Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

De Uitspraak: mag de strafrechter bewijs gebruiken dat niet verzameld had mogen worden?

Mag de strafrechter in een moordzaak beelden van een verkeerscamera gebruiken die niet bewaard mochten worden? Met commentaar van NJB-redacteur en hoogleraar strafrecht Taru Spronken en NJB-redacteur Corien Prins, hoogleraar recht en informatisering.

De Zaak. De strafrechter veroordeelt een man tot 34 maanden cel wegens het ‘wegmaken van een lijk’, hennepteelt, drugshandel en handel in valse merkkleding. De rechter spreekt de verdachte echter vrij van moord of doodslag omdat de politie het bewijs daarvoor verzamelde met beelden uit verkeerscamera’s die illegaal bewaard waren.

Wat is er gebeurd? De politie treft op een verlaten terrein een half verbrand lijk aan en in de buurt een gehuurd busje. Het slachtoffer is doodgestoken en waarschijnlijk gedumpt met het busje. Elders is bij een inval in een hennepkwekerij een bebloed luchtbed gevonden. Het slachtoffer is een medewerker van de hennepkweker – de politie vermoedt dat de kweker hem doodstak. Hij zou met diens busje het lijk hebben vervoerd naar het verlaten terrein. Tegen de politie zegt hij echter dat de man op de bewuste avond met het busje naar huis reed. En dat hij zelf met eigen auto ook naar huis vertrok. Maar de politie toont aan dat dit niet klopt. Zijn verhaal spoort niet met de cameraregistratie. De verdachte zou liegen.

Wat is nu het probleem? Het bewijs berust op de ANPR en Vialis kentekenregistraties, maar is onrechtmatig verkregen. Deze verkeerscamera’s scannen continu het verkeer op gestolen, onverzekerde of anderszins gezochte auto’s. De politie mag alleen de zogenaamde ‘hits’ bewaren. De rest moet na een korte tijd worden weggegooid, om te voorkomen dat de overheid alle bewegingen van heel autorijdend Nederland bewaart. Dat was hier niet gebeurd. Justitie vroeg er toegang toe en vond zo precieze historische gegevens over de auto’s van slachtoffer en verdachte.

Waarom sluit het hof deze gegevens uit als bewijs? Cameragegevens bewaren, mag alleen als de wet dat toelaat. Dat geldt ook voor het gebruik ervan. Dit is dus een ‘onherstelbaar’ vormverzuim. Door het niet wissen van de gegevens is er een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte gepleegd. Gegevens over zijn auto mogen daarom niet worden gebruikt. Voor de auto van het slachtoffer ligt dat anders. De verdachte mag zich voor zijn eigen verdediging niet beroepen op de schending van diens privacy. Het Openbaar Ministerie gaat in cassatie.

Wat zegt de Hoge Raad? Om te beginnen dat een vormverzuim niet altijd tot bewijsuitsluiting hoeft te leiden. De rechter moet de ernst van de fout beoordelen. Hoe verwijtbaar was het verzuim en hoe zwaar zijn de gevolgen? Ook moet de rechter beoordelen of het belang dat de geschonden regel diende (privacy) hier wel een rol speelt. Bij (on)rechtmatig bewijs gaat het immers over het belang van een eerlijk strafproces. De strafrechter is ook niet verplicht om een verdachte te bevoordelen na een gemaakte fout. Al deze factoren moeten expliciet worden besproken. De keuze die de rechter uiteindelijk maakt moet goed worden gemotiveerd. Dat is hier niet gebeurd. Het Openbaar Ministerie wint. Een nieuwe rechter moet nogmaals beoordelen of zoekresultaten uit een illegaal register als bewijs in deze strafzaak mogen dienen. Veroordeling voor moord kan nog steeds.

Lees hier de uitspraak (LJ BR0554).

Update: Op 15 juni 2012 is de verdachte definitief vrijgesproken. Het is onduidelijk of de verdachte de steekwonden heeft toegebracht. Op het luchtbed van het slachtoffer is geen bloed van de verdachte gevonden. Wel van het slachtoffer en van een andere onbekende man, die de politie nog zoekt wegens een gewapende woningoverval. Het Hof Den Haag bespreekt de kwestie van de verkeerscamera niet omdat de verdachte al om andere redenen niet schuldig wordt geacht. Vindplaats is hier. (LJ BW 8419)

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.

Geplaatst in:
Strafrecht
Lees meer over:
drugs
moord
privacy

32 reacties op 'De Uitspraak: mag de strafrechter bewijs gebruiken dat niet verzameld had mogen worden?'

NJB redacteur Corien Prins, hoogleraar recht en informatisering in Tilburg

ANPR is voer voor ingewikkelde discussies. Zoals over de vraag hoe we het belang van een efficiënte en effectieve handhaving moeten afwegen tegen het privacybelang van de automobilisten. Of de ingewikkelde kwestie hoe we automobilisten adequaat kunnen informeren dat ze op hun dagelijkse route van of naar werk en huis vele – wellicht tientallen malen – via hun kenteken in een politiesysteem terecht komen. Zelfs als ze niets op het eigen kerfstok hebben. Of de vraag naar de maatvoering van dit alles. De inzet van technologie is immers allesbehalve neutraal. Met de overgang van menselijke waarneming naar technologische waarneming maken we een kwalitatieve sprong. Een netwerk van duizenden camera’s oftewel duizenden digitale knooppunten, zoals dat met ANPR kan worden gerealiseerd, betekent immers de stap naar de realisatie van een volcontinue en vrijwel allesomvattende vorm van observatie. Dat is, zoals Henk Griffioen begin dit jaar al in het Nederlands Juristenblad stelde (1) , heel wat anders dan menselijke waarneming ooit zal kunnen realiseren. Een discussie over deze kwalitatieve stap is tot op heden niet gevoerd. Hopelijk pakt het parlement de handschoen op bij de behandeling van het binnenkort te verschijnen wetsvoorstel dat de ‘no-hits’ (men spreekt over ‘passagegegevens’) nu eindelijk van een wettelijke grondslag (2) moet voorzien. Want de vragen zijn uiterst relevant: hoe omvattend mag de nieuwe observatie eigenlijk worden? Met hoeveel van dit soort ANPR-camera’s willen we onze wegen uiteindelijk volhangen? En mogen de digitale ogen ook onbeperkt op politieauto’s worden gemonteerd en zich dus ontwikkelen tot mobiele ANPR’s?

En er speelt bij deze uitspraak van de Hoge Raad nog een ander fundamenteel punt. ANPR is zonder enige democratische legitimatie (althans voor wat betreft de no-hits) in korte tijd uitgebouwd met een rijkdom aan toepassingen: de politie zet het in bij de aanpak van drugsrunnersproblematiek en bestrijding van mobiel banditisme. Samen met de politie gebruikt de VROM-inspectie de gegevens voor controles van afvaltransporten, gebruikt de Inspectie Verkeer en Waterstaat ze voor controle van het taxivervoer en controle op rij- en rusttijden, zet Rijkswaterstaat de gegevens in voor het in kaart brengen van verkeersstromen en gebruikt de Belastingdienst ze voor controle op verschillende belastingen. Problematisch is echter dat men te midden van dit enthousiasme de rechtmatigheid uit het oog lijkt te hebben verloren. Alhoewel rechters zich de afgelopen jaren wisselend hebben uitgelaten over dit digitaal enthousiasme zonder wettelijke grondslag , is het College Bescherming Persoonsgegevens nauwelijks echte steun geboden in diens kritische opstelling. Ook de Hoge Raad toont zich nu dus mild. Zorgelijk is, dat daarmee ook een signaal richting uitvoeringspraktijk wordt afgegeven: “pionieren zonder wettelijke grondslag is zeker niet bij voorbaat kansloos”. En: “u kunt de grenzen van onze rechtsstaat pragmatisch opvatten.” Juist nu op uitvoeringsniveau discussies over de rechtmatigheid van ANPR kennelijk op voorhand als gevaar voor de ongehinderde doorgang van de nieuwe digitale ambities worden gezien (zoals de Tilburgse onderzoekster Van Ooijen concludeerde ) en ANPR zeker niet het eerste voorbeeld van digitaal pionieren zonder de noodzakelijke democratische legitimatie is , kent de milde opstelling van de Hoge Raad onherroepelijk z’n scherpe kantjes.

