Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Kabinet gaat verder op ramkoers met rechtspraak

Overbodig, contraproductief, disproportioneel, principieel onjuist, onbeargumenteerd, veel te ingrijpend, niet uitlegbaar, te duur. Kortom, doe dit vooral niet. De rechtspraak vroeg in juni het kabinet dringend het gedoogakkoord over verplichte minimumstraffen bij recidive van ernstige misdrijven vooral niet uit te voeren. Daarin gesteund door vrijwel alle deskundigen. Drie maanden later kondigt de minister van Justitie aan het wetsvoorstel juist te willen uitbreiden. De criteria voor verplichte minimumstraffen worden versoepeld, de vrijheid van de strafrechter moet verder worden ingeperkt.

Een dialoog tussen doven dus. Het kabinet gaat verder op ramkoers met de rechtspraak. Eerder werd tot verbijstering van vrijwel het hele juridische bedrijf een draconische verhoging van de procedeerkosten voor de burger aangekondigd. Alle rechtspraak, die niet tot het strafrecht behoort, moet ‘kostendekkend’ worden. Van een basisvoorziening die voor iedere burger toegankelijk is, wordt rechtspraak een dienst waarvoor de vervuiler mag betalen. Rechtspraak wordt beperkt tot wie het kan betalen. Een nieuw beroep is geboren: rechter voor de rijken.

Met het wetsvoorstel voor minimumstraffen wordt de strafrechter geknipt en geschoren. Die blijft weliswaar gratis, maar zijn oordelingsvrijheid wordt grof ingeperkt. Bij herhaling van zwaardere misdrijven mag de rechter de eis afstempelen. Of vrijspreken natuurlijk. Meer smaken zijn er niet meer.

De gevolgen zijn verreikend. Rechtsvergelijkend onderzoek liet zien dat verplichte straffen tot een crisis in het gevangeniswezen en de rechtspraak zullen leiden. Rechters en officieren zullen onredelijke consequenties natuurlijk omzeilen. Zij zijn de laatsten die nog oog hebben voor de dader. Als de straf of de eis geen maatwerk meer mag zijn, dan is rommelen met de delictsomschrijving nog de enige manier om recht te doen. Het strafrechtelijk apparaat zal de verplichte straffen tevoren gaan incalculeren. Rechters en officieren zijn dan net burgers – wetten die écht niet kunnen, worden genegeerd of ‘creatief’ uitgelegd. Een desastreuze ontwikkeling die ondermijnend zal werken en tot een vertrouwenscrisis bínnen de overheid zal leiden. Tussen wetgever en rechter.

PVV-leider Geert Wilders leverde er gisteren het bewijs al bij. Hij zegt meer vertrouwen in de politiek dan in de rechtspraak te hebben. Aan onafhankelijke rechters heeft hij geen behoefte, zoveel was al duidelijk. De PVV, steeds meer een anti-rechtsstatelijke partij, boekt hier een grote overwinning. D66 noemde het aangescherpte wetsvoorstel terecht ‘verdere diefstal van de rechtsstaat’. Is de rechtsstaat en de scheiding der machten bij CDA en VVD in goede handen? Te laat is het nog niet.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.

Geplaatst in:
Staatsrecht
Strafrecht
Lees meer over:
openbaar ministerie
rechtersambt

20 reacties op 'Kabinet gaat verder op ramkoers met rechtspraak'

Boris de Jong

In China refereerden ze eeuwen geleden aan Europa als het Wilde Westen. Dat tijdperk keert weer, lieve cowboys van de PVV.

Steven Oostdijk

Tja, de drievoudige onafhankelijke scheiding van overheidsmacht is niet voor niets uitgevonden een aantal duizend jaar geleden en heeft niet voor niets zo lang standgehouden. Een goede overheid weet dat macht altijd corrumpeert. Maar misschien dat de twee wereldoorlogen alweer iets te lang geleden zijn voor ons geheugen? Volgens mij was rechtspraak in Nederland zowiezo alleen voor de armen of voor de rijken en wordt dat nu alleen de rijken, lang leve de versimpeling…Iedereen kan ervoor kiezen rijk te worden toch?

