Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

De Uitspraak: Mag een raadslid ook buiten de raad een wethouder corrupt noemen?

Mag een raadslid ook buiten de raadsvergadering een wethouder beschuldigen van ernstig wangedrag? Met commentaar van NJB-redacteur Tom Barkhuysen, advocaat en hoogleraar staatsrecht en Solke Munneke, universitair docent staatsrecht in Amsterdam.

De Zaak. Een VVD-wethouder eist schadevergoeding van een ‘Leefbaar’ politicus omdat die hem beschuldigde van corruptie. Die conclusie had het raadslid gebaseerd op video-opnamen van een restauranthouder. Daarop was te zien hoe de wethouder met de (Italiaanse) restaurateur spreekt over subsidie om pleziertochtjes met gondels in de grachten te exploiteren. Ook is te zien hoe de wethouder telefonisch bemiddelt bij de verkoop van een stuk land aan een andere gemeente. Hij lijkt daarbij de eigenaar en zichzelf te bevoordelen. Tegen de verkoper zegt hij: „Je moet gewoon voluit gaan” En: „Dat weet jij niet, dat heb ik jou niet verteld”. En: „De paar ton die je daarop verdient, steek je in mijn campagne, afgesproken?” Het gemeenteraadslid ziet daarin corruptie. Daarbij gebruikt hij ook termen als blaaskaak, dronkenlap en leugenaar.

Was er ook corruptie? In de gemeente ontstaat een rel. De raad noemt in een motie de beschuldigingen van het raadslid ‘onfatsoenlijk’. De gemeente doet intern onderzoek, Justitie kijkt ernaar, de raad vergadert er vele malen over. De verhoudingen raken onderling bedorven. Uiteindelijk bleek de gondelsubsidie tegen de regels in (deels) te zijn toegekend. Wel is de wethouder een aantal malen in het restaurant getrakteerd. Maar Justitie kan geen strafbaar handelen vaststellen. Rond de landverkoop zou niets onoirbaars zijn gebeurd. De bestuurder wil nu via de rechter zijn (reputatie) schade vergoed krijgen.

Wat is de kwestie? Dit gaat over de omvang van de vrijheid van meningsuiting voor volksvertegenwoordigers. Wanneer mag je ‘corrupt’ zeggen als politicus. Aan welke normen moet je je dan houden? Let wel: gekozen volksvertegenwoordigers genieten immuniteit voor alles wat zij tijdens de vergadering zeggen. Maar dit werd buiten de vergadering gezegd. En: kan een bestuurder bij de civiele rechter verhaal halen op politieke tegenstanders?

Wat zegt het gerechtshof? Die vond dat het raadslid de videobeelden van de wethouder ‘redelijkerwijs’ kon begrijpen als een misstand die aan de orde moest komen. Ook het woord ‘corruptie’ vond het Hof niet zo gek. Dat diende de wethouder op te vatten als een politiek oordeel. „Een openbaar bestuurder moet zich heftiger kritiek moet laten welgevallen dan een burger. Het politieke debat moet in beginsel op het scherpst van de snede gevoerd kunnen worden.” Bij het beperken van de vrijheid van meningsuiting van een raadslid geldt bovendien ‘de grootst mogelijke terughoudendheid’.

Wat voert de wethouder bij de Hoge Raad aan? Die vindt dat er een verschil moet zijn tussen wat raadsleden binnen en wat ze buiten de vergadering mogen zeggen.

Hoe oordeelt de Hoge Raad? Die is het eens met het Hof en verwerpt het bezwaar van de wethouder. „Met inachtneming van pluralisme, tolerantie en verdraagzaamheid als waarborgen van een democratische samenleving heeft de vrijheid van meningsuiting in het politieke debat niet alleen betrekking op de inhoud, maar ook op de vorm: die mag zelfs ‘offend, shock or disturb’. Dat geldt ook voor uitlatingen van een politicus die buiten de gemeenteraad zijn gedaan.” De wethouder verliest, het raadslid wint.

Bekijk hier de opname van de wethouder door de restauranthouder.

