Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

‘Wij, burgers van cyberspace, eisen onze broncodes’

Ik probeer altijd sceptisch te blijven over ICT-denkers die claimen dat de samenleving revolutionair verandert door de digitalisering van Alles. Zeker, zo is het, maar de krant wordt nog steeds bezorgd. En zolang ik op tijd alle updates installeer, ook in m’n eigen hoofd, hou ik de veranderingen wel bij.

Maar na de oratie van Mireille Hildebrandt donderdag in Nijmegen ben ik uit mijn comfort zone. Zij schetst hoe rechtsrelaties in cyberspace structureel veranderen. Vrijwel alles wat we zien, wat we weten en wat er beslist wordt, is de uitkomst van geheime algoritmes op de computer. Daarbij raken rechtsbeginselen als privacy, discriminatieverbod en gegevensbescherming uit het zicht. De beginvraag ‘mag dat wel’ wordt ingehaald door ‘het kan, het gebeurt, dus het is wel best zo’. En àls de burger al een akkoordje moet aanvinken op zijn scherm, gebeurt ook dat automatisch. Zij heeft het over de ‘computationele wending’ in de rechtsorde. Haar conclusie: in de nieuwe techniek moet rechtsbescherming standaard worden ingebouwd. Aan meer papieren wetten is hier geen behoefte.

Vorige maand zat ik op een studiemiddag over de ‘cookiewet’, die het automatisch verzamelen van informatie over surfgedrag aan banden moet leggen. Cookies zijn kleine peilbakens die worden geplaatst door websites die je bezoekt. Ze houden bij hoeveel en welke pagina’s je bezocht (zodat je terug kunt bladeren), ze personaliseren websites en houden je ingelogd.

Reuze handig, maar ze passen ook de advertenties aan op jouw zoekgedrag. Ze vertellen door waar je was en wie je bent. Dat ‘track and trace’ is een voorbeeld. Wie vandaag online een vliegticket zoekt, wordt nog dagen automatisch getrakteerd op hotel- en huurauto opties in de plaats van bestemming. Websurfen doe je tegenwoordig wadend door een veld vol luistervinken, geplaatst door advertentienetwerken, die zien hoe vaak u ‘like’ op Facebook aanklikt en wat u zocht en kocht.

Hildebrandt, nieuw hoogleraar ‘ICT en rechtsstaat’, beschrijft de ‘cognitieve economie’, de handel in informatie die met elkaar in verband is gebracht. Alles draait nu om ‘patroonherkenning’ – het voorspellen van gedrag op basis van digitale sporen. Die informatie is veel geld waard. In cyberspace staat behalve wat je er deed inmiddels ook vrijwel vast wat je straks gaat doen. Je gedrag wordt voortdurend opgeslagen en met gelijksoortige anderen vergeleken: „Om je preferenties te achterhalen, risicovol gedrag te voorzien, prijzen aan te passen, of problemen te voorspellen. En hoe meer cyberspace de toekomst weet te voorspellen, hoe meer het die toekomst ook lijkt te maken”, zegt zij.

Dankzij deze patroonkennis wordt de vrije handelingsruimte van de burger ongemerkt kleiner. Internet, ooit de gedroomde vrije anonieme ruimte waarin je een second life kon beginnen, desnoods als hond, is nu een gouden kooi waarin de gebruiker exact die prikkels krijgt die statistisch zijn afgeleid uit zijn voorkeuren. Ieder leeft in zijn eigen dorp met zichzelf als ijkpunt, met aanbiedingen op smaak, voorgesorteerde informatie en toezicht op maat.

Het recht moet de digitale burger volgens Hillebrandt weer greep geven op de juistheid, betrouwbaarheid en relevantie van de informatie die over hem wordt verzameld. Vooral de rechten op privacy, gegevensbescherming, gelijke behandeling en op tegenspraak worden geraakt door wat zij de nieuwe ‘IT-inkijkstructuur’ noemt. De burger moet weten welke risicoprofielen over hem bestaan en moet kunnen zien hoe die worden beïnvloed.