Sander van der Linden

De teneur van het artikel en de realiteit in Nederland is dat de rechtsspraak geen enkele voeling met de maatschappij heeft. Sterker nog, daar keren ze zich luidkeels van af. Iedereen die kritiek heeft op de rechtspraak wordt als PVV’er in de hoek gezet. Elke vorm van aanpassing van ons strafsysteem gaat vergezeld van rechters die duidelijk laten zien met hoeveel dedain zij naar ons, onwetende burgers kijken.
Dat zij het geweten van Nederland zijn. Dat minimumstraffen iets onuitsprekelijks zijn. Dat de rechtspraak verstopt raakt.

Ik vind minimumstraffen iets goeds. Het geeft aan hoe wij als maatschappij kijken naar bepaalde delicten. Rechters kunnen het daarmee eens zijn of niet. Maakt niet uit.. De wet geldt, niet het wereldbeeld van de rechter.

R. de goijer

Het nieuwe wetsvoorstel is een mooi voorbeeld van populisme dat helaas goed zal vallen bij een groot deel van de bevolking. Wanneer men echter objectief naar het voorstel kijkt kan niet anders concluderen dan dat het een dramatisch slecht voorstel is waarbij de gevolgen die de schrijver schetst niet ondenkbaar zijn. Daarnaast begrijp ik dat de adviezen van de deskundigen niet zijn gevolgd. De minister hangt een afwijkend standpunt aan. Het lijkt mij dan dat hij deze afwijkende mening moet kunnen onderbouwen.
Ook vrees ik dat dit een eerste stap kan zijn in een reeks van maatregelen ter afkalving van de onafhankelijke positie van de rechter.

Bart Mak

Het is de wil van het volk! Wat zijn oordeel over de rechtspraak baseert op kranten artikeltjes in de populaire ochtendbladen die binnen vijf minuten naar de sportpagina worden gebladerd.
Als Geert Wilders meer vertrouwen heeft in politiek dan in rechtspraak is misschien ZIJN wereld beeld niet helemaal scherp meer. Bij mijzelf en vele anderen bungelen politici namelijk helemaal onderaan de pikorde van integriteit. Ja, inclusief Geert met z’n club.
En als we de PVV mogen geloven wordt het wel angstaanjagend veilig op straat straks als ze de volgende verkiezingen riant gewonnen hebben. Er lopen dan alleen maar voorbeeldige burgers vrij rond. Geen files meer, geen rijen voor de kassa bij de supermarkt. En zulke fijne nette mensen! Want dat tuig zit achter slot en grendel.
Wakker worden!

lyngbakken

Het door Jensma genoemde onderzoek van Tak bevat een interessant alternatief: het formuleren van wettelijke criteria voor straftoemeting waar de rechter aan is gebonden, maar die meer ruimte geven voor maatwerk. De straatroof op een oud vrouwtje is echt wel iets anders dan een inbraak in een woning waarin de bewoners (gelukkig) niet thuis zijn.
Dan wordt tegemoetgekomen aan de wens van voorspelbaarheid van straffen en het binden van de rechter aan regels die door de politiek zijn vastgesteld, maar wordt het kind niet met het badwater weggegooid.
Het lijkt mij een zinniger pad dan ons te verliezen in doemscenario´s.

Marius van Huygen

“Met het wetsvoorstel voor minimumstraffen wordt de strafrechter geknipt en geschoren.”