(1) H. Griffioen, Nederlands Juristenblad, 4 maart 2011.
(2) Hof ’s Hertogenbosch, 5 oktober 2010, LJN BN9352; Zie ook de jurisprudentie vermeld in de toelichting bij het Wetsvoorstel regeling van het vastleggen en bewaren van kentekengegevens door de politie.

NJB redacteur Taru Spronken, hoogleraar strafrecht in Maastricht en advocaat

Deze zaak gaat over een van de klassieke dilemma’s van het strafproces. Mag er gebruik worden gemaakt van bewijs dat in strijd met de wet verkregen is, als daarmee de dader van een ernstig strafbaar feit kan worden gepakt en veroordeeld? Aan de ene kant vinden we dat bij de opsporing van strafbare feiten niet alles geoorloofd is en dat de politie zelf ook de wet moet naleven. In deze zaak: beelden van cameraregistraties van kentekens die geen ‘ hits’ opleveren moeten worden vernietigd, omdat anders ongeoorloofde inbreuken worden gemaakt op de privacy van weggebruikers. De meest effectieve manier om ervoor te zorgen dat dit soort regels ook wordt nageleefd, is bewijs dat in strijd met de wet is verkregen uit te sluiten van gebruik in een strafzaak. De ratio daarvan is dat als het overtreden van regels niet loont er minder snel de neiging zal ontstaan die regels aan de laars te lappen. Maar wat nu als bewijsuitsluiting serieuze gevolgen heeft en zoals in deze zaak resulteert in vrijspraak van moord ? Moeten we dan principieel blijven? Aan het publiek is dat moeilijk uit te leggen, zeker als dat onrechtmatig verkregen bewijs op zichzelf redelijk betrouwbaar is en een schuldige de dans lijkt te ontspringen.
In art. 359a van het Wetboek van Strafvordering en de rechtspraak van de Hoge Raad zijn criteria ontwikkeld hoe met dit soort situaties moet worden omgegaan. De zwaarste sanctie die kan worden toegepast is de niet- ontvankelijkverklaring van het OM. Dat gebeurt alleen in geval het OM, of de politie doelbewust en dus willens en wetens de wet heeft overtreden om maar tot een veroordeling te komen. Dat komt (gelukkig) maar zelden voor. Bewijsuitsluiting , een minder zware sanctie dan niet- ontvankelijkverklaring, hoeft niet automatisch te worden toegepast als er iets onrechtmatigs is gebeurd. Bijvoorbeeld als regels eigenlijk niet geschreven zijn ter bescherming van de verdachte, hoeft overtreding hiervan nog niet tot bewijsuitsluiting te leiden. In deze zaak: dat de cameraregistratie van de auto van het slachtoffer niet is vernietigd, is niet iets waar de verdachte zich op kan beroepen omdat zijn privacy niet geschonden is. De rechter kan tot slot op grond van art. 359a Sv ook volstaan met het constateren dat er iets onrechtmatigs is gebeurd, maar daar verder geen consequenties aan verbinden of een iets lagere straf opleggen als compensatie.
Ook bewijsuitsluiting komt nog maar zelden voor omdat door de rechter een belangenafweging moet worden gemaakt, waarbij de ernst van de onrechtmatigheid moet worden afgewogen tegen de gevolgen van bewijsuitsluiting. In het onderhavige geval is kennelijk de privacyschending ten aanzien van de verdachte niet voldoende grond voor bewijsuitsluiting want de HR vindt dat het Hof dat maar eens moet uitleggen. Het meest dubieus is echter de redenering dat een verdachte er niet van hoeft te profiteren, als de politie over de schreef is gegaan. Zo leidt een onrechtmatige doorzoeking van een huis nog maar zelden tot bewijsuitsluiting als er bijvoorbeeld wapens of drugs worden gevonden. En daar wringt toch iets. Wat stellen bewijsuitsluitingsregels nog voor als ze niet worden toegepast zodra onrechtmatig optreden bewijs oplevert? Is dat niet de kat op het spek binden?

F. Huitema

Een bonus (in de vorm van dankbaar aanvaard bewijs voor moord) op het onterecht bewaren van zulke camerabeelden lijkt mij niet de juiste manier om Big Brother in te dammen, hoe wrang het moge zijn als een moordenaar dan de dans ontspringt. Helemaal eens met Spronken. Het primaat voor de vaststelling van de grenzen van gerechtvaardigde inbreuken op de privacy dient bij het parlement te liggen, niet bij de rechter. Als we als land vinden dat veroordelingen belangrijker zijn dan privacy, dan is dat prima, maar de rechtsstaat is niet gediend met dit soort grijze gebieden.

Michiel Jonker

Ik vraag me af: had de politie het bewijs niet op een andere manier rond kunnen krijgen? Of dachten ze: het lukt zo ook wel, ook al is het niet volgens de regels, want de rechter matst ons wel, desnoods in hogere instantie, dus waarom zouden we nog extra moeite doen?

Nog een vraag. Welke organisatie bewaart die verkeersgegevens? Heeft de politie die gegevens onder valse voorwendselen opgevraagd? Of heeft de organisatie ze bewust overhandigd, wetende dat ze om oneigenlijke redenen werden opgevraagd? Is dat allebei niet strafbaar?

Het gaat hier niet om de privacy van een crimineel, maar om de privacy van miljoenen niet-criminele burgers.

Bijna niemand lijkt DIE privacy echt belangrijk te vinden – totdat je zelf een keer aan de beurt bent.

Hoe gaat dat in z’n werk, als je zelf een keer aan de beurt bent?

Dat gaat zo. Er zwerven ontzettend veel gegevens over burgers rond in allerlei bestanden. Daardoor wordt het steeds makkelijker om, op basis van een geselecteerd DEEL van die gegevens, over elke burger wel iets verdachts te construeren of zelfs te fantaseren. De zaak Lucia de Berk was een spectaculair voorbeeld van zo’n constructie / fantasie.

Zoals bekend, heeft het OM (tegenwoordig) de neiging om ontlastende gegevens weg te laten uit, of weg te moffelen in haar pleidooien. “No lie can live forever” is een motto van het OM dat in sommige gevallen eerder spijtig klinkt dan idealistisch. Het motto is trouwens zelf al een leugen, want er is geen enkele aanleiding te veronderstellen dat alle leugens worden ontzenuwd. Iedereen kan bij zichzelf te rade gaan of al z’n eigen, persoonlijke leugens zijn ontzenuwd. Nee? QED.

Wie ten onrechte ergens van wordt verdacht, maar niet de beschikking heeft over een goede en gemotiveerde advocaat, is niet opgewassen tegen een selectieve presentatie door een “alwetend” OM.

Zoals eveneens bekend, zien rechters het lang niet altijd als hun verantwoordelijkheid om serieus te toetsen of de presentatie van informatie wel volledig of evenwichtig is.

Als de wettige verkrijging van bewijs alleen nog theoretisch van belang is, maar in de praktijk niet meer, krijg je een land waarin iedereen relatief makkelijk “schuldig” kan worden verklaard als hij een probleem krijgt met een sterkere wederpartij, die meer grip heeft op de zee van informatiemateriaal. Dan hebben we dus geen rechtsstaat meer.

Een voortdurende angst om schuldig te zijn, past trouwens wel uitstekend bij ons van oorsprong calvinistische en katholieke zondebesef. Het gaat ook goed samen met heimelijk dingen doen die het daglicht niet kunnen verdragen: schuldbesef als een vorm van continue psychische decompensatie.

