van deze vorm van massabeheersing dateert waarschijnlijk uit de tijd van Confusius.
Dit maakt tevens dat de democratie geleidelijk verandert in een controle-staat, die ik systeemdictatuur en/of demoncratie zou willen noemen.
Dit was in de Griekse tijd zo en wat dat betreft herhaalt de geschiedenis zich tot het einde der dagen.

R. van Hooijdonk

“dus we zitten dichter op elkaar, dan merk je meer van andermans gedrag, je hebt er sneller last van”: en DAT is precies de reden waarom vooral het toenemende gebrek aan handhaving steeds irritanter wordt. We leven (gedwongen; NIET uit vrije keuze) dichter op elkaar, maar zijn te beroerd simpele fatsoensnormen te handhaven die noodzakelijk zijn om dat draaglijk te houden. Wel de verkoop toestaan van apparatuur waarmee je drie dorpen verder anderen kunt laten “meegenieten” van je “muziek”, van auto’s waarmee 300km/hr kan worden gereden waar nergens meer dan 130 is toegestaan en van vuurwerk waarmee ieder jaar weer voor miljoenen schade aangericht wordt terwijl de meerderheid er alleen maar last van heeft, maar vooral niet handhaven. Dat kan niet lang goed gaan zonder dat burgers zelf gaan doen waar de overheid, door diezelfde burgers, voor betaald wordt, maar blijkbaar te beroerd voor is.

P. Kooijman

De vergelijking die in dit stuk wordt gemmaakt tussen de strafbaarheid van moord in vredestijd en moord in oorlogstijd, is onjuist gebaseerd op de stelling dat dit voortvloeit uit een sociale afspraak. Moord (al zal het vaker om doodslag gaan) is in oorlogstijd, net als in vredestijd, niet strafbaar wanneer het geboden is door de noodzakelijke verdediging van land, naasten of goed. Daarvan is in oorlogstijd, tenzij men de agressor is, veelal sprake. De strafbaarhied staat ook dan echter voorop. Ook in oorlogstijd geldt het doden van een ander zonder dat aan dit criterium is voldaan echter als moord of doodslag.

Gerrit de Jonge

“De gerapporteerde criminaliteit daalt al tien jaar. De straffen en dus de strafdreiging gaat jaarlijks 3 % omhoog. Het aantal gedetineerden daalt” aldus Folkert Jensma in zijn overigens zeer lezenswaardige artikel.

Nu is het vaststellen van een correlatie niet zo moeilijk; het vaststellen van een oorzakelijk verband daarentegen is dat wél. Toch zou ik deze cijfers niet zonder nadere toelichting gebruiken in een betoog dat waarschuwt tegen strenger straffen. De informatie die nu is gegeven ondersteunt mijn vermoeden dat strenger straffen wel degelijk een daling van de criminaliteit tot gevolg heeft. Immers: de straffen worden strenger en de criminaliteit daalt.

Aristo B Smith

Het opgeklopte gevoel van op elkaar gepakt zitten en de navenante uitdijing van onveiligheidsgevoelens komt toch echt door bepaalde media die hun verkoopcijfers opdrijven met zoveel mogelijk dreiging. ‘n Moord in Rotterdam of Amsterdam wordt zoveel mogelijk uiteengerafeld om dagenlang de lezer in de ban te houden. Er is toch al jaren een duidelijke afname van het aantal geweldsdelicten met dodelijke afloop, maar het doet er soms op lijken dat op elke straathoek een heuse passiemoord heeft plaatsgevonden en dat van de vroege morgen tot de late avond. Zelfs de moordaanslag op een toymouse houdt ons al dagenlang bezig in de kolommen van bepaalde ochtendbladen. Niets nieuws onder de zon, heb me laten vertellen dat in de eerste jaren van de vorige eeuw het fenomeen sensatiebakken in krantenkolommen smullen voor de pauper was, als deze al kon lezen! Alleen, de hedendaagse pauper wordt geacht meer inzicht te hebben in de wereld om zich heen. Maar dat inzicht is met het voortschrijden van kennis en wetenschap nog niet helemaal ontwikkeld me dunkt…

P. Bruinsma

dat strafbaarheid alleen een sociale afspraak is klopt niet. Al in het oude testament wordt ongewenst gedrag gedefinieerd. Ook het Boeddhisme spreekt zich uit over gedrag dat tot gewenste en ongewenste gevolgend leidt. Daar horen ood en doodslag zeker bij. In het arikel stelt FJ De gerapporteerde criminaliteit daalt al tien jaar.En ook Alleen denken steeds meer burgers dat de criminaliteit stijgt. Ik durf te stellen dat deze uitspraken uiterst speculatief zijn. Ten eerst erkent FJ dat het moeilijk is om aangifte te doen. Wie neemt er nog een dag(deel) vrij om aangifte van de diefstal van een fiets te doen. Mijn dochter wilde aangifte van beroving doe en moest de volgende dag terugkomen. Ten tweede: wie durft er nog aangifte te doen. Zeker met harde wijkgebonden criminalitit zoals bedreiging, vernieling, beroving en inbraak durven velen geen aangifte te doen. Ik ben door een marokkaan bedreigd maar deed geen aangifte. Ten derde is de aangifte drempel verhoogd. Wie doet van vernieling, vandalisme, illegaal vuurwerk etc. nog aangifte? Men is aan zaken gewend en doet maar geen aangifte meer. Ten vierde: wordt de aangifte opgenomen oftwel wil de ambtenaar een aantal uren uittrekken vor de administratieve afhandeling. Voorbeeld: een flatgenoot gooit met opzet een vaas van zes-hoog naar beneden die maar net mist. Poltie erbij en uiteindelijk heeft dit niet tot een aangifte geleid. Ik denk dat er voldoende aanwijzingen zijn om te onderzoeken hoe de aangifte bereidheid is. Maar laat dat onderzoek in godsnaam doen door mensen die daar verstand van hebben en vooral niet door criminologen. Ik herinner mij nog een criminoloog die in de krant beweerde dat er geen relatie lag tussen de islam en criminaliteit. Kort daarna verscheen in dezelfde krant een artikeltje dat de enige Nederlandse gevangene in een gevangenis in Limburg protesteerde dat hij ook halal moest eten net als de rest. Er is dus wel degelijk een relatie maar je kan het dan nog niet zien als een logische verklaring. Uit veel publicaties die ik heb gelezen inclusief een publicatie van de Raad voor de rechtsspraak, gaand over onderzoek door juristen en criminologen, is mij gebleken dat die wat mij betreft nog niet het niveau van een hbo scriptie halen. Of beter, ze hebben hetzelfde niveau als een scriptie waarbij de accreditatie wordt ingetrokken.

yf meurs

Als een overheid de neiging heeft om te rapporteren naar een nog te nemen besluit, waardoor rationaliteit en legitimiteit achterwege blijft, kan je veronderstellen dat ´berechting´ een afspraak is. De rechtelijke macht krijgt hierdoor een onafwendbaar probleem, namelijk het verlies van een eerlijke procesvoering met behoud van fundamentele individuele rechten. Ik zou legio voorbeelden kunnen geven van strafbaar handelen in georganiseerd schemerverband door middel van machtsmisbruik. De oorspronkelijkheid van onze beschaving is vastgelegd in de wet en dus ook het definieren van woorden waardoor niet alleen de wetten zelf verklaarbaar en logisch zijn maar ook de toepassing ervan is begrensd. Voor een pragmaticus zijn de te verwachten resultaten belangrijker dan de ethiek. Als pragmatisme de basis zou zijn voor ´berechting´, is het recht inderdaad een afspraak geworden.

Bart Mak

Interessant stuk. Op wat scherpslijperij na wat mij betreft “spot-on” . De democratie verandert heel geleidelijk in een zelf gekozen politiestaat. Kijk naar de zojuist getekende Amerikaanse NDAA. National Defense Authorasation Act; een wet waar zelfs de gekozen president bezwaar tegen heeft terwijl hij tekent en die grotendeels de beginselen van de Amerikaanse samenleving (vrijheid, recht van spreken, recht op vrije en eerlijke rechtspraak) ondergraaft. Stemt tot nadenken.

W.R. Ruitenberg

@ henk van lievenoogen, nooit gedacht dat iemand dat zou kunnen lezen uit mijn tekst. Met gedrag van pooier respectievelijk bankier bedoel ik de extreme exploitatie ten eigen nutte van prostitué c.q. klant, zonder zich veel te bekommeren om het lot van de ander

Marius van Huygen

“In vredestijd is strafrecht er voor vergelding van sociaal onwenselijk gedrag, voor preventie en afschrikking, en wel van wat op dát moment niet wordt gewenst. De dader moet iets worden afgeleerd. Anderen moeten worden ontmoedigd. Het slachtoffer krijgt genoegdoening.”

Datgene wat nu juist NIET gebeurt dit in verband met de financiele bancaire crises van het neoliberalisme.
Financiele en bancaire speculanten hebben een onvoorstelbare financiele chaos in de samenleving aangericht, vandaar de huidige economische en financiele crises.
Het recht is nog niet eens in staat geweest deze lieden ter verantwoording te roepen, laat staan rechterlijk te vervolgen…
Strafbaar gedrag is in dit verband inderdaad een sociale afspraak (om niet te vervolgen).
Alleen betreft dit een ‘sociale’ afspraak tussen de neoliberale bancaire elite en de politiek. Bankiers kunnen zodoende nog steeds makkelijk achterover leunen en hun bonussen incasseren.
De burgers betalen het gelag en de politiek is bewust machteloos ertegen.

