Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

Inburgeringsplicht voor Turken draait uit op blamage politiek

Schending van een internationaal verdrag, discriminatie op grond van nationaliteit en het verhogen van de drempel tot de arbeidsmarkt. De Staat der Nederlanden verloor eergisteren in appèl een zaak bij de Centrale Raad van Beroep in Utrecht op niet mis te verstane gronden.

Het is op zichzelf al ernstig als aan het rechtsstatelijk gehalte van overheidsoptreden getwijfeld moet worden. Deze zaak doet echter erger vermoeden. De juridische nederlaag was algemeen voorspeld. Zij is de laatste in een serie correcties van binnen- en buitenlandse rechters op de misvattingen die opeenvolgende kabinetten koesteren over de wijze waarop Turkse ingezetenen tot inburgering verplicht kunnen worden.

Praktisch gesproken zijn Turken destijds als toekomstige EU-burgers op basis van het Associatieverdrag met Turkije uit de jaren zestig daarvan immers vrijgesteld.

Dat kan zoveel decennia later politiek slecht uitkomen, zo’n verdrag mag daarom nog niet genegeerd worden. Om dan tegen adviezen van talloze juristen, waaronder de Raad van State, zo’n plicht voor Turken toch wettelijk vast te leggen, is juridisch onverantwoord, bestuurlijk laakbaar en politiek zelfbedrog.

Feitelijk misbruikte de overheid haar macht om één bepaalde groep buitenlanders onrechtmatig te behandelen. Die groep moest zelf maar bij de rechter bezwaar aantekenen. Dat is (gelukkig) gebeurd en met succes. De Staat zou zich nu moeten schamen.

De rechter heeft hier zijn rol met verve gespeeld. De politiek is er scherp aan herinnerd dat, hoe goed inburgeringsplichten maatschappelijk ook kunnen werken, dit niet betekent dat Europees recht daarom niet meer geldt. Een goede samenvatting van de blamage die EU-lidstaat Nederland zichzelf hier heeft aan gedaan.

De appèlzaak roept zelfs twijfels op aan de goede trouw van de wetgever. Waarom volhouden tegen beter weten in? Het kenmerk van een democratische rechtsstaat is dat politieke beslissingen worden gecontroleerd door het recht. In deze zaak trachtte de politiek het (Europese) recht plat te walsen.

Daarmee werd ook maatschappelijk schade toegebracht. Niemand ontkent dat onder de grote groep Turkse migranten in Nederland een inburgeringsachterstand is. Dat ook deze groep mee moet met het inzicht dat langdurig isolement schadelijk is en generaties kan doorwerken. Dat sociale cohesie over de grenzen van minderheidsgroepen belangrijk is voor de samenleving, die feitelijk multicultureel is. De route die de wetgever tegen beter weten in koos, droeg echter aan die achterstand bij. Vooral dat is achteraf moeilijk te accepteren.

http://youtu.be/pEFNQn5wl_E

Lees hier de uitspraak. En hier een eerdere blog over dit onderwerp.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.

Geplaatst in:
Europees recht
Opinie
Vreemdelingenrecht
Lees meer over:
EU
EU Hof Luxemburg

8 reacties op 'Inburgeringsplicht voor Turken draait uit op blamage politiek'

Martin Holterman

Goed gezegd. Toen ik Donner deze week op televisie zag zeggen dat hij het ging bestuderen werd ik bijna gek. Er valt niets te bestuderen. Dit soort dingen mogen gewoon niet. Er is een meter-hoge (nou ja, bijna) stapel uitspraken uit Luxemburg waarin dat staat, beginnend in 2001 en meest recentelijk nog in december vorig jaar, als het om inburgering gaat, en juni als het om dat associatieverdrag in het algemeen gaat. En bijna de helft van al die zaken zijn tegen Nederland. Het is nog genereus van de CRvB dat ze negen hele pagina’s hebben gewijd aan dit verhaal. Ik was met de helft wel klaar geweest.

(Het stuk van 7.1.7 – 7.1.10, waarin de Raad concludeert dat dit wel degelijk telt als een beperking van de rechten van Turkse burgers en niet als een genereuze gunst, had ik bij voorbeeld overgeslagen.)

