Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

De Uitspraak: Mag een werknemer een alcoholstraf verzwijgen voor de baas, ook als dat het CBR is?

Mag een werknemer een ongeval en een straf wegens dronken rijden verzwijgen voor de werkgever, als dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen is? Met commentaar van NJB redacteur en hoogleraar recht en informatisering Corien Prins uit Tilburg en NJB medewerker Petra Charbon, advocaat arbeidsrecht in Amsterdam.

De Zaak. Een automobilist veroorzaakt een ernstig ongeval en belandt in het ziekenhuis. Hij ‘zakt’ voor de blaastest en weigert een bloedproef. Zijn rijbewijs wordt ingetrokken. Hij krijgt de ‘Educatieve Maatregel Alcohol’ opgelegd. Dat is een verplichte driedaagse cursus over de gevolgen van alcohol in het verkeer. De man verzwijgt voor zijn werkgever het ongeluk. Hij vertelt dat hij ‘wegens spanningsklachten’ in het ziekenhuis heeft gelegen. De werkgever komt er na twee maanden achter en ontslaat hem.

Welke feiten spelen een rol? De automobilist is een senior medisch adviseur bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen. Hij beoordeelt burgers op hun fysieke geschiktheid voor een rijbewijs. Hij gaf ook les aan de docenten van de EMA- cursus, over de werking van alcohol op het lichaam.

Hoe ontdekte het CBR de straf? Er werd gekletst op kantoor en het CBR dook gealarmeerd de eigen administratie in. Daar wordt de EMA-cursus voor de man gevonden. Daarna vraagt het CBR het proces-verbaal van de politie op. De werkgever vindt dat de adviseur het vertrouwen zodanig heeft beschaamd dat er een onwerkbare situatie is ontstaan.

Hoe verweert de adviseur zich? Het ongeval was in privétijd, waarmee het CBR zich nooit bemoeit. De kwestie had verder geen praktische gevolgen voor zijn werk. De adviseur werkt op kantoor, hoeft geen rijbewijs te hebben en heeft geen contact met het publiek. Het opvragen van het proces-verbaal gebeurde alleen om een eigen werknemer te controleren. Dat is misbruik van bevoegdheden. Het CBR heeft zich niet als ‘goed werkgever’ gedragen. Verder kan de adviseur zich van het ongeval niets herinneren. Het hoge promillage zou door medicatie kunnen zijn veroorzaakt. De directeur van het CBR zou hij wél in een vroeg stadium hebben ingelicht over de alcoholverdenking. Dat de EMA-maatregel bij het CBR niet bekend zou zijn is onjuist, omdat het CBR die zelf immers oplegt.

Wat is de rechtsvraag? Bestaat er een ‘dringende reden’ voor ontslag. En: is het verweer aannemelijk?

Hoe oordeelt de rechter? Die denkt dat de adviseur jokt over het gesprek met de directeur. Daarin zal mogelijk wel het ongeval zijn gemeld, maar niet de alcoholverdenking. Anders was er wel eerder tegen de adviseur zijn opgetreden. Alcoholmisbruik onder werknemers wordt niet getolereerd. Toen de geruchten over de toedracht van het ongeval liepen mocht het CBR wel in eigen bestanden nagaan of er een EMA was opgelegd. En daarna bij de politie navraag doen. Van de werknemer hoefde geen informatie verwacht te worden, gezien zijn gedrag. Alcoholgebruik in het verkeer door een CBR-werknemer is relevant „gelet op functie, rol en taakopdracht” van het bureau. Dat de medicatie het promillage zou hebben verhoogd is onwaarschijnlijk. Werknemers bij zo’n bedrijf, in die functie moeten voldoen aan hoge integriteitseisen bij verkeersdeelname. Ook als ze privé rijden. De adviseur voldeed daaraan niet, verborg dat zelfs en zag daar het laakbare niet van in. Er is dus een dringende reden voor ontslag.

De uitspraak (LJ BP2005) is hier te vinden.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.

