Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

De Uitspraak: Kan een falende ouder zijn huis verliezen als hij zijn kinderen niet kan bedwingen?

Kan een falende ouder zijn huis verliezen als hij zijn kinderen niet onder controle krijgt? Met commentaar van de NJB-medewerkers Caroline Forder, bijzonder hoogleraar Rechten van het kind in Amsterdam, Jan Brouwer, hoogleraar algemene rechtswetenschap in Groningen en Jon Schilder, hoogleraar staats- en bestuursrecht in Amsterdam.

De Zaak. Een woningcorporatie wil een huurder kwijt die het gedrag van zijn twee zoons van 14 en 18 niet binnen de perken kan houden. De verhuurder krijgt zoveel ernstige klachten van buren, de wijkagent en de gemeente dat besloten wordt tot een uitzetting.

Wat doen de jongens? Er is sprake van diefstal uit een woning, het binnendringen van een schoolgebouw, inbraken, vandalisme en overlast. De vader is veel afwezig, één jongen leeft vrijwel op straat.

Hoe wordt er opgetreden? De huurder wordt gewaarschuwd door de huiseigenaar. Hij zegt toe dat de kinderen geen strafbare feiten meer zullen plegen en geen overlast meer zullen veroorzaken. De vader zal hulp accepteren, bij problemen zelf de wijkagent bellen en vrienden van de zonen voortaan weren. De jongen die de grootste problemen veroorzaakt mag voortaan nog maar één uur per dag naar buiten. De andere zoon zou al verhuisd zijn.

Hoe reageert de buurt? De huiseigenaar krijgt na het gesprek een brief met 46 handtekeningen uit de buurt waarin wordt gevraagd om ingrijpen. Zo niet dan zouden er ‘slachtoffers’ vallen.

Werken de afspraken? Nee. De situatie verergert. Eén van de zoons pleegt opnieuw een inbraak, wordt onder voorlopig toezicht gesteld van Jeugdzorg en snel daarna naar een gesloten jeugdinrichting gestuurd. De Kinderbescherming constateert dat de vader weinig thuis is en er ‘op alle domeinen’ sprake is van problemen. De beide broers ‘spelen een negatieve rol in hun woonstraat’.

Wat doet de eigenaar? Die biedt een appartement elders aan en kondigt ontruiming van de eengezinswoning aan, als de man niet vrijwillig verhuist. De man weigert en ontkent alle incidenten. Hij zegt dat hij zelf geen overlast veroorzaakt en niet verantwoordelijk is voor het gedrag van de kinderen. Die overigens niets misdeden. De eigenaar spant een kort geding aan.

Wat pleit er voor de huurder? De huurder zegt dat er geen spoed is omdat beide zonen bij jeugdbescherming verblijven. Er is nu rust op straat. Ook is er een brief uit de buurt met 14 handtekeningen waarin bezwaar wordt gemaakt tegen de ontruiming. Argument: de vader is ‘een geschikte buur’. Hij erkent ook dat hij de opvoeding niet aankan, om hulp vroeg, maar die niet kreeg.

Wat zegt het huurcontract? „Huurder dient ervoor te zorgen dat aan omwonenden geen overlast of hinder wordt veroorzaakt door huurder, huisgenoten, huisdieren of door derden die zich vanwege huurder in het gehuurde of in de gemeenschappelijke ruimten bevinden”.

Wat zegt de rechter? Er is wél spoed, want de kinderen kunnen op elk moment weer terugkeren. Dat geeft onzekerheid voor de buurt. Een bodemprocedure van tenminste zes maanden duurt dan te lang. De eigenaar is een sociale verhuurster, die dit jegens de buurt niet kan maken. Verder houdt de huurder zich niet aan de contractuele plicht overlast te voorkomen. De overlast, waar hij ook tijdig van wist, wordt hem als ouder aangerekend. Dat een aantal buren zich achter hem schaart, doet er niet toe. Ontruiming is toegestaan.

De uitspraak is hier te vinden. Nieuwsberichten over deze kwestie hier en een tv nieuws item hier.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.