Michiel Jonker

Je kunt heel ver gaan bij het beschouwen van alles als een “sociale constructie”. Zelfs wetenschappelijk aangetoonde feiten kun je zien als geconstrueerd (zie bijvoorbeeld de denkbeelden van filosofen als Descartes, Kant en Hume, de paradigma-theorie van Thomas Kuhn en de stelling dat “anything goes” van Paul Feyerabend in zijn boek *Against Method* – lees vooral de eerste, nog niet gewijzigde editie, de editie met ballen. Ook sommige Aziatische filosofieën en religies, waaronder vormen van Boeddhisme en Taoisme, bieden hiervoor aanknopingspunten, evenals New Age-interpretaties van de quantummechanica en postmodernistische theorieën waarin alles wordt opgevat als “tekst” die kan worden “gedeconstrueerd”).

Logischerwijs kan er eigenlijk weinig worden ingebracht tegen de gedachte dat alles een sociale constructie of afspraak is.

Interessant is wel dat er *binnen* een sociale constructie weer het denkbeeld kan ontstaan dat er iets bestaat dat niet relatief is. Voorbeelden daarvan zijn de drie grote, monotheïstische religies, de ideeënleer van Plato en het sciëntistische positivisme van mensen als Richard Dawkins (*The Selfisch Gene, The God Delusion*).

Wie gelooft dat alles wat we weten, gebaseerd is op een sociale constructie, moet erkennen dat hij zelf geen objectieve basis heeft om claims van anderen te weerleggen dat bepaalde zaken “objectief” of “absoluut” of “niet-relatief” zijn. Vaak zijn dat gevaarlijke claims, die dienen om intolerant en zelfs moorddadig gedrag te rechtvaardigen waarvan andersdenkenden het slachtoffer worden.

Daarom zijn mensenrechten zo belangrijk. Slechts weinig mensen claimen dat er een objectieve basis bestaat om te bepalen welke rechten er precies tot de mensenrechten moeten worden gerekend. Maar er bestaat in grote delen van de wereld wel een consensus dat, los van de precieze definitie van mensenrechten, deze wel beschouwd moeten worden als absolute, “onvervreemdbare” rechten. Juist op grond van hun sociale functie!

“Mensenrechten” zijn dus een manier om pragmatisme en rechtvaardigheid met elkaar te verbinden. Daarom zijn mensenrechten méér dan alleen een sociale afspraak. Ze zijn ook een morele plicht, een “imperatief” (om een term van Immanuel Kant te gebruiken).

Drie verschillen tussen geloof in mensenrechten en het aanhangen van monotheïstische religies springen in het oog: (1) mensenrechten veronderstellen geen autoriteit buiten de mensen zelf; (2) mensenrechten pretenderen niet een sluitende, absolute, volkomen harmonieuze, innerlijk consistente leer te vormen; (3) mensenrechten lenen zich, mits correct begrepen, niet voor het nastreven of bevorderen van bovennatuurlijke doelen.

Mensenrechten kunnen een manier zijn om de “Socratische scheiding” tussen enerzijds “natuur” en anderzijds “menselijk handelen” te overbruggen (zie bijv. Michael Hampe, *Tunguska oder das Ende der Natur*). Deze scheiding is een perceptie en, jawel, een sociale constructie, waarmee we in onze moderne cultuur allemaal worden grootgebracht. Ooit hielp deze perceptie ons om controle te krijgen over de natuur, maar inmiddels richt deze manier van denken, waaraan we ons steeds moeilijker kunnen onttrekken, steeds meer schade aan – zowel in de niet-menselijke natuur als in onze eigen psyche.

Omwille van ons eigen welzijn en het welzijn van onze sociale gemeenschap, doen we er daarom goed aan de mensenrechten niet op te vatten als “slechts een sociale afspraak”, maar als een gebod dat fundamenteler is dan sociale afspraken. Met andere woorden, we doen er goed niet slechts als toeschouwer naar het fenomeen “mensenrechten” te kijken, maar ons er emotioneel mee te verbinden, op een niet-vrijblijvende manier.

Om deze redenen kan ik me aansluiten bij reactie @ 2. (Reinier Bakels).

Igor de Vries

Het argument dat de strafbaarheid van moord relatief is, is vrij onzinnig, immers ook in tijden van oorlog is het schieten op mensen van de “eigen” bevolking/religie/overtuiging niet geaccepteerd. In tijden van vrede behoort “iedereen” tot dezelfde “eigen” groep. Je kunt dus tot de conclusie komen dat “moord” altijd al geaccepteerd is mits op een andere (vijandige) groepering, en daarbij “moord” op “eigen” groep nooit geaccepteerd is. Dit is zelfs bij “primitieve” volkeren zo. Dit betoog rammelt aan alle kanten.

Ed Rook

“Heb je naasten lief zoals jezelf”.

Dat is de mensenrechtenparagraaf van het geloof. Mensenrechten zijn onderdeel van het geloof.

Gerrit de Jonge

@20 Igor de Vries,
Inderdaad is discriminatie tussen groepsgenoten en anderen van alle tijden. Anders gezegd: voor groepsgenoten gelden andere wetten dan voor vreemden. Het Oude Testament en de Koran die ons door “primitieve” volkeren zijn nagelaten laten er geen twijfel over bestaan dat voor geloofsgenoten andere wetten golden dan voor anders-gelovigen. Met “Gij zult niet doden” is bedoeld dat joden geen andere joden mochten doden, maar het doden van Filistijnen werd door hun God aangemoedigd.

Ik wil er nog iets aan toevoegen. Het verbod op doden van groepsgenoten heeft niets van doen met “sociale afspraken”. Alle dieren die in groepen leven hebben “ontdekt” dat ze van groepsgenoten moeten afblijven, en dat groepsgenoten nuttig zijn om tezamen andere groepen te bestrijden. Ook sociaal levende insecten zoals mieren, termieten en bijen hebben met heel weinig hersens en zonder rechtsfilosofen ontdekt dat groepen uiteenvallen als groepsgenoten elkaar bestrijden, maar dat bestrijden van andere groepen de levensruimte van de eigen groep vergroot.

Michiel Jonker

@ 20. Igor de Vries, en @ 22. Gerrit de Jonge

Dank voor uw relativerende bijdragen! Toch een vraag. Ziet u enig functioneel verschil tussen mensenrechten en “termietenrechten”? Of is dat volgens u één pot nat?

Een tweede vraag. Hoe vindt u dat we moeten omgaan met diegenen die we uit de groep stoten? Bijvoorbeeld het klasgenootje met de dikke bril? De homoseksueel? De moslim? De vrouw? De klokkenluider? De terrorist? De verliezend finalist van de Nederlandse voorrondes van het Songfestival? Moeten we die rücksichtslos bestrijden om de levensruimte van onze eigen groep te vergroten?

Gerrit de Jonge

@23 Michiel Jonker,
U stelt 2 vragen. Over de tweede moet ik nog nadenken, u krijgt hier antwoord op de eerste vraag.

“Ziet u enig functioneel verschil tussen mensenrechten en termietenrechten, of is dat volgens u één pot nat?” vraagt u mij. Het woord “functioneel” is in deze vraag cruciaal, omdat het gebruik daarvan een levensbeschouwing onthult. Door de vraag te stellen of een eigenschap een functie heeft, verraad je dat je denkt dat er een schepper is die mensen en andere dieren eigenschappen heeft gegeven met een bepaald doel. Vleugels om te vliegen bijvoorbeeld. Indien je, zoals ik, niet in een schepper gelooft, vermijdt je het woord functie en stel je alleen maar vast dat het effect van vleugels is dat de bezitter ervan kan vliegen. Je kunt vervolgens beredeneren dat die vleugels zijn ontstaan en geperfectioneerd doordat de dieren met de beste vleugels de beste overlevingskansen hadden.

Anders dan termieten worden mensenkinderen door hun opvoeders eigenschappen aangeleerd waarvan vooraf bedacht is wat zij en de samenleving (hun groep) er aan hebben. Welk gedrag strafbaar is, is zoals Folkert Jensma betoogt een sociale afspraak en ik voeg daar aan toe dat er over nagedacht is, zodat bestraffen functioneel is. Het besef van mensenrechten, en de inhoud daarvan is ook allemaal bedacht met een vooropgezet doel. Die mensenrechten zijn dus functioneel. In mijn visie heeft niemand over termietenrechten nagedacht, zodat mensen- en termieten rechten niet één pot nat kunnen zijn.

Die termieten heb ik genoemd om te illustreren dat niet al ons gedrag aangeleerd is en een erfenis van onze dierlijke voorouders. Je kunt er lang over twisten wat er allemaal is aangeboren, maar het lijkt me welhaast zeker dat de neiging om tussen groepsgenoten en anderen te discrimineren is aangeboren.

Gerrit de Jonge

@23 Michiel Jonker,
Uw tweede vraag is: “Hoe vind u dat we moeten omgaan met diegene die we uit de groep verstoten?” en daarop aansluitend “Moeten we die rücksichtloos bestrijden?”. Als beta wetenschapper ben ik meer bedreven in het beschrijven van de wereld zoals die is, dan hoe die zou moeten zijn, maar ik zal mijn best doen.

U laat met uw voorbeelden al zien dat u beseft dat het begrip “groep” meerledig is, zodat er ook meer antwoorden zijn. De verliezer van het songfestival is een aparte categorie omdat het hier gaat om een groep (zangers) waar je vrijwillig voor kiest en als je niet kan zingen dan kun je je niet handhaven in die groep en daar doen we allemaal aan mee. Als u met een vrouw uitgaat en indruk op haar wilt maken dan gaat u niet eten in het goedkoopste restaurant om daarna gezellig naar de verliezers van zangwedstrijden te gaan luisteren.