Er zou daarom een grondrecht op de betrouwbaarheid en doorzichtigheid van cyberspace moeten komen. De burger moet zicht krijgen op de manier waarop hij wordt ‘gelezen’ op internet. „De burger, consument, gebruiker kan dan veel beter inschatten welke machinaal leesbare gedragingen zij unplugged (onbespied) wil verrichten”. Zij stelt zich programmaatjes voor waarmee de burger op ieder moment ‘onder water kan kijken’ om te zien „wie er vanuit welke locatie meekijkt, wat voor profielen de ‘content’ bepalen die we te zien krijgen en hoe data-analyse de beslissingen beïnvloedt waarmee we worden geconfronteerd”. Zodat je kunt begrijpen waarom jouw zorgtoeslag wordt geweigerd, je aanbetaling zo hoog uitvalt en waarom je al dagen alleen maar advertenties voor damespumps te zien krijgt. (‘En wie is er weer via mijn pc online wezen shoppen?’) ‘Wij, burgers van cyberspace’ moeten dus toegang tot de broncodes bedingen, zegt zij. Argumenten als bedrijfsgeheimen, nationale veiligheid of auteursrecht waar bedrijven of overheden mee zullen komen, moeten daar voor wijken. Wie hecht aan een scheiding tussen de publieke en private versie van zijn leven moet dat verdedigen.

Geplaatst in:
Staatsrecht
Lees meer over:
internet
privacy

22 reacties op '‘Wij, burgers van cyberspace, eisen onze broncodes’'

Igor de Vries

Waarom wordt de overheid (zorgtoeslag) bij dit verhaal betrokken? Gebruikt de overheid soms facebook informatie? Ik denk het niet.
Kunnen wij volledig inzicht afdwingen in de redenen waarom banken hypotheken weigeren of goedkeuren? Als dat niet kan, waarom zou het dan wel via internet wel moeten kunnen?

Het idee over openheid van broncode is al enkele decennia oud, zoek maar eens op GNU of Richard Stallman. Het idee is nooit echt aangeslagen.

In mijn optiek is het hele probleem opgelost als we de mogelijkheid hebben om af en toe de boel te resetten, dat kan nu deels al door alle cookies te verwijderen.

Thomas Anderson

Ik begrijp de ongerustheid van de heer Jensma niet helemaal. Laten we eerlijk wezen, is dit echt een nieuw verhaal? Iedereen weet dit toch wel…? Toch…?
Het verbaast mij ook een beetje dat hij als opmerkelijke passage uit een oratie (de Nederlandse academische creme-de-la-creme) noemt: “programmaatjes voor waarmee de burger op ieder moment ‘onder water kan kijken’ om te zien „wie er vanuit welke locatie meekijkt, wat voor profielen de ‘content’ bepalen die we te zien krijgen”.
Is dat nieuw? Naar mijn idee bestaan programma’s als het (gratis) Ghostery (www.ghostery.com) al zo’n jaar of 3. En er zijn nog verder uitgebreidere, krachtigere (betaalde) opties.
Maar… Misschien is zelfreflectie meer op zijn plaats. Wat en wie staan deze datamining van uw gegevens toe? Waarom is het toegestaan? Maar ook: waarom hebben we een klantenkaart die alle aankopen netjes bijhoudt? Waarom wordt de locatie van uw mobiel opgeslagen? Of het feit dat u onder de camera op de A2 bent gereden. Of iemand graag een GPS locator in uw auto wil inbouwen? Of u misschien een slimme stroommeter heeft. Of dat pinnen mag, zoals regelmatig geadverteerd wordt, en contant betalen als verdacht en ongewenst gedrag wordt gezien. Probeer maar eens te leven zonder giro rekening… Misschien is de conclusie wel dat het hele privacy debat een zoethoudertje is. Een salon filosofie. Maar goed, hoe veel mensen filosoferen nu werkelijk…?

Ellen Wesselingh

Welcome to the real world, zou ik zeggen. De overheid heeft de ontwikkelingen in cyberspace goeddeels aan zich voorbij laten gaan, en uitbesteed aan de vele private partijen die er brood in zagen. Vele burgers deden maar al te graag mee, want door het bedrijfsmodel van de advertenties werden diensten ineens “gratis”. Om dan nu wakker te worden en te gaan klagen is wel een beetje aan de late kant.

Dat gezegd hebbende, hoe moeten wij als burgers afdwingen dat de rechtsregels automatisch worden ingebakken in al die technologie? De wensen van de burger lopen niet altijd parallel met de belangen van de bedrijven die over de technologie gaan. Naar mijn mening moet de overheid hier ingrijpen en afdwingen dat die regels ingebouwd gaan worden. Dan moet die overheid wel begrijpen waar het om draait, en daar de expertise voor in huis halen.

