Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

De Uitspraak: Mag je de naam van de premier gebruiken om bezoek naar een website te lokken?

Mag je de naam van de premier als domeinnaam op internet gebruiken om webbezoek naar je eigen website te lokken? Met commentaar van de NJB medewerkers  Dirk Visser , Leids hoogleraar intellectueel eigendomsrecht en advocaat en Christiaan Alberdingk Thijm, advocaat in Amsterdam.

De Zaak. Een particulier deponeert www.ministerpresidentrutte.nl als naam van een website. Wie daarop klikt komt echter automatisch terecht op klokkenluideronline.nl, een site die schandalen in politiek, bestuur en media zegt te onthullen.

De Rijksvoorlichtingsdienst eist de domeinnaam op tegen vergoeding van de registratiekosten. De particulier vraagt 88888 euro, zakt daarna tot 6000 en vraagt tenslotte 2500 euro. Een bedrag dat de RVD nog in 2007 aan de website GeenStijl betaalde om www.ministerplasterk.nl terug te krijgen. Voor de RVD is het een principiële kwestie. Ze wil niet meer betalen.

Wat is het belang van de Staat? Die wil met persoonlijke pagina’s van bewindslieden de burger informeren en kunnen doorlinken naar rijksoverheid.nl Met dit kort geding wordt geprobeerd voorbeeldjurisprudentie te krijgen zodat in de toekomst ieder die ministersnamen kaapt voor eigen doeleinden, kan worden aangepakt. De RVD vindt dat deze particulier onrechtmatig handelt door de premier te associëren met de inhoud van de website. En deze burger zou door te weigeren de domeinnaam over te dragen, misbruik maken van zijn bevoegdheid als eigenaar. Volgens de RVD heeft de naamhouder „geen enkel rechtens te respecteren belang” bij die naam.

Wat is het belang van de particulier? Die wil het ‘menselijk bewustzijn verhogen’ van de burger verhogen, die volgens hem in een diepe roes verkeert. De klokkenluiderssite ziet hij als een ‘instapmodel’ waar alles wat het daglicht niet kan verdragen wordt behandeld, zoals corruptie en pedofilie. Hij zegt juist geen verwarring te zaaien, maar maatschappelijke misstanden te verhelderen. Daarbij denkt hij aan plunderende bankiers en vervalst bewijs in strafzaken. Hij denkt dat geen enkele websurfer die via ministerpresidentrutte.nl op zijn favoriete site komt, kan denken dat dit een officiële website van de rijksoverheid is.

Wat zegt de rechter? Die vindt dat er inderdaad sprake is van misbruik van bevoegdheid. De particulier maakt het de RVD namelijk onmogelijk „om voor alle bewindslieden gelijksoortige – en daarmee gemakkelijk te vinden – domeinnamen te registreren.” Zo blokkeert hij de informatievoorziening van het publiek over minister-president Rutte, vindt de rechter.

Door een website over vermeende misstanden onder deze vlag aan te bieden schept hij wél een verwarrende situatie. De domeinnaamhouder heeft alternatieve manieren om zijn boodschap uit te dragen – meeliften op de naam van de premier is niet nodig. Sterker, dat moet maar op eigen kracht gebeuren.

Daarnaast vindt de rechter deze wijze van doorlinken ook onrechtmatig. De Staat en de premier worden namelijk zo „geassocieerd met de verdachtmakingen op die website”. Dat is strijdig met de maatschappelijke zorgvuldigheid.

In een extra overweging zegt de rechter dat als de particulier het alleen voor een eventuele afkoopsom had gedaan en niet als reclame voor een andere website, dat ook onrechtmatig zou zijn.

De Staat wint dus royaal. De particulier moet de domeinnaam overhandigen en de proceskosten van ongeveer 1700 euro betalen. Bij weigering is de dwangsom maximaal een ton.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.

Lees hier de uitspraak (LJ BR6505) en hier een achtergrondartikel over dit soort zaken.

Geplaatst in:
Civiel recht
Lees meer over:
auteursrecht
vrijheid van meningsuiting

8 reacties op 'De Uitspraak: Mag je de naam van de premier gebruiken om bezoek naar een website te lokken?'