Als u met “groep” de hele Nederlandse bevolking bedoelt dan weet u best wat we doen met degenen die zich daar niet kunnen handhaven. Die “verstoten” we naar gekkenhuizen, verzorgingshuizen, blijf van mijn lijf huizen, gevangenissen etc. Als u dat rücksichtloos bestrijden van verstotenen noemt is dat uw woordkeuze, niet de mijne en ik weet geen betere oplossing.

Als een vrouw door haar man uit haar groep (het gezin) wordt verstoten dan wordt ze in ons land niet rücksichtloos bestreden, maar krijgt ze vrij makkelijk een uitkering. Een betere oplossing weet ik niet.

Als een Moslim uit zijn groep wordt verstoten schijnt hij grote kans te hebben om door zijn voormalige groepsleden om zeep te worden geholpen. Voor dit rücksichtloos bestrijden voel ik me niet verantwoordelijk.

In het algemeen gesproken verwerp ik het rücksichtloos bestrijden niet; de keus van je eigen methoden hangt af van de methoden die de tegenstander verkiest. Terrorisme en besmettelijke ziekten mogen daarom voor mij best rücksichtloos bestreden worden. Dat onze voorouders op de ketterverbrandingen door de katholieken hebben gereageerd met een gewapende opstand kan ik billijken.

Tegen het bestrijden van andere groepen ten gunste van de eigen groep heb ik geen algemeen geldend principiëel bezwaar. Ik voel me er als ongelovige best prettig bij dat mijn groep van ongelovigen zijn domein heeft vergroot ten koste van dat van de religies. Dat je hier premier kunt worden zonder over je ongeloof te moeten liegen zoals in Amerika, beschouw ik als pure winst. Het doet me deugd dat wij ongelovigen daar geen kogel voor hebben hoeven afschieten, maar als de gelovigen kiezen voor rücksichtloos bestrijden van ongelovigen, dan wil ik ze best een koekje van eigen deeg geven.

Michiel Jonker

@ 24. Gerrit de Jonge

Dank voor uw reactie. Ik zie in dat mijn eerste vraag niet duidelijk genoeg was. Ik weet niet of er een “schepper” (in traditioneel levensbeschouwelijke zin) is. Misschien scheppen de natuur en/of het leven zichzelf wel – zijn zij dan de “schepper”?

Met mijn vraag over een “functioneel” verschil tussen mensenrechten en termietenrechten doelde ik op een verschil in de manier waarop deze rechten functioneren voor diegenen die er aanspraak op (kunnen/mogen) maken en voor diegenen die deze rechten handhaven.

Dat er over mensenrechten door mensen is nagedacht, ligt voor de hand. En wie weet is er over termietenrechten ook wel (collectief) nagedacht door (groepen van) termieten. Het idee van collectieve intelligentie is in het boek “Gödel, Escher, Bach” mooi uitgewerkt in de vorm van “Aunt Hillary”, een mierenhoop die, als ik me goed herinner, communiceert met een miereneter die selectief kleine wezentjes opeet die deel van haar uitmaken.

Op het punt van intelligentie hoeft er dus geen verschil te zijn. Ook het onderscheid tussen “aangeboren” en “aangeleerd” vind ik niet zo interessant als het om rechten gaat. Sinds Darwin is dat onderscheid steeds verder vervaagd: wat je voorouders hebben aangeleerd en aan jou overgedragen, is voor jou eigenlijk gewoon aangeboren.

Interessanter is de vraag: wat is de BETEKENIS van mensenrechten voor mensen, en van termietenrechten voor termieten (…en van mierenhooprechten voor mierenhopen)? Zijn die rechten in alle gevallen alleen een sociale “afspraak” die naar willekeur gewijzigd kan worden – soms wat sneller, soms wat langzamer? En hoe wordt die wil dan gevormd? Of is er in sommige gevallen sprake van méér dan alleen willekeur? Zo ja, wat is er in dat geval dan aan de hand?

Fictief voorbeeld. In het pre-revolutionaire Liberdorië heeft dictator Goldoni gedecreteerd dat alle mensen recht hebben op een Facebook-account. Hij noemt dat een “sociaal mensenrecht”. In de praktijk is het voor de Liberdoriërs wel zo verstandig van dit recht ook gebruik te maken en hun gehele vriendenkring op die manier transparant te maken, met name ook voor Goldoni’s veiligheidsdiensten.

In reactie op het decreet komen in het zuiden van het land de zogeheten “10.000 termietenheuvels” in opstand en verklaren zich onafhankelijk. Deze boodschap wordt door middel van miereneters aan Goldoni overgebracht (hun vacht is door bijtend zuur aangetast in de vorm van letters in het Liberdorische schrift). Het blijkt dat de termieten(heuvels) in het geheim bijzonder geavanceerd wapentuig hebben ontwikkeld, en nu in staat zijn Goldoni’s gevechtsvliegtuigen zonder moeite uit de lucht te halen.

De termieten(heuvels) hebben ook eigen, ondergrondse versies van Facebook ontwikkeld (Gazebook, Fluebook, Feelerbook en Antlerbook) en willen geen pottenkijkers. Zij verklaren dat elke termiet recht heeft op zogeheten “termieten-privacy”, wat in de praktijk neerkomt op het recht om niet deel te nemen aan Facebook.

Goldoni wil de hulp inroepen van de Verenigde Naties en van een niet nader aangeduid, machtig militair bondgenootschap. Hij wil daarvoor een beroep doen op de “termietenrechten”. Volgens Goldoni heeft ook elke termiet recht op Facebook, en hij is bereid dat recht gewapenderhand te verdedigen. Maar daarvoor heeft hij de drones en de Stealth-technologie nodig van het niet nader aangeduide, militaire bondgenootschap, plus een resolutie van de Verenigde Naties die gewapende acties legitimeert.

Goldoni roept zijn beste juristen bijeen en draagt hen op binnen twee weken met een interpretatie van de termietenrechten te komen waarmee hij op de eerstvolgende Algemene Vergadering van de Verenigde Naties steun kan krijgen voor de gewenste resolutie.

De juristen trekken bleek weg. Want hoe kunnen zij erachter komen wat termietenrechten inhouden? In de dierentuin van Zirkous, de hoofdstad van Liberdorië, kwijnen drie oude, zieke miereneters weg, veel te weinig om een slimme, effectieve communicatie met de 10.000 termietenheuvels op gang te brengen.

Wat kan een termiet van het inter-heuvelijke rechtsstelsel verwachten? Hoe worden de termietenrechten in de praktijk gedefinieerd, geïnterpreteerd en gehandhaafd? Door middel van een wetboek, een DNA-sequentie of een stofje dat wordt afgescheiden tijdens het rottingsproces dat in elk van de 10.000 heuvels de energievoorziening regelt? Bestaat er, los van groepsgebonden kenmerken, ook een fundamenteel verschil tussen Facebook en Gazebook?

Hopelijk is mijn vraag nu duidelijker. Ik wacht met spanning op uw volgende reactie.

Michiel Jonker

@ 25. Gerrit de Jonge

Inmiddels heb ik ook uw antwoord op mijn tweede vraag bekeken. De kern van uw betoog heeft u vervat in twee passages, waarop ik commentaar zal leveren:

(1) Eerste passage: “Als beta wetenschapper ben ik meer bedreven in het beschrijven van de wereld zoals die is, dan hoe die zou moeten zijn, maar ik zal mijn best doen.”

Commentaar: In het recht en in het bestuur gaat het er niet alleen om hoe de wereld zou moeten zijn, maar ook hoe we daarnaartoe kunnen werken vanuit de huidige realiteit. Als we bijvoorbeeld een wereld willen waarin mensen niet op eigen houtje andere mensen doden, dan weten we dat zo’n wereld waarschijnlijk nooit gerealiseerd zal kunnen worden. Maar door middel van recht en bestuur kunnen we het aantal moorden wel verminderen. Ik neem aan dat u het, ook als beta-wetenschapper, met me eens bent dat het zinvol is na te denken hoe we de wereld kunnen verbeteren, of althans een verslechtering kunnen voorkomen.

(2) Tweede passage: “In het algemeen gesproken verwerp ik het rücksichtloos bestrijden niet; de keus van je eigen methoden hangt af van de methoden die de tegenstander verkiest. Terrorisme en besmettelijke ziekten mogen daarom voor mij best rücksichtloos bestreden worden. Dat onze voorouders op de ketterverbrandingen door de katholieken hebben gereageerd met een gewapende opstand kan ik billijken. Tegen het bestrijden van andere groepen ten gunste van de eigen groep heb ik geen algemeen geldend principiëel bezwaar.”

Commentaar: Uw reactie roept bij mij een vervolgvraag op. Wat is, afgezien van de keuze van concrete groepen die bestreden moeten worden, het verschil tussen uw opvatting en die van bijvoorbeeld de Nazi’s of een drugskartel?

Om dit te illustreren, keer ik even terug naar het fictieve voorbeeld van Liberdorië (zie mijn reactie @26 op uw reactie @24). Het verhaal gaat als volgt verder.

Terwijl de juristen van dictator Goldoni zich het hoofd braken hoe ze tot een overtuigende beschrijving van “termietenrechten” konden komen die tevens voldeed aan de wensen van Goldoni, verzamelde zich voor de zwaar beveiligde, betonnen ingang van Goldoni’s residentie een kleine menigte. Deze bestond uit biologen, ethnologen, antropologen, natuurliefhebbers, milieu-activisten en een enkele, verdwaalde beta-wetenschapper.