Geplaatst in:
Civiel recht
Strafrecht
Lees meer over:
diefstal
privacy
veiligheid

11 reacties op 'De Uitspraak: Kan een falende ouder zijn huis verliezen als hij zijn kinderen niet kan bedwingen?'

Enrique Madereel

Deze zaak laat een dubbel gevoel achter. Enerzijds is het terecht dat er hard wordt opgetreden als een buurt lange tijd geterroriseerd wordt, maar anderzijds is het raar dat juist degene die zelf geen overlast heeft veroorzaakt zijn huis op 20 april moest verlaten. Zelfs bij sommige buurtbewoners heeft de ontruiming tot onbegrip geleid.

Het is belangrijk om in deze zaak het onderscheid te maken tussen de misdrijven en overtredingen die de zoons hebben gepleegd en de verantwoordelijkheid van de vader tegenover de verhuurder en de buurt. Het is namelijk niet zo dat de vader gestraft wordt voor wat zijn zoons hebben gedaan. De ontruiming vindt vooral plaats omdat hij zijn contract niet heeft na kunnen komen, het feit dat de vader onschuldig is maakt voor deze zaak in die zin niets uit. Het contract eist namelijk dat er geen overlast veroorzaakt wordt door in dit geval de twee zoons. Als het contract niet wordt nagekomen, geeft dat alle ruimte voor de woningcorporatie om de overeenkomst te stoppen.

Ongetwijfeld zal dit voor het gezin wel als een straf aanvoelen, waarbij het uiteindelijk nog maar de vraag is hoe het nu verder gaat. De buurt zal voorlopig een stuk rustiger zijn, maar de problemen van het gezin zijn nog lang niet opgelost.

NJB medewerker Caroline Forder, bijzonder hoogleraar rechten van het kind in Amsterdam

Kantonrechter vernietigt netwerk van alleenstaande vader
De kantonrechter is snoeihard voor deze vader. Alsof het niet erg genoeg is dat beide zonen achter tralies zijn geplaatst, moet hij ook nog verhuizen, een maatregel die de man vermoedelijk als straf zal hebben ervaren.
De beslissing past in het huidige rechtsklimaat. Sinds 1 januari j.l. zijn de ouders van een kind dat voor de jeugdstrafrechter moet komen verplicht om samen met hun kind op het matje te komen. In dit rijtje past de Nota onverantwoord ouderschap van Van Dijken (PvdA), het voorstel dat een ouder dat die tekort is geschoten in de opvoeding van een kind een verplichte prikpil in het vooruitzicht stelt.
De kantonrechter gaat klakkeloos af op het oordeel van Bureau Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming. Volgens deze instanties was er sprake van een gestoorde gezagsverhouding tussen de vader en zijn tweede zoon. De beoordeling van de vraag of dit werkelijk zo is en zo ja, waaraan deze verstoring is gelegen, kortom de vraag of de kinderbeschermers een overtuigend verhaal hebben – is dagelijkse kost voor een kinderrechter, die er hiervoor is opgeleid.
Daarbij zal een kinderrechter, zelfs in een spoedprocedure, nagaan of de vader adequate hulp heeft gekregen, of de vader hieraan heeft meegewerkt en of de problemen hierdoor zijn opgelost. Bij de kantonrechter heeft dit allemaal geen belang. Dat de vader om hulp heeft gevraagd, en die niet heeft gekregen zegt de kantonrechter niets.
Deze kantonrechter ziet blijkbaar een statische situatie voor zich. In de rol van vader, tevens toezichthouder, is de huurder tekortgeschoten. En: ‘dit tekortschieten kan niet meer ongedaan worden.’ Niets is minder waar, er zijn verschillende relevante relaties en er kan nog van alles veranderen. De oudste zoon kan door het verblijf in het gevang zijn gedrag verbeteren. Dit geldt ook voor het verblijf in gesloten jeugdzorg van de jongste zoon – het doel van deze maatregel is tenslotte gedragsverbetering. Volgens de huidige stand van wetenschap loopt de puberteit door tot het 25ste levensjaar. Beide kinderen vallen in die periode en zijn daarom nog in ontwikkeling en vatbaar voor (goede) begeleiding. Daarnaast had de waardering die de vader van een groot aantal buren kreeg meer gewicht in de schaal kunnen leggen. De betrokkenheid van de buurt is des te significanter omdat de vader problemen had.. Tussen de vader en de buurman, bij wie een van de zoons heeft ingebroken, is sprake van een gestoorde relatie. Had niet gezocht kunnen worden naar een manier om dit probleem op te lossen?
Op enige kennis van ontwikkelingstheorie kan deze kantonrechter evenmin betrapt worden. Het gedrag van de zonen kan zijn oorzaak hebben in hun genen, waarop de vader geen invloed heeft. Ook zouden de zonen door omgevingsfactoren, bijvoorbeeld van school, op het verkeerde pad kunnen zijn geraakt. Daarom is het – ook bezien vanuit het betrekkelijk kille huurrecht – onjuist alle verantwoordelijkheid bij de vader neer te leggen.
De tragiek van deze beslissing is dat deze huurder, die het al moeilijk had, zijn sociale netwerk is kwijt geraakt. Bovendien is de potentiële baat die hij had kunnen hebben bij de begeleiding van zijn zonen (het werk van de kinderrechter, de reclassering en jeugdzorg) sterk ondermijnd. In de ogen van de zonen boet de vader nog meert op zijn gezag in: hij is zelfs door de woningbouwvereniging weggestuurd.
Het is te hopen dat de bodemzaak met meer aandacht voor de bredere werking van het huurrecht zal worden afgedaan.