NJB medewerker Dirk Visser, hoogleraar intellectueel eigendomsrecht en advocaat

Er blijken nog altijd mensen te bestaan die het nodig vinden om domeinnamen te registreren die overeenstemmen met of verwijzen naar bekende namen van merken, bedrijven, instanties of mensen. Zij doen dit meestal hetzij om er een slaatje uit te slaan door te proberen de domeinnaam vervolgens te verkopen, hetzij om op internet aandacht te trekken voor een website waar zij hun ideeën of goederen onder de aandacht willen brengen. Voor merken en handelsnamen kan dit meestal effectief worden aangepakt via het merkenrecht of het handelsnaam recht.
Voor namen van bekende mensen is geen duidelijke wettelijke regeling om dit soort misleidend of parasitair domeinnaam gebruik tegen te gaan. Soms wordt artikel 8 van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek erbij gehaald:
“Hij die de naam van een ander zonder diens toestemming voert, handelt jegens die persoon onrechtmatig, wanneer hij daardoor de schijn wekt die ander te zijn of tot diens geslacht of gezin te behoren”.
Zie voor voorbeelden: http://www.domjur.nl/nl/dossiers/persoonsnaam/.
Soms wordt de blokkerende werking van een domeinnaamregistratie als grondslag genomen en wordt er een beroep gedaan op het leerstuk misbruik van recht / bevoegdheid van artikel 13 van boek 3 BW.
“1 Degene aan wie een bevoegdheid toekomt, kan haar niet inroepen, voor zover hij haar misbruikt.
2 Een bevoegdheid kan onder meer worden misbruikt door haar uit te oefenen met geen ander doel dan een ander te schaden of met een ander doel dan waarvoor zij is verleend of in geval men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen”.
Zie voor voorbeelden: http://www.domjur.nl/nl/dossiers/misbruik-van-bevoegdheid/
In dit geval zijn verwarringsgevaar en blokkerende werking niet de werkelijke problemen.
Eigenlijk lijkt dit meer op het (zonder rechtvaaardigingsgrond) aanhaken bij naamsbekendheid dat voor het portret door het portretrecht wordt beschermd en voor merken door het merkenrecht. Voor namen van natuurlijke personen is daar geen gecodificeerd recht voor en loopt dat meestal via de algemene onzorgvuldigheidsnorm van de onrechtmatige daad.
Talloze domeinnaam-kwesties worden beslist op die algemene onzorgvuldigheidsnorm: http://www.domjur.nl/nl/dossiers/overige-onrechtmatige-daad/
Het meest opmerkelijk vind ik in dit geval die keuze voor de primaire grondslag die hier door de Staat wordt aangevoerd: misbruik van recht / bevoegdheid, art. 3:13 BW.
Het is overigens niet zo dat de RVD hier pas sinds kort tegen optreedt. Jaren geleden (begin deze eeuw) hadden we allerlei zaakjes over tweedekamer.nl en zelfs een poging om kamer.nl te bemachtigen door de Staat.
Zie voor een overzicht: http://www.domjur.nl/nl/dossiers/publiekrechtelijke-rechtspersoon/
Balkenende eiste ook al eens een domeinnaam op: http://www.domjur.nl/nc/nl/uitspraken/jan-peter-balkenende-stichting-liever/
Juridisch is dit fenomeen prima onder controle en er is zeker geen aparte wetgeving nodig. Het is natuurlijk wel de vraag of het nodig en zinvol is om tegen iedere mafkees die een domeinnaam registreert op te treden.

NJB medewerker Christiaan Alberdingk Thijm, advocaat

Jaren geleden had het Amerikaanse telecombedrijf Verizon uit veiligheidsoverwegingen zelf de domeinnaam verizonsucks.com geregistreerd. Zo kon iemand die ontevreden was over het bedrijf niet zijn gal spuwen via het “sucks”-domein. Toen een ontevreden klant daarna het domein verizonreallysucks.com registreerde, dreigde Verizon met een rechtszaak. De klant registreerde daarna de domeinnaam “VerizonShouldSpendMoreTimeFixingItsNetworkAndLessMoneyOnLawyers.com” om zijn onvrede over het bedrijf te uiten.

Ook bij deze zaak over de domeinnaam ministerpresidentrutte.nl vraag ik mij af of dit de aandacht van de Staat verdient. De voorzieningenrechter stelt de Staat in het gelijk; degene die de domeinnaam registreerde, moet hem overdragen. De overwegingen op grond waarvan de rechter tot zijn oordeel komt, overtuigen mij niet.

De rechter noemt drie redenen waarom de registratie van de domeinnaam onrechtmatig zou zijn.

In de eerste plaats blokkeert de registratie de mogelijkheid van de Staat om deze domeinnaam te registreren. Dat de naam door de registratie voor Rutte is geblokkeerd, is juist. Maar dat geldt ook wanneer de volgende domeinnamen worden geregistreerd: rutte.nl, markrutte.nl, mrutte.nl, drsmrutte.nl, premierrutte.nl, minister-presidentrutte.nl, mprutte.nl et cetera. De blokkerende werking kan op zichzelf geen reden zijn om onrechtmatig te handelen. Blokkeren is inherent aan registratie. Een Nederlands gloeilampenbedrijf heeft de domeinnaam philips.nl geregistreerd. Onze toekomstige minister-president, Jan Willem Philips uit Naarden, kan hem daarom niet meer registreren. Het uitgangspunt bij domeinnaamregistratie is: “wie het eerst komt, het eerst maalt”. Van dat uitgangspunt kan worden afgeweken wanneer een ander een recht van intellectuele eigendom op de naam bezit, bijvoorbeeld een merkrecht. Het bedrijf Philips kan onder omstandigheden bezwaar maken tegen de registratie en het gebruik van haar merk als domeinnaam.