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=pmG6TRd_CQM[/youtube]

Lees hier het arrest Gondelaffaire van de Hoge Raad(LJ BU3917)

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.

Geplaatst in:
Staatsrecht
Lees meer over:
belediging
middenbestuur
vrijheid van meningsuiting

16 reacties op 'De Uitspraak: Mag een raadslid ook buiten de raad een wethouder corrupt noemen?'

NJB redacteur, advocaat en hoogleraar staatsrecht Tom Barkhuysen

Politici en bestuurders moeten een dikkere huid hebben dan anderen maar hoeven zich niet alles te laten welgevallen. Gelet op de Straatsburgse en nationale jurisprudentie bestaat er veel ruimte om politici en bestuurders te bekritiseren ook buiten de raadzaal. Dat is een groot goed. Tegelijk is het goed dat er – buiten de raadzaal en het parlement – geen immuniteit geldt van criticasters. Kritiek zal om deze reden niet geheel ongefundeerd mogen zijn en er bestaan ook grenzen waar het betreft de woordkeus. Ook dat is een groot goed. Daarmee wordt het openbare debat binnen de grenzen van het redelijke gehouden en wordt voorkomen dat politici en bestuurders vogelvrij zijn. Waar de grens precies ligt moet iedere betrokkene steeds eerst voor zichzelf uitmaken waarna zo nodig de rechter als in casu de knoop kan doorhakken.

NJB medewerker en universitair docent in Amsterdam Solke Munneke

Dat politiek, recht en goede smaak drie heel verschillende zaken zijn, wordt haarfijn duidelijk in deze casus. Dat fundamentele rechten ook ingezet kunnen worden om niet al te hoogstaand gedrag (over en weer) te beschermen blijkt eveneens.
In deze zaak botsen het recht op vrije meningsuiting van een gemeenteraadslid en het recht van een wethouder om verschoond te blijven van schadelijke en kwetsende mededelingen. Het is vaste jurisprudentie dat in zo’n geval de belangen over en weer moeten worden afgewogen, om vast te stellen welk recht in het concrete geval het zwaarste weegt; er is geen vaste rangorde van grondrechten. In die belangenafweging weegt zwaar mee dat het gaat om uitlatingen die zijn gedaan door een volksvertegenwoordiger en die betrekking hebben op ‘het politieke domein’. Dat politieke domein is ruimer dan dat wat zich afspeelt in de vergaderingen van de gemeenteraad. Ook daarbuiten krijgt een volksvertegenwoordiger meer bescherming in het recht om zijn mening te uiten dan ‘gewone’ burgers. Dat is terecht. Het gaat hier immers om het functioneren van de democratie zelf: het voeren van debat, desnoods op het scherpst van de snede. Het is dus begrijpelijk dat de Hoge Raad het hof volgt, en (na een uitvoerige, inhoudelijke toets door het hof) een grote mate van terughoudendheid betracht bij het stellen van beperkingen aan dat debat, ook als dat debat soms niet anders dan als smakeloos kan worden omschreven. De bescherming van de vrije meningsuiting omvat ook het recht ‘to offend, shock or disturb’, en provocaties kunnen nodig zijn om op misstanden de aandacht te vestigen en reactie uit te lokken.
Waar liggen de grenzen dan wel? Daarover zegt de Hoge Raad iets opvallends, namelijk ‘dat de omstandigheid dat de uitlatingen zijn gedaan door een politicus buiten het vertegenwoordigende forum niet mee[brengt] dat deze uitlatingen niet eenzelfde of vergelijkbare bescherming genieten als uitlatingen die in de openbare vergaderingen van de gemeenteraad zijn gedaan.’ Dat klinkt prachtig democratisch, maar het klopt niet. Voor uitlatingen gedaan binnen de vergaderingen van de gemeenteraad geldt namelijk onververvolgbaarheid in rechte. Dat is een veel sterkere bescherming, omdat de juridische toelaatbaarheid van de gedane uitlatingen dan vooraf al vaststaat. Er vindt geen belangenafweging in het concrete geval plaats (die in het nadeel van de volksvertegenwoordiger zou kunnen uitvallen), en er is geen afhankelijkheid van het rechterlijk oordeel. Een dergelijke sterkere bescherming wordt door twee zaken gerechtvaardigd: de rol van de voorzitter om op het moment zelf het debat in goede banen te leiden, en de scheiding van machten tussen rechter en volksvertegenwoordiging. Buiten de raadszaal valt die ordehandhavende rol van de voorzitter weg, en is ook minder verzekerd dat de gedane uitlatingen de kern van het politieke debat raken.
Het politieke debat lijkt zich in toenemende mate ook buiten de daarvoor vanouds bestemde plaatsen af te spelen: van raadszaal naar rechtszaal en van vergaderstuk naar sociale media. Dat is een gegeven, en het betekent dat de bescherming van volksvertegenwoordigers tot op zekere hoogte moet ‘meeverhuizen’. De jurisprudentie rond de vrijheid van meningsuiting, ook in deze zaak, laat zien dat dit kan, en ook gebeurt. Dat lijkt me een goede zaak, zelfs als het akelig de tekortkomingen van de gemeentepolitiek blootlegt.