Dit neoliberale kabinet middels minister van Justitie Opstelten geeft met bovengenoemde voorstellen aan geen vertrouwen in de huidige rechters te hebben in die zin dat hij blijkbaar vindt dat rechters te lage straffen vonnissen.
Opstelten komt zo tegemoet aan een groot deel van de publieke opinie dat vooral in de Telegraaf haar mening op dit gebied bevestigd ziet. Populisme is dus blijkbaar de belangrijkste voedingsbron om tot dit soort besluiten te komen.
Minder populistisch is dit kabinet als het gaat om de rechten van deze ‘populistische’ burger in de rechtszaal (financieel) te waarborgen. Kenmerkend voor dit neoliberale kabinet is dat zowel de crimineel als de burger rechten op een degelijke en onafhankelijke rechterlijke uitspraak in de rechtszaal wordt bemoeilijkt of belemmerd.
Dit kabinet en de politieke partijen die dit steunen lijken er vooral op uit te zijn de politiek over de rechtspraak te laten domineren dit alles om een meer effectieve maatschappelijke beheersing van haar onderdanen te bewerkstelligen. (neoliberalisme in het recht).
Juridisch populisme leidt blijkbaar in de praktijk tot het tegenovergestelde: de burger moet zelf allerlei juridische burgerrechten inleveren die de rechtsstaat ondermijnen.

johan van schaik

Waar werd al eerder de rechtspraak zo omgevormd dat zij zich richtte naar de Leider, en naar de wensen van het Volk (het Volksempfinden) ? En waar rechtbanken ook Volksgerichten gingen heten ?

En ja, ook daar gold het principe dat de vervuiler betaald. Zelfs in het strafrecht, zoals zo mooi te lezen is onder aan dit vonnis van het Volksgerichtshof, dat uitgesproken werd door de – om zijn geschreeuw beruchte – rechter Dr. Freisler: ” Weil Frau Emma Hölterhoff verurteilt ist, muß sie auch die Kosten tragen.” Zie:
http://www.duits.de/lexikon/chronik/specials/todesurteil_volksgerichtshof.htm

Hoe dat met de kosten gedaan is, meldt de geschiedenis overigens niet. Wel dat het oordeel – de doodstraf – snel werd afgewikkeld:
“Die Vollstreckung dauerte von der Vorführung bis zur Vollstreckungsmeldung 8 Sekunden.”

H. Tompending

Ik heb meer vertrouwen in deskundigen dan in politici. Ik wil ook helemaal niet geregeerd worden door politici die liever aan lagere instincten appelleren dan moeite doen om goed doordacht beleid te verdedigen.
Ik probeer natuurlijk te voorkomen dat ik mezelf ooit tegenover een rechter moet verdedigen. Maar mocht het zover komen dan hoop ik wel door de rechter veroordeeld te worden en niet dat mijn vonnis al is voorgebakken door populistische politici.