Zij protesteerden tegen Goldoni’s plan om de 10.000 termietenheuvels in het zuiden aan te vallen en te vernietigen, om zo de toegang van termieten tot Facebook te waarborgen. Het argument van de betogers was NIET dat de vernietiging van de termieten contra-productief zou zijn als het ging om de toegang van termieten tot Facebook. De demonstranten dachten niet zo instrumenteel – in ieder geval niet op die manier.

Nee, hun argumenten waren: (a) dat termieten, net als mensen, recht hebben op leven; (b) dat de biodiversiteit van Liberdorië en van de planeet geschaad zou worden als de 10.000 termietenheuvels van de aardbodem zouden worden weggevaagd; en (c) dat de eigenlijke reden voor Goldoni’s plan was dat er zich in het gebied van de termietenheuvels vermoedelijk rijke oliereserves bevonden.

Tussen de met bladgoud beklede wanden van zijn betonnen residentie, beraadslaagde Goldoni met zijn naast medewerkers: generaals en politiechefs. Naakte dienaressen (de zogeheten “werkmiertjes”) droegen op dienbladen allerlei lekkernijen aan, om de gedachtenvorming van de leiders te stimuleren.

“Hoe kan het,” vroeg Goldoni zich af, terwijl hij zijn borstelige wenkbrauwen omhoog trok met gevoel voor dramatiek, “dat deze wetenschappers en natuurfreaks, die ik altijd in de watten heb gelegd zodat ze de roem van ons land konden verbreiden, zich nu tegen ons keren? Wat moeten we met ze doen?”

De generaals en politiechefs knikten. Het hoofd van één van Goldoni’s geheime diensten zei: “Het zijn landverraders. Wat zij doen is strafbaar volgens de Liberdorische wet, want ze beledigen de regering en brengen daarmee de staat in gevaar, en dus ook het Liberdorische volk. Ik zie maar één goede benadering: rücksichtlos optreden. We zijn per slot van rekening geen Mickey Mouse.”

“Hoe zie je dat voor je?” glimlachte Goldoni. Het hoofd van de geheime dienst antwoordde: “Via Facebook kennen we al hun vrienden en familieleden. We pakken iedereen tegelijk op en sturen ze als vrijwilligers naar het zuiden, als onderdeel van verkenningsmissies tegen de termieten.” Op Goldoni’s gezicht brak er nu een brede grijns door. “Briljant!” zei hij. “En wanneer ze het loodje hebben gelegd, zijn er niet alleen termietenrechten geschaad, maar ook onze eigen mensenrechten!”

“Inderdaad,” antwoordde het hoofd van de geheime dienst respectvol. “Maar het zou wel snel moeten gebeuren, nog vóór uw vertrek naar de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.” Goldoni wendde zich naar zijn secretaris: “Haal een mode-ontwerper uit het Land van de Onbegrensde Mogelijkheden, om rouwkleding voor mij te ontwerpen, met een motief van bloemen en planten. Bij de Verenigde Naties zal ik niet alleen rouwen om die biologen en milieufreaks, maar ook om de biodiversiteit zelf! Want dat is wat die verraders in het zuiden gaan bestuderen. Dat is hun recht.”

Het hoofd van de geheime dienst boog zijn hoofd. “U bent een nobel mens,” sprak hij.

Gerrit de Jonge

@26,27 Michiel Jonker,
Met veel woorden zegt u weinig. De netiquette adviseert om een standpunt met circa 200 woorden te onderbouwen. Welk standpunt u verdedigt ontgaat me. In plaats van standpunten te verdedigen stelt u in deze en andere berichten alleen maar vragen. Ik ga op één vraag in, niet om die te beantwoorden maar om u te wijzen op de tekortkomingen in uw wijze van vragen stellen.

U vraagt: “Wat is het verschil tussen uw opvatting en die van bijvoorbeeld de Nazi’s of een drugskartel?”. U bent onnodig beledigend door te suggereren dat ik een Nazi of drugssmokkelaar ben. Ernstiger tekortkomingen zijn dat u niet zegt (1) welke opvatting van mij u bedoelt en (2) welke Nazi opvatting u bedoelt. Als met zoveel ideologieën zullen er veel Nazi-opvattingen zijn die ik wel en die ik niet deel. Uw vraag is dus in een discussie als deze niet te beantwoorden. Voor alle duidelijkheid: u moet niet vragen naar een mening over naziopvattingen, maar naar een mening over één bepaalde Nazi-opvatting.

U en ik vinden niet dezelfde dingen belangrijk. Termieten en dierenrechten interesseren u in hoge mate en mij helemaal niet omdat ze niet bestaan. Rechten zijn de vrucht van afspraken (zie Folkert Jensma’s stuk) en zijn deel van de twee-eenheid rechten en plichten.

Het interesseert u niet welk gedrag aangeboren en aangeleerd is; mij juist wel, zeker in het kader van de onderhavige discussie. Bijoorbeeld: We zullen het er wel over eens zijn dat het aangeboren is dat we lol beleven aan sexueel gedrag. Maar, vooral de RK kerk heeft sexueel gedrag altijd besproken in de sfeer van zonde, en zich uitgesloofd om dat gedrag te beperken omdat het zondig zou zijn. De gemaakte fout is dat de RK kerk door regelgeving een natuurlijk gedrag, met een sterke aangeboren motivatie heeft willen beperken.
Een soortgelijke fout wordt heden ten dage gemaakt door vooral de linkse kerk. Dié kerk wil ons dwingen om te geloven dat discriminatie en aanverwant gedrag de grootste zonde is die mensen kunnen begaan. Maar ook hier geldt dat de mens net als andere dieren wordt geboren met een aangeboren voorkeur voor groepsgenoten en wantrouwen tegen andere dan groepsgenoten.

Tot slot moet ik u een illusie ontnemen. U vindt biodiversiteit belangrijk, en lijkt moeite te hebben met strijd of concurrentie tussen groepen. U bent een vat vol tegenstrijdigheden. Biodiversiteit wordt niet bedreigd, maar juist bevorderd door concurrentie. Zo zijn wij mensen op weg ons op te splitsen in tientallen soorten. Ook leken kunnen zonder moeite tientallen ondersoorten onderscheiden, elk met hun eigen specialisaties en vaardigheden (leken spreken van rassen). Momenteel verschillen die ondersoorten nog onvoldoende van elkaar om ze “soorten” te noemen, maar geef de evolutie nog een paar duizend jaar, en de echte soorten ontstaan vanzelf, althans als we een beetje competitie en rivaliteit tussen de ondersoorten weten te handhaven. Mooi toch, een verdertigvoudiging van het aantal mensensoorten als biodiversiteit de nieuwe heilige graal is. Een ander voorbeeld is de ijsbeer: die stamt af van de sukkels die door sterkere soortgenoten zijn verjaagd naar voor beren aanvankelijk onbewoonbare randgebieden.

Mijn vraag aan u: Geef voortaan eens een standpunt, en stel daar een beantwoordbare vraag bij.

Michiel Jonker

@ 28. Gerrit de Jong

Waarom denkt u dat ik suggereer niet dat u een Nazi of een drugssmokkelaar bent? Dat doe ik niet.

Maar ik constateer wel dat uw opvatting dat er in beginsel geen bezwaar is tegen rücksichtslose strijd tussen groepen, een overeenkomst vertoont met die van Nazi’s en drugskartels. Nazi’s noemden zulke groepen “rassen”. Drugskartels noemen zulke groepen: “Wij zijn cool en we pakken die kl*******en die onze handel proberen af te pakken”.

Ik citeerde uw opvatting vlak voordat ik mijn vraag stelde, ervan uitgaande dat u in staat bent om begrijpend te lezen.

Vervolgens vroeg ik beleefd wat volgens u het verschil is tussen uw opvatting op dit punt, en die van Nazi’s en drugskartels. U heeft (nog steeds) alle gelegenheid om dat duidelijk te maken.

Overigens zie ik een verschil tussen “strijd” en “concurrentie”. Concurrentie tussen mensen vindt plaats binnen een samenstel van afspraken, terwijl een strijd tussen mensen gepaard kan gaan met het schenden van alle (sociale) afspraken.

Wat biodiversiteit betreft, die wordt soms bedreigd en soms bevorderd door concurrentie. Er is niet één beste standaard-recept voor behoud of groei van biodiversiteit (als je dat een goed doel vindt – je kunt natuurlijk ook dol zijn op de steriliteit van zuivere H2O).

De afgelopen honderd jaar lijken mensen steeds meer één soort te zijn geworden (globalisering, vermenging van zowel genen als culturen). Welke verschillende mensensoorten ziet u ontstaan? Ik neem aan dat u de medewerkers van de Albert Heijn en de C1000 niet als twee verschillende mensensoorten beschouwt.

Gerrit de Jonge

@29 Michiel Jonker,
We dwalen af. Mijn bijdragen zijn een reactie op Folkerts artikel daar waar onze houding tegenover soortgenoten in tijden van oorlog en vrede wordt besproken. Ik heb betoogd dat er altijd verschillen in gedrag tegenover groeps- en niet-groepsgenoten zijn en heb er mijn bezorgdheid over geuit dat wetgevers niet altijd voldoende rekening houden met de aangeboren eigenschappen van de mens.

