Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

De Raad van State heeft een vernieuwer nodig

Majesteit! Afgelopen donderdag sloot de termijn waarbinnen kon worden gesolliciteerd naar het ambt van vicepresident van de Raad van State. Ik ben waarlijk benieuwd hoeveel reacties U kreeg op Uw advertentie in de Staatscourant. „Uw brief richt u aan Hare Majesteit”, stond er, „onder vermelding van de aanduiding Vertrouwelijk op de enveloppe”. In ieder geval één sollicitant kon van de interne post gebruikmaken, vermoed ik. Maar flauwer zal ik niet worden.

Wordt er wel geluisterd naar de adviezen en is de Raad wel een echte hoogste rechter?

Dit stukje gaat niet over wie U straks mag aanstellen, maar over wat er moet gebeuren, daar aan de Kneuterdijk. Over wat de nieuwe vicepresident daar aantreft en of dat ook verbeterd kan worden. De verleiding is uiteraard groot om niks te doen. De Raad bestaat al 500 jaar en is met de constitutionele monarchie een rustig bezit. En aangezien U binnenkort toch kleiner gaat wonen, gaat U niet eerst groot verbouwen. Een oud Chinees spreekwoord zegt: if it ain’t broke, don’t fix it, nietwaar. Niets doen is ook beleid.

Er zijn wel andere vernieuwingen die dringender zijn – denk aan de Randstad die zich als één metropool ontwikkelt, maar verdeeld blijft over vier concurrerende provincies. Of het gemankeerde Koninkrijk dat nu is verdeeld over een Europees en Caraïbisch deel met de zelfstandige schertslanden Aruba, Sint Maarten en Curaçao. Dáár zou die minister Donner ook z’n energie aan kunnen besteden. Maar dat dus terzijde.

De Raad van State zélf is intussen ook een klus. Het instituut produceert jaarlijks honderden adviezen en duizenden rechterlijke uitspraken. Goed, de vicepresident is vooral uitvoerder. Hij moet vertegenwoordigen, personeel aannemen, budget beheren en de ‘onderlinge samenhang bevorderen’. Er staat niet in het functieprofiel dat hij zich dient te bezinnen op de plaats van de Raad van State in het staatsbestel. Hij moet ‘algemene knelpunten in wetgeving en bestuur’ terugkoppelen. En de regering en de Kamer advies geven, eventueel onverplicht.

Dat biedt toch enige ruimte voor nieuwe ideeën, misschien wel voor deze. Vorige maand kwam het boek De Raad van State in perspectief uit, waarin de Raad zich liet analyseren door de buitenwereld. Onder eigen redactie, waardoor het natuurlijk een vrij beleefd boek werd. Maar ook dan zijn er ten minste twee vrij grote problemen, die ook dringend zijn. 1. Wordt er wel geluisterd naar de adviezen van de Raad? En 2. Is de Raad wel een échte hoogste bestuursrechter?

Die hoofdstukken geschreven door ‘de buren’, op Justitie en bij de Hoge Raad, zijn voor de sollicitatiegesprekken leuke input. Topambtenaar Gert Jan Veerman beoordeelt het praktisch effect van de honderden adviezen die jaarlijks worden gegeven als ‘niet indrukwekkend’. Beleidsmatige adviezen die de Raad geeft worden namens de minister meestal ‘weggeschreven’. De oppositie (en de pers) willen nog wel eens aan de kritiek van de Raad herinneren. Maar de regeringspartijen luisteren ‘niet of nauwelijks’. En het kabinet eigenlijk nooit. Het regeerakkoord is koning. De Raad piept in de marge en de olifant loopt door.

Veerman concludeert dat er weinig ‘zware redenen’ zijn om met die advisering door te gaan. Net zo min als er echt goede redenen zijn om ermee op te houden. Een nette manier om te zeggen dat de Raad er niet veel toe doet. Op onderdelen noemt Veerman de advisering een ‘dure dubbelganger’ van de gewone wetsvoorbereiding. Hij vindt het ‘zonde’ om de Raad op te heffen, maar de gedachte is kennelijk niet vreemd.

Kan het ook anders? Ja, de Raad zou niet moeten proberen om de ‘lavastroom’ wetsvoorstellen bij te houden met aparte adviezen. Maar over moeten gaan op thematische advisering. Op bredere staatkundige kwesties. En zo gezag herwinnen.