NJB medewerker Jan Brouwer, hoogleraar algemene rechtswetenschap in Groningen en Jon Schilder, hoogleraar staats- en bestuursrecht in Amsterdam

Privaatrechtelijke autonomie of machtsmisbruik?
Dit vonnis staat niet op zich zelf, maar vormt onderdeel van een reeks uitspraken waaruit blijkt dat het woonrecht steeds meer vanuit privaatrechtelijke hoek gevaren te duchten heeft. Dat lag rond de eeuwwisseling heel anders. Toen had de wetgever juist een publiekrechtelijke bevoegdheid geïntroduceerd om woningen te sluiten in art. 174a Gemeentewet. In die bepaling staat dat de burgemeester bewoners uit hun huis kan zetten indien zij de openbare orde verstoren.
Het vage artikel biedt bijna onbegrensde mogelijkheden om overlastgevende panden dicht te timmeren. Weliswaar is in de parlementaire geschiedenis een hele strikte uitleg gegeven aan de woorden ‘verstoring van de openbare orde’, maar wie zou zich die tien jaar later nog herinneren. Dat is gelukkig anders gelopen, van misbruik is nauwelijks sprake geweest. De verleiding daartoe is sinds kort ook gering nu de Afdeling bestuursrechtspraak december 2010 in een zaak over een ten onrechte op straat gezet Roma-gezin het geheugen collectief heeft opgefrist.
Een verklaring voor de terughoudende opstelling van burgemeesters is vooral gelegen in de ontwikkeling van een privaatrechtelijk instrumentarium door woningbouwcorporaties. Die zijn er toe over gegaan de huurvoorwaarden drastisch aan te passen. Ook sluiten zij met over de asociale huurders zogenaamde laatste-kans-overeenkomsten. Hierin staan de meest draconisch bepalingen. Op overtreding volgt onmiddellijk ontbinding van de huurovereenkomst. Bepalingen die we hierin tegenkomen overstijgen soms onze fantasie. Dat geldt niet voor het verbod op het telen van wiet, maar wel geen groente of fruit langer bewaren dan drie dagen of een verplichting om af te vallen. Regelt de huurovereenkomst een exotische vorm van overlast zoals in deze zaak niet, dan kan ontbinding plaatsvinden op grond van niet-goed huurderschap. De huurder moet wel hele bijzondere omstandigheden aanvoeren, wil hij de kantonrechter aan zijn zijde vinden.
Deze uitspraak vormt een bewijs van de bijna onbegrensde mogelijkheden om een huurovereenkomst te ontbinden. De rechter vindt het niet noodzakelijk dat de overlast van de huurder zelf afkomstig en ook niet dat die vanuit de huurwoning zelf wordt veroorzaakt. Het onveilig maken van de wijk door kinderen elders in de buurt is voldoende voor ontbinding en ontruiming van de woning.
Vanuit het perspectief van de slachtoffers van straatterreur is dit terecht. Zij hebben recht op ongestoord woongenot. De grenzen tussen privaatrechtelijke autonomie en machtsmisbruik zijn echter flinterdun. Het zou goed zijn als in het publiekrecht instrumentarium wordt ontwikkelt op basis waarvan asociaal woongedrag op verfijndere wijze kan worden aangepakt. De Woningwet zou het geven van gerichte gedragsaanwijzingen aan ‘overlastige’ bewoners mogelijk moeten maken. Staken zij hun asociale gedrag niet, dan volgt een boete. Huisuitzettingen dienen ultimum remedium te zijn.