Geplaatst in:
Civiel recht
Lees meer over:
arbeidscontract
integriteit

6 reacties op 'De Uitspraak: Mag een werknemer een alcoholstraf verzwijgen voor de baas, ook als dat het CBR is?'

NJB redacteur Corien Prins, hoogleraar recht en informatisering in Tilburg

“Privacy: get over it” is de welbekende uitspraak uit 1999 van Sun Microsystems topman Scott McNealy. Zijn stelling lijkt maar al te waar voor de medisch adviseur van het CBR. Het oordeel van de rechter dat de organisatie gerechtvaardigd gegevens uit de eigen bestanden had gelicht en bij de politie navraag deed, biedt veel ruimte voor het neuzen in de privacyzaken van werknemers. Dat het voorval buiten werktijd plaatsvond hoeft daarbij niet aan de rechtmatigheid van de controle in de weg te staan. In het verleden oordeelde de rechter bijvoorbeeld dat de e-mailbox van een medewerker van de afdeling bezwaar van een gemeente mocht worden gecontroleerd na het gerucht dat hij in zijn vrije tijd vrienden hielp bij het opstellen van bezwaarschriften.
Privacy is geen absoluut recht en werkgevers mogen onder voorwaarden het gedrag van hun werknemers controleren. Niet verassend houden vrijwel alle bedrijven en organisaties daarom met een zekere regelmaat en om uiteenlopende redenen het e-mail- en internetgedrag van werknemers in de gaten. Niets aan de hand, mits werkgevers maar aan een aantal voorwaarden voldoen (interne richtlijnen, werknemers moeten weten dat ze kunnen worden gecontroleerd, etc.). Een blik op de jurisprudentie leert dat wanneer de controle heimelijk gebeurt – wat in de casus het geval was – daar een heel concrete aanleiding voor moest zijn. Een verdenking van niet-integer handelen kan een voldoende reden zijn. Relevant is hier bovendien de voorbeeldfunctie die sommige medewerkers hebben gezien hun specifieke taken binnen een organisatie of bedrijf (rechtbank Rotterdam, april 2008 (LJN BD1796)). Ook daar was in de casus sprake van.
Maar toch kunnen werkgevers zich niet ongebreideld en willekeurig uitleven in het controleren van hun personeel. De rechter zal telkens toetsen of de concrete wijze waarop de controle wordt uitgeoefend in redelijke verhouding staan tot de belangen van de werknemer. Met andere woorden, de methoden en middelen die de werkgever benut mogen geen verdergaande inbreuk op de privacybelangen van de werknemer maken dan strikt noodzakelijk. In de praktijk betekent dit dat de werkgever moet volstaan met de controlemaatregel die het minste inbreuk op de privacy van de werknemer maakt als met deze maatregel hetzelfde resultaat bereikt zou kunnen worden. Voor deze casus moeten we ons dus de vraag stellen of het CBR met de zoektocht in de eigen administratie maar bovendien ook nog het opvragen van het proces-verbaal te ver is gegaan omdat het belang van de organisatie ook met een andere – minder privacyinbreukmakende – maatregel kon worden gediend. En juist hier rijst bij mij de vraag waarom het CBR – toen de geruchten opkwamen – niet gewoon eerst een gesprek met de medisch adviseur is aangegaan. De adviseur claimt dat hij de directeur van het CBR heeft ingelicht, maar de organisatie ontkent dit. Zo’n gesprek zou wat mij betreft juist vanuit het CBR zelf de noodzakelijk eerste stap moeten zijn geweest. En pas als dat gesprek alle argwaan, geruchten en roddel niet weg had genomen had de vervolgstap – controle van dossiers – gezet mogen worden. Hier gaat de rechter wel erg gemakkelijk in de redenering mee dat het lichten van interne dossiers en het opvragen (en kennelijk ook heel eenvoudig van de politie kunnen verkrijgen!) van een proces verbaal de eerst aangewezen weg was om te achterhalen of niet meer dan een kennelijk intern gerucht ook daadwerkelijk klopt. Tot mijn teleurstelling en zorg biedt de uitspraak een stevige vrijbrief voor het stiekem checken van allerhande interne geruchten met behulp van niet alleen interne maar ook andermans dossiers. Waar blijft het belang van eerst een goed gesprek?