Raadsheer Fred Hammerstein van de Hoge Raad geeft een gelijksoortig advies. Concentreer u op de hoofdlijnen. Nu spreekt de Raad jaarlijks recht in 13.000 (!) zaken. Gewone en principiële kwesties krijgen dezelfde aandacht. De uitspraken worden niet eens geschreven door de staatsraden, maar door het stafbureau wat automatisch leidt tot een ‘zekere behoudzucht’. Aan vrijheid, onafhankelijkheid en distantie schort het, zo blijkt – tussen de regels – uit zijn bijdrage. Bij de Hoge Raad ligt het accent op creativiteit. Bij de Raad van State is het proces ‘tamelijk bureaucratisch’.

Ook niet zo’n vrolijke analyse dus. Zou dat iets zijn om op te lossen, voor de nieuwe m/v? Herijking op hoofdlijnen, selectie aan de poort, kwaliteitsimpuls en betere profilering van de eigen rol? Als Philips de tv-tak kan verkopen, is de Raad van State misschien ook wel tot strategische keuzen in staat. Eigenlijk zoekt de Raad van State een CEO, met innovatiedrift.

Geplaatst in:
Bestuursrecht
Staatsrecht
Lees meer over:
Hoge Raad
Raad van State

22 reacties op 'De Raad van State heeft een vernieuwer nodig'

Niek Heering

Als ik deze recensie over het boek ‘De Raad van State in perspectief’ lees, heeft dit staatsorgaan uit 1531 een bekwame begrafenisondernemer nodig: het wetsadvies-deel wordt opgeheven en de hoogste bestuursrechtbank trekt in bij de Hoge Raad. Dit is een goed tijdsmoment om deze instantie ten grave te dragen en het parlement moet deze kans grijpen. Wij moeten geen fossielen omdat zij er nu eenmaal zijn nieuw leven in blazen met een nieuwe innovatieve CEO, want dan begint het lieve leven ervan opnieuw: het laatste wat een Chief Executive Officer doet, is zijn funktie opheffen, zelfs als h/zij dit bij de sollicitatie belooft. Kan de huidige onderkoning niet een sterfhuisconstructie ontwerpen en het sterven begeleiden?

Irene Bal

Er is één ding dat in ieder geval niet moet gebeuren: het voorstel van de VVD om de rechtsspraak bij de RvS weg ta helen. Zie http://tinyurl.com/868quuk. Rutte gaat het volgende week ‘regelen’ met als argument dat een slager zijn eigen vlees niet moet keuren. Dat is een populistische argument dat erin gaat als koek. En het is ook, zoals populistische argumenten plegen te zijn, ronduit misleidend. De Raad van State is het namelijk hoogste rechtsorgaan waar je als burger kunt klagen over de overheid. Rutte wil de Hoge Raad die taken laten overnemen. Wedden dat de Hoge Raad binnen de kortste keren berispt wordt omdat het politiek geladen uitspraken doet en zo de scheiding der machten ondermijnt?

Onze democratische rechtsstaat wordt afgebroken waar we bij staan.

Michiel Jonker

Ik zou al een beetje blij worden als de rechters in de Afdeling Bestuursrechtspraak van de R.v.S. niet meer politiek benoemd zouden worden. En als onwettige bijverdieners zoals W. Deetman uit de Raad verwijderd zouden worden, zodat ze ook niet meer in de Volkskrant-lijst van 100 machtigste Nederlanders terechtkomen. Noblesse de Robe oblige!

Maar het gaat natuurlijk om de rechtspraak zelf. Om die te verbeteren, is een andere rechtsopvatting nodig dan die, die bij de Raad lijkt te prevaleren (ik baseer me hierbij op het beperkte aantal zaken waar ik zelf toevallig weet van heb – noem het een aselecte steekproef). De Raad hoeft zichzelf niet te reduceen tot “bouche de la loi” om toch het doel van wetgeving weer in ere te herstellen, en dus afscheid te nemen van de vigerende, formalistische interpretaties van de dode letter.

Een moderne Raad van State zou de huidige “ons kent ons”-bestuursrechtspraak kunnen veranderen in rechtspraak waar burgers weer vertrouwen in kunnen hebben, en waardoor ze niet systematisch op achterstand gezet worden ten opzichte van het bestuur. Het woord “bestuursrechtspraak” heeft in de praktijk een wrange lading gekregen: rechtspraak van en voor het bestuur. Het zou weer moeten worden: rechtspraak over het bestuur.