Fred Romperus

Uiteraard bestaat er nog een mooie achterdeur om toch het volgen van integratie-cursussen af te dwingen, en dat is via de solicitatieplicht bij het ontvangen van een uitkering.

Als je een uitkering ontvangt, heb je een sollicitatieplicht. Onderdeel daarvan is dat je op redelijke gronden je best doet een baan te vinden, en je behoorlijk inzet tijdens sollicitaties (dus niet onbehoorlijk doet bijvoorbeeld). Je kunt natuurlijk stellen dat als je de taal niet spreekt je daarmee je kansen op een baan en dus de sollicitatieprocedure extra belemmerd. En dus geen recht moet hebben op een uitkering!

Kwestie om dus via de achterdeur gewoon de uitkering af te pakken als je de taal niet spreekt. Simpel, en effectief. Nu nog een overheid met een rechte rug…

H. de Raaf

Terecht dat de rechter dit heeft teruggefloten, maar de conclusie van de auteur dat de staat niet te goeder trouw is voert echt te ver. Het hoort bij onze rechtsstaat dat de rechter de staat controleert, en dat houdt dus in dat de staat af en toe tegen een muur oploopt. Zolang ze zich aan die muur houden, is er niets aan de hand. Pas als ze zoals nu in Hongarije gebeurt, de muur af willen breken, wordt het een kwalijke zaak.

Maar als de reactie is om in hoger beroep te gaan, laat de staat juist duidelijk zien zich aan de kaders te houden. Daarbinnen mag je procederen, maar uiteindelijk zul je op een moment niet meer in hoger beroep kunnen gaan en je verlies nemen. Of een achterdeurtje zoeken, zoals de heer Romperus opmerkt en elders op deze website al aangekaart wordt door een parlementariër van de PvdA (http://www.nrc.nl/nieuws/2011/08/18/pvda-wil-leerplicht-voor-turkse-immigranten/). Misschien kan de heer Jensma een reactie geven op dit voorstel; ik hoorde het Van Dam al een keer eerder opperen, maar vind het moeilijk de haalbaarheid in te schatten.

Peter Stevens

“Uiteraard bestaat er nog een mooie achterdeur om toch het volgen van integratie-cursussen af te dwingen, en dat is via de solicitatieplicht bij het ontvangen van een uitkering”.

Waarmee wordt verondersteld dat alle turken werkloos zijn. Bovendien, ook dit kan je niet opleggen tenzij je ook bv werkloze Belgen en Duitsers in Nederland integratiecursus oplegt.

Het leerplichtvoorstel is volledig van de pot gerukt. Het betekent bv ook dat een buitenlands kaderlid dat zich in een engelstalige omgeving bevindt, en na x jaar dus geen NL leert, in de problemen komt.

Overigens, een (vr.) topkandidaat voor een vacante functie waar ik werk heeft zich teruggetrokken vorig jaar omwille van een Turkse echtgenoot die echt geen zin had in integratiecursussen en de onzekerheid die dit met zich meebrengt (echtgenoot zou zijn eigen internetbedrijfje ook overbrengen naar NL). Onze garantie dat Nederland zonder enige twijfel de in de blog besproken rechtszaak zou verliezen was onvoldoende om hen te overtuigen.

De Nederlandse overheid heeft weliswaar de regels gevolgd, maar heeft tegelijk een signaal afgegeven dat een correcte behandeling hen geen barst interesseert. Respect dus voor die Turken die de moeite hebben genomen de rechtszaak te starten. Vaak ‘wint’ de overheid omdat het beginnen van een zaak tegen de staat jaren van je leven kost, en voor een individu zo goed als onbetaalbaar wordt. Rationeel calculerende mensen, zoals onze sollicitant kiezen dan maar voor een andere oplossing – ze werken nu beiden in een andere EU lidstaat.