I.P.Loots

“Het politieke debat moet in beginsel op het scherpst(SIC!) van de snede gevoerd kunnen worden.”
Staat het echt zo in het arrest van het gerechtshof?

zie http://www.onzetaal.nl/taaladvies/advies/op-het-scherp-scherpst-van-de-snede

Martin Holterman

http://en.wikipedia.org/wiki/New_York_Times_Co._v._Sullivan

Michiel Jonker

@ 2. Solke Munneke

U vindt het een goede zaak als een volksvertegenwoordiger ook buiten het “vertegenwoordigende orgaan” (in casu de gemeenteraad) méér vrijheid van meningsuiting heeft dan gewone burgers. Die grotere vrijheid mag van u “meeverhuizen” naar buiten. U lijkt zich te kunnen vinden in het proefballonnetje dat Femke Halsema daar destijds over opliet.

Zo’n persoonsgebonden voorrecht zou mijns inziens echter een zeer slechte zaak zijn, zowel voor de burgers, als voor het maatschappelijk debat in een democratische “civil society”.

Waarom zou in de “maatschappelijke arena” de ene deelnemer aan het debat dit wèl op het scherp van de snede mogen voeren, terwijl een andere deelnemer, die niet-gekozen is en misschien ook veel minder populair, hem/haar niet op gelijke wijze van repliek zou mogen dienen? Alle burgers zijn, buiten de omgeving waarin ze “in functie” zijn, toch gelijk voor de wet?

Gaan we straks ook zeggen dat na een voetbalrel waarbij een dode is gevallen, de politiecommissaris op TV meer mag zeggen dan een vriend van de gedode supporter? Omdat die commissaris een speciale bevoegdheid heeft die naar de TV “meeverhuist”???

De relatie met het proces-Wilders is duidelijk. Wilders werd, net als het raadslid in de Gondelaffaire, vrijgesproken na uitlatingen die door anderen als onfatsoenlijk werden ervaren. In de zaak-Wilders waren die anderen geen politici (dus anders dan de wethouder in de Gondelaffaire). Na afloop zei Wilders in een interview in NRC Handelsblad dat wat hem betreft vrijheid van meningsuiting iedereen in gelijke mate toekomt, niet alleen volksvertegenwoordigers. Buiten de speciale omgeving van het volksvertegenwoordigende orgaan ben ik dat met hem eens.

We moeten geen samenleving krijgen waarin een kaste van speciale beroepsbeoefenaren meer vrijheid van meningsuiting heeft dan andere mensen. Het is goed dat er in het maatschappelijke debat fatsoensgrenzen aan de vrijheid van meningsuiting worden gesteld, maar die grenzen moeten dan wel voor iedereen gelijkelijk gelden.