Misschien past de rechtsstaat wel minder goed bij de krochten van onze Nederlandse cultuur dan de bewakingsstaat. Misschien is dat één van de redenen dat het alziend oog van God in ons land zo gretig wordt geseculariseerd in de vorm van een door staat en regenten georganiseerd “panopticum” (de term werd ooit door Frank Ankersmit gebruikt in een lezenswaardig artikel in NRC), waaraan een “volkje van kruideniers en boekhouders” zich meteen gewillig onderwerpt. Op deze manier wordt een oud verbond tussen adepten van Onze Lieve Heer en die van Vadertje Staat nieuw leven ingeblazen, ditmaal echter met de Staat onbetwist en soeverein aan de leiding.

Alhoewel: elke totalitaire staat, met welke cultuur of religie ook, heeft geprobeerd zijn onderdanen intensief te observeren en “schuldig” te maken.

Johan Kloosterman

Mag ik eens iets zeggen als volstrekte niet-jurist? De discussie gaat nu over het gebruik van wat ze in Engeland noemen CCTV. Kunnen Nederlanders iets leren van het buitenland? Of wonen we in een land waarin HR, rechtbanken en advocaten gekneveld worden door klein-vaderlands geneuzel? Wordt het niets eens tijd om de luiken open te zetten, wordt het geen tijd om Nederlandse oogkleppen af te zetten? We leven -God betere het!- toch niet meer in tijden van lokale oogkleppen? Als inwoner van Friesland denk ik dan: dit is een discussie van voor Kneppelfreed. Paard Tonken staat tegen paard Prins te praten en allebei praten ze met oogkleppen op. Ik denk dan maar: ga toch weg, zoek de grotere context! Europa vinden we toch o zo belangrijk? Wordt het dan niet eens tijd een Europese context voor deze discussies te zoeken?
Als totale niet-jurist word ik niet blij van dit soort discussies. En waar ik al helemaal niet blij word, is dat het recht van de crimineel gesteld worden boven het recht van het slachtoffer. Dat vind ik het meest obscene in deze discussie. In de meeste Nederlandse, juridische discussies in het slachtoffer afwezig. Nederlandse rechters oordelen over levenden, niet over doden. Doden doen er niet toe. Als doden er niet meer toe doen, dan hoef je moordenaars meer te vervolgen. Onder ons rechtssysteem zijn moordenaars rechters, die mensen, anderen, tot irrelevantie hebben veroordeeld. Een rechtssysteem dat dit ‘recht’ bevestigt, kan in mijn ogen geen recht genoemd worden.

b lyngbakken

Het arrest lijkt mij niet zo bijzonder. De Hoge Raad neemt gewoon artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering serieus. Dat luidt als volgt:
1. De rechtbank kan, indien blijkt dat bij het voorbereidend onderzoek vormen zijn verzuimd die niet meer kunnen worden hersteld en de rechtsgevolgen hiervan niet uit de wet blijken, bepalen dat:
a. de hoogte van de straf in verhouding tot de ernst van het verzuim, zal worden verlaagd, indien het door het verzuim veroorzaakte nadeel langs deze weg kan worden gecompenseerd;
b. de resultaten van het onderzoek die door het verzuim zijn verkregen, niet mogen bijdragen aan het bewijs van het telastegelegde feit;
c. het openbaar ministerie niet ontvankelijk is, indien door het verzuim geen sprake kan zijn van een behandeling van de zaak die aan de beginselen van een behoorlijke procesorde voldoet.
2. Bij de toepassing van het eerste lid, houdt de rechtbank rekening met het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt.
3. Het vonnis bevat de beslissingen vermeld in het eerste lid. Deze zijn met redenen omkleed.

Om te beginnen met het laatste: rechterlijke beslissingen moeten altijd goed worden gemotiveerd, en de wetgever heeft op die plicht hier nog eens extra de nadruk gelegd.
Dat is ook geen wonder, want de rechter kan uit verschillende oplossingen kiezen. Die keuze moet hij goed verantwoorden. Dat de Hoge Raad dan heel streng is, lijkt mij voor de hand te liggen.

Mij valt op dat in de commentaren de eerste keuze (onder a) niet wordt besproken: strafvermindering. Die wordt denk ik niet voor niets als eerste genoemd. In dat kader kan de rechter de ernst van het feit moord afwegen tegen de ernst van de privacyschending. De moordenaar komt er dan niet mee weg, maar krijgt wel minder straf omdat de overheid ook boter op het hoofd heeft.

Daar kan ook enige prikkel van uitgaan naar de politie en de officier van justitie. Maar dat kan niet de echte oplossing zijn. Er zal ook ander toezicht op de opsporing nodig zijn, dat bijvoorbeeld met disciplinaire maatregelen kan optreden tegen politieambtenaren en officieren van justitie. En als het echt te bont is, kunnen die natuurlijk ook zelf voor de strafrechter worden gebracht.

En als het gaat om de bescherming van privacy meer in het algemeen, is de bijdrage van de strafrechter in zaken als deze nog beperkter. Daar moet vooral de wetgever actie ondernemen, en dienen het CBP en de burgers alert te blijven.

E.M. Wesselingh

Wat mij enorme zorgen baart bij deze einduitspraak is het feit dat “for the sake” van een (1) individueel geval, de legitimiteit van het strafrecht in de waagschaal wordt gelegd. Deze salamitactiek zal ons uiteindelijk leiden tot een staat die de individuele burger controleert tot op een niveau zoals George Orwell dat treffend heeft beschreven in “1984″.

Wat mij extra zorgen baart in deze is het vrijwel compleet ontbrekende maatschappelijke debat in dit soort zaken. Ben ik dan helemaal gek als ik meen te bespeuren dat we langzamerhand naar een mate van dataverzameling, en staatscontrole op wat burgers doen zijn, aan het afglijden zijn zoals dat in de aanloop naar WO II gebeurde?

Er zijn grosso modo 95% burgers die handelen binnen de regels, en een minderheid die de regels overtreedt. Waarom dan deze draconische maatregelen toepassen op ALLEN, terwijl je een kleine minderheid wilt kunnen onderzoeken? Waar in dit verhaal vinden wij de fundamentele rechten van de mens terug – toch een niet onbelangrijk fundament van onze rechtsstaat??

Jan Mast

Meteen toegegeven: Ik ben geen jurist, slechts een doorsnee burger met een (naar ik aanneem) standaard rechtsgevoel.
Ik zie hoe moeilijk het is om in dit soort zaken tot een welafgewogen oordeel te komen naar slachtoffers toe en tevens de rechtsorde te handhaven. Het laatste loslaten zou betekenen, dat politie en justitie hun gang kunnen gaan en dan liggen uitlokking en afgedwongen, suggestieve bekentenissen op de loer.
Je pakt je rechtsorde in in een geheel van regels dat alle ‘verrassingen’ het hoofd moet kunnen bieden.
En toch is daar weer de uitzondering die de regel bevestigt.
Men ziet, dat verdachte heeft gelogen, want via camera-beelden staat dat onomstotelijk vast, maar die zijn niet volgens de geldende regels verkregen.
Staat de rechter ze toe als bewijsmateriaal en mag hij/zij dat, of doen we gewoon of ze niet bestaan? Lastig wegkijken, lijkt me, als je ze eenmaal hebt gezien. En het betreft hier geen diefstalletje, maar een moordzaak. Mijn rechtsgevoel zegt me – maar daarmee laat ik de Big Brother-beer los – dat als uit die beelden blijkt en op geen andere manier is aan te tonen dat verdachte wel degelijk de dader is, de beelden door de rechter moeten kunnen worden geaccepteerd. Motivatie: ik zie dit in het verlengde van een onvermoede getuige, die plotseling opduikt. Als die bevestigt wat op de beelden al te zien was, dan is er niks aan de hand. Duikt die niet op, dan zijn de beelden nog net zo belastend, maar moeten ze blijkbaar volgens de regels buiten beschouwing worden gelaten, vanwege … Dus: hij is wél de dader en heeft iemand gedood, maar we spreken hem vrij, vanwege …
In strafzaken tegen zware jongens worden vaak ex-vrienden als belastende getuigen opgevoerd. In de zaak Holleeder bv. Mink K., Dino S., Peter de la S.
In hoeverre weet je of die de waarheid spreken of er enkel zelf vanaf willen komen met een lichtere straf? Aangeschoten wild is een makkelijke prooi. Dus binnen de afgesproken regels is het soms ook maar de vraag of er echt de waarheid wordt gesproken.
Hoe zit het met de blinddoek van Justitia anno 2011?
Of: wat zou Salomon hebben gedaan als beide moeders hun mond hadden gehouden?