Daarnaast is het naar mijn mening tijd voor een nieuwe definitie van het recht op privacy, want de notie van wat privacy betekent is veranderd. Aan het waarborgen van een zekere mate van privacy zijn kosten verbonden, en iedere burger moet zich afvragen of hij/zij bereid is die kosten te dragen.

Sander van der Linden

Ook hier blijkt dat wetgeving en realiteit lichtjaren uit elkaar liggen. Overheid en internet zijn sowieso ongemakkelijke partners. Ik heb altijd het idee dat de overheid (wie dat dan ook moge zijn) internet nog altijd ziet als een soort Spielerei voor nerds, iets waarmee je muziek kunt downloaden. Dat blijkt ook uit het gemak waarmee mediatycoons de politiek voor hun karretje kunnen spannen om hun 50-er jaren businessmodel te beschermen.

Ik weet zeker dat bij diezelfde overheid er maar heel erg weinig kennis is over hoe het internet op dit moment functioneert, hoe spambots, digitale luistervinken en rootkits werken. Ik pleit dan ook voor een Departement voor Digitale Zaken, met een eigen staatsecretaris. Maar dan eentje die van wanten weet.

Willem Dansmaker

“Haar conclusie: in de nieuwe techniek moet rechtsbescherming standaard worden ingebouwd. Aan meer papieren wetten is hier geen behoefte.”

Overtreding van wetten zorgt voor verandering. Als auteursrechtelijke bescherming direct in software zou zijn vervat, zou muziekindustrie, onder invloed van P2P e.d., nooit veranderd zijn. En what’s next in de verre toekomst? Overal observatie door computers/drones zodat iemand nooit een strafwet kan overtreden: en nog veel verder implementatie van de normen van de strafwet in onze genen? Het punt blijft dat schending van recht zorgt voor verandering: het ‘verankeren’ van wetten in broncode / systemen zorgt dat verandering een stuk moeilijker wordt omdat overtreding niet langer kan.

Ton van den Hoogen

Ik kan uit de grond van mijn hart onderschrijven dat het hoog tijd wordt dat er inzicht komt over wat er allemaal in cyberspace gebeurt. Het proces is al jaren gaande, maar de effecten van alle databases waarin van alles over echt gedrag van echte mensen wordt vastgelegd wordt langzamerhand duidelijk. En niet alleen omdat je dagen op veel sites wordt achtervolgd door advertenties van een product waar je toevallig net naar hebt gezocht. Ook zoekresultaten worden aangepast naar aanleiding van vorige zoekopdrachten, prijzen veranderen met de dag per persoon…. en dit heeft alleen nog maar een commerciele inslag. Ook overheden beginnen steeds meer interesse te krijgen in het monitoren van online gedrag van haar burgers.

Echter, er is ook een tweede aspect dat ik hier voor het voetlicht wil brengen. En dat is dat veel mensen toch heel anders omgaan met privacy zodra ze online zijn dan in het “echte” leven. Ik heb zelf toch al meermalen mogen meemaken dat een voormalig PABO-student wanhopig probeerde internet te schonen van allerlei foto’s en ander materiaal omdat haar leerlingen dat al googelend boven water hadden gevist. En dan blijken die digitale sporen buitengewoon hardnekkig te zijn. Zelfs op basisscholen wordt langzamerhand gelukkig al aandacht aan besteed dat bewustzijn rondom online gedrag, maar toch…

Bij elkaar ligt er dus een schone taak voor de overheid om burgers het recht te blijven gunnen “met rust gelaten te worden”, maar het ontneemt het individu niet de verantwoordelijkheid daar ook zelf waakzaam op te zijn en blijven.

Blaise Kal

Om te voorkomen dat u wordt gevolgd op het internet kunt u een browser-plugin installeren die deze advertentienetwerken automatisch blokkeert. U bent dan niet meer te volgen en netwerken kunnen geen profiel meer van u opstellen op basis van uw surfgedrag.

De plugin heet “Ghostery”, en is gratis beschikbaar voor alle internetbrowsers op http://www.ghostery.com/

Rob Aalbers

Interessant artikel over een onderwerp dat helaas nog onbekend (en onbemind?) is bij de veel mensen.

Gelijktijdig daag ik dhr. Jensma uit om NRC een voorbeeld-functie te laten vervullen door openheid te geven over de gegevens die via deze website worden verzameld. De privacy-plugin “Ghostery” toont hier namelijk chartbeat, facebook, Twitter, en Google die allemaal uw IP-adres krijgen (dus uw computer wordt geidentificeerd).