Persoonlijk vond ik Wilders’ betreffende uitlatingen onfatsoenlijker dan die van het raadslid in de Gondelaffaire. Er zijn in het verleden mensen om minder veroordeeld (Janmaat is een bekend voorbeeld). In de Gondelaffaire juich ik de vrijspraak toe, mede omdat de uitlatingen van het raadslid in de kern inhoudelijk terecht zijn. De opname van de telefonische conversatie spreekt boekdelen. Erg, erg wonderlijk dat justitie de wethouder zo makkelijk laat wegkomen.

Wat betreft vrijheid van meningsuiting, essentieel is dat er in de rechtspraak niet met twee (of meer) maten gemeten gaat worden op grond van de maatschappelijke positie van deelnemers aan het maatschappelijke debat. We moeten niet terug naar feodale tijden.

Marius van Huygen

“Justitie kan geen strafbaar handelen vaststellen”

Hoge Raad:

“Met inachtneming van pluralisme, tolerantie en verdraagzaamheid als waarborgen van een democratische samenleving heeft de vrijheid van meningsuiting in het politieke debat niet alleen betrekking op de inhoud, maar ook op de vorm: die mag zelfs ‘offend, shock or disturb’”

Scheiding als politicus en als prive-persoon is dan blijkbaar niet mogelijk.
Het gaat hier om een ernstige beschuldiging die niet waar gemaakt kan worden en de persoonlijke integriteit van een politicus als prive persoon beschadigt.
In feite wordt hiermee de integriteit van een Nederlands staatsburger niet erkend. Een recht dat ieder Nederlands staatsburger heeft. Het gelijkheidsbeginsel wordt hier met de voeten getreden.

Frank Alserda

Uiteraard mag een politicus alles zeggen, hij/zij mag echter niet oproepen tot geweld. Iemand corrupt noemen en daar aanwijzingen voor hebben valt mijns inziens geheel terecht onder de vrijheid van meningsuiting. Wanneer de wethouder het hiermee oneens is bestaat er nog altijd aangifte wegens smaad zodat hij zijn naam kan laten zuiveren wanneer blijkt dat er geen sprake was van corruptie.

a.zecha

Een door een kiesgerechtigde democratisch gekozen partijvertegenwoordiger mag mijns inziens door kiesgerechtigden worden bekritiseerd op zijn handelingen, gedragingen en uitspraken. Ten aanzien van de door deze partijvertegenwoordigers aangewezen besturenden
geldt hetzelfde.

In een ontkende dictatoriaal / totalitair regeerde democratische rechtsstaat zullen de bekritiseerde bestuurders zich beroepen – meestal met staatssteun – op tal van wetten, AMvB”s, verordeningen, etc om de kritiekhebbende het zwijgen op te leggen.

Mijns inziens vormt de bejegening van de kritiek van klokkenluiders op de indirect democratisch gekozen staatsbestuurders een soort matrix om de kritiekhebbende tegemoet te treden. Een rechtsstaat blijkt hierbij voldoende macht en (publiek) geld in huis te hebben om de besturende leden te beschermen tegen kritiek.

Het parlementaire taalgebruik die en vogue is mag mijns inziens in een niet-dictatoriale democratische ook door burgers worden gebruikt jegens de door hen “gekozenen” en de door deze aangestelde bestuurderen..
a.zecha

Kees Cornelder

Dit is zo’n typisch geval dat de wereld van de juristerij zich, stap voor stap in een beroepsprocedure, volstrekt los zingt van de werkelijkheid: namelijk dat een gemeentelijke bestuurder zich metterdaad (minstens) gevoelig heeft getoond voor ‘gunsten’ van derden.
Dat de man in kwestie – wéér een VVDer trouwens – niet met pek en veren de betreffende gemeente is uitgejaagd, verwondert mij nog het meest.

Marco Knol

Sleutelbegrip lijkt mij hier te zijn het begrip “politiek domein”.

