Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

De Uitspraak: Moet je zelf de reddingboot betalen nadat je 1-1-2 hebt gebeld?

Moet je zelf de reddingboot betalen die je voor Ameland oppikt en terugbrengt naar vaste wal? Ook als je zelf 112 belde? Met commentaar van NJB medewerker Eric Tjong Tjin Tai, hoogleraar privaatrecht in Tilburg en NJB redacteur Tom Barkhuysen, hoogleraar staats- en bestuursrecht in Leiden.

De zaak. Acht vrienden verlaten ’s avonds met twee aan elkaar gebonden vlotten de haven van het Groningse Lauwersoog, op weg naar Ameland waar zij naar een feest willen. Op het ene vlot staat een auto, op het andere een caravan. Er staat echter windkracht zes, en de vlotten raken van elkaar gescheiden. Eén van de opvarenden belt 112 en vraagt om hulp. Daarop gaan er drie schepen de Waddenzee op. Eén van de KNRM en twee van een Amelands sleep- en bergingsbedrijf. De reddingboot vindt al gauw één van de vlotten, laat de vier opvarenden overstappen en neemt het vlot met de auto op sleeptouw. Het vlot met de caravan wordt door een bergingsschip gevonden. Dat viertal wordt naar de reddingboot gebracht. Het bergingsschip neemt dit vlot op sleeptouw.

Hoe gaat de tocht verder? Het derde bergingsschip vraagt een aanlegplaats voor de vlotten op Ameland. Maar de burgemeester weigert het hele gezelschap toegang. De Amelandse reddingboot brengt het achttal terug naar het vasteland. De twee vlotten worden door de bergingsschepen over de Waddenzee teruggesleept. De rekening van bijna 2.000 euro wordt aan het gezelschap gepresenteerd. Maar die willen niet betalen.

Hoe motiveert het achttal hun weigering?

De vlotten waren voldoende zeewaardig. De groep had zelf terug kunnen varen. Over de terugkeer naar Lauwersoog is niet overlegd. Toen de groep en de vlotten waren herenigd had de hulp moeten worden gestaakt, vinden zij. De sleep naar het vasteland was dus ongevraagd en hoeft niet voor hun rekening te komen. De burgemeester van Ameland moet betalen want die gaf feitelijk opdracht het gezelschap terug te brengen.

Wat is juridisch de vraag? Kon de situatie worden gekwalificeerd als zaakwaarneming. Met andere woorden: was er sprake van het zich op redelijke gronden inlaten met de behartiging van andermans belangen. Was er sprake van hulpverlening waarvoor hulploon verschuldigd is, ook als er geen uitdrukkelijk verzoek aan vooraf ging? Maakt het verbod van de burgemeester om het achttal toegang te verbieden iets uit?

Wat zegt de rechter? Toen de groep en de vlotten waren herenigd was aan de hulpverlening juridisch juist geen einde gekomen. De groep was immers niet meer aan boord van de vlotten, maar zat op de reddingsboot. Hoe zeewaardig die vlotten ook geweest zouden zijn, zij voeren er op dat moment niet mee. De beslissing van de burgemeester de groep te weigeren ging over de openbare orde op het eiland. Zoiets mag niet voor rekening van het sleepbedrijf worden gebracht.

Dat was het dan? Nee, de rechter taxeert ook „ten overvloede” zelf de feiten. De persoon die 112 belde besefte kennelijk als enige dat de groep zich in een hachelijke situatie bevond. Ze waren elkaar kwijt en één van de vlotten kon niet meer zelfstandig koers houden. Het was middernacht en het woei hard. Ook als de groep had getwijfeld aan de ernst van de situatie en de reddingsboten zou hebben verboden hulp te verlenen, dan was er achteraf nog steeds hulploon verschuldigd geweest. De feestgangers moeten betalen.

Lees hier de uitspraak ( LJ BP3532).

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.

Geplaatst in:
Civiel recht
Lees meer over:
burgemeester
schadevergoeding

17 reacties op 'De Uitspraak: Moet je zelf de reddingboot betalen nadat je 1-1-2 hebt gebeld?'