Dat u de nazi’s noemt in een poging mijn opvattingen te qualificeren is wel degelijk onnodig beledigend. U had mij ook kunnen vragen wat ik vind van het naoorlogse Nederlandse beleid om de overlevende Joden naar Israël te dirigeren. U had mij kunnen vragen wat ik vind van het Engelse streven om Afrika van Caïro tot de Kaap te beheersen. U had mij kunnen vragen wat ik vind van het Nederlandse streven om de Indische archipel van Atjeh tot Nieuw-Guinea te beheersen of het Franse steven om Noordwest Afrika te beheersen. U had kunnen vragen wat ik van Karel de Grote vind die één groot Christelijk Europees rijk wist te creëren. Maar u wilt van me weten wat ik van het nazistreven vind. Welnu, ik geef daar geen oordeel over, maar zie geen verschil tussen het nazi streven om West Europa onder Duits gezag te brengen en al dat andere imperialistische streven. Ik benadruk wel dat ik geen uitspraak doe over de methoden en alleen over de ideologie. Ik ken “Mein Kampf” niet, maar denk dat het vergassen van Joden daarin niet wordt genoemd zoals het Nieuwe Testament het verbranden van ketters niet noemt.
Zelf ben ik geen voorstander van wereldrijken. Ik heb er in de bijdragen hier en elders geen twijfel over laten bestaan dat ik geen heil zie in mengen van culturen. Het lukt gewoon niet. Heel mijn leven heb ik de worsteling gezien om van Europa een eenheid te maken, en gelijktijdig heb ik een stuk of 20 nieuwe landen volgens etnische grenzen zien ontstaan. De enige succesvolle fusie was die tussen Oost- en West Duitsland, maar beide landen werden bevolkt door Duitstalige Duitsers met een christelijke achtergrond.

In uw laatste alinea probeert u mij weer belachelijk te maken. Moet u niet doen; u weet dat ik bioloog ben en op dat gebied niet zo gauw onzin vertel. De vraag of twee populaties tot één soort behoren wordt tegenwoordig met moleculair genetisch onderzoek beantwoord. We hebben eeuwen gedacht dat er maar één soort gems was, maar sinds enige jaren weten we dat er in Europa zes soorten gemzen rondlopen die uiterlijk veel meer op elkaar gelijken dan bijvoorbeeld een papua en een eskimo. Datzelfde moleculair genetische onderzoek wijst ook keer op keer uit dat de bestaande menselijke ondersoorten ondanks globalisering nog steeds door autonome processen uit genetisch uit elkaar groeien.

U ziet een verschil tussen strijd en concurrentie. Ik niet. Van Dale noemt van “strijd” vijf betekenisen en van “concurrentie” drie en noemt ook nog “concurrentiestrijd”.

Wat u over biodiversiteit zegt is juist, maar u verzuimt weer om een eigen standpunt te noemen. Vind u nu dat biodiversiteit moet worden bevorderd of niet? En ook, vindt u het streven naar homogeniseren van de mensheid nou verkieslijker dan dat de wetgever er zich bij neerlegt dat mensen geneigd zijn homogene groepen te vormen die vreedzaam naast elkaar kunnen leven in gebieden waarvan beide partijen de grenzen erkennen?

Michiel Jonker

@ 30. Gerrit de Jonge

U dwaalt inderdaad af. Spreek voor uzelf. U komt met een opsomming van allerlei activiteiten van imperialistische kolonisatoren, mogelijk bedoeld als extra voorbeelden van “rücksichtslose strijd”. Daar zijn er meer dan genoeg van. Ik kan bijvoorbeeld nog toevoegen: de Mongoolse veroveraars onder Djengiz Khan, de Rode Khmer in Cambodja (1975-1979, gesteund door zowel China als de Verenigde Staten), Hutu’s in Rwanda (1994), de Serviërs bij Srebrenica (1995), etc. etc. etc.

Mijn vraag had echter betrekking op uw opmerking dat u rücksichtslose strijd tussen groepen in het algemeen niet verwerpt, en dat u er geen principiële bezwaren tegen heeft.

Ik citeer mijn vraag nog maar eens: “Wat is, afgezien van de keuze van concrete groepen die bestreden moeten worden, het verschil tussen uw opvatting en die van bijvoorbeeld de Nazi’s of een drugskartel?”

Op die vraag heeft u nog steeds geen antwoord gegeven.

Wel schrijft u nu, tot mijn verbazing: “Maar u wilt van me weten wat ik van het nazistreven vind. Welnu, ik geef daar geen oordeel over, maar zie geen verschil tussen het nazi streven om West Europa onder Duits gezag te brengen en al dat andere imperialistische streven. Ik benadruk wel dat ik geen uitspraak doe over de methoden en alleen over de ideologie.”

Nu word ik pas echt ongerust en stel u twee vervolgvragen:

– Vindt u “rücksichstlose strijd” als METHODE van de Nazi’s (maar bijv. ook van drugskartels, de Rode Khmer, Europese kolonisatoren, Gaddafi, Assad of de Argentijnse junta van de zeventiger jaren) aanvaardbaar?

(Mijn mening: ik vind die methode niet aanvaardbaar.)

– Denkt u dat rücksichtslose strijd als methode van de Nazi’s geheel losstond van hun ideologie? Zo niet, welk verband ziet u dan tussen hun ideologie en deze methode?

(Mijn mening: ik zie wel een verband. Meer in het algemeen vermoed ik dat totalitaire ideologieën, of ze nu religieus of seculier van aard zijn, ten opzichte van niet-totalitaire ideologieën een verhoogd risico met zich meebrengen dat ze leiden tot, of als excuus worden gebruikt voor rücksichtslose strijd als methode.)

U geeft geen antwoord op mijn vraag welke menselijke ondersoorten u momenteel ziet ontstaan. Noem er eens een paar. En geef dan eens concreet aan welke verschillen er tussen deze ondersoorten vallen waar te nemen. Niet alle verschillen leiden tot een onderscheid tussen “soorten”. Dat ik een een andere bloedgroep heb dan sommige van mijn familieleden, is bijvoorbeeld interessant in bepaalde noodgevallen, maar maakt ons nog niet tot leden van verschillende ondersoorten.

Ook zou het afwijzen van sollicitanten op grond van hun bloedgroep terecht tot klachten over discriminatie leiden. U heeft het over moleculaire biologie. Begrijp ik het goed dat u geen principiëel bezwaar heeft tegen een rücksichtslose strijd tussen rassen die op basis van hun moleculair-biologische eigenschappen worden gedefinieerd?

U ziet geen verschil tussen “strijd” en “concurrentie”. Aha. Maar u gaat niet in op het verschil dat ik noemde. Misschien een idee om een beetje beter te kijken?

U wilt mijn standpunt over biodiversiteit. Dat is als volgt. Ik ben in beginsel een voorstander van behoud en bevordering van biodiversiteit, om twee redenen. (1) Zonder biodiversiteit sterven ook wij mensen uit, en dat vind ik een onprettig idee. Een afname van biodiversiteit vergroot het risico op destabilisering van ons ecosysteem, en daarmee ook op ons eigen uitsterven. (2) Ik voel me ethisch verplicht om het behoud van biodiversiteit te steunen. Ik voel dat het goed is om alle levensvormen te eerbiedigen en waar mogelijk de ruimte te geven om zich te ontwikkelen, ook al weet ik dat het niet altijd zal lukken, en ook al heb ik zelf ook wel eens een mug doodgeslagen en mijn WC gereinigd met een krachtig middel.

De aanvaarding van rücksichtslose strijd, gevoerd door mensen, is het tegenovergestelde van de overtuiging dat zulke strijd vermeden moet worden, bijvoorbeeld dankzij eerbied voor mensenrechten of door middel van sociale afspraken. Strafbaarstelling van rücksichtslose strijd is mijns inziens niet alleen een sociale afspraak, maar ook een plicht voor elke gemeenschap van mensen die zichzelf als soeverein ziet. Elk lid van zo’n gemeenschap heeft mijns inziens de plicht zo’n strafbaarstelling te steunen, en om in zijn persoonlijke leven gewetensvol om te gaan met de mogelijkheid strijd te leveren.

Uw opvatting dat rücksichtslose strijd acceptabel is, wordt mijns inziens crimineel zodra u deze opvatting effectief in praktijk brengt, of anderen met succes daartoe aanzet. Zolang u dat niet doet, vind ik uw opvatting verwerpelijk en immoreel, maar niet per se crimineel.

Gerrit de Jonge

@31 Michiel Jonker,
U lijkt er moeite mee te hebben dat ik rücksichtloze strijd niet absoluut afwijs. In @25 heb ik gezegd: “In het algemeen gesproken verwerp ik het rücksichtloos bestrijden niet; de keus van de methoden hangt af van de methoden die de tegenstander verkiest”. U zeurt daar nu al een week over, maar ik heb alleen maar een waarheid als een koe verkondigd die alleen u betwist. Ik heb heel wat beschouwingen over WO II gelezen, maar ik heb nooit gelezen dat de geallieerden zich bij de landing in Normandië hadden moeten beperken tot het sturen van galeien met boogschutters omdat zwaardere wapens immoreel of crimineel zouden zijn. Om bij Folkerts artikel te blijven: steden bombarderen is een nazi-uitvinding (Rotterdam, Londen), en dat de Engelsen als reactie daarop Duitse steden zijn gaan bombarderen lijkt me logisch. Hadden onze voorouders Hitler dan de oorlog moeten laten winnen, alleen maar omdat Michiel Jonkers hen anders criminelen zou noemen?