Maar daarover beslist niet de redactie, maar de commerciele “poot” van de uitgever.

Christine Karman

Wat zijn in vredesnaam “broncodes”? Zou Jensma weten wat hij ermee bedoelt? Ik neem aan dat het een beroerde vertaling is van “source code”, en weet Jensma dan wat dat is? En zou Hildebrandt dat weten? “Source code” is de tekstvorm van de programma’s die op een computer draaien. Met “codes” heeft het niets te maken.

Arjen Kamphuis

Broncodes van de meeste systemen en software die de meeste mensen nodig hebben om hun dagelijkse dingen te doen zijn grotendeels beschikbaar dankzij de Free Software beweging. Het vraagt van mensen alleen wat moeite om er mee te gaan werken. Dankzij het ‘computeronderwijs’ (eigenlijk een curus tekstverwerken met MS-Office) in Nederland hebben we een generatie computerconsumenten gecreeerd die nauwelijks in staat zijn zelfstandig na te denken over de technologie die een steeds groter deel van hun leven bepaald.

Vrijheid, anonimiteit, privacy en onafhankelijkheid zijn nog steeds beschikbaar als men er een beetje moeite voor doet. Gebruik opensource applicaties als Firefox en OpenOffice. Overweeg Linux te (laten) installeren op je PC.

De overheid is al lang niet meer in staat haar burgers te beschermen tegen de digitale roofridders van de wereld, dat moet je als burger zelf doen. Freedom is not free. Free software wel.

http://www.gendo.nl/blog/arjen/privacy-rechten-niet-meer-via-het-het-recht

Timo van Esch

Die rechtsregels zijn belangrijk. Echter, iedereen kan zien welke cookies op zijn/haar PC worden opgeslagen. Elke browser heeft die mogelijkheid.

Goed, niet iedereen kan die logaritmes bedenken, dus ik kan mij goed voorstellen dat mensen graag zien hóe zij worden “bespied”. Niet alleen “door wie” (het cookie vertelt enkel wie de bespieder is)

Maar bovenstaand lezend, denk ik dat het ook erg belangrijk is om mensen te verduidelijken dát zij in die gouden kooi leven. Velen zullen daar dik content mee zijn en het extra reclameforum dat internet toch óók en vooral is, dankbaar gebruiken.

Echter, van zodra mensen doorhadden dat er buiten het dorp waarin zij leefden nóg mensen te vinden waren, zijn we gaan reizen. Dunkt mij dat vele mensen de afgelopen 20 jaar middels internet dankbaar gebruik gemaakt hebben van de mogelijkheid om intellectuele uitstapjes te maken naar werelden waarvan ze het bestaan al (dan niet) vermoedden. Dus naast regelgeving is ook bewustwording een belangrijke stap naar “emancipatie” van de virtuele identiteit van elke burger…

Thomas van Amerongen

Misschien handig om te melden dat je bij steeds meer online instanties coockie / history tracking uit kan zetten (de zogenaamde opt out). Sommige browsers en meerdere advertentienetwerken traceren / uiten op die wijze jou gedrag niet meer, waardoor advertenties niet meer persoonlijk zijn. Dat is al een eerste stap in de goede richting lijkt mij. Al is hiervan veel wel veroorzaakt door druk van de Federale overheid in zowel de US en de EU (Europeese Commisie).

H Oztas

Niemand is verplicht om te surfen op internet, je mag zelf bepalen welke sites je bezoekt.
Dat je op deze site komt zegt misschien iets over je politieke voorkeur, dat je niet naar telegraaf.nl gaat zegt iets over je intellect :).

Maar hoe anders is het in de niet virtuele wereld? Kleding dat je draagt, je woordkeuzes, de emotie in je gezicht. De tassen die je draagt van je vorige aankopen in de stad.
Moeten we dan ook van de mediamarkt eisen dat ze aan de deur aangeven, hoe verkopers bepalen wie ze zullen vragen of ze hulp nodig hebben?
Of moet ik van te voren zeggen op wat voor vrouwen ik val voordat ik een gesprek met een vrouw aanga????

Ik denk dat het op internet niet anders is, dan bij een winkel, alleen op internet is het veeeeeel sneller.

