Rechtbank geeft eigen beroepsgroep lesje ethiek in zaak Wilders
Raadsheer Schalken heeft met zijn dinerdebatje de regels niet geschonden, maar wel een verkeerd beeld opgeroepen. Hij had in de zaak Wilders de ‘schijn van inmenging moeten voorkomen’. Het oordeel van de Amsterdamse rechtbank vanochtend leest als een lesje ‘ethiek in eigen kring’.
Lees hier de uitspraak, in het bijzonder overweging 3.3.1 Daarin worden de ‘mores’ van het rechtersambt uiteengezet. Over Schalken wordt opgemerkt dat hij ten tijde van het fameuze ‘dinertje’ geen formele rol speelde in het proces en dat ook niet meer zou gaan doen. Hij heeft dan ook niet de regels geschonden die gaan over de situatie waarin een rechter zich buigt over een zaak of dat nog zal gaan doen.
Die regels zijn hier te vinden, in de Leidraad Onpartijdigheid. Daarin wordt niet specifiek het gedrag behandeld van een rechter nà de behandeling van een zaak. Er staat wel een algemene zorgvuldigheidsnorm in. De rechter moet zich zich steeds ‘afvragen of zijn op treden ook daadwerkelijk bij de rechtzoekende en de samenleving het beeld van de onpartijdige rechter oproept’. Op dat punt is Schalken tekort geschoten.
De cruciale overweging luidt:
“De rechtbank is van oordeel dat de door rechters te betrachten terughoudendheid in lopende strafzaken Schalken ervan had moeten weerhouden met de nog als deskundige te horen Jansen een discussie over de beschikking te voeren.”
Schalken had “elke schijn van inmenging moeten voorkomen”.
Van een daadwerkelijk inmenging in de procedure of zelfs invloed daarop was echter geen sprake, oordeelt de rechtbank. Maar dat de rechter de “maximale voorzichtigheid en tact moet betrachten in zijn woordkeuze met betrekking tot de zaken waarover hij zicht buigt” is maar weer eens gezegd. Rechters moeten oppassen voor het beeld dat “kan ontstaan” in de “publieke domein”.
Verder is opvallend dat alle inhoudelijke bezwaren van Moszkowicz tegen de vervolging tamelijk puntig worden afgewezen. Ook in dat deel van de uitspraak (3.2.1) wordt een lesje gegeven, maar dan over de uitleg van de zogeheten art. 12 procedure. Het Hof moest de beslissing tot niet vervolgen ‘in volle omvang toetsen’ en gaat daarbij ‘als het ware’ op de stoel van het openbaar ministerie zitten. Daarbij worden zowel de haalbaarheid als de opportuniteit van een eventuele vervolging getoetst. Dat er ook een feitelijk oordeel wordt geveld is volgens de rechtbank ‘onvermijdelijk’, maar dat heeft ‘slechts een voorlopig karakter’. Het openbaar ministerie noch de zittingsrechter zijn daaraan gebonden, aldus de rechter.
Kortom, de rechtbank en het openbaar ministerie hebben het bord schoon geveegd voor een nieuwe ronde met nieuwe kansen. De opdracht van het hof om toch te vervolgen is door het openbaar ministerie alweer vrij kritisch besproken. Daarin ziet de rechtbank een bevestiging van het onafhankelijke karakter van dit nieuwe proces. Dat dan ook per definitie eerlijk genoemd mag worden.
Wordt vervolgd dus..
Eerdere berichten over de zaak Wilders op dit blog zijn hier te vinden.
Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.