Muskens

Hetgeen opgeworpen wordt, zou in een land dat een rechtstaat pretendeert te zijn, eigenlijk nimmer een factor moeten zijn.
De wet dient toegepast te worden zoals zij is en de toepassing daarvan behoort niet te fluctueren naargelang het onderhavige geval.
Is dit fluctueren een geaccepteerd fenomeen, dan is er in dat geval mijns inziens geen sprake meer van een rechtstaat maar van willekeur want ach, “laten we in deze casus de begrippen maar een beetje oprekken, iets anders interpreteren, negeren of juist met de haren er bij slepen, anders krijgen we de bewijsvoering niet rond”
Mijns inziens is dit gedrag kenmerkend voor de totalitaire staat waar het doel de middelen heiligt, waar in een rechtstaat ten alle tijde en in ieder geval de principes van rechtstatelijkheid overeind behoren te blijven. Dus geen oprekken van de wet, of volgens de wet niet rechtsgeldig verkregen bewijs toch toelaten, onwettige ambtshandelingen door de vingers zien of een cruciaal feit even negeren.
Juist als de rechtstaat zwaar onder vuur ligt, ongeacht wat daar dan op dat moment de gronden voor zijn, dan, op dát cruciale moment, bewijst het begrip rechtstaat zijn bestaansrecht wanneer het de wet strikter dan ooit in acht neemt en ontkent zij zichzelf door juist op dat moment “flexibiliteit” te vertonen. Is dat het geval dan is dat het demasqué van de rechtstaat die dan haar ware gezicht laat zien, die zich dus ontpopt als een dictatuur. Iets wat zij feitelijk al lang was, maar tot op dat moment heeft kunnen toedekken met talloze vlaggen die de kwalijke ladingen dus niet dekken.
Nu schijnt het een menselijk gegeven te zijn om altijd de grenzen op te zoeken en daar ook over heen te gaan, ethiek en moraliteit ten spijt. Dit grensoverschrijdend gedrag wordt altijd weer quasi gelegitimeerd door een beroep op een vermeende hogere autoriteit. Is het niet “God’s own country” dan is het wel “de wil van God “.
Dit is een fenomeen dat natuurlijk bij uitstek speelt in de ontwikkeling en toepassing van wapentechnologie. De recente discussie over de toelaatbaarheid van het executeren van verdachten door middel van drones, zonder daarvoor door de ( hopelijk )onafhankelijke rechter veroordeeld te zijn, is zo’n voorbeeld. Maar ook op nucleair gebied is deze discussie al eens gevoerd. Niet dat deze discussies ertoe bijdragen om als moreel verwerpelijk van bepaalde technologie af te zien. Dat is nog nooit gebeurd. Mijns inziens dienen deze discussies er slechts toe de verloren moraal te verbaliseren en daardoor te excuseren of althans draagbaar te maken. Een soort van rouwproces om verloren waarden.
Actueel is in Nederland althans, de invoering van een allesomvattend digitaal camerasysteem gekoppeld aan databanken waar naar verloop van tijd iedere inwoner van Nederland wel een keer in opgeslagen zal gaan worden.
Ook hier speelt de vraag; is dit moreel aanvaardbaar. Is dit niet het scenario van 1984 van Orwell of van Wij van Zamjatin? Is dit niet de gesublimeerde Stasi staat? Is dit nog te rijmen met het begrip “vrijheid “, alles en alleen om, zoals wordt gesteld ‘de criminaliteit” te bestrijden. Waar is de limiet en als deze er is, leggen we die onszelf op? Ik vrees het ergste. Verwordt Nederland niet langzaam tot een aanfluiting van de rechtstaat waar een overheid per definitie niet op haar gedragingen kan worden aangesproken omdat de rechtelijke macht eensgezind met de politiek dit een aantal jaren geleden al onmogelijk heeft genaakt en waar de burger in al zijn doen en laten 24 uur / dag wordt bespioneerd en geregistreerd door een diffuse macht die met een permanent proces van grenzen opzoeken en overschrijden en het oprekken van de wet bezig is haar eigen machtsbereik tot in het oneindige te vergroten.
Zou dit dan allemaal gelegitimeerd zijn doordat de parlementaire goedkeuring daarvoor verkregen is? Ach, de geschiedenis maakt het mij wat dat betreft gemakkelijk. Alle wetgeving die na 1933 in Duitsland tot stand is gekomen, heeft naar de letter genomen, volkomen legitiem plaatsgevonden. Er is zelfs nog steeds wetgeving uit dit tijdperk daterend, die vandaag de dag nog toepassing vindt in de Bondsrepubliek. Neen ook de parlementaire democratie zal ons niet van de totalitaire staat bewaren, een staat waarbij de DDR totaal verbleekt.

Olav van Gerven

Het is en blijft natuurlijk altijd een spanningsveld, maar de rechtspraak begeeft zich op zeer glad ijs als onrechtmatig verkregen bewijs toch wordt toegelaten. De uitspraak wordt tenslotte gedaan op basis van “wettig en overtuigend bewijs”, waar ga je naartoe als “wettig” niet meer noodzakelijk is?
In het belastingrecht betaat al de omgekeerde bewijslast, daar is men schuldig tot de onschuld bewezen is. Volgens mij bestaat het gevaar dat dit op deze manier door een achterdeur ook het strafrecht binensluipt. Niet door de media die iemand als dader presenteren terwijl de rechter nog geen uitspraak heeft gedaan, maar door justitie zelf die de voorwaarde “wettig” niet meer nodig acht. Dan is de verdachte die een rethorisch begaafde OvJ tegenover zich heeft duidelijk in een onrechtmatig nadeel.

martijn ten klooster

Goed te zien dat de rechter oog heeft voor een belangenafweging. Vanzelfsprekend is het recht blind, maar de bewijsuitsluiting waar hier sprake van is weegt naar verwachting toch anders dan het belang van de privacy.

De discussie over privacy is een zeer lastige, maar mag niet overschaduwd worden in de praktijk door wetticisme: recht is er niet om het recht immers maar behoort in de gehele constellatie van wetgeving en maatschappij.

Reinier Bakels

Het is mij opgevallen dat ik de laatste tijd een paar keer werd gevolgd door een politieauto toen ik fietste over een interlokaal fietspad. Geen mobieltje bij me, geen kentekenplaat uiteraard, en naar ik aanneem ook geen chip in de fiets. Zouden ze me in de smiezen hebben als “Registratiemijder”? Als iemand die opzettelijk “elektronische slotgrachten” mijdt? Ik zie het al voor me dat er kamervragen worden gesteld of er niet een landelijk register van registratiemijders moet komen (een conradictio in terminis natuurlijk, maar dat deert een kamerlid niet).

De hamvraag is natuurlijk of alle technische mogelijkheden moeten worden gebruikt die er zijn om misdaad op te sporen. Zo geformuleerd lijkt dat een retorische vraag, zeker voor een man als Fred Teeven, van huis uit rechercheur. Er zijn echter ook heel simpele tegenargumenten.

Het gevaar bestaat vooral dat er met zulke systemen akelige fouten worden gemaakt. Massale registraties leiden ook met een minimale foutenkans altijd nog tot substantiële aantallen fouten. Waardoor eerder onschuldigen zullen worden aangehouden dan schuldigen zullen ontsnappen.