mr drs R. Winter

Klassejustitie.

Bureau Jeugdzorg heeft de macht over de kinderen al, dus is er geen reden om te veronderstellen dat de vader de kinderen terugkrijgt.
Dat is immers ook een procedure die wettelijk is geregeld.

Er wordt in de hulpverleningswereld gezocht in het verleden en dat staat dan verbetering in de weg. Zoals in de casus wordt vaak gereageerd in de hulpverleningswereld: Meer dan tien jaar terug wordt gekeken en steeds wordt herhaald wat jaren geleden is voorgevallen, zodat verbetering niet mogelijk is en de mensen in een lagere klasse in hun negatieve spiraal blijven en er niet uit kunnen komen. De lagere klasse wordt gedwongen laag te blijven.

M.i. moet gekeken worden naar de economische kant van de zaak en dat wordt in de hulpverleningssector steeds overgeslagen.

Max Molenaar

Nieuwe alternatieve straffen voor veelplegers
Mijn reactie geldt niet voor deze specifieke casus, maar in het algemeen. Ouders moeten alleen gestraft worden voor de misdaden van hun minderjarige kinderen, als zij onvoldoende openstaan voor deskundige voorlichting en begeleiding.

De besproken casus is een topje van de ijsberg. Buurtterreur door hangjongeren en jeugdbendes komt in veel Nederlandse achterstandswijken namelijk regelmatig voor en er doen veel jongeren aan mee, direct of indirect. Ook op veel middelbare scholen in steden wordt vaak ernstig gepest en bedreigd door leerlingen. De overheid en schooldirecties hebben decennialang weggekeken voor die problemen door machteloosheid, ondeskundigheid, tunnelvisie, desinteresse, eigenbelang en ideologie.

Afgelopen decennia bloeide het gevaarlijke misverstand dat optimale morele vrijheid en onbelemmerde individuele zelfexpressie automatisch zou leiden tot welzijn voor allen. Het resultaat van die extreme anti-autoritaire ideologie is dat velen moreel zijn losgeslagen, vooral jongeren in achterstandswijken.

Wangedrag door jongeren ontstaat volgens mij voor een belangrijk deel doordat geweld op tv massaal wordt verheerlijkt, ook via humor. Denk bijvoorbeeld aan de tv-serie New Kids en aan de vele (Amerikaanse) bioscoopfilms met extreem geweld.

Het is niet verwonderlijk dat een deel van de jongeren dat gedrag overneemt, vooral als ze daarnaast te weinig overtuigende positieve morele invloeden ondergaan en als ook andere criminogene factoren spelen, zoals criminele vrienden, criminele familieleden, gescheiden ouders, onbekwame ouders, multi-probleemgezinnen, alcoholmisbruik, leermoeilijkheden, spijbelen, werkloosheid, stimulerende drugs, psychische problemen en erfelijke factoren.