Arthur Elsenaar

‘Diensten’ als facebook maken geld d.m.v. het gedrag van hun gebruikers; wat ze posten, waar ze naartoe surfen, etc. Het profiel dat facebook maakt van de individuele gebruikers is dus geld waard.

Ik zie geen reden waarom the next facebook (Google+ ?) hun gebruikers niet gaan betalen voor hun online gedrag; shared revenue, waarom niet!?

Michiel Jonker

@ 13. H Oztas

U schrijft: “Ik denk dat het op internet niet anders is, dan bij een winkel, alleen op internet is het veeeeeel sneller.”

Er zijn wel twee belangrijke verschillen. (1) Als ik een winkel verlaat, dan is de verkoopmedewerker mij na een minuut alweer vergeten (behalve als het de groentewinkel is waar ik elke dag kom). Terwijl op internet tot in alle eeuwigheid achterhaalbaar is welke site ik wanneer heb bezocht. (2) Als ik een winkel bezoek, dan word ik geobserveerd door een paar verkoopmedewerkers en een paar andere klanten, die ik van mijn kant ook kan observeren. Als ik echter op internet surf, kan ik geobserveerd worden door een mij volstrekt onbekend aantal andere personen en organisaties.

Als je op internet toch een zekere privacy wilt houden, dan wel je eigen “imago” wilt sturen, zou je veel bewuster moeten omgaan met alle expliciete en impliciete signalen die je als bezoeker van sites uitzendt, en die in profielen terecht kunnen komen. Met andere woorden, je zou je zelfcensuur naar een bijzonder hoog niveau moeten tillen. Dat lijkt me voor de meeste mensen, inclusief mezelf, ondoenlijk.

Extremo’s houden het misschien 99 van de 100 keer vol, maar één van die honderd keer ontglipt er toch iets dat bruikbaar is voor opname in een profiel.

Alternatief is technische afscherming. Ik word al moe als ik eraan denk. Een wedstrijd tussen privacy-beschermende gadgets en datamining – dat ga ik als digibeet echt niet winnen.

De enige optie die overblijft, is om niet alleen op internet een rol te spelen, maar om je eigen karakter-eigenschappen zodanig aan te passen dat je overal politiek-correct bent. dit kan op twee manieren.

(1) Je bent dus positief, sociaal, niet te kritisch maar wel constructief-opbouwend kritisch, je staat open voor alles (zolang je nog alle opties open moet houden in het kader van je loopbaan en het vinden van een geschikte, al dan niet seriële, levenspartner). Je wordt een Mensch ohne Eigenschaften – die zichzelf dus geen “Mensch ohne Eigenschaften” noemt, want daarmee verraad je al veel te veel over jezelf.

(2) Je gaat in de aanval. Je wordt gothic, of lid van de JOVD, of een grote fan van Neil Young en Ajax. Je draagt voor de webcam altijd een wilde pruik. Door alleen nog enkele eigenschappen zeer prominent te tonen, kun je daarachter een mysterie blijven (zie onder (1) hierboven).

Is dit een adequate aanpak? Ergens heb ik het gevoel van niet. Graag reacties!

Reinier Bakels

Professor Hildebrand heeft waarschijnlijk nog nooit een computerprogramma van enige omvang gezien, laat staan geprogrammeerd. Ja, in de broncode staat alles, maar het is wel een geweldige zoekpartij. Zelfs in moderne programmeertalen waarin de “statements” op zich goed leesbaar zijn, bestaat een béétje programma uit tienduizenden, honderdduizenden of zelfs miljoenen regels “code”. Een goede programmeur zorgt ervoor dat een programma ook voor zijn collega’s leesbaar is (en voor zichzelf, later), maar computers kunnen op zich moeiteloos programma’s uitvoeren die heel onduidelijk geschreven zijn.

In ander verband is er wel al sprake geweest van het idee publicatie van de broncode te eisen. In dat geval zal de programmeur de code “obfuscaten”, d.w.z. zo onleesbaar mogelijk te maken – maar nog wel voor de computer leesbaar te houden. Dat is heel makkelijk: alle inhoudelijke veldnamen kunnen in “field000″ to “field999″ worden veranderd, en alle opmaak (nieuwe regels, inspringen) kan er uit worden gehaald.

Kortom, broncode geeft slechts in theorie “alle” informatie. Als er ooit een verplichting komt om algoritmen te publiceren zal juridisch “leesbaarheid” moeten worden geëist, door een rechter te interpreteren.