P. Bruinsma

vIndien men de mening van de raad voor de rechtspraak te horen krijgt is het verstandig om te kijken waar het onderzoek op gebaseerd is. Er staat immers in het artikel:
Rechtsvergelijkend onderzoek liet zien dat verplichte straffen tot een crisis in het gevangeniswezen en de rechtspraak zullen leiden.
Er wordt dan verwezen naar:
De minimumstraf opnieuw bezien, Een geactualiseerde beknopte rechtsvergelijking van Peter J.P. Tak.
Maar dat kan ik daarin niet echt terugvinden. Wat er wel staat:
Voor zover is na te gaan, is er in de onderzochte landen geen onderzoek gedaan naar
de specifieke effecten van minimumstraffen op de criminaliteits- en recidivecijfers, en ook niet naar de effectiviteit van strafminima als zodanig. Zonder empirisch materiaal is daarover
dan ook geen oordeel te geven. Wel blijkt dat het terugdringen van recidive en het vergroten van de effectiviteit van de strafoplegging belangrijke onderdelen zijn in de discussie over de invoering van de minimumstraf.
En er staat in de conclusie:
Harde minimumstraffen, zo laten Frankrijk en Engeland zien, kunnen in ieder geval tot grote problemen in het gevangeniswezen leiden, alsmede tot grote financiële lasten, zonder dat er uitzicht is op het terugdringen van criminaliteit en recidive.
Ik heb (welliswaar na vluchtige lezing) geen feitenmateriaal kunnen vinden die de conclusie rechtvaardigen. Dat strengere straffen tot een langere verblijfstijd in de gevangenis kunnen leiden kan ik begrijpen. Maar dat minimumstraffen tot problemen in het gevangeniswezen leiden wordt niet onderbouwd. Ook is gebleken volgens de publicatie van de raad voor de rechtsspraak dat er geen onderzoek is gedaan naar recidive en het vergroten van de effectiviteit. Het tegendeel is dus niet bewezen en ook niet dat een systeem zonder minimumstraf superieur is. Wat ik wel weet is dat het langer opsluiten van een recidivist of veelpleger tot een vermindering van het aantal strafbare feiten moet leiden als de detentie effectief is. Als je van de straat bent kan je geen straatroof plegen.
Kortom, er is meer voor te zeggen om langer te straffen om de recidive te verminderen. Of dat langer straffen altijd door minimumstraffen wordt bereikt valt te betwijfelen zoals de Franse praktijk leert.
In het stuk in de NRC viel ook te lezen:
Eerder werd tot verbijstering van vrijwel het hele juridische bedrijf een draconische verhoging van de procedeerkosten voor de burger aangekondigd. De belangrijkste kosten voor een civiele juridische procedure zijn op dit moment de advocaat kosten. Immers het gemiddelde uurtarief bedraagt 180 euro. Ik heb nog van geen advocaat gehoord dat deze tarieven de toegankelijkheid van de rechtspraak belemmeren. Er is geen onderbouwing geweest hoe de totale kosten van een procedure zullen worden als de griffie rechten worden verhoogd. En, dit kan immers worden gecompenseerd door een lager uurtarief van de advocaat.

johan van schaik

Vervolg op 8*: Ik vergat nog te vermelden dat de doodstraf werd opgelegd voor het uiten van een mening. Een niet welgevallige mening, natuurlijk, want de vrijheid van meningsuiting heeft zijn grenzen. Net zo als er grenzen zijn – volgens sommingen – aan de vrijheid van de rechterlijke macht.

M. Oortwijn

De Trias Politica loopt mank in Nederland, dat is nu al zo.
Wij hebben geen scheiding van de drie machten, zie ministerie Justitie.

Paul Kirchhoff

Minister Opstelten is doorgeschoten in zijn wens een flinke bijdrage te leveren aan de veiligheid in Nederland.
Niet de strafmaat maar de pakkans is bepalend voor de crimineel bij het plannen van zijn misdrijf.

Aan die pakkans is nog flink wat te verbeteren met een percentage opgeloste misdrijven dat nog niet een derde is van het percentage dat in de Duitse deelstaat NRW wordt opgelost.
Uiteraard moet daarvoor eerst de mentaliteit bij de Nederlandse politie veranderd worden.
Aangifte kan alleen op afspraak, u bent over vier weken aan de beurt.
Te zot voor woorden dat de Nederlandse burger deze misselijke opvatting van wat tot de plicht van iedere politie ambtenaar behoort accepteert.

In politiekringen is de term nulaangifte ontwikkeld.
Dat is een aangifte waarna de politie geen enkele activiteit ontplooid.
Dat is niet helemaal juist, de aangifte wordt onmiddelijk afgelegd in het ronde archief.

Vrijwel alle internetaangiften kunnen in die categorie ingedeeld worden.
Dat is af te leiden uit de voorwaarden: er is geen daderprofiel bekend, de aangever moet woonachtig zijn in Nederland.