Volgens deskundigen voldoen een kwart miljoen Nederlanders aan de diagnose psychopathie! Het wordt hoog tijd dat de Nederlandse overheid daar doeltreffend beleid voor ontwikkelt, in samenwerking met buitenlandse psychopathie-experts(*2), bijvoorbeeld in de vorm van levenslange monitoring van psychopaten en mensen met antisociale persoonlijkheidsstoornis (ASP).

Celstraf werkt vaak averechts, maar is wel nodig bij vluchtgevaar en ernstige harddrugsverslaving.

Huisvest veelplegers in een schuurtje in een weiland, ver weg van de bebouwde kom en verbied hen het bezit en gebruik van auto, scooter, tv, alcohol, stimulerende drugs en luxe eigendommen. Geef ze daarbij jarenlange zware werkstraf, bijvoorbeeld bij een boer of gemeentelijke dienst of thuiswerk (via internet).(*1)

*1 OPLOSSINGEN VOOR JONGERENGEWELD
Zie ook mijn reactie op een eerder artikel over jongerengeweld:
http://weblogs.nrc.nl/rechtenbestuur/2011/04/02/jong-fouten-maken-mag-niet-meer/#comment-7142

*2 ONDERZOEK NAAR PSYCHOPATHIE
http://www.google.nl/search?q=psychopathie+psychopaten+diagnose+oorzaken+therapie+onderzoek&hl=nl&safe=off&client=firefox-a&hs=61L&tbo=1&rls=org.mozilla:nl:official&prmdo=1&output=search&source=lnt&tbs=qdr:y&sa=X&ei=a5OwTZyOCsyeOtjJ7YEJ&ved=0CA0QpwUoBQ

J.v.Loveren

Ouders die zich niet verantwoordelijk voelen voor de daden van hun kinderen. Zelf voelen deze ouders zich niet schuldig. Zelf woon ik een wijk met gemengde culturen. Waar politie en straatcoaches regelmatig patrouilleren. Waar allerlei instanties overactief zijn. Maar ondanks alle inzet is er nog maar weinig veranderd. Tegenwoordig kijkt hier niemand meer vreemd op van gewelddadig gedrag op straat. Intimidatie, vernieling, overvallen, zelfs bedreiging met steek – en vuurwapens op jonge leeftijd worden schouderophalend geaccepteerd. Over het algemeen wordt dit gedrag . met taakstraffen en geldboetes bestraft.
Volgens de politie gaat het om incidenten. Incidentele doden, gewonden en getraumatiseerde slachtoffers. Qua wetgeving en wetshandhaving is en blijft Nederdalend een vreemd land.
Enerzijds wordt er om strengere straffen gevraagd en wanneer deze vervolgens worden toegepast verschijnt er weer een even grote groep die daar bezwaar tegen aantekent. De straatterreur die zich in meerdere vormen voordoet, waaronder bijvoorbeeld ook het levensgevaarlijke en uitdagende verkeersgedrag van de jeugd in de woonwijken, is meestal een groepsgedrag. Vaak een gecoördineerd gedrag wat te lang is getolereerd en onderschat door de gemeenschap. Tot nu toe weten ook onze deskundigen geen passende oplossing voor dit (straat)gedrag te bedenken. Wie denkt daarvoor de ouders te moeten straffen heeft weinig in – en overzicht in deze problematiek. Wat betekend het bijvoorbeeld voor ouders als je door eigen kinderen wordt mishandeld of bedreigd? Hoeveel ouders zijn er niet bang voor hun eigen kinderen of vrienden van deze kinderen? Er komen steeds meer zogenaamde bemiddelende, opvoedende en straffende instanties bij. Er wordt nu ook al door woningbouwcorporaties tot huisuitzetting overgegaan. Wat volgt er hierna? Als het aan de heer Wilders ligt wordt straks een heel gezin naar het land van herkomst teruggestuurd.
Een andere oplossing is om alle probleemgevallen in een zelfde wijk te plaatsen, wat al eerder is geprobeerd en mislukt. Gemengde wijken met verschillende culturen moeten de mislukte inburgering vervangen. Hierdoor ontstaan er steeds meer eigen regels die uiteindelijk leiden tot allerlei vormen van gewoonterecht. Een gewoonterecht waartoe ook de criminaliteit, het geweld en de terreur behoren. Maar wie zijn nu de ware schuldigen en verantwoordelijken?
Iedereen wijst naar iedereen en komt met allerlei beschuldigingen en theorieën. Maar wat gebeurd er nu met al die deskundigen en politici die zich net als die ouders niet schuldig voelen maar nog altijd wel verantwoordelijk zijn en blijven voor hetgeen wat door hen is nagelaten? Worden deze strak ook uitgewezen of uit huis gezet? Zou het ook hier een genen kwestie kunnen zijn? Alles bij elkaar gaat het niet alleen om een opvoedkundig – maar ook om een sociaal en economisch probleem. Een complexe vorm van oorzaak en gevolg waarin vooral op intellectuele wijze naar een passende oplossing en strafmaat wordt gezocht.