Het is goed dat we ons realiseren dat privacy in de zin van voorkomen dat we bespied worden praktisch onhaalbaar is geworden. De nadruk zal moeten verschuiven naar voorkoming van misbruik van de verkregen informatie. En daarbij ben ik eerlijk gezegd nog niet eens zo bang voor Google c.s.: dat soort bedrijven heeft een zakelijk belang niet te kijk te staan als gluurder. Nee, ik maak me meer zorgen voor opsporingsautoriteiten en andere overheidsorganen, die “vanzelfsprekend” vinden dat ze alles mogen weten. Nu terrorisme als argument begin te vervelen kan de bestrijding van kinderporno dit argument aflossen. En nog steeds wordt het onzin-argument gebruikt dat “wie niets te verbergen heeft niets te vrezen heeft”. Onzin, omdat er altijd onschuldige slachtoffers (d.w.z. vermeend daders) zullen zijn, des te meer naarmate intensiever gebruik wordt gemaakt van allerlei (ICT) technieken. Wie controleert de politie eigenlijk in haar enthousiasme voor technische snufjes, zoals automatische nummerbordherkenning, om maar een voorbeeld te noemen?

lyngbakken

Is maskering van het eigen IP-adres geen oplossing (net zoals het uitschakelen van de nummerherkenning bij de telefoon)?
Er zijn wel internetdiensten die dat bieden (tegen een vergoeding), maar hoe betrouwbaar die zijn weet ik niet. Zou er niet een programmaatje te vinden of maken zijn dat dat op je eigen computer doet?

Sander van der Linden

@Christine. Broncode is wel degelijk de correcte en in het vakjargon algemeen geaccepteerde verrtaling van source code. De auteur koppelt daar het woord ‘geheim’ aan. Wat vaak ook klopt. Adobe geeft de broncode van bijv. Photoshop niet vrij. Microsoft geeft ook de broncode van Excel niet vrij. En dat is logisch en begrijpelijk. Echter het woordt ‘geheim’ wordt hier meer bedoeld in de vorm van manipulatief.

Roel Langendam

@Reinier Bakels

Quote
Wie controleert de politie eigenlijk in haar enthousiasme voor technische snufjes

Niemand controleerd deze organisatie’s zij kennen derhalve ook termen als “hard” en “soft” informatie. Hard informatie is met gerechtelijke dekking verkregen, “Soft” informatie is verkregen door bijvoorbeeld een tap te zetten zonder dekking, verkeer af te luisteren zonder dekking, en zo zijn er nog meer dan afdoende voorbeelden. Dit alles onder het mom van
“Ja maar zo kunnen we criminelen pakken” , vergetende dat zij zelf zich op glijdend vlak begeven!

Het grootste gevaar is de Overheid.

Bart Knubben

Over de fundamentele (privacy-)problemen van online diensten en sociale netwerken in hun huidige vorm heb ik onlangs een artikel geschreven. Daarbij introduceer ik een mogelijke toekomstige oplossingsrichting: een sterk gefedereerd model waarbij informatie niet permanent gekopieerd wordt, maar altijd bij de bron opgevraagd moet worden waardoor de gebruiker veel meer ‘in control’ is.

Het artikel ‘Trias Informatica; van informatiesilo’s naar een socialer
net’ is verschenen in de gratis opvraagbare bundel ‘Interoperabel
Nederland’ van Forum Standaardisatie waarin toekomstvisies over
interoperabiliteit zijn opgenomen. Zie: http://www.forumstandaardisatie.nl/fileadmin/os/publicaties/03.5_Knubben.pdf

Martin van de Wardt-Olde riekerink

Meer openheid als remedie tegen het gevaar van bespied worden is prima. Om te beginnen bij onze overheid, die meer naar Alex Brenninkmeijer en minder naar de vicevoorzitter van de Raad van State zou moeten luisteren.

Mireille Hildebrandt

De rede is inmiddels online beschikbaar. Kern van het betoog is dat machinale patroonherkenning grote gevolgen heeft voor onze cognitieve economie. Het gaat daarbij minder om welke persoonsgegevens door wie of wat, waar, wanneer en hoelang zijn opgeslagen. Punt is hoe de proactieve omgeving ons onbewust beinvloedt. Zie http://works.bepress.com/mireille_hildebrandt/39/ of http://www.ru.nl/publish/pages/642391/hildebrandt_helemaal.pdf.