NJB medewerker Eric Tjong Tjin Tai, hoogleraar burgerlijk recht in Tilburg

Juristen staan niet bekend als thrill-seekers. Of dat nu ligt aan de aantrekkingskracht van een stoffig beroep op voorzichtige mensen, of komt doordat juristen tal van uitspraken kennen over vreselijke ongevallen met ernstige gevolgen, is werk voor een socioloog om uit te zoeken. Toch komen roekeloze mensen er in de rechtspraak betrekkelijk gunstig af; het slachtoffer verdient bescherming. Voor bijna-slachtoffers geldt dat niet. In deze uitspraak gaat het om een groep feestvierders die op welhaast Bijbelse wijze op twee vlotten de overtocht naar Ameland maken. Eén krijgt in de storm bedenkingen en belt 1-1-2. Wie draagt de kosten voor de reddingsactie?
Voor zulke gevallen is er de regeling van zaakwaarneming. Juist omdat mensen achteraf, eenmaal thuis bij het haardvuur, met een kop warme chocolade, geneigd zijn de ontberingen te bagatelliseren geeft de wet aan de redder het recht op vergoeding van de gemaakte kosten, mits hij ‘op redelijke grond’ heeft gehandeld. Handelt hij beroepshalve – zoals in dit geval -, dan heeft hij (simpel gezegd) recht op een vergoeding naar het gangbare loon (art. 6:200 lid 2 BW). Voor reddingen op zee is er een vergelijkbare regeling met specifieke details. In dit geval is die laatste regeling van toepassing. De klacht van de opvarenden is niet dat zij moesten betalen voor het begin van de redding; zij hebben alleen bezwaar tegen het betalen voor het terugslepen naar vaste wal, nadat hen de toegang tot Ameland ontzegd was. Het blijft in deze zaak enigszins onduidelijk wat de achtergrond was van de houding van de burgemeester. Maar daar kan de reddingsbrigade niets aan doen. Als de feestgangers niet wilden dat zij teruggesleept werden, hadden zij op dat moment moeten protesteren, en dat hebben zij niet gedaan (het Hof voegt er terecht aan toe dat dat ook niet redelijk zou zijn geweest). Toegegeven, het is voorstelbaar dat zij enigszins beduusd waren door de onverwachte gang van zaken. Maar dat is geen reden de redders hun verdiende loon te onthouden. De indruk die overblijft is één van ondankbaarheid, en dat wekt weinig sympathie.
Wie het nieuws leest krijgt soms de indruk dat we in Nederland alles tegelijk willen: enerzijds willen we spannende en afwijkende, zelfs gevaarlijke activiteiten ondernemen, maar anderzijds willen we dat de overheid waarborgt dat we geen echte risico’s lopen. Dit is door Boutellier wel aangeduid als de bungeejumpmaatschappij. Dat is alleen mogelijk als we ook gered kunnen worden terwijl we misschien achteraf denken dat het niet nodig was. Het is het eerlijkst als de kosten daarvan moeten worden gedragen door degenen die zelf zulke riskante activiteiten ondernemen. Ondank is ‘s werelds loon, maar het recht geeft de redders wel wat hen toekomt.

NJB redacteur Tom Barkhuysen, hoogleraar staats- en bestuursrecht in Leiden

De burgemeester blijft terecht buiten spel in deze procedure
De burgemeester van Ameland heeft de vlotten en hun opvarenden de toegang tot het eiland geweigerd. Daaraan wordt door de geredden de stelling gekoppeld dat de burgmeester (de gemeente Ameland) voor (een deel van) de schade zou moeten opdraaien. Het Hof stelt echter terecht vast dat de op grond van overwegingen van openbare orde genomen beslissing van de burgemeester in de onderhavige procedure niet ter discussie staat, maar als een gegeven moet worden beschouwd. Het kan in ieder geval niet aan het bergingsbedrijf worden tegengeworpen.
Dat oordeel van het Hof is terecht. Als de geredden menen schade te hebben geleden als gevolg van de beslissing van de burgemeester, hadden zij daartegen moeten opkomen bij de bestuursrechter. Deze had dan vast kunnen stellen of het besluit al dan niet rechtmatig was. Het lijkt er op dat deze stap niet is gezet.

Was dat wel gedaan en had de bestuursrechter geoordeeld dat het besluit van de burgemeester niet door de beugel kon, dan was dat een opstap geweest naar het verkrijgen van schadevergoeding van de gemeente. Nu dat niet lijkt te zijn gebeurd, kan het gerechtshof – een civiele rechter – niet anders dan uitgaan van de rechtmatigheid van het besluit van de burgemeester. Bovendien was in de procedure voor het gerechtshof de gemeente Ameland ook niet gedaagd of anderszins in de procedure betrokken, hetgeen op zich al de mogelijkheid van een dergelijke schadevergoeding blokkeert. Het bergingsbedrijf was gedaagd en het is volstrekt logisch dat het hof oordeelt dat eventueel door de burgemeester veroorzaakte schade in ieder geval niet aan dat bedrijf kan worden tegengeworpen.