Het politieke debat wordt al geruime tijd niet meer enkel en alleen in de volksvertegenwoordiging gevoerd, maar ook in de media. Ook “gewone” burgers laten zich daarbij niet onbetuigd. Terecht.
In de volksvertegenwoordiging geldt een absolute straffeloosheid ten aanzien van wat men daar zegt, daarbuiten is er geen straffeloosheid, maar moet het politieke debat wel degelijk ook gevoerd kunnen worden. En in z’n algemeenheid kan men zeggen dat men in het politieke debat wat meer kan zeggen dan anders c.q. dat gezagsdragers een wat dikkere huid moeten hebben. Dat lijkt mij niet onredelijk zolang het gaat om het politieke domein.

Dat wil zeggen dat als het gaat om politiek-ambtelijke corruptie van de wethouder, zoals hier de beschuldiging luidt, er meer gezegd moet kunnen worden dan wanneer de wethouder vreemd gaat. Dat laatste lijkt mij namelijk vrijwel nooit onderdeel van het politieke domein (althans hier, en laten we dat zo houden).

Martien Stoelinga

Na het zien van de beelden, de film duurt 3uuren50 uur.
Was er maar een conclusie, Dit was een strafbaar feit, De rechter dacht hier anders over, Daarna ben ik een art. 12 procedure gestart, Op advies van Dhr. Fred Teeven.
De rechtsgang werd afgedaan, als niet ontvankelijk?? Voor ons een raadsel. Het zou totaal anders gelopen zijn, als dit strafbaar zou zijn. Ik heb mijn plicht als raadslid gewoon gedaan. Een wantoestand aan de kaak stellen, De echte hoofd speler in deze is Bas Verkerk Hij gaf dhr. Balje geld om een proces te beginnen. Graag enige reactie

Reinier Bakels

Dat de strafrechter niet tot een veroordeling wegens corruptie kwam doet weinig ter zake. Strafrecht is (hier) gelukkig nog steeds “ultimum remedium”. Aan het functioneren van een bestuurder in zijn functie mag je veel hogere eisen stellen. Hij moet zelfs de schijn van belangenverstrengeling vermijden (al is het volstrekt niet strafbaarr om die schijn te wekken).

Corruptie is misschien een zwaar woord, maar het ging wel over de integriteit van een bestuurder (in zijn functie), en dat mag een volksvertegenwoordiger best hard aanpakken. Politieke gevechten moeten niet via de rechter worden uitgevochten.

Het proces-Wilders is onvergelijkbaar, omdat Wilders zich niet tegen bestuurders of collega’s richtte, maar tegen moslims (pardon, tegen de islam als zodanig). Het bewerken van de publieke opinie met populistische leugens is een heel ander chapiter. Slechts één getuige-deskundige werd gevonden die bereid was te verklaren dat Wilders ons terecht zou waarschuwen tegen de vermeende gevaren van de islam, en toen die weg dreigde te vallen was het huis te klein. Objectieve, echte deskundigen zijn zelden onvervangbaar. Maar dat terzijde.

lyngbakken

Allereerst: het ging hier om een proces bij de Hoge Raad, niet bij de rechtbank of het Hof.

Bij die laatste twee gaat het wel om het bewijs en de vraag hoe het feitelijk zit; bij de Hoge Raad niet. Dat is de Hoge Raad wettelijk niet toegestaan, hij mag het alleen hebben over het recht. Daardoor lijkt de uitspraak van de Hoge Raad onbegrijpelijk in vergelijking met een filmpje dat over de feiten gaat, maar dat kan de Hoge Raad niet helpen.

Verder: het ging hier niet om een strafzaak, zoals bij Wilders, maar om een civiele zaak.
In een strafzaak gaat het om waarheidsvinding. In een civiele zaak is echter leidend wat de betrokken partijen aanvoeren. Daar is de rechter aan gebonden; de rest moet hij buiten beeld laten. De gedachte daarachter is dat civiele partijen vrij zijn om al dan niet een zaak aan de rechter voor te leggen, en dat de rechter die vrijheid dient te respecteren. Wat de partijen wel en niet hebben aangevoerd, weet ik niet, maar ik vermoed wel dat zij rekening hebben gehouden met het feit dat de Hoge Raad maar een beperkte taak heeft (alleen kijken naar het recht, niet naar de feiten).