Ton Jongbloed

De uitspraak waarop commentaar wordt geleverd is die van 19 april j.l. en moet wel in het juiste perspectief geplaatst worden. Het betreft namelijk een executiegeschil dat in kort geding is behandeld. Een maand eerder is de kantonrechter al tot de conclusie gekomen dat de vader in zijn verplichtingen als huurder tekort schoot. Uit die uitspraak (LJN BP113) blijkt dat het probleem al lang speelt, dat Bureau Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming hebben aangegeven dat de bewoner tekortschiet in zijn verantwoordelijkheden als vader, dat de bewoner onvoldoende heeft onderbouwd op welke wijze hij hulp heeft gezocht en bovendien is niet weersproken dat Mitros wel verschillende pogingen heeft gedaan de situatie te verbeteren, doch dat dit niet heeft mogen baten. Ook blijkt dat de bewoner niet heeft belet dat zijn zonen overlast plegen in de omgeving of hierbij betrokken zijn. Daarmee wordt Forder eigenlijk de wind uit de zeilen genomen: de rechter heeft een weloverwogen beslissing genomen waarbij rekening is gehouden met tal van omstandigheden.
Waar vroeger de Overheid optrad, is het nu de woningbouwvereniging die opkomt voor de belangen van de buurtbewoners aan wie zij woningen verhuurt. Huurders hebben recht op ongestoord woongenot en kunnen hun verhuurder daar terecht op aanspreken. Om huurders duidelijk te maken wat niet geoorloofd is, leggen woningbouwverenigingen dat neer in hun voorwaarden. Op die manier wordt veel huurders duidelijk wat wel en wat niet geoorloofd is. Brouwer en Schilder trekken dat een beetje in het belachelijke, maar het is erg zinvol om de abstracte wettelijke norm te concretiseren. Anders dan zij stellen hechten rechters veel waarde aan het woonrecht en is het niet zo dat de huurder heel bijzondere omstandigheden moet aanvoeren om de rechter aan zijn zijde te vinden. Het is juist omgekeerd: de verhuurder moet heel erg duidelijk maken waarom deze huurder moet vertrekken.
De uitspraak die ter discussie staat is die van 19 april j.l.: een executiekortgeding. Voor een goed begrip: het toetsingskader voor de rechter is dan beperkt. Het is niet de bedoeling de zaak nog een helemaal over te doen. Er kan alleen worden ingegrepen als er sprake is van een misslag of een noodtoestand. De rechter heeft op 19 april beslist dat er niets nieuws is aangevoerd in vergelijking met de kantonrechters uitspraak.
Uit de uitspraken blijkt dat de problemen al lang spelen. Procederen in Nederland kan ook lang duren. Dan moet er soms een ordemaatregel worden getroffen omdat van de buurtbewoners niet kan worden verlangd dat ze nog jaren worden geconfronteerd met de overlast. De rechter weegt de belangen af, waarbij het woonrecht van de huurder een belangrijke factor is. In dit geval wegen de belangen van de buurtbewoners om niet de uitspraak in hoger beroep te hoeven afwachten echter zwaarder. Uit de uitspraken leid ik af dat de bewoner door de woningbouwvereniging wordt verweten zich te weinig te hebben ingespannen om de problemen op te lossen en dat de rechters het daarmee eens zijn. In een dergelijk geval is de uitspraak van 19 april weinig verwonderlijk.
—————
naschrift redactie weblog. De uitspraak die hier redactioneel is samengevat en besproken dateert van 18 maart, zoals ook uit de hyperlink blijkt. Gepubliceerd op rechtspraak.nl onder nummer LJN BP8113 De uitspraak in het executie kort geding van 19 april was bij de productie van deze rubriek nog niet bekend. Niet bij de redactie en ook niet bij de commentatoren.