Al met al blijft de burgemeester dus terecht buiten spel in deze procedure.

M. van Gestel

‘t Lijkt wel een tentamencasus…
Afdeling 8.6.2 BW is hier onverkort van toepassing.
Er is geen sprake van een uitdrukkelijk en redelijk verbod van de eigenaren hulp te verlenen; men heeft er zelfs om gevraagd (8:557 lid 1 BW).
Er is sprake van hulpverlening (8:551 onder a BW) aan schepen (8:551 onder b jo. 8:1 BW) want er was sprake van gevaar (definitie: HR 1996, Frio Alaska).
Men heeft niet op enig moment op zee het gezag over de schepen hernomen (8:559 lid 1 BW).
Uitsluitend de eigenaren van de vlotten zijn hulploon verschuldigd (8:563 lid 3 jo. 8:10 BW).

M.Otto

8 vrienden, da’s slechts € 250,- pp … Ongelooflijk dat er hier over gemekkerd wordt ! Hoofdschuddend heb ik dit verhaal gelezen en zelfs plaatsvervangende schaamte gevoeld over deze lompe weigering om te betalen…

Paul Kirchhoff

Met ontzag voor de beargumenteerde juridische commentaren treft mij de nuchterheid van M.Otto in zijn reactie.
Het is dezelfde rekensom die ik ook maakte.

Landrotten die een vlot in elkaar knutselen zouden ook wat aandacht moeten besteden aan het zeerecht en de daaraan ontleende afspraken over hulpverlening.
Deze lieden mogen blij zijn dat er tijdig hulp is verleend toen hun dwaze onderneming in problemen kwam.
Gewoon betalen die rekening.

Co Stuifbergen

M.Otto zegt:
donderdag 7 april 2011, 16:31 uur

8 vrienden, da’s slechts € 250,- pp….

Ik vermoed dat het rechtenstudenten betrof die als als huiswerkopdracht een zaak moesten aanspannen…

R.A. Boogaard

De titel dekt de lading geenzins, de reddingboot van de KNRM is voor de hulpvrager altijd kosteloos. het betreft hier het kosten verhaal door een bergingsbedrijf voor het bergen van de vlotten, overigens terecht! De mensen zijn door de KNRM kosteloos ‘gered’.

Ard van Bergen

Voor mij als niet-jurist heeft deze uitspraak toch een onbevredigende nasmaak. Zoals het verhaal hier gepresenteerd wordt begrijp ik dat de noodzaak van hulpverlening door de acht niet betwist werd, en wilden zij best betalen voor de redding als zodanig en het naar Ameland slepen. Daar hadden ze tenslotte zelf om gevraagd. Het conflict gaat over het terugslepen naar het vasteland, en voor dat terugslepen zie ik geen dwingende noodzaak, en kan ik dat gedeelte dus ook niet meer als hulpverlening zien.
Een beoordeling van de rol van de burgemeester lijkt mij dus essentieel voor deze zaak. Zou de burgemeester het gezelschap ook teruggestuurd hebben als ze overhoopt op eigen kracht Ameland gehaald zouden hebben? Dat lijkt mij onwaarschijnlijk, en ontkracht in mijn ogen dan ook direct het argument van openbare orde.
Vanzelfsprekend moet het bergingsbedrijf betaald worden, maar de vraag is door wie. Met de gegevens die voorhanden zijn, kan ik me wel vinden in het standpunt van de acht, maar zoals Tom Barkhuysen schrijft hadden ze dan naar de bestuursrechter moeten stappen. Blijkbaar hebben ze door slecht (of geen) juridisch advies de verkeerde keus gemaakt door met de bergers in conflict te gaan in plaats van met de gemeente Ameland, en worden daar nu voor gestraft.

Antje Molenaar

Het gaat feitelijk toch om de redding van de goederen? En wie anders dan de eigenaren, die zelf de goederen geriskeerd hebben, zouden er moeten betalen? De gemeenschap?