Martin Holterman

@H. de Raaf: Dan kom je wel uit bij het stuk dat ik eerder aanhaalde, waar de CRvB bekijkt of de inburgeringsplicht wel een verslechtering van de positie van Turkse werknemers inhoudt. (Dat is het criterium. Je mag Turkse immigranten wel anders behandelen dan EU burgers, het zijn immers geen EU-burgers, maar je mag ze niet slechter behandelen dan je eerder deed.) De raad schrijft, in rov. 7.1.8:

De Wi legt voorts niet alleen de verplichting op om het inburgeringsexamen binnen een voorschreven te termijn te behalen, maar doet dit bovendien op straffe van een door de Nederlandse overheid op te leggen – oplopende en iteratieve – boete zoals weergegeven onder 1.2. De combinatie van deze verplichting en deze (bestraffende) sanctie moet – wederom in het licht van de onder 7.1.2 tot en met 7.1.6 besproken rechtspraak van het Hof – worden aangemerkt als een verslechtering van de wijze waarop (alle) Turkse staatsburgers hun recht van verblijf in Nederland uitoefenen.

Tenzij de boete voor het niet nakomen van de leerplicht te verwaarlozen is, lijkt me dat ook een dergelijke regeling niet door de beugel zou kunnen. Het is alleen wel al een stuk minder duidelijk, zodat de overheid dit tenminste te goeder trouw zou kunnen invoeren.

Michiel Jonker

Respect voor wet en recht is niet hetzelfde als zo lang mogelijk juridisch doorvechten, totdat je juridische mogelijkheden zijn uitgeput. Wet- en regelgeving zijn, als het goed is, geen verzameling dooie paragrafen (het decor van een computerspel waarin je zoveel mogelijk om je heen schiet). Nee, ze moeten ook naar de geest worden gerespecteerd en nageleefd.

De overheid heeft veel geklaagd over “juridisering” als gevolg van burgers die “misbruik” zouden maken van hun juridische mogelijkheden. Een jaar of tien, twaalf geleden werd dat bijv. met veel bombarie verkondigd door de toenmalige bestuurder Van Kemenade, die met deze boodschap door het land trok. De rechter mocht van hem “niet op de stoel van de bestuurder gaan zitten”.

Diezelfde overheid neemt vaak het voortouw in deze juridisering, en probeert burgers met grote regelmaat in een juridische uitputtingsslag plat te walsen, zonder zich iets aan te trekken van redelijke argumenten of ethische beginselen. Vaak lukt dat ook, soms met medewerking van bestuursrechters die het recht “bestuursvriendelijk” interpreteren. (Zie voor een korte, samenvattende bespreking bijv. Stavros Zouridis, Dynamiek van bestuur en recht.)

Dit keer is het gelukkig anders afgelopen. Maar ik moet nog zien of overheden daar lessen uit trekken. Er lijkt in sommige sectoren sprake van een bijna autistische hardnekkigheid van overheids- “dienaren”. Ze lijken stilzwijgend te redeneren: “Wij kunnen het niet fout hebben, want wij zijn toch de baas?” Voordat die attitude enigszins gecorrigeerd wordt, zal er nog veel water door de Rijn vloeien.

Martin van de Wardt-Olde Riekerink

Volledig eens met de vorige reactie.

Maar ook met de leerplicht; van iedereen, dus ook van een analfabete autochtoon, mag verwacht worden dat een redelijke inspanning wordt geleverd in ruil voor deelname aan de collectieve regelingen. Dat gaat dan niet over turken, maar over alle ingezetenen.

a.zecha

De “goede trouw” van de Staat werd in onderhavige zaak door de Centrale Raad van Beroep de jure veilig gesteld.
Over de “goede trouw” van betrokken machthebbers werd in de uitspraak niets gezegd.
Bemerkenswaard is de bij de bestuursmacht voorkomend “vernauwd” zicht op wetten, overeenkomsten en internationale verdragen.
De facto heeft dat in deze zaak tot onjuist bestuurlijk handelen geleid en dat vergroot het vertrouwen in de bestuurlijke macht niet.
Indien publieke overheden “achterdeurtjes” gebruiken laden zij bovendien de verdenking op zich van “niet te goeder trouw” te handelen

a.zecha