Wie heeft meer invloed op het wetgevend proces in Nederland, de Raad van State of de VARA? Vorige week behandelde de Kamer een wetsvoorstel dat rechtstreeks is veroorzaakt door tv-rubriek Zembla van die omroep.

In 2007 beweerde dit programma dat rechters, behalve na verkrachting en aanranding, ook na doodslag volstonden met taakstraffen. Dat was zelfs gebeurd in één moordzaak. Ook het Openbaar Ministerie (OM) eiste volgens Zembla bij ernstige misdrijven taakstraffen.
De voorspelbare ophef volgde. De Kamer was hevig verontrust. De VVD eiste maatregelen. Veel media-aandacht verliep langs de ‘zie je wel’-lijn. Justitie in Nederland bestaat immers uit een stel slapjanussen die erop uit zijn om „daders gevangenisstraf te besparen”, zoals de VARA het formuleerde – verkrachters die alleen maar hoeven schoffelen. Morele paniek dus: weg met het softe gedoe, opsluiten, graag zo lang mogelijk!
Het vorige kabinet reageerde snel, door het OM op te dragen om „geen ‘kale taakstraf’ (meer) te eisen bij een ernstig gewelds- of zedenmisdrijf ‘dat een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit tot gevolg had”. Daarna (!) kregen twee hoogleraren opdracht om te controleren of Zembla wel gelijk had. Die prikten daarop een half jaar later dit ‘nieuws’ door. De conclusies bleken gebaseerd op vervuilde gegevens, waarvoor de VARA ook was gewaarschuwd. In geen enkele moord- of doodslagzaak was een taakstraf opgelegd. Als al met een taakstraf was volstaan, waren daar goede redenen voor. In 80 procent van de zaken waren rechter, officier en reclassering het eens. Afwijkende keuzes van de rechter waren doorgaans te billijken. De onderzoekers spraken „hun grote tevredenheid” uit over de zorgvuldige strafoplegging. Zowel de officier als de rechter handelde precies volgens de wet. Conclusie: ga vooral zo door. Eigenlijk was die ‘aanscherping’ van de ‘richtlijn taakstraffen’ voor het OM al overbodig.
De trein was niet meer tegen te houden. Dit was kennelijk de gelegenheid om politiek af te rekenen met softe straffen en dito rechters. Er kwam
een wetswijziging, bedoeld om ook de rechter de taakstraf uit handen te nemen, waarna het kabinet dus een reeks vernietigende adviezen ontving uit de professionele wereld. De Orde van Advocaten constateerde dat een „zo forse ingreep” in de beslissingsvrijheid van de rechter door de wetgever „nog niet eerder is voorgekomen”. Het kabinet demonstreert „ongefundeerd wantrouwen” in de rechter. Dat zorgt er straks voor dat afbreuk wordt gedaan aan „het vertrouwen in de rechterlijke macht”.
De rechters zelf noemden het voorstel overbodig en overhaast. Als de rechter in bijzondere gevallen geen ‘kale taakstraf’ meer kan opleggen, kan dat leiden tot „onbegrijpelijke, onredelijke en disproportionele” straffen. De Raad van State deed daar een schep bovenop. Dit adviesorgaan kent zes standaard eindoordelen (dicta) voor wetsvoorstellen. Van ‘niets op aan te merken’ tot ‘intrekken graag’ wegens fundamentele bezwaren. Dit voorstel kreeg het strengste dictum mee, het prullenbakadvies. De Raad vraagt zich af voor „welk probleem dit wetsvoorstel een oplossing zou zijn”. De inbreuk op de vrijheid van de rechter is onevenredig. Maatwerk in straffen kan straks niet meer.
De Kamer hield daar woensdag een warrig
debat over. Het praatte lekker weg, met voorbeelden waarin Kamerleden véél strengere rechters zouden zijn geweest. Aan de uitvoering van taakstraffen valt vast een hoop te verbeteren en voor ernstige misdrijven is een taakstraf in het algemeen zeker ongepast. Dat vond iedereen al. Daarom gebeurde het ook niet. Dankzij zwakke journalistiek en opportunistische politiek wordt de rechter hier een kopje kleiner gemaakt. En waarom eigenlijk?
Dit is de tweede aflevering van de wekelijkse rubriek Rechtsstaat uit het Opinie & Debat deel van de NRC Weekend editie.
Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht.Volledige naamsvermelding.