Deze zaak laat ook zien dat er eigenlijk geen behoorlijk systeem is van “checks and balances” om opsporingsautoriteiten in hun ijver te betomen. “Straf” door bewijsmateriaal niet te aanvaarden is bepaald niet het ideale middel. Vroeger zag het OM een taak in “policing the police”, maar dat is voorbij, zeker nu het OM niet meer onafhankelijk is. Wie controleert de politie nog?

Ik hoorde een politicus eens roepen: “wie kun je nog vertrouwen als je de politie niet eens meer vertrouwt.” Ze had het duidelijk niet begrepen. Alle macht verlangt controle, een tegenmacht. Een kwestie van “organisatorische hygiene”. Niet om tegen te werken, maar om misstanden zoals de ongebreidelde groei van ANPR-toepassingen tegen te houden.

Ik lees over bezorgdheid dat Google en Yahoo “alles” van je te weten komen. Maar ik ben eerlijk gezegd nog het meest bevreesd dat op een dat een opsporingsambtenaar al mijn gegevens eist van Google, met zo’n mentaliteit van “het mag niet maar het moet wel”. Google zelf moet waken voor negatieve publiciteit. Maar als Oom Agent het niet zo nauw neemt met de regels zal hij alleen maar op sympathie kunnen rekenen van het Gezonde Volksgevoel (zoals dat door een concurrerend dagblad wordt verwoord).

lyngbakken

De wet is geen computerprogramma met alleen nullen en enen. Gelukkig niet, want wij zijn mensen en geen computers.
Maar dan moeten we dat in onze omgang met de wet wel realiseren. De werkelijkheid is veel weerbarstiger dan hij er op papier uitziet, en veel veelkleuriger dan wit of zwart of een 0 of een 1. Gelukkig maar. En dat is overigens nooit anders geweest.

Paul Kirchhoff

@ Taru Spronken,

Ik verbaas me over de lichtzinnige manier waarop u omgaat met het gebruik van bewijsmiddelen die onrechtmatig zijn verkregen.
Uw bewering dat dit gebruik maar zelden voorkomt maakt het vergrijp niet minder ernstig.
Ik bestrijd bovendien dat opsporingsdiensten maar zelden gebruik maken van onrechtmatig verkregen bewijs.
In dat verband wijs ik u graag op de vele blunders die justitie heeft begaan met het vastleggen en afluisteren van vertrouwelijke gesprekken tussen verdachten en hun advocaten.
Daar bij is slechts het topje van de ijsberg aan onrechtmatigheid boven water gekomen.

In een rechtsstaat mag men verwachten dat opsporingsdiensten die tot taak hebben de wet te handhaven zich ook aan de wet houden.
Waar het oprekken van de wettelijke mogelijkheden toe leidt heeft u kunnen zien bij de IRT affaire.
Reken vooral niet op het zelfreinigend vermogen van medewerkers van politie en justitie.
De praktijk toont aan dat deze dames en heren alleen gestuurd worden door scoringsdrift.

Politie en justitie mogen alleen een onderzoek starten naar personen wanneer tegen hen gerede verdenking bestaat.
In de praktijk voldoen opsporingsambtenaren aan deze voorwaarde door zich achteraf te beroepen op informatie verkregen van een informant.
Dat is het begin van een glijdende schaal waarbij men zonder enige aanleiding onderzoeken start tegen personen zonder dat tegen hen enig bewijs van het begaan van een strafbaar feit bestaat.
Welkom in de Nederlandse politiestaat.

Sander van der Linden

Even off-topic en reagerende op de vorige spreker: ga eens kijken op recent gereconstrueerde snelwegen zoals de A28 en A12. Bij elk portaal hangen digitale camera’s. Waarom? Als antwoord op een vraag gesteld aan Rijkswaterstaat is dat nodig voor ‘de veiligheid en doorstroming op de weg’. Op mijn vraag waarom het daarbij nodig is om mijn kenteken te scannen bleef het stil. Daar had men geen antwoord op. ik vraag mij af of dit een gecontroleerde ontwikkeling is. Ga er eens op letten en verbaas je over de immense hoeveelheid camera’s die boven de weg hangt en waar er nog steeds worden bijgeplaatst. In mijn optiek een zeer ongewenste ontwikkeling.

Michiel Jonker

@Lyngbakken
Nee, natuurlijk is de wet geen computerprogramma, en is de werkelijkheid veelkleurig en weerbarstig. Maar wat wilt u daarmee zeggen? Dat we een beetje vaag moeten omgaan met de wet, en die als het zo uitkomt maar even moeten negeren?

In dit geval is de wet heel duidelijk als het gaat om wettig verkregen bewijsmateriaal. Die camerabeelden horen daar niet bij.

Kunt u, in plaats van vaag wat te suggereren, duidelijk maken wat u hiermee wilt zeggen in relatie tot dit concrete geval?

lyngbakken

Michiel: wel eens van stiptheidsacties gehoord? Dat laat uitstekend zien wat ik bedoel.

Het topic van dit forum is een arrest van de Hoge Raad op artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Zo vaag was de suggestie dus niet.

Dat artikel laat ook zien dat je genuanceerd moet omgaan met bijv. onrechtmatig verkregen bewijs.
Dat deden we in het verleden niet: toen werden mensen zonder meer vrijgesproken op vormfouten.

Die nuance mis ik in reacties hier, eerlijk gezegd ook in die van jou. En ik ben niet de enige geloof ik, gelet op de reactie van Martijn onder 11.

Michiel Jonker

@ 17. Lyngbakken 6 november 19:26 uur
In een echte stiptheidsactie houdt men zich stipt aan een wettelijke verplichting om iets te doen, maar doet men niet meer dan dit minimum. De “goodwill” (er zijn ook andere benamingen denkbaar) op grond waarvan men voorheen méér deed, is er niet meer.

Wat heeft dat met deze casus te maken? Hier gaat het juist om een wetsovertreding bij de vergaring van bewijsmateriaal.

Dat is overigens ook iets anders dan een “vormfout” of een “vormverzuim”. Vooralsnog moeten we aannemen dat er door de professionals van het OM bewust misbruik is gemaakt van de mogelijkheid om deze camerabeelden voor een oneigenlijk doel te gebruiken. Het zou aan het OM zijn om aan te tonen dat het misbruik “niet bewust” heeft plaatsgevonden. Zolang dat niet aangetoond is, is er sprake van een materieel verzuim. Vandaar ook de consequentie: bewijsuitsluiting.

Kortom: prima dat de Hoge Raad zegt dat de lagere rechter zijn oordeel goed moet motiveren, op basis van een zorgvuldige afweging. Maar hopelijk wil de Hoge Raad daarmee niet een hint geven (d.m.v. het gebruik van het woord “vormverzuim”) dat er omwille van het OM maar even van de wet moet worden afgeweken, met een mooi verhaal eromheen om dat te verbloemen.

oomen

Hier is niet sprake van bewijs wat niet verzameld had mogen worden maar van bewijs wat vernietigd had moeten worden. Nuance.

lyngbakken

Michiel: het gaat niet om de letterlijke vergelijking, maar om de wijze van omgang met de wet. Stiptheidsacties laten zien dat een te letterlijk nemen van de wet tot onwerkbaarheid leidt.

Jij vindt dat het hier niet gaat om een vormverzuim, en dat beslissend is of sprake is van opzet bij het OM.
De wetgever heeft dit wel onder een vormverzuim gebracht, en daar ga ik maar van uit (hoewel ik met je meevoel dat die term niet heel gelukkig is; het is echter niet anders).

De wetgever heeft verder uitdrukkelijk de rechter de mogelijkheid gegeven om te kiezen. Bij opzet van het OM zou de keuze kunnen zijn: strafvermindering, bewijsuitsluiting of niet-ontvankelijkverklaring in de vervolging.
Een van de bedoelingen van de wetgever was om de niet-ontvankelijkverklaring als tamelijk automatisch gevolg tot dan toe te voorkomen. Met name in zwaardere zaken werd dat als onaanvaardbaar geoordeeld. De rechter moet nu steeds wegen, en niet-ontvankelijkverklaring komt nu alleen nog bij uitzondering voor; met name in gevallen van kwaad opzet (wel doen, ondanks uitdrukkelijke waarschuwing bijv).