NJB medewerker Petra Charbon, advocaat arbeidsrecht in Amsterdam

Mijn indruk is dat vooral de schimmige, leugenachtige houding van de werknemer hem heeft opgebroken. Deze zaak heeft veel interessante aspecten. De werknemer is ziek en is lid van de ondernemingsraad (dan geldt een opzegverbod). Hij heeft in privétijd een auto ongeluk gehad en had daarbij teveel alcohol gedronken. Daarover heeft hij de werkgever, het CBR, niet (volledig) ingelicht en de werkgever heeft op slinkse manier bewijs tegen de werknemer verzameld over de achtergronden en gevolgen van het auto ongeluk. Het CBR vraagt ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een dringende reden. Dat verzoek houdt geen verband met de ziekte of het OR lidmaatschap dus die omstandigheden legt de rechter terzijde; hij is in een ontbindingsprocedure daaraan immers niet gebonden. De kantonrechter stelt vast dat de werknemer niet open is geweest over zijn afwezigheid, daarover heeft gelogen en vindt dat de werkgever daarom het recht had zelf verder onderzoek te doen en te gaan kijken in haar eigen bestanden en bij de politie. Of dat bewijs rechtmatig is verkregen is, anders dan in het strafrecht, van betrekkelijk belang. Rechters wegen belangen af en daarbij speelt met name de vraag of de werkgever het anders, op een minder ingrijpende manier, had kunnen doen. Dat was hier niet het geval aldus de rechter; van de werknemer zelf kon het CBR, gezien zijn gedrag , immers niets verwachten. Mijn ervaring is dat dit veelal de manier is waarop rechters deze problematiek benaderen. Waarheidsvinding staat voorop. Een ander aspect van deze zaak betreft de vraag of –strafrechtelijke- gedragingen in de privésfeer een reden voor ontslag kunnen zijn. Uitgangspunt is dat dit niet het geval is wanneer dat gedrag geen invloed heeft (gehad) op het werk. Recent hebben we bijvoorbeeld gezien dat een veroordeling voor een zedendelict (dat niets met het werk te maken had) geen reden is voor ontslag. Behalve dat hij ziek werd door het ongeval, zou de handelwijze van deze werknemer op zich geen nadelige effecten hebben op het werk dat hij moest doen. Ironisch genoeg was echter juist deze werknemer in dienst om mensen te beoordelen op hun medische geschiktheid voor afgifte van een rijbewijs en heeft hij docenten bij het CBR les gegeven over alcohol in het verkeer. Zijn geloofwaardigheid kwam, mede door zijn eigen optreden, daardoor in het geding. Hoewel ik me bij de gedachte wel wat kan voorstellen is het overigens de vraag of CBR-werknemers zich in het verkeer aan hogere maatstaven moeten houden dan anderen. Ik kan wel begrijpen dat de kantonrechter, alles bij elkaar bezien, voldoende redenen zag om te ontbinden. Een dringende reden gaat mij toch te ver; hij had ook kunnen ontbinden op grond van een (ernstige) vertrouwensbreuk en dan zonder vergoeding.

Max Molenaar

Ontslag van deze expert is kapitaalvernietiging
Ik ben het niet eens met dit gedwongen ontslag. De expertise en ervaring van deze senior adviseur gaan nu verloren voor het CBR. En het feit dat deze man bekend is met de verleiding van alcohol maakt hem des te meer geschikt voor zijn beroepstaak. Bovendien vind ik dat dit ontslag rechtsongelijkheid inhoudt ten opzichte van andere burgers.

Ik heb ook het gevoel dat er misschien al een soort conflictsituatie met deze functionaris bestond binnen het CBR, waardoor deze affaire door de directie zo hoog werd gespeeld.