De rechter noemt als aanvullende reden – in de tweede plaats — dat er verwarring optreedt door de registratie. Daarmee heeft hij wel een erg lage dunk van de gemiddelde internetgebruiker. Die weet immers wel dat er op internet informatie van zeer uiteenlopende aard te vinden is en dat de domeinnaam niet doorslaggevend is voor de aard van de informatie. Eerder oordeelde het Hof Amsterdam dat de registratie van de domeinnamen prinsjesdag.nl, miljoenennota.nl en troonrede.nl niet onrechtmatig waren tegenover de Staat. Hoewel de gemiddelde burger die begrippen wel met de overheid zal associëren, zo oordeelde het Hof kort gezegd, zal hij er niet per definitie van uitgaan dat de inhoud van de sites die onder deze domeinnamen worden aangeboden van de Staat afkomstig zijn. Dat geldt ook in dit geval. De registrant leidde bezoekers door naar de site klokkeluideronline.nl. Op die site wordt onder meer kritiek gegeven op het functioneren van de overheid. Zodra die site is geopend, begrijpt de internetgebruiker dat het niet de website is van de minister-president.

De derde reden waarom de rechter oordeelt dat de naam moet worden prijsgegeven, is dat de registrant geen noodzaak heeft juist deze naam te gebruiken. Toegegeven, de registrant had ook markruttesucks.nl kunnen registreren. Maar met dit argument draait de rechter de zaken om. Het is niet de registrant die de noodzaak moet aantonen; het is de Staat die dat moet doen. Het gaat hier namelijk om gebruik in het kader van de vrijheid van meningsuiting. Die is niet absoluut, maar een beperking van de vrijheid van meningsuiting is, onder meer, slechts gerechtvaardigd wanneer deze noodzakelijk is in een democratische samenleving. Het is de Staat die de noodzaak moet aantonen juist deze naam te gebruiken. Het gegeven dat de Staat als beleid heeft domeinnamen voor bewindslieden op deze wijze te registreren, vind ik onvoldoende om de noodzaak aan te tonen. Dat beleid is willekeurig en kan bij een volgend kabinet weer anders zijn. Zo maakte voormalig minister-president Balkenende (met succes) bezwaar tegen de registratie van de domeinnamen janpeterbalkenende.nl en jan-peterbalkenende.nl. Een andere bewindspersoon met te lange tenen.

Reinier Bakels

Visser refereert aan “domain name grabbers”, schimmige lieden wier business model inhoudt dat ze domeinnamen verkopen voor een prijs die net iets lager ligt dan de kosten van een Kort Geding. Bij deze “ondernemers” gaat de vlag uit nu Minister Opstelten de griffierechten drastisch wil verhogen.

Oorzaak van deze ellende is dat nog steeds wordt vastgehouden aan het beginsel dat domeinnamen zo goedkoop mogelijk moeten worden geregistreerd, zonder enige toetsing. Het zou mij interesseren of goedkoop hier geen duurkoop is, in die zin dat al die conflicten uiteindelijk meer kosten dan het bedrag dat wordt bespaard door geen enkele controle toe te passen bij registratie. Juridisch is zo’n controle heel goed mogelijk: een SIDN kan daar zelf over beslissen: het is een private instelling.

Gerard Doring

Alberdinghk Thijm zegt:

“Daarmee heeft hij wel een erg lage dunk van de gemiddelde internetgebruiker.”

a) in dit soort zaken moet je mijns inziens uitgaan van de minder dan gemiddelde internetgebruiker

b) mijns inziens heeft Alberdingk Thijm een te hoge dunk van de gemiddelde internetgebruiker.

Vergelijk:
Dat lenen geld kost lijkt mij niet meer dan logisch. De praktijk bleek echter anders.

De analogie met Philips gaat hier niet op. Als het om de domeinnaam rutte.nl ging, dan had de staat daar waarschijnlijk geen zaak van gemaakt. Door de toevoeging ministerpresident wordt het een heel andere situatie.

