Alleen 'Nederlands recht' is geen optie meer, zegt Hoge Raad, gezag moet 'loyaal' aan Europa zijn
“Recht doen op basis van enkel het nationale recht is geen optie meer.” Het nieuwe jaarverslag van de Hoge Raad staat geheel in het teken van de internationalisering van het Nederlandse recht. President Geert Corstens en procureur-generaal Jan Watse Fokkens hebben het over ‘fascinerende krachten’ die worden uitgeoefend. Ook mengen zij zich in het debat over de macht van ‘Straatsburg’, waar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens is.
De hoogste rechter en de hoogste aanklager stellen vast dat de Hoge Raad, die voor rechtseenheid, -ontwikkeling en -bescherming moet zorgen, daartoe al lang niet meer alleen uit intern Nederlandse recht put. Maar in toenemende mate uit verdragen en internationale voorschriften, onder meer van de Europese Unie en de Raad van Europa.
De Nederlandse rechter moet loyaal uitvoering geven aan de Straatsburgse uitspraken over het Europese Verdrag voor de rechten van de mens, zo schrijven zij. “Zoals de uitvoerende macht zich loyaal dient op te stellen ten opzichte van beslissingen van zijn eigen rechters, zo dient de nationale rechter op zijn beurt loyale toepassing te geven aan beslissingen van het EHRM. Ook bij hem kan het zich voordoen dat hij zo’n beslissing minder gelukkig acht, bijvoorbeeld omdat het EHRM is ingegaan tegen een bestendige nationale praktijk.” Maar dat moet de nationale rechter dan maar incasseren, zo schrijven zij. Een internationale rechter op het terrein van “fundamentele, ons allen binnen de Raad van Europa verbindende waarden” is de moeite waard om loyaal aan te zijn.
De verplichting om loyaal aan Straatsburg te zijn geldt trouwens ook ‘andere nationale autoriteiten’, zo schrijven zij. Dat is een nauw verholen verwijzing naar recente kritiek van vooral VVD-politici en parlementariërs op Straatsburg. Corstens en Fokkens wijzen erop dat zowel in de arresten als in de conclusies van de Hoge Raad er met grote regelmaat verwezen wordt naar uitspraken van Europese rechters. Op het hoogste niveau is sprake van ‘gerichtheid naar buiten’. “Van geheel geïsoleerd optreden is geen sprake meer.”
Volgens hen moet de Nederlandse rechter behalve over kennis van internationaal recht ook beschikken over “een open houding ten opzichte van het buitenland. Hoezeer we ons ook veiliger voelenbij het nationale recht, we leven nu eenmaal in een geglobaliseerde samenleving en zullen daarmee rekening moeten houden. Zich afsluiten daarvoor en zich afwenden van internationale rechtspraak is geen optie.”
Zij zien de straatsburgse jurisprudentie als een garantie voor een “behoorlijke beschaafde bejegening” van alle Europese burgers door hun overheden. Dat hoeft niet overal op precies dezelfde manier te gebeuren: “Enige vrijheid voor de nationale rechtsordes om recht te doen wedervaren aan specifieke kenmerken van de inrichting van de eigen staat en de eigen samenleving behoort er te zijn. Maar als het op de kern van de fundamentele rechten aankomt, moeten de burgers van dit grote Europa kunnen rekenen op bescherming, zo nodig van de Europese rechter.”
Zich afsluiten van het buitenland en zich afwenden van internationale rechtspraak is volgens de top van de Hooge Raad “geen optie”.
Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.