Daarvoor is om te beginnen ontvlechting tussen de Raad van State en het netwerk van bestuurders dringend nodig.

a.zecha

Mijns inziens heeft de Nederlandse Raad van State een tweetal belangrijke functies die zo hecht in en met elkaar zijn vervlochten dat een adequate werking van deze beide functies zo niet illusoir dan wel in de praktijk voor “Übermenschen” uitvoerbaar zijn.

Op de site: http://www.raadvanstate.nl/ kan worden gelezen dat de Raad van State: 1.“adviseur over wetgeving en bestuur” en 2. “de hoogste algemene bestuursrechter van Nederland” is.
Mijns inziens (ver)wordt in de Raad van State de democratische scheiding van de (adviserende) wetgevende en bestuurlijke macht enerzijds en de rechterlijke macht anderzijds tot een allegorisch beeld van een kat dat op het spek is gebonden.
a.zecha

Marius van Huygen

“Onze democratische rechtsstaat wordt afgebroken waar we bij staan”

Daarvoor is om te beginnen ontvlechting tussen de Raad van State en het netwerk van bestuurders dringend nodig.

Pieter de Jong

Democratisering van de rechterlijke macht

Iedere burger wordt geacht de wet te kennen.
Dat veronderstelt een kenvermogen: de cognitie.
De staatsinrichting moet overeenkomen met de cognitie.
De staat kent drie machten: de uitvoerende macht de dwingt de wet af, de wetgevende macht maakt de wet en de rechterlijke macht interpreteert de wet.
Daarmee corresponderen drie kamers.
De Eerste Kamer correspondeert met de uitvoerende macht.
De Tweede Kamer correspondeert met de wetgevende macht.
Een Derde Kamer bestaat er nog niet.
De rechterlijke macht heeft nu geen representatief lichaam en is daarom alleen in naam onafhankelijk.
De machten doen wat de democratisch gekozen kamers besluiten.

Met de rechterlijke macht zou een Derde Kamer in de vorm van een gekozen Raad van State kunnen corresponderen.
De Derde Kamer zou een adviserende taak hebben en een hoogste raad kunnen samenstellen die rechtspreekt.

De senaat is de oudste kamer, werd geïntroduceerd door de Romeinen.
De Tweede Kamer werd in de 17de eeuw geïnitieerd met het ontstaan van de parlementaire democratie.
De rechterlijke macht, in de rangorde de zwakste macht, wacht nog op een eigen kamer.

De uitvoerende macht dwingt de wet af, maar dat is in de huidige situatie de eigen interpretatie van de wet.
Met een functionerende Derde Kamer zou dat de interpretatie van de rechterlijke macht kunnen zijn.
Dat zou dan een waarborg zijn tegen corruptie.

Het staatshoofd is uitvoerende macht en zou derhalve geen voorzitter kunnen zijn van een gekozen Raad van State.
Dat zou dan zinvolle breuk zijn met de feodale Middeleeuwen.

Verder lopen, praktisch gezien, in de huidige situatie alle kwesties m.b.t. de rechterlijke macht via de Tweede Kamer, wat leidt tot ad hocisme in de wetgeving.

Marius van Huygen

Rectificatie:

“Onze democratische rechtsstaat wordt afgebroken waar we bij staan”

Om dat te voorkomen is daarvoor om te beginnen een ontvlechting tussen de Raad van State en het netwerk van bestuurders dringend nodig.

huib ghijsen

Ik ben aangenaam verrast dat zelfs de VVD met een dergelijk initiatief komt. De afkomst van de benoemde Raadsheren – en dames heeft teveel opzichtige invloed op de uitspraken. Bovendien is er nu geen cassatiemogelijkheid waarbij de wetsinterpretatie kan worden bijgestuurd door een echt onafhankelijk rechtsprekend orgaan. Ongetwijfeld zal dat politieke spanningen kunnen geven waar Irene Bal voor waarschuwt. Maar hoort dat niet tot het wezen van de Trias? De rechter bepaalt de grenzen van de door de wetgever opgestelde en door de regering uitgevoerde wetten en regels. En dat zal de regering niet altijd goed uitkomen…