U zeurt ook al een week om een antwoord op de vraag of mijn opvattingen verschillen van die van de nazi’s. Ik heb glashelder duidelijk gemaakt dat ik niet weet waarin de nazi-opvattingen verschillen van andere imperialistische bewegingen, en ik heb u gevraagd om duidelijk te maken welke opvattingen u bedoelt. Vermits u ondanks de productie van veel worden mijn onwetendheid niet wegneemt heb ik me alleen uitgesproken over imperialisme in het algemeen, en mijn antwoord was niet mis te verstaan.

U hebt mij gevraagd welke menselijke (onder)soorten ik zie ontstaan. Ik beperk me tot: “kijk om je heen”, en ik zal u zeggen waar u op moet letten. “Soort” en “ondersoort” zijn concepten zonder morele betekenis, die nuttig zijn om om flora en fauna te beschrijven. Twee populaties die tot één soort lijken te behoren en verschillende gebieden bewonen noemen we ondersoorten als ze zodanig van elkaar verschillen dat aan elk individu te zien is tot welke populatie hij behoort. Ik hoef u toch niet te zeggen welke menselijke ondersoorten er met deze werkdefinitie aangewezen kunnen worden. Ondersoorten worden als soortgenoten beschouwd wanneer leden van die ondersoorten met elkaar vruchtbare nakomelingen voortbrengen als ze de kans krijgen. Doen ze dat niet, dan zeggen we: ze gedragen zich als verschillende soorten. Ik hoef u toch ook niet te zeggen welke menselijke ondersoorten in onze multiculturele samenleving hun kansen laten liggen en zich gedragen als soorten. Ondersoorten die zich lang genoeg gedragen als soort, worden vanzelf soorten.

Het doet me genoegen dat u biodiversiteit wilt bevorderen, maar ik wil voorkomen dat u het op de verkeerde gronden propageert. Tropische eilanden worden hogelijk gewaardeerd en zijn voor velen iconen van het paradijs. Echter, de biodiversiteit van eilanden is altijd veel en veel geringer dan die van continenten. Noch de mensen (die dat zelden in de gaten hebben), noch de ecologische stabiliteit hebben onder die geringe diversiteit te lijden.

Michiel Jonker

@ 32. Gerrit de Jonge

U klinkt een beetje boos en u blijft een beetje vaag.

Bijvoorbeeld wanneer u schrijft: “De keus van de methoden hangt af van de methoden die de tegenstander verkiest”. Ik zie Willem Frederik Hermans al kamperen in het hoge noorden, met al die muggen. “Nooit meer slapen?” vraagt hij zich getergd af. Snel even mobiel met de Luftwaffe gebeld, of ze even kunnen komen… U lijkt de logica te willen volgen van de wanhopig geworden Colonel Kurtz in de film “Apocalypse Now”. Maar die wilde niet voor niets zelf dood. Ik zou zeggen, gaat u die film nog eens een keer zorgvuldig bekijken.

U verwart “rücksichtslos” met hoe zwaar de wapens zijn. Maar iemands oog uitsteken met een pennemesje kan gewetenlozer zijn dan een batallion mariniers op iemand afsturen. De invasie van Normandië door de geallieerden was niet rücksichtslos. Het was een dappere, noodzakelijke actie met een welomschreven en realistisch doel: een bruggehoofd vestigen om van daaruit West-Europa te bevrijden van de Nazi’s.

Maar het was zeker niet “logisch” dat de Engelsen in WO-II Duitse steden gingen bombarderen. Het aantal burgerdoden (direct en indirect) was zeer groot, de schade aan cultureel erfgoed ook, terwijl het militaire effect relatief klein was, net als het effect op de moraal van de Duitse militairen en andere weerstandbieders, terwijl juist dat psychologische doel centraal stond bij het bombarderen.

De Engelsen hadden kunnen weten dat de Duitsers psychologisch niet wezenlijk anders zouden reageren op zulke bombardementen dan zij zelf eerder hadden gedaan, toen de rollen omgekeerd waren.

Maar bovenal hadden de geallieerden hun besef van de eerdere, onherstelbare verwoestingen die de Duitsers hadden aangericht, moeten betrekken in hun eigen afwegingen. Het feit dat, bijvoorbeeld, het bombardement op Dresden nooit aanleiding is geweest voor strafrechtelijke vervolging van diegenen die daartoe besloten, is een voorbeeld van overwinnaarsjustitie.

U wilt geen duidelijk antwoord geven wat u vindt van de methoden van de Nazi’s, maar u wilt ze ook niet afwijzen. Nou, laten de lezers van dit blog dan maar hun conclusies trekken over uw standpunt.

U blijft vaag over de menselijke (onder)soorten die u ziet ontstaan. U roept mij op om mij heen te kijken. Nou, dan zie ik maar één menselijke soort, in al zijn bonte variëteit. Wel raar dat u in uw bijdrage no. 30 nog moleculaire biologische eigenschappen als criterium noemde om soorten te onderscheiden, maar in uw bijdrage no. 32 is plotseling “gedrag” het criterium geworden. U heeft voor uzelf kennelijk nog niet helder wat u eigenlijk met “(onder)soorten” bedoelt.

Ik raad u aan uw eigen ideeën eens een keer rücksichtslos te toetsen, zoals het een echte beta-wetenschapper betaamt.

Gerrit de Jonge

@33 Michiel Jonker,
Ook u hebt dus geen problemen met de aanval van de geallieerden in Normandië waar ze een half miljoen tegenstanders om zeep hebben geholpen; u vindt deze aanval zelfs dapper en noodzakelijk. Ik heb u er dus van overtuigd dat rücksichtloze strijd niet absoluut moet worden afgewezen. Ons nodeloze debatje daarover is daarmee beëindigd. U blijft hardnekkig weigeren om duidelijk te maken wat u met nazi-opvattingen bedoelt; dus ook dat debatje is in uw nadeel geëindigd.

Toch nog een kleine nabeschouwing. Voor een deelnemer aan dit juridische blog heeft u erg veel moeite met het formuleren van uw gedachten, en het begrijpen van andere gedachten. U heeft hier het woord “rücksichtloos” geïntroduceerd, en had moeten weten dat in mijn woordenboek staat dat het als “meedogenloos” kan worden vertaald. Maar, nu u in het nauw kwam doordat ik u uitdaagde om een oordeel over de invasie in Normandië uit te spreken geeft u plotseling een heel andere betekenis aan “rücksichtloos”.

Ik vond de bombardementen op Duitse steden een logische reactie op de bombardementen op Rotterdam en Londen. U betwist die uitspraak door uit te leggen dat het militair effect gering was. Maar, logisch en effectief zijn verschillende begrippen en over het militaire effect heb ik niet gesproken. Mij leken die bombardementen een wraakactie en als zodanig logisch. Voorts konden de Engelsen niet goed mikken. In 1944/45 hebben ze geprobeerd de spoorbruggen in mijn woonplaats te bombarderen. “Keer op keer mislukten de aanvallen. Helaas kwamen tenminste 63 inwoners van Leiden om het leven”, aldus het boekje “De vergeten bombardementen”; m.a.w. alle bommen vielen ver van het doel. Logisch dus, dat de Engelsen zich daarvoor steeds op steden hebben geconcentreerd; mikken op militaire installaties was te moeilijk.

Het lukt u maar niet uw beschuldiging dat ik een nazi ben te onderbouwen, en u lijkt dat te compenseren door mij in uw slotwoord weer eens te beledigen. Ik was in uw woorden al een nazi, een crimineel en/of immoreel, nu beheers ik ook mijn vak niet omdat ik niet zou weten wat een soort is. U kent vast wel het aforisme: “Dokters zijn de enigen die geen middeltje tegen verkoudheid kennen”. Ik voeg daar aan toe: “Biologen zijn de enigen die niet weten wat een soort is”. Ik heb gezegd dat soort en ondersoort concepten zijn, en ging er van uit dat deelnemers aan een juristenblog het woord concept kennen. U vroeg mij daarop waar ik (onder)soorten zie ontstaan en ik heb in mijn antwoord als gezegd een werkdefinitie gebruikt. Omdat u het woord “zie” gebruikte, heb ik mijn werkdefinitie beperkt tot kenmerken die je met het blote oog kunt zien; DNA moleculen vallen daar niet onder.

Ik hoop dat u iets heeft geleerd van mijn inspanningen.

Michiel Jonker

@ 34 Gerrit de Jonge

Wat ik van uw inspanningen heb geleerd, is dat de termen “rücksichtslos” en “lachwekkend” beide van toepassing kunnen zijn op één en dezelfde stijl van debatteren.

Bij het voeren van debat gelden er, als het goed is, óók bepaalde sociale afspraken. Bijvoorbeeld: correct citeren, anderen niet het tegenovergestelde in de mond leggen van wat ze hebben gezegd.

U vindt het bombarderen van honderdduizenden mensen logisch, als het om wraakacties gaat. Ik raad u aan het verhaal “Tom Poes en de wraakgier” (Marten Toonder, 1956) te lezen, waarin de logica van de wraak pregnant uit de doeken wordt gedaan.

Het ga u goed. Vrede zij met u.

Gerrit de Jonge

@35 Michiel Jonker,
U zegt een paar ware woorden die ik volmondig kan onderschrijven; ter ondersteuning volgt hier toch een aanvulling op ons debat.

“Bij het voeren van debat gelden er, als het goed is, óók bepaalde sociale afspraken” schrijft u. Het ís goed; ook voor debatten op de NRC weblogs gelden sociale afspraken, en deelnemers aan deze blogs worden geacht zich daar aan te houden. D.m.v. de netiquette heeft de NRC-redactie 11 afspraken met bloggers gemaakt, waarvan de nummers 2 t/m 8 betrekking hebben op de stijl van debatteren.