Paul Kirchhoff

@ Ard van Bergen,

U maakt een denkfout. De burgemeester van Ameland heeft het volste recht die twee vlotten de toegang tot de haven van het eiland te ontzeggen.
Dat de bergers daarop besluiten de vlotten terug te slepen naar het vaste land is alleen aan hen ter beoordeling.
De bemanning had op het moment dat ze de vlotten hebben verlaten over die vlotten geen enkele zeggenschap meer.
Misschien eerst eens kennis nemen van het zeerecht voor u commentaar geeft?

Sophie van Wijnen

leuk, die reactie van M. van Gestel.
Heerlijk, zo’n rijtje artikelen. Het is inderdaad nu in 15 jaar werken in de juridische praktijk nooit meer voorgekomen dat ik kon volstaan met het oplepelen van zo’n rijtje artikelen.
Wat was die studie toch leuk eigenlijk. We konden echt genieten van zo’n rijtje. En dan na het tentamen bij de Jaap Edenbaan je antwoorden vergelijken met de anderen die naar buiten kwamen… gouden tijden.

Jelle Schottelndreier

Inderdaad, de KNRM redt altijd voor nop personen, en bergt daarnaast vaak zaken, ook zonder rekening te presenteren. De KNRM ontvangt geen staatssteun en doet gevaarlijke werk louter gedekt door donaties. De meeste geredden worden wel donateur.
Benieuwd of dat ook voor deze avontuurlijke, procederende feestgangers geldt.

Herman Beun

Sorry, maar als je al op de heenweg door een windkracht zes in zodanige moeilijkheden raakt dat je gered moet worden, dan zijn én de bemanning én de vaartuigen niet zeewaardig geweest. Ook niet om terug te varen van Ameland naar het vasteland. Het optreden van de berger lijkt me dan ook volstrekt terecht.
Deze acht zaten zowel juridisch als moreel fout. Stil in een hoekje je gaan zitten schamen en zonder zeuren de (behoorlijk lage) rekening betalen was hier passender geweest.

suzanna twickler

Dank voor de publicatie van deze casus en jullie commentaren. Een prachtige casus voor mijn lessen in de opleiding HBO-Recht bij de NHL Leeuwarden. En laat ik nu op Ameland wonen en alles hebben meegemaakt van een afstand…………..

Enrique Madereel

Typisch. Eerst stoer naar een eiland varen (meesterplan, kan niet mislukken)en als het dan fout gaat niet willen betalen. Al kan ik me er wel iets bij voorstellen dat men schrok toen ze een rekening kregen.

Natuurlijk zou het niet goed zijn als er in noodsituaties altijd betaald zou moeten worden, maar in dit geval zijn de slachtoffers toch wel zo roekeloos geweest dat ze ook voor de kosten mogen opdraaien. Ik vraag me wel af hoe de acht vrienden hadden gereageerd als hen eerder was verteld dat ze verplicht zijn te betalen, misschien was de zaak dan anders gelopen.

Ard van Bergen

@Paul Kirchhoff:
U heeft mijn commentaar blijkbaar in het geheel niet begrepen. Ik heb geen kritiek op de bergers; na de beslissing van de burgemeester hadden zij inderdaad waarschijnlijk geen andere keus. Uit de beschrijving van de zaak kan ik echter niet afleiden dat de acht een gevaar voor de openbare orde op Ameland zouden zijn, en aangezien de acht door deze beslissing op extra kosten zijn gejaagd zou een gang naar de bestuursrechter aangewezen zijn. Wat die in dit geval zou beslissen is weer een heel ander verhaal. Een burgemeester heeft misschien wel “het volste recht” om mensen de toegang tot zijn gemeente te ontzeggen, maar van dat recht moet toch uiterst spaarzaam gebruik gemaakt worden. Met de details van het zeerecht heeft dat allemaal weinig te maken. Zoals ik al schreef hebben zij de fout gemaakt om met de verkeerde partij in conflict te gaan.

Paul Kirchhoff

@ Ard van Bergen,

De bergers konden in deze situatie niets anders doen dan de vlotten tgerugslepen naar het vaste land,
Of stelt u voor dat ze de vlotten op zee houden tot er een uitspraak van de bestuursrechter is in deze zaak?
Als berger hebben ze de bevoegdheid naar goeddunken te handelen wanneer de geborgen vaartuigen door de bemanning zijn verlaten.

Het staat de eigenaren van de vlotten uiteraard vrij alsnog de gang naar de bestuursrechter te maken om de beslissing van de burgemeester aan te vechten.
Dat laat onverlet dat de bergers juist gehandeld hebben door de vlotten terug te slepen naar de wal.