John Janssen

Daar heb je gelijk in Irene Bal, het is een rare partij die VVD en heb mijn vraagtekens bij de werkelijke bedoeling van die partij. Nu vind ik de combinatie van Teeven en Donner toch al ongelukkig en weinig vertrouwens wekkend, en Opstelten roepttoeterd ook maar wat zonder na te denken over de gevolgen. Maar er is eigenlijk niemand in die driehoek die de balans bewaard tussen een leefbare samenleving, democratie en roeptoeterij. Daardoor heeft de overheid zich tegen de bevolking gekeerd en is de burger gedefineerd als potentieel crimineel die met een KGB systeem moet worden gecontroleerd, om de totalitaire controlle te behouden moet de rechtspraak dan zo onbereikbaar mogelijk worden gemaakt voor de gewone burger en zeker voor de lagere classen. Waar hebben we het dan nog over? Mijns inziens mag je dit geen rechtstaat meer noemen op deze manier.

Reinier Bakels

Het is interessant om zulke discussies ook in rechtsvergelijkend perspectief te bezien. De kernvraag is of de democratisch gelegitimeerde wetgever gecorrigeerd mag/moet worden door (rechterlijke) instanties die dat niet zijn (*). Vooral uit de VVD stijgen de laatste tijd geluiden op die dat met klem ontkennen. Zij geven blijk van een bedenkelijk gebrek aan historisch besef.

De Duitse Bondsrepubliek is in 1949 ontworpen als een ultieme poging om nooit meer tot een herhaling te komen van de – laat ik maar zeggen – akelige “staatkundige” experimenten uit de voorgaande decennia. Het eigenaardige is dat ook de Weimarer grondwet (van 1918-19) op het oog prachtig in elkaar zat, maar die bleek geen waarborg tegen de nare ontsporingen die al snel volgden.

In Duitsland wordt de wetgever niet vooraf geadviseerd, maar achteraf gecontroleerd. Het Bundesverfassungsgericht (niet de “hoogste” rechter maar een apart orgaan naast het Bundesgerichtshof) beslist niet alleen in individuele zaken, maar kan wetten ook in hun geheel buiten werking stellen. Waar een wet strijdig wordt bevonden met het Grundgesetz laat het Bundesverfassungsgericht het echter over aan de politiek om zo nodig met een beter alternatief te komen. Dat heet Parlamentsvorbehalt (een voorbehoud voor het parlement). Meestal wordt daar een termijn aan gekoppeld. Overigens kunnen de eerste 19 bepalingen van de Duitse grondwet nooit wezenlijk veranderd worden – om te voorkomen dat met bijv. een 2/3 meerderheid alsnog de grondrechten verkracht zouden worden.

Natuurlijk mopperen politici over onwelgevallige oordelen van hun constitutionele hof. Maar zij respecteren het wel. Net als in de VS trouwens, waar de (slechts) negen rechters van het Federale Hooggerechtshof een belangrijke stem hebben.

(*) Rechters zowel in het Bundesverfassungsgericht als het U.S. Supreme Court worden wel “politiek” benoemd. Eerstgenoemd gerecht bestaat voor een deel uit (juridisch geschoolde) ex-politici. En opeenvolgende Amerikaanse presidenten hebben geprobeerd hun Hooggerechtshof te sturen door de benoeming van geestverwanten.

Het aardige is nu dat deze rechters hun politieke sponsors (die het niet begrepen hebben) menigmaal teleurstellen door *juridisch* te werk te gaan en niet hun persoonlijk opvattingen maar een rationele interpretatie van hun grondwet te volgen.

Wat wel voor zo’n systeem nodig is, is een “dwingende” grondwet. De Nederlandse grondwet stamt in essentie nog steeds uit 1848, en diende vooral om het probleem van die tijd op te lossen, te weten de verdeling van bevoegdheden tussen koning en parlement. In dat kader is het begrijpelijk dat het parlement veel te zeggen kreeg.

De Amerikaanse Constitution en het Duitse Grundgesetz hebben een meer idealistische achtergrond – van respectievelijk de onafhankelijkheidsoorlog en de wedergeboorte van de Duitse staat na de Tweede Wereldoorlog. Moeten wij hier ook op verschrikkelijke ongelukken wachten voordat we een grondwet krijgen die ook politici aan strenge regels bindt? Eigenlijk zou zelfs Wilders daar vóór moeten zijn, want ons huidige systeem belet niet dat te onzent de sharia wordt ingevoerd als een meerderheid dat wil – zoals Donner een paar jaar geleden terecht opmerkte.