Helaas worden deze afspraken veelvuldig genegeerd, ook door u. In ons debat heeft u 6 van deze 7 afspraken geschonden. Ter lering loop ik ze even langs.
2 Niet discrimineren: U discrimineert tussen mensen waar u het wel en niet mee eens bent. Zo vraagt u zich af of mijn opvattingen nazi-opvattingen zijn, maar in debatten over sociale verzekeringen vraagt u zich nooit af of voorstanders van sociale verzekeringen nazi-opvattingen huldigen (Drees heeft zijn AOW toch echt afgekeken van de nazi’s).
4 Niet vloeken of beledigen: U heeft mijn opvattingen crimineel en/of immoreel genoemd, u doet alsof ik een nazi bent en u bestrijdt mijn vakbekwaamheid. In uw bijdrage 23 stelt u mij 11 vragen waarvan het veelal beledigend is om te doen alsof ik daar ja op zou kunnen zeggen.
5 Geen smaad en/of laster: Zie uw opmerkingen over mij en de nazi’s.
6 Geen omgevallen boekenkasten: U noemt net iets te veel boeken en films die u voorwendt te hebben gelezen of bekeken.
7 Wees niet langdradig, verdedig één standpunt in circa 200 woorden: Tel eens het aantal woorden in uw bijdragen 26 en 27.
8 Niet afdwalen: Herlees eens uw verhandelingen over Liberdonië en Galdoni.

Overigens ben ik het met u eens dat citaten correct moeten zijn en dat je anderen geen woorden in de mond moet leggen die ze niet gezegd hebben. Ik vertrouw er op dat u dat voortaan niet meer zult doen.

Ik hoop dat ik u en anderen hiermee van dienst ben geweest.

Thomas van Duin

Ja, strafrecht evolueert naar aanleiding van de gedachten en bevindingen van de mensen in de samenleving. Vindt de samenleving dat er harder moet worden gestraft, dan wordt er harder gestraft. Hetzelfde met het heropenen van strafzaken of het afschaffen van verjaringstermijnen. Waarom gebeurt dat? Simpel: de zittende politieke partijen willen herkozen worden. Logisch.

Is dat verkeerd? In zekere zin wel, het neigt naar populisme, naar stemmen trekken. Degene die herkozen wil worden moet zich voegen naar wat het volk wil en dat is dus strenger straffen. De discussie of dat wenselijk is is echter een geheel andere, maar degene die van mening is dat dat niet wenselijk is, moet concluderen dat democratie niet wenselijk is en een dictatuur of aristrocratie (macht in handen van een kleine groep geleerden) beter is. Die gedachte is niet verwerpelijk. Diegene bevindt zich in goed gezelschap van Plato.

Michiel Jonker

@ 37. Thomas van Duin

Waarom zou een gedachte van Plato niet verwerpelijk kunnen zijn?

(Ik stel deze vraag in de geest van Socrates.)

Jammer dat er in deze discussie tot dusverre niemand is ingegaan op mijn stelling dat mensenrechten, en de strafbaarheid van het overtreden daarvan, meer zijn dan alleen een sociale afspraak.

Gerrit de Jonge

@38 Michiel Jonker,
U vindt het jammer dat niemand is ingegaan op uw stelling dat “mensenrechten, en de strafbaarheid van het overtreden daarvan, meer zijn dan alleen een sociale afspraak”. Daar zijn minstens drie verklaringen voor.

1 In bericht 19 zegt u veel, maar dat mensenrechten meer zijn dan een sociale afspraak zegt u daar niet. Na ruim 600 woorden concludeert u dat we er goed aan doen mensenrechten op te vatten als “een gebod dat fundamenteler is dan sociale afspraken” en “ons er emotioneel mee te verbinden”. De eerste uitspraak is een open deur; normen zijn altijd gefundeerd op waarden. Maar ik heb nog nooit iemand horen zeggen dat het fundament meer is dan het gebouw dat er op staat. Mijn advies is dus: zorgvuldig formuleren en uzelf correct citeren.

2 In uw bericht 19 negeert u drie regels uit de netiquette die zijn bedoeld om leesbare bijdragen op deze blogs te krijgen, waardoor uw bericht waarschijnlijk door weinigen is gelezen. Uw bericht is drie keer zo lang als geadviseerd en dus langdradig(advies 7,8). Uw conclusie staat pas op het eind, terwijl geadvseerd is om een standpunt te bepalen en dat vervolgens te verdedigen. Door in uw inleiding 11 auteurs te noemen die tezamen tienduizende bladzijden hebben volgeschreven stoot u mensen af; u wilt vermoedelijk eruditie demonstreren, maar doet bij mij het woord humbug opkomen, en u negeert ermee advies 6. Samenvattend, de meeste lezers van dit blog bereiken het eind van uw betoog vermoedelijk niet. Vreemd eigenlijk; u hamert zo op het belang van regels (mensenrechten), maar lapt zelf regels aan uw laars. Bedenk dat mensen u niet kennen, en dat ze alleen uit uw productie alhier een oordeel over u kunnen vormen. U komt dus over als een hypocriet die meent dat regels er alleen voor anderen zijn.

3 U maakt hier en in eerdere discussies zoals “Obama stuurt de drones” veelvuldig gebruik van de Socratische debatteer techniek (anderen uit hun tent lokken door vragen stellen). Deze techniek is acceptabel als er een gezagsverschil is tussen de deelnemers aan het debat zoals tussen een leraar en leerling of een psychiater en zijn patiënt. Echter, u bent Socrates niet, maar deelnemer aan een debat tussen gelijken, waardoor u irritatie opwekt en anderen ontmoedigt op uw schrijfsels te reageren.

Overigens is er wel degelijk ingegaan op uw 19, door drie deelnemers nog wel. Alleen, ze waren het niet met u eens; misschien is het dàt wat u jammer vindt.

Michiel Jonker

@ 39. Gerrit de Jonge

U schrijft dat een Socratische debatteertechniek acceptabel is als er een gezagsverschil is tussen de deelnemers aan het debat, zoals tussen een leraar en leerling of een psychiater en zijn patiënt. Dan vervolgt u: “Echter, u bent Socrates niet, maar deelnemer aan een debat tussen gelijken, waardoor u irritatie opwekt en anderen ontmoedigt op uw schrijfsels te reageren.”

Graag wil ik u erop wijzen dat ik, zonder Socrates te zijn, u toch bepaald niet ontmoedigd heb om te reageren. Hoe verklaart u dat?

Overigens is het kenmerkend voor de Socratische debatteerstijl dat Socrates zich voordoet als onwetend en leergierig, en zo zijn gesprekspartners verleidt zich bloot te geven. Bij u is dat niet nodig. U lijkt eerder te worden getriggerd door mensen die wel laten zien wat ze weten. Dat wekt namelijk uw irritatie, waarbij u het in mijn geval vooral irritant lijkt te vinden dat ik zo weinig weet. Sorry, het is niet anders. Ik moet nu eenmaal roeien met de riemen die ik heb. Ik doe mijn best u zo goed mogelijk te volgen, voor zover mijn beperkte begripsvermogens dat toelaten.

Maar goed, terug naar de inhoud. U denkt dat mensenrechten, als ze “fundamenteler” zijn dan sociale afspraken, om die reden niet meer zijn dan een “fundament” ONDER die afspraken. U vergelijkt de mensenrechten hier met “waarden” en sociale afspraken met “normen” die op zulke waarden zijn “gebouwd”.

Als ik het beton van uw beeldspraak volg, dan zie ik mensenrechten als fundament PLUS gebouw (waarden plus normen), en in die zin dus als fundamenteler dan alleen een gebouw (normen). Onder uw normen (Met name: “rücksichtslose strijd tussen groepen mensen is best wel OK”) lijkt inderdaad een morele fundering te ontbreken. Maar dat geldt niet voor alle normen.

Daar komt bij dat mensenrechten ook van belang kunnen zijn als het gaat om zingeving die nog dieper gaat dan waarden. Ik vind dat moeilijk onder woorden te brengen. Misschien zou je kunnen zeggen dat het besef van mensenrechten ons in verbinding kan brengen met iets wezenlijks, zoals religie dat ook kan doen. (Over verschillen tussen mensenrechten en religie heb ik eerder iets gezegd, in reactie no. 19.)

U noemt zichzelf “beta-wetenschapper”. Onze gedachtenwisseling heeft mij er eens te meer van overtuigd dat beta-wetenschappen funest zijn voor de menselijke beschaving als ze geheel los komen te staan van mensenrechten.

Om dit te illustreren, kom ik even terug op het onderwerp “termietenrechten”. Kijk, als een jongetje van een jaar of acht een insekt vangt en dat vervolgens doodmartelt vanuit nieuwsgierigheid, om te zien hoe dat nu allemaal werkt, dan kraait er geen haan naar. Maar als datzelfde jongetje vervolgens een menselijke baby om het leven brengt, ook uit nieuwsgierigheid, dan denken we daar toch wat anders over. Welk jongetje zou u liever willen zijn? En waarom?

Ed Rook

“Strafbaar gedrag is een sociale afspraak” schrijft Jensma. Wat Jensma volgens mij bedoelt is dat strafbaarstelling van bepaald gedrag een sociale afspraak is.
En Jensma heeft gelijk, ik geef hem niet graag gelijk – waarom zou ik – maar hij heeft het gewoon.