De wetgever wil dus een genuanceerde en goed gemotiveerde reactie, en persoonlijk kan ik mij daar goed in vinden. De overheid maakt fouten, maar niet als enige. Dan moeten we niet door een fout van de overheid onze ogen sluiten voor andere missers, met name niet wanneer die andere missers veel zwaarwegender zijn (moord versus privacyschending).

Michiel Jonker

@ 19. oomen
U wilt nuance. Wat is de juridische status van de camerabeelden?

Er is sprake van materiaal dat wel verzameld mocht worden, maar niet in de hoedanigheid van bewijsmateriaal in deze zaak. Het mocht namelijk alleen voor andere doelen verzameld worden. Het is tevens materiaal dat op enig moment vernietigd had moeten worden.

De camerabeelden zijn dus materiaal, en misschien ook bewijsmateriaal in andere zaken, maar geen (wettig) bewijs in deze zaak.

Er is IN DEZE ZAAK dus wel degelijk sprake van “een overtreding bij de vergaring van bewijsmateriaal”, zoals ik het noemde.

Jo Jansen

Ik als gewone huis-tuin-en-keuken-muts vat dan maar even kort samen:
- De ‘verkeersfilmopnames mogen door de Belastingdienst en politie gebruikt worden om bonnetjes te schrijven;
- De filmopnames mogen niet als bewijsmateriaal in een moordzaak gebruikt worden.

Maar verder gaat het wel goed in Nederland? Misschien moeten we die wetten eens aanpassen: Bij een moordzaak is alles geoorloofd (behalve geweld natuurlijk).

Michiel Jonker

@ 20. Lyngbakken (7 nov. 2011, 22:03 uur)

U illustreet met uw “niet-letterlijke” vergelijking het probleem van veel abstracte vergelijkingen. Namelijk dat ze mank gaan. Eigenlijk zegt u: “Appels met chocoladesaus (stiptheidsacties in overeenstemming met de letter van de wet) zijn oneetbaar, en daarom zijn peren met chocoladesaus (bewijsuitsluiting in overeenstemming met de letter van de wet) soms óók oneetbaar. Conclusie: chocoladesaus is soms oneetbaar.”

Het is dit soort onzinnige, opportunistische logica die onze rechtspraak steeds vaker reduceert tot een retorische verpakking voor willekeur – waar niemand dus nog rechtszekerheid aan kan ontlenen.

Ik heb even op internet gekeken. Onder “poires au chocolat” en “pommes au chocolat” tref ik talrijke recepten, onder andere van gerenommeerde koks. Beide varianten zijn dus in beginsel uitstekend eetbaar.

Onverdroten komt u nu echter weer met een nieuwe, manke vergelijking, namelijk die tussen “moord” en “privacyschending”. U gebruikt hier abstractie om te suggereren dat één moord moet worden vergeleken met één privacyschending.

Maar ten eerste gaat het hier niet om preventie van moord, maar om bestraffing ervan – nadat hij al onherroepelijk gepleegd is. Ten tweede gaat het hier om de preventie èn de bestraffing van de privacyschending van miljoenen mensen. Het is waarschijnlijk dat zo’n massale privacyschending cumulatief een groter schadelijk effect heeft dan het onbestraft laten van een zeer klein aantal moorden.

De preventieve werking van het bestraffingspercentage van gepleegde moorden is gering. Voor zover ik begrepen heb, zijn de drijfveren van de daders van dien aard dat ze bij hun beslissing om een moord te plegen, meestal erg weinig rekening houden met de statistische pakkans en de potentiële zwaarte van de straf. Ze gaan er ofwel vanuit dat ze het zo slim doen dat ze NIET gepakt worden, ofwel ze houden zich niet serieus met pakkans of straf bezig.

De drijfveren van het OM zijn daarentegen wèl goed te beïnvloeden. Als het doelbewust overtreden van regels bij de vergaring van bewijs consequent tot bewijsuitsluiting leidt, zal het OM die regels gaan respecteren en serieus gaan nemen. Dit zal het OM ook stimuleren om extra ijverig op zoek te gaan naar bewijs dat wèl wettig verkregen kan worden.

Conclusie: als mijn achtergrondinformatie klopt, is de kans groot dat de uitsluiting van onwettig verkregen bewijs vooral voordelen biedt (preventie van massale privacyschending) en veel minder nadelen (het onbestraft laten van een klein aantal moorden).

Weet u trouwens hoeveel moorden er sowieso onbestraft blijven, of onwettig bewijs nu wordt uitgesloten of niet? Dat zijn er heel wat.

Ik hoop dat veel rechters zich, anders dan u, niet laten verleiden om abstractie te misbruiken als vermomming voor tendentieuze vergelijkingen.

Arif Polat, Installateur van hoogwaardige camerasystemen

Verschrikkelijk voor burgers… Geweldig voor moordenaars!
Beste moordenaars in Nederland. Voortaan als jullie iemand willen vermoorden, doe dat het liefst bij een camera in de buurt!!!
Bij een camera van de Staat of een voorgevel camera van een ondernemer! Het maakt niet uit.
Want dan krijg je ipv 20/30jaar MAAR 36 maanden gevangenisstraf ! Is dit niet geweldig ?!
Of neem je zelf tijdens de moord ‘per ongeluk op’. Misschien krijg je dan vrijspraak ?

Deze kwestie ligt gevoelig bij installateurs van camerabeveiliging.
Wij installeren om de sociale subjectieve veiligheid in ons land te bevorderen. Wij installeren in regen en kou, in sneeuw en ijs. Wat is onze toegevoegde waarde aan ons land met zulke wetgeving ?
DRIE KEER NIETS !!!
Kan iemand minder straf krijgen of worden vrijgesproken door beeldmateriaal wat is verkregen door een ANPR camera of erger nog een camera op een gevel van een onderneming?

Hoogachtend,

Boze Installateur
Arif Polat
Eco Star BV

Michiel Jonker

@ 22. Jo Jansen (8 november 23:28 uur)

Dus jij zou de wet zo willen veranderen, dat de overheid in elke kamer van jouw huis een paar bewakingscamera’s mag ophangen, om te checken of jij misschien een moord begaat, of bewijsmateriaal daarvan wegmoffelt?

Medewerker A: “19:04 uur. Ze heeft iets roods aan haar handen… het drupt… en een plukje haar, of zoiets. Ze wast het af, spoelt het door de gootsteen… Sh*t, ze had de koelkast net verplaatst, die krijg ik dus niet voor de lens… kan niet checken of ze daar ketchup had staan… Het dekbed op de slaapbank had rond 19:17 uur een vreemde vorm, mogelijk een menselijke vorm. Om 20:23 uur was deze vorm er niet meer. Ze zegt dat ze de slaapbank de volgende dag naar de kringloop heeft gebracht. Gecheckt, dat klopt. Maar hij is twee dagen later aan een onbekende persoon verkocht.”

Medewerker B: “Ik zal CenSec voorstellen om voortaan in elk meubel verborgen camera’s te plaatsen. Dan kunnen we de volgende eigenaar ook meteen in de gaten houden. Win-win.”

Lees trouwens eens de roman “Wij” van Zamjatin. Daarin hebben woningen transparante muren. Alleen met toestemming (als je een quotum hebt en een ticket haalt) mag je af en toe de gordijnen dichtdoen, voor de privacy op bepaalde intieme momenten. Het lijkt hartstikke veilig, totdat….

lyngbakken

Michiel, de wet zegt nu eenmaal (vooral in artikel 359 onder 1a) dat de rechter die vergelijking moet maken in de bij hem voorliggende zaak, of je het nu leuk vindt of niet. Recht is ook geen wiskunde; niet voor niets vinden vele filosofen het recht ook geen echte wetenschap.