Michiel Jonker

@ 10. Reinier Bakels

Inderdaad kan een rechtsvergelijkend perspectief verhelderend zijn. Kennelijk zijn de (politiek benoemde) rechters in de Amerikaanse en Duitse constitutionele hoven in sommige gevallen voldoende professioneel en geestelijk onafhankelijk om zich niet te laten ringeloren door (nog als politicus actieve) politici.

Of een dergelijke functioneren van een constitutioneel hof in Nederland mogelijk zou zijn, is de vraag, gezien onze (politiek-bestuurlijke-juridische) cultuur in combinatie met de relatief kleine omvang van ons land en dus ook van de hogere echelons van de juridische beroepsgroep.

De Nederlandse “polder-cultuur” is er één van pappen en nathouden, van compromissen waardoor de “reputatie” van insiders ten opzichte van outsiders zo lang mogelijk beschermd wordt door ze geen gezichtsverlies te laten lijden, en waardoor niemand echt verantwoordelijk is of gemaakt kan worden voor dingen die fout gaan.

Stel dat we in Nederland een Constitutioneel Hooggerechtshof zouden oprichten (à la Bundesverfassungsgericht, los van de Hoge Raad, en gepaard met het overbrengen van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State naar de Hoge Raad). Hoe zou het dan in praktijk met de bestuursrechtspraak gaan?

Ik zie een bestuursrechter van de Hoge Raad voor me die vrijdagmiddag een uitspraak heeft gedaan die de bestuurlijke elite onwelgevallig is. Een dag later, op zaterdagavond, gaat hij naar het Concertgebouw. Allerlei bestuurlijke bobo’s kijken toevallig net een andere kant op of zijn in diep gesprek verwikkeld. Enkelen geven de bestuursrechter wel een hand, maar een tikje afwezig, of zelfs ronduit koel. Eén van hen mompelt iets over een “spraakmakende uitspraak”, en voegt er wrang-complimenteus aan toe: “Gedurfd.”

Zo’n hoge bestuursrechter moet dan wel bijzonder stevig in zijn schoenen staan om niet te voelen dat hij wat goed te maken heeft. Een paar weken later moet hij opnieuw uitspraak doen in een zaak waar een belangrijk deel van de bestuurlijke elite bepaalde ideeën over heeft…

Ik vraag me af of, als je de bestuursrechtspraak bij de Hoge Raad onderbrengt, dit er misschien toe kan leiden dat straks bij de Hoge Raad een ander soort rechters wordt benoemd (“komt bovendrijven”), waarvan velen niet uit het goede hout gesneden zouden zijn. Dan zouden we straks ook nog de Hoge Raad kwijt zijn als bastion van professionele rechtspraak.

Niek Heering

#6 Pieter de Jong. In de trias politica van Montesquieu vormt de wetgevende macht het parlement, dus onze Eerste en Tweede Kamer; de uitvoerende macht de regering; en de rechterlijke macht onze rechtbanken.

Pieter de Jong

# 12 Niek Heering. Ik beschouw de machten van de staat als entiteiten. De Eerste- en de Tweede Kamer zijn wel beide bij de totstandkoming van wetten betrokken, maar de Eerste Kamer maakt geen wetten. Ze beoordeeld de uitvoerbaarheid.

De uitvoering van de wet is een regionale en lokale aangelegenheid. De senaat is van oudsher de kamer van de adel, de lokale en regionale bestuurders. Er zouden directe Eerste Kamer verkiezingen moeten zijn met regionale kandidaten. In de VS hebben ze sinds 1913 directe verkiezingen van de Senaat.

In de Tweede Kamer gaat het om ideeën en visies over te maken wetten, dat is met landelijke kandidatuur. De regering geeft leiding aan de uitvoerende macht vanuit de wetgevende macht. Omdat we ‘rule of law’ hebben zijn de ministers verantwoordelijk.