Enrique Madereel

Voor alle duidelijkheid: op dit moment zijn er al twee uitspraken geweest in deze zaak. Op 18 maart gaf de kantonrechter de eerste uitspraak waarin staat dat het gezin binnen een maand moet verhuizen. De vader is tegen die uitspraak in april in beroep gegaan, maar zonder succes. Op 19 april oordeelt een andere rechter dat de ontruiming alsnog moet doorgaan. De vader heeft al aangegeven in beroep te gaan tegen deze uitspraak, dat zal in een bodemprocedure gebeuren. Intussen moet het gezin verhuizen, zij kunnen niet wachten op de volgende uitspraak.

@Ton Jongbloed, uw stelling dat mevrouw Forder de wind uit de zeilen wordt genomen kan ik ergens wel begrijpen, maar ik ben het er niet helemaal mee eens. De kantonrechter heeft inderdaad rekening gehouden met veel verschillende details in deze zaak, maar in een bodemprocedure zal de rechter de zaak uitgebreider bekijken en meer rekening houden met de gevolgen van een ontruiming. Als een gezin gedwongen wordt te verhuizen, dan heeft dat gigantische gevolgen voor zowel de vader als de twee zoons. In mijn eerste reactie heb ik al aangegeven dat ik in deze twee uitspraken geen oplossing zie voor de problemen van het gezin. Het probleem wordt alleen verplaatst en misschien verergert de gezinssituatie door de ontruiming zelfs. Om die reden kan ik mij wel vinden in de reactie van mevrouw Forder. Het is te hopen dat in de bodemprocedure wel naar een oplossing wordt gezocht, nu voor het gezin.

herman weerman

Frappant is dat door de respondenten vooral gesproken wordt over de vader als “slachtoffer” die er ook niets aan kan doen dat hij zijn straatterroristische zoons niet onder controle heeft.
Het feit dat de buurt al jaren onacceptabele overlast ondervindt van die straatterroristjes is blijkbaar minder belangrijk. Dat is een vreemde reactie. Sinds wanneer moet een buurt accepteren dat zij geterroriseerd wordt? Dat de vader zijn zoons niet onder controle heeft is zijn probleem dat je niet ook het probleem van de buurt kunt en mag maken. Het vonnis is dan ook uitermate logisch en begrijpelijk; terroriseren van de buurt waarin je woont is niet acceptabel en moet aangepakt worden! Het is al treurig dat je als buurt jarenlang moet klagen en procederen voordat er uberhaupt iets aan gedaan wordt.
De reactie dat de vader zijn zoons niet onder controle heeft maar daar niets aan kan doen en daarom niet uitgezet zou moeten worden is al even vreemd. Iemand die zijn 2 honden niet onder controle heeft waardoor ze dag en nacht iedereen wakker blaffen wordt daar terecht ook op aangesproken. Het is zijn verantwoordelijkheid om te zorgen dat er geen overlast ontstaat. Voor kinderen geldt dat mutatis mutandis nog meer.

Max Molenaar

Zware straffen zijn soms nodig
In bericht nr. 5 hierboven schreef ik: “Mijn reactie geldt niet voor deze specifieke casus, maar in het algemeen. Ouders moeten alleen bestraft worden voor de misdaden van hun minderjarige kinderen, als zij onvoldoende openstaan voor deskundige voorlichting en begeleiding.”