Michiel Jonker

Volledig eens met Alberdingk Thijm. Die omdraaiing van de bewijslast door rechters die op schoot gaan zitten bij het politieke bestuur, is een zorgelijke trend. Als rechters dergelijke basisbeginselen uit het oog verliezen omdat ze het even wat makkelijker willen maken voor de overheid, dan is eigenlijk het hek van de dam.

Er is op dit weblog “Recht en bestuur” en in bijbehorende reacties al veel gezegd over de afbraak van de rechtsstaat die momenteel dreigt of al plaatsvindt. Veel rechters lijken ervan uit te gaan dat wetten bedoeld zijn om de voorkeuren van invloedrijke instanties te legitimeren (met behulp van wat juridisch-retorische acrobatiek, gecombineerd met het negeren van onwelgevallige argumenten). Rechterlijk kuddegedrag.

Ik ben het zeker niet eens met Geert Wilders als die zegt dat hij meer vertrouwen heeft in politici dan in rechters. Maar ik vind het wel erg jammer dat bestuursrechters hun oren vaak zozeer naar de wensen van de executieve laten hangen, dat het onderscheid tussen bestuursrechtspraak en politieke rechtspraak bijzonder vaag is geworden – en in sommige gevallen gewoon verdwenen is.

Als burger heb je van dergelijke rechters weinig meer te verwachten. Geen wonder dat blijkens een recent onderzoek (ik ben de naam van de onderzoekers even vergeten, er stond vorige week een artikel in een regionale krant) burgers er steeds meer op gericht zijn om onderling voor zichzelf dingen te regelen, zonder nog te vertrouwen op de rechtsstaat. Dan krijg je dus gewoon weer het recht van de sterkste en de slimste.

Allerlei rechterlijke protocollen veranderen daar niets aan, want die worden, door middel van interpretatie, ook weer dienstbaar gemaakt aan de wensen van de sterksten en de slimsten. Het enige wat zou helpen, is een moreel reveil onder rechters zelf, inclusief de moed om weer echt, tijdig, effectief en ondubbelzinnig de wet naar letter en geest centraal te stellen – ook wanneer Geert Wilders, Mark Rutte of andere politici dat niet leuk vinden.

stefaan verwilde

Ik voel me niet lekker bij deze uitspraak. Dat de rechter beslist dat de URL aan de RVD toekomt, daar kan ik me eventueel nog in vinden. Maar de andere partij veroordelen tot proceskosten, en de RVD niet eens verplichten een klein bedrag te betalen – dat vind ik zorgwekkend. Temeer omdat RVD in het verleden blijkbaar wel heeft betaald hiervoor.
Deze man wordt hier behandeld alsof hij een crimineel is. De RVD was vragende partij omdat ze deze URL graag wilde hebben, dus ik vind dat RVD dan ook maar de proceskosten moet dragen.

H.C. van Velden

Nederland (lees de domeinregistratie autoriteit) heeft destijds besloten om geen verplichtte subdomeinen van het .nl domein te gebruiken. In bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk is dit wel zo. Daar worden alleen domeinen geregistreerd in bijv .edu.uk (voor onderwijsinstellingen) en .gov.uk (voor de overheid). Het zal duidelijk zijn dat .gov.uk door de overheid zelf wordt beheerd en in het Verenigd Koninkrijk is het dus niet mogelijk on primeminister.uk te registreren, en als primeminister.gov.uk bestaat, is zeker geregistreerd waarvoor het bedoeld is. Je kunt natuurlijk als bedrijf primeminister.com.uk registreren, maar het .com zal de meesten al alert maken.

In Nederland had de overheid er beter aan gedaan om zelf bijvoorbeeld het domein .rijksoverheid.nl te laten registreren en daarbinnen zelf alle subdomeinen te beheren. Als dat jaren geleden was gedaan was nu iedereeen er aan gewend. Het kan nog steeds! Maar in Nederland is de centralisatie van de overheid volkomen in strijd met de vrijgevochten “rechten” van de ministeries. Iedere overheidsinstantie doet het op zijn manier en besteed van alles uit naar de commercie (en is dan verbaasd als de certificaten op straat liggen).

De huidige situatie lokt het misbruik gewoon uit en het is dan ook niet te verwonderen dat het artikel over “willekeurig beleid” praat.

Martin van de Wardt-Olde Riekerink

Citaat uit het achtergrondartikel:
Blijkens de recente kabinetsnota inzake de toetsing van de werkwijze van de Stichting Internet Domeinregistratie is de Nederlandse regering zo ver nog niet. [14] Aan het probleem van de overheidsdomeinnamen wordt nauwelijks aandacht besteed. Het vertrouwen in de SIDN en de civiele rechter lijkt voorshands ongebroken.

En dat lijkt terecht, want de civiele rechter weet hoe hij met de staat mee moet buigen. Jammer, want daar leert de staat niet van.