Het staatshoofd is uitvoerende macht. De senaat werd ook wel de ‘ménagerie du roi’ genoemd ooit. De minister president komt vanuit de Tweede Kamer, dat is de wetgevende macht.

lyngbakken

@ Pieter de Jong:
Ik ben het eens met Niek Heering. De eerste kamer voert niet uit, maar maakt wetten. Ze heeft alleen niet het recht om wetten voor te dragen (zoals de tweede kamer en de regering wel hebben). Ze wil verder niet al te politiek zijn in haar rol. De tweede kamer is wel rechtstreeks gekozen, de eerste niet, vandaar. Mede daarom let de eerste kamer vooral op uitvoerbaarheid van wetten, maar zij voert die zelf niet uit.

Is het niet veel simpeler om de Raad van State en de eerste kamer samen te voegen op het vlak van de wetgevingsadvisering, dan om nog een derde kamer in het leven te roepen?
Je kunt er verder natuurlijk voor kiezen om ook rechters te gaan verkiezen. Het heeft echter wel nadelen: een gekozen rechter kan zich minder gebonden gaan voelen aan de wet, juist omdat hij ook zelf democratisch is gekozen. Het kan dan bovendien verschil gaan maken of je voor een rechter komt die met linkse voorkeuren is gekozen, of een met rechtse. Ik zou er daarom niet voor kiezen, en houd liever de rechter als zwakste staatsmacht.

Pieter de Jong

# 14 lyngbakken. Ik zie de kamers als de representatieve lichamen van de machten. De Tweede Kamer is meer goed voor de organisatie, terwijl de Eerste Kamer meer goed is voor de samenwerking. Opvallend is dat die partijen die de Eerste Kamer af willen schaffen niet goed kunnen samenwerken, ook niet in een regering.

Nadeel van de huidige situatie is dat de rechterlijke macht niet echt onafhankelijk is, maar meer gezien wordt als een verlengstuk van de uitvoerende macht: een verfijning daarvan. Door de Raad van State en de Eerste Kamer samen te voegen zou je dat bestendigen.

lyngbakken

@15. Pieter de Jong
Pieter: ik ben er niet voor om de Raad van State en de Eerste Kamer samen te voegen voor het rechtspreken. Een dergelijke samenvoeging zou lijken op de situatie in Engeland, en dat heeft een totaal andere traditie dan wij.
Ik pleit -zoals ik ook schreef- alleen voor samenvoeging voor de wetgevingsadvisering vooraf.
Anders dan Irene Bal zou ik (met bijvoorbeeld de VVD) wel willen pleiten voor het weghalen van de rechtsprekende taak bij de Raad van State, om die onder te brengen bijvoorbeeld bij de Hoge Raad. Rechtspreken achteraf is voor mij toch iets wezenlijk anders dan betrokkenheid vooraf bij de totstandkoming van wetten, en dat wordt zo tot uitdrukking gebracht. De onafhankelijkheid wordt zo ook beter geborgd.
Ik begrijp dat de staatsraden bij de Raad van State juist in de combinatie van wetgevingsadvisering en rechtspraak een inhoudelijke meerwaarde zien, en die is er wellicht ook. Maar dat weegt voor mij minder zwaar dan het belang van de staatsrechtelijke scheiding tussen wetgeving en rechtspraak. Het onvoldoende aanbrengen van een dergelijke scheiding blijft ook Europeesrechtelijk gevaarlijk, denkend aan het Procola-arrest uit Straatsburg met betrekking tot de Luxemburgse Raad van State. De daarin geformuleerde probleempunten zouden in de toekomst wel eens aangescherpt kunnen worden, en dan in de Raad van State ook uit die hoek in last. Dat kunnen we beter voor zijn. En we zouden ook geen minimumlijders moeten willen wezen in Europa, zou ik zeggen.

Michiel Jonker

@ Pieter de Jong en @ Lyngbakken

Een scheiding tussen rechtspraak en advisering over wetgeving is natuurlijk zeer gewenst (zie inderdaad ook het Procola-arrest), en daarmee ook een echte scheiding tussen de twee “afdelingen” van de huidige Raad van State (waarbij veel leden ook nog eens in beide “afdelingen” actief zijn).

Wat echter niet zou moeten, is dat men nu weer in de bekende Nederlandse valkuil / afleidingsmanoeuvre van een “structuurdiscussie” verzeild raakt. Dan zou het alleen nog maar gaan over een nieuwe organisatorische structuur waarin de activiteiten van de huidige R.v.S. zouden moeten worden ondergebracht. Daarmee zou de eigenlijke kern van het probleem ondergesneeuwd raken. Namelijk wat voor soort bestuursrechtspraak en wat voor soort wetgevingsadvisering we in dit land willen.