Maar ik ben het helemaal met je eens dat daar het probleem van de privacyschending in het algemeen niet mee is opgelost.
Ik denk echter dat de strafrechter in het voorliggende geval dat ook niet kan en niet mag, maar dat daar andere wegen voor bewandeld moeten worden. Zou de strafrechter dat wel doen, dan wordt de verdachte de aanklager, en de overheid de verdachte. Daar wordt het op zijn minst niet duidelijker van.

Ik proef bij jou een groter wantrouwen tegen de overheid dan tegen de verdachte van moord. Mij lijkt in deze zaak eerlijk gezegd een gezond wantrouwen van de rechter jegens beide op zijn plaats. Balanceren op een slap koord dus, en met nuance oordelen.

Michiel Jonker

@ 26. lyngbakken (9 november 22:34 uur)

U suggereert dat ik het niet eens zou zijn met artikel 359a. Dat heb ik nergens gezegd en ook niet geïmpliceerd. Opnieuw die onzuivere retoriek van uw kant… maar goed. Inhoudelijk het volgende. In het algemeen heb ik er niet op voorhand bezwaar tegen als een rechter de door u genoemde vergelijking maakt.

Maar ik vind wel, nog steeds in het algemeen, dat de rechter zo’n vergelijking dan op een correcte wijze zou moeten maken. Dus bijvoorbeeld niet “schade als gevolg van één moord” vergelijken met “schade als gevolg van één privacyschending”. Het gaat immers om een METHODIEK van privacyschending. Zonder de schade te wegen die zo’n methodiek met zich meebrengt, kun je in ieder geval geen zinvolle vergelijking maken met schade als gevolg van moord.

Ook in dit concrete geval kan art. 359a onder 1a niet op een zinvolle wijze worden toegepast. De tekst van het artikel luidt, zoals door u hierboven geciteerd (in reactie 6.): “De rechtbank kan (…) bepalen dat: a. de hoogte van de straf in verhouding tot de ernst van het [vorm]verzuim, zal worden verlaagd, indien het door het verzuim veroorzaakte nadeel langs deze weg kan worden gecompenseerd;”

In geval van moord is de straf toegemeten aan een misdaad van zodanige aard, dat je diezelfde straf niet ook langs de meetlat van de ernst van een “vormverzuim” kunt leggen, en ook niet langs de meetlat van een “methodiek van structureel vormverzuim”. Net zo min als je de waarde van een mensenleven in termen van geld uit kunt drukken, kun je het verlies van een mensenleven in termen van “straf voor (een methodiek van) vormverzuim” uitdrukken.

Moord is géén vormverzuim. De straf voor een moord kan op geen enkele manier (deels) “gecompenseerd” worden door die voor een vormverzuim. Een mensenleven mag niet worden gereduceerd tot een boekhoudkundige eenheid. Dat zou obsceen zijn.

Het gaat hier ook helemaal niet om compensatie voor het één of ander. Het gaat hier specifiek om de vraag of iemand voor moord mag worden veroordeeld.

Daarom ligt toepassing van art. 359a onder 1b meer voor de hand: “De rechtbank kan (…) bepalen dat: (…) b. de resultaten van het onderzoek die door het verzuim zijn verkregen, niet mogen bijdragen aan het bewijs van het telastegelegde feit;”

Daar koos de rechtbank in dit geval voor, en terecht. De Hoge Raad had daar op zichzelf ook geen moeite mee. De kritiek van de Hoge Raad lijkt (in ieder geval ogenschijnlijk) gericht op het niet voldoen van de rechtbank aan iets anders, namelijk lid 3 van art. 359a: “3. Het vonnis bevat de beslissingen vermeld in het eerste lid. Deze zijn met redenen omkleed.”

De eis van wettig bewijs is niet bedoeld om een moordenaar aan zijn straf te laten ontkomen, maar wel om het OM te verplichten zijn werk goed te doen – niet in één geval, maar in alle gevallen. Uiteindelijk zal dat niet alleen leiden tot de preventie van de bestraffing van onschuldigen, maar ook tot de oplossing en bestraffing van méér misdaden.

Uw dooddoener “recht is geen wiskunde” wordt door u (en mogelijk door heel wat rechters) als alibi gebruikt om niet meer helder te hoeven denken of motiveren. Wat heeft wiskunde hiermee te maken? Het gaat hier om een correcte toepassing van juridische wetten, met respect voor feiten en de logische verbanden tussen die feiten.

U “proeft” bij mij “een groter wantrouwen tegen de overheid dan tegen de verdachte van moord”. Opnieuw die onzuivere retoriek, opnieuw een onzuivere vergelijking. Ik wantrouw beide. Maar het gaat hier niet om wie u of ik wantrouwen. Een veroordeling voor een misdaad vergt wettig bewijs. Hoe ernstiger de misdaad, hoe secuurder we ons aan de wet moeten houden bij de bewijsvoering.

lyngbakken

Michiel, je spreekt van onzuivere retoriek van mijn kant. Dat vind ik niet sterk (want op de vorm en niet op de inhoud), en het klopt ook nog eens niet. Je kunt gewoon inhoudelijk reageren op mijn bijdragen.

Het gaat er mij persoonlijk om de discussie op de inhoud te krijgen, en daarbij duidelijkheid te krijgen; niet alleen op de vraag wat in principe allemaal niet kan en mag/moet (dat is mij bij jou over het algemeen vrij duidelijk), maar ook op de vraag wat dan praktisch gezien wèl kan en mag/moet.

Voor mij wordt het anders een discussie op de vierkante millimeter, en dat vind ik niet zo boeiend als ik eerlijk ben.

Wat betreft het inhoudelijke deel van je reactie: ik kan het wel plaatsen, maar ben het er niet mee eens omdat ik andere dingen belangrijk vind dan jij. Dat heeft met logica weinig van doen.
Ik denk dat de rechter vaak moet kiezen uit kwaden, en dat dat ook in deze casus speelt. Elke keuze (de mijne, maar ook de jouwe) heeft nadelen, of in de richting van de verdachte, of in de richting van het algemeen belang. Jij hebt kritiek op mijn keuzes als onvoldoende logisch doordacht en verantwoord, ik op de jouwe (ik vind die vaak te theoretisch en met het risico uit het gezegde: operatie geslaagd, patiënt overleden).
Het zij zo.

Ten slotte: als de zaak bij de Hoge Raad zo duidelijk lag als jij meent, had de Hoge Raad niet vernietigd denk ik.
Dit was het wat mij betreft.

Michiel Jonker

@ 28. Lyngbakken
Onzuivere retoriek gaat wel degelijk over inhoud. Namelijk hoe die verdraaid wordt.

Ga zelf trouwens eens in op de inhoud, in plaats van in abstracte uitspraken te blijven zweven. Vind jij bijvoorbeeld, in tegenstelling tot mij, dat art. 359a-1a hier wel kan worden toegepast? Waarom dan? Ga eens een keer in op mijn argumenten, dat zou leuk zijn.

Welke “andere dingen” vind je dan in dit concrete geval belangrijk, en waarom? Je maakt je steeds uit de voeten voordat dat duidelijk wordt.

Wat de Hoge Raad betreft, wat denk je dan dat die wèl bedoeld heeft, in dit geval? Waag er eens een stelling aan! Da’s minder eng dan het lijkt, en het houdt de geest jong en fris.

lyngbakken

Michiel,
Ik ben volgens mij heel concreet. Ik heb geschreven dat artikel 359a hier volgens mij van toepassing is, en dat het helemaal niet zo´n bijzonder geval is.
Ik heb verder uitdrukkelijk gewezen op 359a onder 1a. Ik deed dat niet uit de theorie of om een abstracte reden, maar omdat dat artikelonderdeel mijn voorkeur heeft. Ik heb ook geschreven waarom: alleen daarmee kan volgens mij in een zware zaak als deze (moord) nog enig aanvaardbaar resultaat worden bereikt. Wel strafvermindering, maar niet het direct op vrije voeten komen van iemand die volgens het feitelijke bewijs de dader is. Dat lijkt mij eerlijk gezegd een kernpunt, maar ik heb je er niet over gehoord. Je hebt alle aandacht voor het principe, maar een blind oog voor het resultaat.