Misschien kan minister Opstelten aan deze cultuur eens een eind maken?

a.zecha

Mijns inziens is de rechtspleging in Nederland “aan de beurt” om onder politieke controle gebracht te worden; i.e. het recht en rechtspleging worden ondergeschikt gemaakt aan de politieke “waan van de dag”.
Historisch gaat politieke wetgeving vóór of samen met politieke justitie en rechtspleging.
In deze visie passen nationale wetten, MvB’s en andere Nederlandse regelgeving die inbreuken maken op de nationale grondwet, geratificeerde Europese en internationale verdragen over mensen-, burger- en kinderrechten; de voorziene bemoeilijkte toegang voor modale burgers tot de rechtshulp en de rechter sluiten hierbij aan.
Ook vermindering van mogelijkheden om een beroep op de WOB te doen draagt bij aan deze politisering van het rechtsbestel.
a.zecha

lyngbakken

@P. Bruinsma:
Kritische lezing is goed, maar selectief winkelen onder die vlag een stuk minder. Zo dik was het onderzoeksrapport niet, op pagina 26 wordt bijvoorbeeld uitvoerig ingegaan (met noten) op de Franse ervaringen met minimumstraffen in het gevangeniswezen.
Los daarvan, zoals je zelf al schrijft, het ligt toch ook nogal voor de hand dat harde minimumstraffen die problemen geven? Waarom dan die behoefte om (zonder volledige lezing) daar vraagtekens bij te zetten?
Natuurlijk pleegt iemand die vast zit niet op straat recidive. Behalve wanneer je iedereen levenslang opsluit, is dat echter niet alleen waar het om gaat: dan is ook van belang wat er gebeurt als mensen weer op vrije voeten komen. En daar is echt heel veel onderzoek over, met als bottomline: de bajes maakt het er niet beter op (en ook dat kun je met gezond verstand bedenken).

Ralf Stein

Aangezien het wettelijke bewijsminimum in Nederland toch al buiten kracht is gezet door de Hoge Raad is het hek nu helemaal van de dam. Het is al mogelijk om in Nederland onschuldig voor verkrachting te worden veroordeeld op grond van letsel [bewijsmiddel 1] en de aangifte van een liegend zogenaamd slachtoffer [bewijsmiddel 2]. Meer bewijzen zijn er niet nodig. Als dan ook nog een proces-verbaal van een opsporingsambtenaar erbij komt over dat hij of zij de aangifte heeft gehoord [de auditu- bewijs...mag ook allemaal van de Hoge Raad] heb je bewijsmiddel 3, als daar nog behoefte aan zou zijn. Strikt nodig zijn maar twee bewijsmiddelen. Zo verschrikkelijk is de realiteit in Nederland. Dan heb je dus een rechter nodig die verder kijkt dan zijn neus lang is en mede voor de verdachte waakt.
Dat is nu dan allemaal voorbij: wordt men de tweede keer door het OM voor de rechter gebracht is je lot al bezegeld: het wordt een langdurige gevangenisstraf, schuldig of niet schuldig, dat doet er niet toe…het OM wil immers scoren!
De rechtstaat [of wat daar nog van over was] is nu eindelijk volkomen om zeep geholpen met dit krankzinnige wetsvoorstel: tijd om te emigreren, want als burger ben je je leven niet meer zeker in Nederland.
Wat de absurde opmerkingen van de heer Wilders betreft: ik kan die man niet meer serieus nemen. We leven in de EU en daar hoort een bepaald staatsbestel nu eenmaal bij [scheiding der machten]. Willen we dat veranderen dan kunnen we beter maar uit de EU stappen -hetgeen het kabinet vast niet wil. Hou dan ook je mond, Geert.

Martin van de Wardt-Olde Riekerink

Ik vertrouw mijn overheid niet meer. Zoals Ralf Stein het zegt is het, maar ook nog wel erger dan dat. Voorlopige hechtenis is een straf die wordt uitgesproken zonder proces. Boetes worden volgens ambtelijke willekeur uitgedeeld aan hen die niet kunnen klagen. En de mechanismes om dat tegen te gaan, zoals toegang tot de rechter en openbaarheid, worden stelselmatig teruggedrongen.
Ik weet niet op wie ik moet stemmen volgende keer.