De onafhankelijkheid van bestuursrechtspraak is hoog nodig, maar die onafhankelijkheid kan nooit meer zijn dan VOORWAARDENSCHEPPEND voor goede bestuursrechtspraak. Als die onafhankelijkheid niet gepaard gaat met een mentaliteitsverandering bij bestuursrechters (een nieuw soort kwaliteitsbewustzijn, dat zowel in uitspraken als bij de benoeming van rechters tot uiting komt), dan stelt die onafhankelijkheid in de praktijk weinig voor.

Er moet nagedacht worden over hoe bestuursrechtspraak niet alleen formeel, maar ook daadwerkelijk onafhankelijk kan worden gemaakt van politieke modes en grillen, en van politieke netwerken. Een rechterlijke ivoren toren (formeel volledig autonome coöptatie) is daarbij ook geen goede optie, want zo’n ivoren toren zal, als gevolg van het sociale verkeer tussen hoge rechters en mensen uit het circuit van bestuurders (onder andere via prestigieuze wetenschappelijke circuits), altijd de neiging hebben om het bestuurlijke perspectief over te nemen ten koste van het perspectief van rechtzoekende burgers.

In de huidige situatie lijkt het me verstandiger om de Afdeling Bestuursrechtspraak van de R.v.S. eerst te “saneren”, voordat ze eventueel wordt ondergebracht bij een ander instituut, bijvoorbeeld de Hoge Raad. Immers, de Hoge Raad moet haar werk steeds kunnen blijven doen, onder bekwame leiding, zonder te worden overbelast met de plotselinge verantwoordelijkheid voor een kreupel instituut met dubieuze normen op het gebied van integriteit.

Zonder een dergelijke, voorbereidende sanering bestaat er een substantieel risico dat de kwaliteit van de bestuursrechtspraak niet omhoog wordt getrokken, maar de kwaliteit van andere rechtspraak juist naar beneden.

Pieter de Jong

@ Michiel Jonker.
Mijn interesse is vanuit een onderzoek naar de wiskundige grondslagen van de architectuur. De staat is architectuur in tijdruimte, zodoende gaat het ook over de grondslagen van de staatsinrichting. De vraag is: bestaat er zoiets als een universele staatsinrichting? Als dat het geval is, dan kan van staatsinrichting een wetenschappelijke studierichting gemaakt worden. Dat is dan een discussie over de grondslagen; in de praktijk heb je natuurlijk te stellen met de fenomenen en problemen zoals die zich voordoen.

Michiel Jonker

@ 18. Pieter de Jong

Hm, ik zie staatsinrichting als een multidimensionaal, sociaal-psychologisch fenomeen. Een huisdier is dat ook. De vraag is dan: bestaat er zoiets als een universele hond? Een andere mogelijkheid is om te zoeken naar de wiskundige grondslagen van de architectuur van God. Ik zie Hem al glimlachen.

Het is nogal een queeste. Ik hoop dat u uiteindelijk een plek zult vinden waar het u mogelijk is uw Ring in het vuur te gooien, om daarna heling te vinden. Ooit zal de Schaduw van het streven naar absolute kennis & controle de wereld niet langer verduisteren.

Pieter de Jong

@ Michiel Jonker
Ik pleit voor een verwetenschappelijking van de staatsinrichting van de parlementaire democratie die zelf de scheiding is tussen Kerk en Staat.

Marius van Huygen

De ‘vernieuwer’ wordt dus CDA minister Donner.
De regenten met hun oude politieke netwerk en vrienden gaan gewoon verder. Business as usual!

http://www.nrc.nl/nieuws/2011/12/08/liesbeth-spies-in-beeld-voor-opvolging-donner/

Paul Kirchhoff

Bij de RvS gaat vast de vlag uit nu ze tegen hun uitdrukkelijke wens opgezadeld worden met de heer Donner.
Donner past ook uitstekend in het profiel van vernieuwer.
De RvS is toe aan een vice-voorzitter die in staat is dit 400 jaar oude instituut aan te passen aan de eisen van deze tijd.
Met de heer Donner als onderkoning van Nederland zal dat wel bij een wens blijven.