Ik heb verder gereageerd op jou en gezegd dat het bij dat artikelonderdeel inderdaad gaat om het vergelijken van appels met peren, maar dat dat niet anders is.
Je schrijft dat artikel 359a 1a hier niet zinvol toepasbaar zou zijn.
Ik zie dat niet, behalve wanneer je zegt dat het hele strafrecht niet zinvol toepasbaar is (maar dat doe je niet).
Natuurlijk is het verlies van een mensenleven ethisch gezien onvergelijkbaar met een privacyschending. Maar daar gaat het helemaal niet om.
Het gaat ook niet om de vraag of moord een vormverzuim is. Natuurlijk is het dat niet.
Waar gaat het wel om: om de vraag of een vormverzuim aan de kant van politie of justitie is gepleegd. Daar speelt moord niet.

Artikel 359a onder 1a is een strafmaatbepaling. De wetgever heeft daarbij de uitdrukkelijke bedoeling gehad dat de strafrechter vormverzuimen van politie en justitie verdisconteert in de strafmaat.
Dat is appelen met peren vergelijken, maar dat moeten strafrechters veel vaker. Zij moeten immers dag in dag uit in heel verschillende zaken straf geven, en daarbij (met de wet als steun) de onderlinge verhoudingen voortdurend in het oog houden (ook al gaat het om allerlei soorten zaken, van winkeldiefstallen tot moorden en alles wat daartussen zit, om appelen met peren.

Overigens is volgens mij zowel bij het vergelijken van één moord met één privacyschending sprake van een vergelijking van appels met peren, als bij een vergelijking van een moord met een brede privacyschending.

Ik heb ook al geschreven dat het brede karakter van de privacyschending niet in deze strafzaak aan de orde kan komen, maar dat dat moet in een andere procedure.
Naar aanleiding van jouw reactie voeg ik daar nog aan toe, dat niet alleen ik dat eerste vind, maar ook de wetgever. Artikel 359a is immers alleen een handvat voor de eindbeslissing in de strafzaak (hier de moordzaak), niet de privacyschending.

Artikel 359a onder 1b bevestigt overigens dat dat artikel niet is bedoeld om bijvoorbeeld een privacyschending in den brede aan de orde te stellen. Bewijs mag onder 359a onder 1b niet uitgesloten worden op de enkele grond dat het onrechtmatig verkregen is. Er moet blijkens de rechtspraak en de wetsgeschiedenis aan meer vereisten zijn voldaan wil tot die uitsluiting overgegaan kunnen worden. Zo moet de norm die is overtreden ook strekken tot bescherming van het belang van de concrete verdachte die terechtstaat. Ook als 359a onder 1b aan de orde is, moet het dus gaan om het individuele in de strafzaak voorliggende geval.

Maar goed, zelfs al zou aan alle vereisten voor toepassing van 359a onder 1b zijn voldaan, dan nog blijft staan dat ook is voldaan aan 1a.
En dan moet er gekozen worden, want de wetgever heeft de rechter uitdrukkelijk keuzevrijheid gegeven.
Juist omdat het gaat om zo ongeveer het ernstigste misdrijf dat wij kennen (moord) zou ik ook dan niet kiezen voor onderdeel 1b (met als gevolg een feitelijke moordenaar die door bewijsuitsluiting direct op vrije voeten komt), maar voor 1a (strafvermindering). Het laatste is aan nabestaanden al bijna niet uit te leggen, het eerste al helemaal niet.

Michiel, ik heb het nog een keer opgeschreven met veel herhaling. Dat heeft in het algemeen geen zin, en ik vrees dat dat hier niet anders is. Toch heb ik het fatsoenshalve nog een keer gedaan.
Ik heb echter geen zin meer om nog energie te stoppen in dit soort omslachtige discussies, want ik heb meer te doen.
Het ga je goed.

lyngbakken

En Michiel,

Dat was ik nog vergeten: de Hoge Raad geeft volgens mij een lesje aan het Gerechtshof, dat dat veel te snel tot bewijsuitsluiting is overgegaan. De Hoge Raad laat zien dat er bij de toepassing van 359a veel elementen een rol spelen, elementen die ik hiervóór ook deels al heb genoemd. Ik kan mij dus zeer goed vinden in het arrest.
Maar zo verrassend vond en vind ik het ook helemaal niet. En ik was en ben het ook helemaal eens met de de opname door de wetgever van artikel 359a in de wet, met de beperkingen en nuances die daarbij horen.

Michiel Jonker

@ 31. Lyngbakken

What’s new? Ik zei al in mijn reactie no. 18 dat ik het prima vond dat de Hoge Raad wil dat de lagere rechter zijn uitspraak beter motiveert (en dus blijk geeft van een betere afweging).

Je valt zelf ook in herhaling: je had al eerder gezegd dat je je goed kunt vinden in het arrest van de HR. Ja, dat wisten we al.

Het is lastig discussiëren met iemand die regelmatig dingen naar voren brengt alsof anderen het daar niet mee eens zijn. Goed lezen èn daarvan getuigen in je eigen bijdragen, zou beter zijn.

@ 30. Lyngbakken
Wat betreft art. 359a onder 1a als “strafmaatbepaling” zal ik mijn standpunt nog een laatste keer verduidelijken, ook al moet ik daarvoor net als jij in herhaling treden.

De wetgever heeft dit sublid van het artikel als optie(!) gegeven. De wetgever heeft dus niet gezegd dat, in geval van zoiets ernstigs als moord, een vormverzuim van het OM invloed moet hebben op de strafmaat. Dat lijkt mij ook uiterst ongepast, nog steeds. Terecht dat de lagere rechter niet voor deze optie heeft gekozen, maar voor een andere optie die de wet biedt: bewijsuitsluiting.

Het wetsartikel dient om een eerlijke procesgang te bewerkstelligen. Als onwettig bewijs zou worden toegelaten, is er geen sprake meer van een eerlijke procesgang, maar van een materieel verzuim bij de bewijsvoering waaruit ten onrechte geen consequenties worden getrokken. Volgens Nederlands recht is iemand wettelijk gezien onschuldig tenzij er wettig bewijs wordt geleverd van schuld. Dat is een vrij fundamentele uitwerking van de onschuldpresumptie.

Over onschuldpresumptie gesproken. Persoonlijk acht ik het waarschijnlijk dat Dominique Strauss-Kahn het kamermeisje wel degelijk onder druk heeft gezet om seks te hebben. Ik vind het ook jammer dat de zaak tegen DSK is gestaakt voordat beide partijen in de gelegenheid waren hun argumenten in de rechtszaal naar voren te brengen. Maar de manier waarop DSK door de openbare aanklager als misdadiger voor de camera’s werd gebracht, vond ik zeer verkeerd. Een flagrante schending van de onschuldpresumptie (ook al mag dat volgens Amerikaanse regels).

Nu de procedure van DSK niet is doorgezet, is hij juridisch gezien onschuldig. Als privé-persoon kan ik dat jammer vinden. Maar tegelijk vind ik het terecht dat hij nu niet aangemerkt kan worden als “verkrachter” – althans niet zonder een nieuwe rechtszaak met een nieuwe bewijsvoering.

Een gerechtelijke procedure dient als een vrijplaats voor argumenten, waarbij de argumenten op verschillende momenten gezeefd worden door de wet, en op die manier worden gekanaliseerd en getrechterd. Als de zeef niet goed is, is het aan de wetgever om die te veranderen. Maar je moet niet halverwege een procedure de zeef verwisselen omdat de uitkomst je in een concreet geval niet bevalt. Terecht dat het Gerechtshof èn de Hoge Raad daar niet aan hebben meegedaan.