arjan korevaar

In “De minimumstraf opnieuw bezien” wordt geen gewag gemaakt van de problemen in het Franse gevangeniswezen. Er wordt op de betreffende pagina gewag gemaakt van het volgende: “In Frankrijk is de druk op de gevangenissen zeer groot doordat er al jaren sprake is van ernstige overbezetting”. Kortom, er zijn veel te weinig cellen in dat land. Strenger straffen zou dan met dezelfde argumenten bestreden worden. Alleen, er is in Nederland een overschot aan capaciteit. Dus hier hoeven we daar niet zo bang voor te zijn. De reactie van lyngbakken toont precies de ernst van het probleem aan: met oneigenlijke (kul-)argumenten en ondeugdelijke rapporten probeert de Raad van de Rechtspraak de discussie te beinvloeden. De schrijver Tak is nota bene Hoogleraar geweest. Het rapport vormt een reden te meer om juristen te wantrouwen en niet te veel aan hen over te laten. En, rechters zijn ook juristen dus het invoeren van algoritmen zoals een minimum straf zal een verbetering kunnen zijn voor een betere strafmaat.

lyngbakken

@arjan korevaar
Begrijp ik het goed dat zowel ik, de Raad voor de Rechtspraak als Tak kulargumenten gebruiken?
Ik vind dat nogal grote woorden. Kennelijk gaat het onderwerp je aan het hart (dat je grote wooorden gebruikt), maar dat doet het mij (en de Raad voor de Rechtspraak en Tak naar ik aanneem) niet minder.
Verschil van mening kan. Als ik je goed begrijp vind je dat als er maar genoeg cellen zijn, minimumstraffen geen probleem hoeven te zijn in het gevangeniswezen. Ik haal dat punt niet uit het rapport van Tak, net zo min overigens als het tegenovergestelde. Maar ik weet wel dat als iedereen die in de bajes zit ook vindt dat hij daar terecht zit en ook voor lange duur, jouw conclusie misschien zou kunnen kloppen. Ik ben echter niet zo optimistisch (sommigen zeggen niet zo naief) om dat zo maar aan te nemen, en ook niet zo onverschillig om te denken: dat zoeken ze dan maar lekker uit met elkaar. Daar worden namelijk niet alleen de gevangenen, maar ook het gevangenispersoneel de dupe van.

C. Maas

De bezwaren dat de onafhankelijkheid van de strafrechter wordt aangetast en dat voor het maatwerk binnen het strafrecht geen ruimte meer zou zijn, snijden in mijn ogen geen hout. De onafhankelijkheid van de rechter is een fundament onder onze democratische rechtsstaat, waarmee een waarborg wordt geboden dat de rechter de wet neutraal toepast en uitlegt. De onafhankelijkheid van de rechterlijke macht komt tevens voort uit het beginsel dat niet de rechter, maar de democratisch gelegitimeerde wetgever de inhoud van de wet primair vastlegt. De rechter heeft alleen secundair, wanneer hij de wet interpreteert, een rol bij de rechtsvorming. Als een wetsvoorstel succesvol het proces van democratische besluitvorming doorloopt en het bovendien past binnen de kaders van het geldend recht, dan moet een dergelijk voorstel in een vitale democratische rechtsstaat doorgang kunnen vinden. De Raad van State zal beoordelen of het wetsvoorstel binnen het geldend recht past.

Het voorstel voor minimumstraffen betekent een aanscherping van het geldend recht, waarmee de interpretatievrijheid van de rechter bij de strafoplegging wordt verkleind. Maar dit betekent helemaal niet dat de onafhankelijkheid van de rechter op het spel staat. De rechter, inclusief en in het bijzonder de strafrechter, levert maatwerk binnen de grenzen van de wet. Met een wets op minimumstraffen worden deze grenzen verlegd, maar aan de aard van het rechtspreken verandert niets. De nadruk komt, in recidivezaken van zware misdrijven, voor de strafrechter slechts meer te liggen op zijn taak van het toepassen van het recht en minder op die van het uitleggen van de wet. Daar is met het oog op het behoud van de democratische rechtsstaat niets tegenin te brengen. Het behoort immers juist de democratisch gelegitimeerde wetgever te zijn die het recht primair vormt en de onafhankelijke rechter die het recht toepast.