Verder: of er pek en veren waren weet ik niet, maar de wethouder is allang afgetreden, en is zijn nieuwe functie ook misgelopen.

Marius van Huygen

“Politieke gevechten moeten niet via de rechter worden uitgevochten.”

Maar het ging hier om (vermeende) fraude.
En de rechter heeft hier vervolgens een uitspraak over gedaan en kon geen strafbaar feit vaststellen.
Behoort het signaleren van strafbare feiten en het aankaarten hiervan nog tot het domein van de politiek?
Martien Stoelinga vindt van wel en heeft zijn verantwoordelijkheid als Raadslid genomen.
De rechter heeft blijkbaar bij de betreffende art.12 procedure besloten tot een niet ontvankelijk verklaring van de heer Stoelinga omdat hier geen sprake is van een persoonlijk ‘eigen belang’. Een belangrijk criterium bij een art.12 procedure.

Op deze wijze worden veel misstanden bij de overheid niet justitioneel vervolgd en kunnen volksvertegenwoordigers hun controlerende functie niet uitoefenen.
De overheid is praktisch gezien moeilijk vervolgbaar en het hele rechtssysteem is daar in de praktijk op ingesteld.

Michiel Jonker

@ 12. Reinier Bakels

Het proces-Wilders is niet onvergelijkbaar met dat tegen het raadslid, maar wel verschillend. We moeten niet doen alsof de fatsoensnormen met betrekking tot uitlatingen over bestuurders absoluut verschillen van uitlatingen over andere mensen. Bestuurders zijn ook mensen (ook al doen ze zelf vaak hun best om zich te presenteren als supermensen).

In dit geval noemde het raadslid de bestuurder onder andere “corrupt” en een “dronkelap”. Het verwijt van corruptie gaat over de functievervulling van de bestuurder. Moet kunnen. Waar het verwijt van frequente dronkenschap over gaat, is minder duidelijk. Dronkenschap tijdens uitoefening van de bestuurlijke functie, met een negatief effect daarop? Of dronkenschap als eigenschap van een (privé-)persoon? In dit laatste geval zou de rechter moeten checken of: (1) “dronkelap” een term is die überhaupt smadelijk is; zo niet, dan is daarmee de kous af. Zo ja, dan moet de rechter checken of: (2) er in de feitelijkheid een redelijke grond was om deze kwalificatie aan de wethouder te hechten. Zo niet, dan ging het raadslid wel degelijk over de schreef.

Vermoedelijk heeft de rechter in dit geval anders geredeneerd, en een soort balans geprobeerd te creëren tussen de wethouder die met zijn hoogstwaarschijnlijk corrupte praktijken ongestraft wegkwam, en het raadslid die met zijn woedende beschuldigen dan dus ook maar onbestraft weg moest komen. Alleen is zo’n rechterlijke afweging niet salonfähig voor een rechterlijke motivering (want niet gebaseerd op wetgeving, maar op een subjectief gevoel van de rechter). Dus komt de rechter met het argument van een ruimere uitingsvrijheid in “het politieke debat”.

Ik vind dat jammer. Elk debat is in beginsel politiek. Ik heb wel eens een kennis in de gordijnen gejaagd die zichzelf milieubewust vond maar tevens drie keer per jaar met het vliegtuig op vakantie ging naar verre landen. Ons debat was privé, maar in essentie ook politiek, en na afloop zagen wij elkaar een flink aantal jaren niet meer. Ik had die kennis namelijk gekwetst door de woorden “vies” en “hypocriet” in de mond te nemen.

Ik kon dat onderbouwen. Als “dronkelap” een smadelijke term is, had de rechter moeten checken of het raadslid die term kon onderbouwen.

Martin van de Wardt-Olde riekerink

Het is niet aan politici om over zichzelf te oordelen. Dat doet namelijk de buitenwacht al. Een rechtszaak beginnen om je naam te zuiveren is als het delven van je eigen graf, het benadrukt de naderende dood.

Voor het recht is het eigenlijk geen issue. Uiteindelijk volgt het de communis opinio. En die is nu eenmaal dat men een hoop mag zeggen, nog.