Het zou iets anders zijn als er sprake zou zijn van corruptie. omdat daarbij een functionaris zijn invloed gebruikt ten nadele van individuen of groeperingen die van hem afhankelijk zijn. Corruptie moet wel zeer zwaar bestraft worden.

Ik vind ook dat de straffen voor alcohol en drugs bij automobilisten veel zwaarder moeten worden dan nu, vooral bij recidive. Liefst in de vorm van zeer hoge inkomensafhankelijke boetes. En een jarenlange rijontzegging bij de derde keer. Maar die straffen moeten voor CBR-medewerkers niet zwaarder zijn dan voor anderen.

Geef een cursus voor veroordeelden wegens rijden met alcohol veel langer dan nu, namelijk gedurende tweehonderd hele zaterdagen. Dat kan goedkoop via aantrekkelijke video-presentaties in heel grote zalen of in een voetbalstadion. Leer de cursisten daar ook om levensproblemen op te lossen zonder alcohol. Dergelijke langdurige straffen zullen denk ik ook afschrikkend werken op rijden met alcohol.

Ook moeten automobilisten bij verkeerscontroles worden getest met een digitale reactietest, omdat ook andere factoren de rijvaardigheid sterk kunnen beïnvloeden, zoals vermoeidheid, slaapgebrek, stress, boosheid, ziekte, enz…

M. Alem

Op zich een duidelijk verhaal: deze medewerker was niet te handhaven bij zijn werkgever gezien zijn gedrag en de taak die het CBR uitvoert. Wat mij wel stoort aan dit geval is het feit dat het CBR zich als werkgever van de mogelijkheid bediend om processen-verbaal bij de Politie op te vragen. Bakker Jansen van om de hoek kan immers ook geen PV’s inzien van zijn medewerkers, dus waarom het CBR wel. Mogelijk dat het CBR in de normale taakuitoefening wel deze inzagebevoegdheid heeft. De vraag is dan in hoeverre het opvragen van een PV in een dergelijk geval onder de normale taakuitoefening valt. De vraagtekens die ik hier uit, zijn geen vorm van medeleven met de betreffende werknemer, maar meer bezorgdheid over een mogelijk geval van misbruik van bevoegdheid door een overheidsorgaan.

Reinier Bakels

Het juist antwoord staat in art. 1 Sr en art. 7 EVRM.

Voor het werk was de dronkenschap geen probleem: het voorval heeft niet onder werktijd plaatsgevonden en de man had geen representatieve functie.

Wat het CBR deed was de man extra straffen. En dat mag alleen als het (tevoren) wettelijk is geregeld. Zie bovenstaande bepalingen.

Verstoorde verhoudingen zijn “gevolgschade”.

Marius van Huygen

Het onderstaande bericht doet in ieder geval vermoeden dat bovengenoemde werknemer als de kop van jut moet functioneren en publiekelijk wordt gestraft voor het eigen organisatorisch falen van het CBR!

Eurlings grijpt opnieuw in bij CBR

Gepubliceerd: 29 mei 2009 17:48 | Gewijzigd: 14 december 2009 12:16
Door een onzer redacteuren

Den Haag, 29 mei. Tot grote ergernis van minister Camiel Eurlings (Verkeer) heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) in 2008 twaalf opdrachten om het rijbewijs in te nemen, niet uitgevoerd. „Dit is een heel ernstige zaak die indruist tegen het beleid om verkeershufters aan te pakken”, zei hij vandaag na afloop van de ministerraad. Ook bracht het CBR 250 opdrachten voor onderzoek naar de rijgeschiktheid niet in praktijk. De oorzaak voor de „nalatigheid” is niet meer te achterhalen, zei Eurlings. Van vriendjespolitiek of omkoping is volgens hem geen sprake.

In februari had de Ondernemingsraad allerlei misstanden aangekaart. Zo zouden nog zeker duizend mensen van wie het rijbewijs moest worden ingenomen na drank- of drugsgebruik, nog rondrijden.

http://vorige.nrc.nl/binnenland/article2256301.ece/Eurlings_grijpt_opnieuw_in_bij_CBR