Het suggestieve van zijn uitspraak is dat je zou denken dat je zo’n afspraak dan ook met één handgebaar van tafel kan vegen.
In oorlogssituaties (als we in nood zijn) is dat zo, blijkt, maar verder is dat in democratische omstandigheden i.h.a. niet zo.

Gerrit de Jonge

@40 Michiel Jonker,
Het komt me voor dat u een beetje de we kwijt bent. In mijn bericht 22 heb ik wat opmerkingen gemaakt met een hoog open deur gehalte over het gegeven dat we met groepsgenoten anders omgaan dan met niet- groepsgenoten en dat dit meer een natuurwet dan een sociale afspraak is. Dit was voor u aanleiding tot het stellen van dwaze insinuerende vragen zoals: “Vindt u dat we verliezers van het songfestival rücksichtloos moeten bestrijden?”. Dwaze vragen negeer ik, maar tegen beledigingen verweer ik me wel of ze in een Socratische dialoog zijn gesteld of niet. Mijn geciviliseerde antwoorden in 26-27 op uw schandalige vragen leidde weer tot een beledigende reactie en zo is het maar doorgegaan.

Omtrent de toelaatbaarheid van “rücksichtsloze” strijd heb ik uitsluitend normale gevoelens verwoord, van het type dat elk jaar op 4 mei wordt opgeroepen bij de herdenking van hen die het leven leven hebben gelaten bij hun “rücksichtsloze” strijd tegen vijanden met een andere ideologie dan de onze. We zijn het er zelfs over eens geworden dat “rücksichtsloze” strijd gerechtvaardigd kan zijn toen u het optreden van de geallieerden in Normandie dapper en noodzakelijk noemde. U doet in uw laatste bericht alsof ik los sta van de mensenrechten, terwiijl de Universele verklaring van de rechten van de mens de doodstraf niet eens verbiedt, en stelt mensen hun rechten verspelen door anderen schade te berokkenen.
U hebt daarmee niet alleen mij beledigd, maar u zet een hele bevolkingsgroep als crimineel weg met uw opmerking: “Onze gedachtenwisseling heeft mij er eens te meer van overtuigd dat beta wetenschappen funest zijn voor de menselijke beschaving als ze geheel los komen te staan van mensenrechten” (ik neem maar even aan dat u voor de zoveelste keer slordig heeft geformuleerd en dat u met “ze” de beoefenaars van de betawetenschappen bedoelt).

Volledig verdwaald bent u in uw slotalinea, waar u weer eens over de termieten begint. Er is al vele jaren breedgedragen consensus over om levende wezens met meer consideratie behandelen naarmate ze meer hersenen hebben. De aardappel deelt 50 % van zijn genen met ons, maar heeft geen hersenen, en ontvangt dus geen consideratie. Kreeften hebben heel weinig hersenen en worden met miljoenen tegelijk gedood in kokend water. De aarzeling om ze te eten daalt met de hoeveelheid hersenen van de slachtoffers, evenals het gebruik als proefdier. Mensapenapen hebben meer hersenen dan demente bejaarden, en worden dan ook rianter gehuisvest de laatsten. Maar u grijpt dit doodgediscussieerde onderwerp aan om mij zonder dat ik daar enige aanleiding toe heb gegeven in het verdachtenbankje te plaatsen.

U doet er verstandig aan deze discussie af te sluiten met een oprechte verontschuldiging aan de beta wetenschappers en ondergetekende.
dr G. de Jonge

Michiel Jonker

@ 42. Gerrit de Jonge

U blijft maar herhalen dat ik het optreden van de Geallieerden in Normandië in 1944 een “rücksichtslose strijd” zou vinden, net als u, maar dat vind ik niet. Het was een harde strijd, maar geen rücksichtslose strijd. Leest u nog eens mijn reactie no. 33, waarin ik onder andere schreef: “De invasie van Normandië door de geallieerden was niet rücksichtslos.”

Uw aanname dat ik in no. 40 slordig formuleer, is eveneens incorrect. Ik doelde met “ze” niet op “de beoefenaren van de betawetenschappen”, maar op de betawetenschappen zelf. Zo staat het er ook, in correct Nederlands. Als betawetenschapper zou u in staat moeten zijn uw eigen fantasieën te onderscheiden van de feiten.

Maar stel even dat ik wel op de “beoefenaren van de beta-wetenschappen” had gedoeld, en daarmee, in uw woorden, “een hele bevolkingsgroep als crimineel had weggezet”. Ik begrijp niet waarom u daar moeite mee zou hebben. Immers, u bent in beginsel niet tegen “rücksichtslose strijd tussen groepen”. Maar nu schreeuwt u opeens moord en brand als u het gevoel heeft dat uw eigen “groep” als crimineel wordt weggezet. Of denkt u dat ik ook een betawetenschapper ben, en daarom niet mijn eigen groep zou mogen aanvallen?

U demonstreert met uw inbreng dat ten minste één beta-wetenschapper, of althans één bioloog, weinig respect heeft voor feiten en logica en zich verstrikt in een quasi-exacte, sociaal-Darwinistisch aandoende tunnelvisie.

Moeten we mensen met zulke tunnelvisies betitelen als een “bevolkingsgroep” die best wel eens een keertje “rücksichtslos” mag worden “bestreden”? Of in ieder geval “bestraft”? Ik vind van niet. Maar ik vind het wel een goede sociale afspraak dat zulke mensen verbaal stevig mogen worden bevraagd en bekritiseerd. Ook als dat ze in de gordijnen jaagt.

Ondertussen blijft het me verbazen dat ik waarschijnlijk meer dan 99,9% van mijn genen met u deel.

Michiel Jonker

@ 41. Ed Rook

U gaat mijns inziens iets te makkelijk mee in Jensma’s stellingname. Jensma suggereert dat de strafbaarheid van gedrag ALLEEN een sociale afspraak is. Maar een afspraak is nooit alleen een (sociale) afspraak. Er zit altijd meer achter, en dat “meer” heeft gevolgen voor de manier waarop zo’n afspraak eventueel van tafel kan worden geveegd. Enkele voorbeelden.

(1) Een afspraak tussen twee mensen die elkaar voor het eerst ontmoeten in een kroeg, terwijl ze in benevelde staat verkeren. “Jongen, als jij geld nodig hebt, dan klop je gewoon bij mij aan. Ik ga jou gewoon helpen, man!” De volgende ochtend komt zo’n afspraak in een nuchter licht te staan. De houdbaarheid ervan blijkt vooral te zijn gebaseerd op alcohol, die inmiddels echter is geconsumeerd.

(2) Een afspraak tussen twee goede vrienden die elkaar al jaren kennen en elkaar al eerder hebben geholpen toen de nood hoog was. Zo’n afspraak heeft een veel steviger fundament dan de eerder genoemde, op alcohol gebouwde.

(3) Een wettig contract, afdwingbaar indien men over voldoende geld beschikt om een goede advocaat in te huren.

(4) Een strafwet, tot stand gekomen door middel van besluitvorming van quasi-democratisch gekozen volksvertegenwoordigers die worden aangestuurd door een despoot.

(5) Een strafwet, tot stand gekomen door middel van besluitvorming van werkelijk democratisch gekozen volksvertegenwoordigers, die worden aangestuurd door hun partijleiders en (potentiële) zakelijke relaties.

(6) Een strafwet, tot stand gekomen door middel van besluitvorming van werkelijk democratisch gekozen volksvertegenwoordigers die er een eer in stellen hun taak serieus te vervullen, op grond van het mandaat dat de kiezers hun hebben gegeven.

(7) Een afspraak tussen een individu en zijn geweten (soms beleefd als een afspraak met God).

Deze maand ligt de fraaie Perpetua-reeks van Athenaeum – Polak & Van Gennep in de aanbieding bij boekhandels. Ik bezweek voor de verleiding en schafte Dostojevski’s “Misdaad en straf” aan. Ik ben nog niet ver, maar heb al wel het nawoord gelezen van Herman Franke (criminoloog en schrijver). Franke zegt onder andere het volgende:

“Beter dan alle rechtsgeleerde boeken over straf en vergelding die ik later las, leerde Raskolnikov [de hoofdpersoon van "Misdaad en straf"] me wat die begrippen inhielden. Straffen hebben amper effect op gewetenloze daders zonder binding met de samenleving. Daders wier geweten nog leeft straffen zichzelf, en dat is de beste straf die er bestaat. (…) Bij Dostojevski acht de individuele mens zich, zelfs zonder dat hij een misdaad heeft gepleegd, verantwoordelijk voor alles wat er gebeurt, dus ook voor alls wat er misloopt op aarde, wat een permanent schuldgevoel oplevert. Dat schuldgevoel is de keerzijde van de menselijke keuzevrijheid.”

Ziedaar een reden waarom de strafbaarheid van gedrag meer is dan ALLEEN een sociale afspraak: de menselijke keuzevrijheid gaat vooraf aan sociale afspraken. Dat dit zo is, wordt dagelijks bewezen door zowel mensen die belangeloos anderen helpen, als door psychopaten die anderen rücksichtslos de vernieling in helpen.

Een volgende vraag is dan in hoeverre het gedrag van mensen, èn de strafbaarheid daarvan, genetisch bepaald is. Momenteel is er een stroming van enthousiaste wetenschapsfundamentalisten (sciëntisten) die al het gedrag tot “egoïstische genen” wil herleiden. Mogelijk rekent de gedreven reageerder Gerrit de Jonge (zie boven) zichzelf ook tot deze groep.

Zelf volg ik op dit punt liever Dostojevski en Franke, die een dieper inzicht lijken te hebben in menselijke drijfveren en in de plaats van de mens in de wereld.