Als de ouders geen grip hebben op het frequente ernstige wangedrag van hun tiener-kinderen, moeten zij en hun kinderen daartoe uitgebreide cursussen krijgen via internet. Als dat niet genoeg helpt, moeten ze regelmatig bezocht worden door een opvoedingsondersteuner en moeten die kinderen een jarenlang verbod krijgen om met andere veroordeelden om te gaan.

Die kinderen moeten dan ook zware werkstraffen krijgen, buiten schooltijden. Dus ‘s avonds en in het weekend werken, want daardoor houden ze geen energie en tijd meer over voor wangedrag.

Als dat nog niet helpt, moeten die kinderen extra straffen krijgen, bijvoorbeeld onteigening van luxe eigendommen en gebiedsverboden of elektronisch huisarrest buiten school- en werktijden, zodat hun sociale en materiële status wordt verlaagd.

Ook de opties van zeer beperkte(!) lijfstraffen en schandpaal door justitie voor ernstige veelplegers moeten wetenschappelijk worden onderzocht. Daarbij moeten ook ongewenste bijeffecten worden onderzocht, zoals eventuele blijvende geestelijke schade of wraakgevoelens jegens de samenleving. Ik ben tegen marteling.

Indien de ouders opzettelijk niet meewerken aan het stoppen van het wangedrag van hun minderjarige kinderen, moet het hele gezin ook snel worden gehuisvest in een klein schuurtje, ver buiten de bebouwde kom, in een ver gelegen provincie, om wraakacties tegen de slachtoffers door de veroordeelden te bemoeilijken. En hun luxe eigendommen en vermogen moeten blijvend worden onteigend. Straffen voor veelplegers moeten tien tot twintig jaar lang duren.

Het was de afgelopen decennia nauwelijks mogelijk om een gezin dat buurtterreur pleegde door de rechter uit de woning te laten zetten in Nederland. En de politie was meestal niet bereid om zich daarvoor in te zetten. Het wordt hoog tijd dat dat verandert.

Er zijn talloze gevallen bekend van gewelddadige gezinnen die onverbeterlijk bleken, ondank het feit dat vele hulpverleners zich jarenlang intensief met zo’n gezin bezighielden. Die daders laten vaak een spoor van ontreddering, ernstig leed en lichamelijke en materiële schade achter bij hun talloze slachtoffers.

De ideologie dat criminaliteit kan worden opgelost met alleen hulpverleningstrajecten, is niet gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek! Maar die overtuiging is vooral gebaseerd op de financiële belangen van de hulpverleningssector. Ik ben zeker niet tegen geestelijke hulp, maar in een aantal gevallen zijn ook straffen nodig.

Overheidsbeleid moet niet decennialang blijven doorborduren op verouderde, heilig verklaarde inzichten, die alsmaar niet blijken te werken. Maar overheidsbeleid moet zoveel mogelijk evidence based zijn. Daartoe zijn wetenschappelijke experimenten nodig op basis van creatieve hypothesen. En ondersteund door voortdurend intensief overleg met de beste buitenlandse criminologen en andere gedragsonderzoekers.

Ik stem op de SP.

Paul Kirchhoff

De reactie van Herman Weerman kan rekenen op mijn instemming.
Hoewel ik begrip kan opbrengen voor de juridische kant van de zaak moet mij van het hart dat degenen die de juridische aspecten als uitgangspunt nemen weinig oog hebben voor de probelemn die deze twee Marokkanen in hun woonomgeving hebben veroorzaakt.
Vanwege hun wangedrag zagen twee gezinnen zich genoodzaakt te verhuizen.
Het stel dat een koophuis bewoonde heeft daarbij 40.000 euro schade geleden.

Wanneer de overlast en de daaruit voortvloeiende gevoelens van onveiligheid zo groot zijn moet de vader van deze jongens rekening houden met de gevolgen die het wangedrag van zijn zoons ook voor hem heeft.
Als opvoeder is hij ernstig te kort geschoten.
De daaruit voortkomende problemen kunnen in redelijkheid niet langer afgewenteld worden op de woonomgeving hoe triest dat ook is.