Wantrouwen is de norm
Is iedere burger die AOW of bijstand aanvraagt meteen verdacht van misbruik? Of behoort die burger in beginsel op zijn woord te worden geloofd? En hoe ver mag je gaan bij de controle?
Iedere ontvanger van een uitkering wordt collectief en digitaal gefouilleerd
Vorige week reageerde VVD-minister Kamp (Sociale Zaken) gepikeerd op een stevige dwangsom die zijn departement was opgelegd. Er waren her en der in het land onder zijn verantwoordelijkheid databases op een laakbare manier gekoppeld. De desbetreffende burgers waren er niet over ingelicht. Er waren veel te veel namen te lang bewaard. En de beveiliging was niet noemenswaardig.
Kamp vond de dwangsom van anderhalve ton onbegrijpelijk. Hij zei dat „in 2011” het „gewone werk” van een opsporingsdienst bestaat uit het koppelen van bestanden en „checken of opgaven van mensen kloppen.” Met andere woorden, niet zeuren, zo doen we dat en dat is heel gewoon.
Maar is dat ook zo? Tegen die dwangsom gaat de minister in bezwaar. Een eerdere straf, uit 2007, had ook al geen indruk gemaakt. Dat is op zichzelf al zorgelijk. Een minister die zich niet neerlegt bij de correctie van een toezichthouder geeft een slecht voorbeeld. En waarom moeten overheden tegen elkaar procederen? Los dat toch op in de Kamer.
Maar los daarvan: databases koppelen als routinemaatregel, het is de iOverheid ten voeten uit, waar de WRR deze maand tegen waarschuwde. De groeiende informatiemacht van de overheid verandert de relatie tot de burger. En het bestuur verandert er zelf ook door. De burger heeft geen greep meer op wat er gebeurt, om te beginnen niet met z’n eigen gegevens. Overheden stellen risicoprofielen samen uit de honderden databases met burgerinformatie. Dat is ‘het gewone werk’, zoals Kamp zei. In een voorstudie van de WRR staat dat Justitie makkelijk een permanent gestigmatiseerde klasse burgers uit de databases kan halen. Daarvoor hoef je echt niet veroordeeld te zijn, schreef hoogleraar Buruma.
Het College Bescherming Persoonsgegevens, dat de dwangsom oplegde, vindt dat burgers die AOW aanvragen, geloofd moeten worden. Op een aantal ‘standaardchecks’ na, moeten hun gegevens bij de burger zelf worden geverifieerd. Als er geen vermoeden van misbruik is, dan is het onjuist om iedere aanvraag door een digitaal vangnet van allerlei gekoppelde databestanden te halen. En als dat vermoeden er wel is dan moet de burger erover geïnformeerd worden. Een publicatie in de wijkkrant of op de website volstaat bij groepscontroles. Maar als het op persoonsniveau is, dan moet die burger individueel worden geïnformeerd, eventueel achteraf.
Het gaat er dus niet om óf databases gekoppeld mogen worden. Maar op welke manier en onder welke omstandigheden. En dus nooit achter de rug van de burger om. Zou Kamp echt iedere uitkeringsgerechtigde als een misbruiker zien die digitaal gefouilleerd moet worden? Die kant gaat het wel op. De nieuwe norm is wantrouwen. In 2007 controleerde zijn departement van alle uitkeringsontvangers in Friesland stilletjes het waterverbruik. Dat gebeurde door de boekhouding van 65 gemeenten te koppelen met de waterleidingbedrijven en de waterschappen. Zo werden álle Friese uitkeringsadressen gecontroleerd op ‘schijnbewoning’. Vroeger moest nog een huisbezoek worden afgelegd. Nu gebeurt het collectief en digitaal. Is dat vooruitgang of de digitale klikstaat?
De boete van vorige week betrof een herhaling van dit Friese onderzoek, maar dan op 25 plaatsen in het land. Risicoanalyses door geheime bestandskoppelingen op basis van fraude- en overlastprofielen. Zelfs de administratie van spijbelambtenaren was gekoppeld. En er was uitgezocht welke jongeren weer bij hun ouders waren gaan wonen. Met die mensen zou weleens wat kunnen zijn, nietwaar. Zorg en controle lopen zo door elkaar. Op basis van anoniem verzamelde hits uit een onbekend aantal databases die de onwetende burger meestal niet kan controleren. Mij bevalt het niet.
