Belangrijk: Voor het goed functioneren van nrc.nl maken wij gebruik van cookies (meer informatie).
Hiervoor hebben wij wel eerst je toestemming nodig. Klik op de groene knop als je hiermee akkoord gaat.

De Uitspraak: het kind van een Indiase draagmoeder

Mag een stel een Nederlands paspoort vragen voor hun kind, geboren uit een gehuwde Indiase draagmoeder in Mumbai? Met commentaar van NJB medewerker Paul Vlaardingerbroek, hoogleraar familierecht in Tilburg. 

De Zaak. Een onvruchtbaar Nederlands stel krijgt in een kliniek in India met hulp van een Indiase draagmoeder een zoon. Het kind is verwekt met sperma van de man en een eicel van een onbekende Indiase vrouw. Het stel gaat na de geboorte meteen voor hun kind zorgen, vooralsnog in India. Zij vragen aan de Indiase rechter de procedure en de geboorteakte te controleren. De Indiase rechter verklaart dat de Nederlandse man juridisch de vader is van het kind. De draagmoeder en haar man geven hun goedkeuring. Een aanvraag bij het consulaat om een Nederlands paspoort voor het jongetje wordt echter geweigerd. De Staat vindt dat er tussen de vader en het kind geen familierechtelijke betrekking bestaat. 

Zit het stel dan vast in India? Ja, althans de man. Het kind werd in mei geboren. Het stel verbleef in India op toeristenvisa en had voor een korte periode een duur appartement gehuurd. De ambassade weigerde in november het paspoort. De visa waren toen verlopen. De vrouw verliet India om gezondheidsredenen. De man bleef achter met het kind. Het stel voerde eind december een kort geding tegen de Staat in Nederland. Hij is dan nog in Mumbai, inmiddels illegaal. Hun geld raakt op. Hij is bang zijn baan in Nederland kwijt te raken, als hij langer wegblijft. En ook hij krijgt problemen met zijn gezondheid. 

Waarom is het paspoort geweigerd? De Staat vindt dat het stel zich zelf in deze situatie heeft gebracht en dat hij niet bevoegd is ze te helpen. Dat de man op de geboorteakte staat, betekent niet dat hij naar Nederlands recht ook de juridische vader is. Nederlander worden via een draagmoeder staat ook niet in de wet als mogelijkheid. De draagmoeder was gehuwd – en een procedure tot ontkenning van het vaderschap bestaat in India niet. De echtgenoot van de draagmoeder is juridisch dus de vader. Niet de Nederlandse man. Het jongetje is daarom een gewone vreemdeling, die een machtiging tot voorlopig verblijf moet aanvragen. De ouders hebben ten onrechte de strenge Nederlandse eisen voor draagmoederschap omzeild. 

Wat spreekt er voor het kind? Het kind heeft recht op gezinsleven en op het kennen van zijn ouders. Het heeft naar Indiaas recht een Nederlandse vader, die overigens illegaal is en kans op detentie loopt. Het kind zelf is in India ook illegaal. Het kan daarom ook niet in een Indiaas gezin worden geplaatst. Verder hebben de ouders zorgvuldig gehandeld en zich tevoren goed laten informeren. 

Wat zegt de rechter? Die vindt het een spoedzaak en beveelt de Staat het kind binnen 72 uur een nooddocument te geven. De rechter vindt het aannemelijk dat het kind uiteindelijk een Nederlands paspoort zal krijgen. Nu dreigt het kind stateloos te worden. Het stel heeft bovendien de juiste Indiase documenten verworven voordat ze een paspoort aanvroegen. De Staat treuzelde met de afhandeling, maakte fouten bij de beslissing en deelde het stel niet tijdig de afwijzingsgronden mee. 

Lees de uitspraak hier. En hier een artikel over de ‘rent a womb’ sector in India. Ook op youtube is informatie te vinden over de ‘surrogacy business’.  

 [youtube]http://www.youtube.com/watch?v=GBHs6OI6xIs[/youtube]  

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding

Geplaatst in:
Personen- en familierecht
Vreemdelingenrecht
Lees meer over:
arts
EVRM

7 reacties op 'De Uitspraak: het kind van een Indiase draagmoeder'

NJB medewerker Paul Vlaardingerbroek, hoogleraar familierecht in Tilburg

Nederlandse wensouders en Indiase draagmoeders. Iets over de risico’s

Kort geleden heeft een Nederlands echtpaar in een Indiaas ziekenhuis gebruik gemaakt van een gehuwde Indiase draagmoeder. De Indiase vrouw is bevallen van een kind, dat met het sperma van de Nederlandse wensvader is geconcipieerd. De biologische ouders zijn dus de Nederlandse vader en de Indiase moeder. Alle betrokkenen partijen zijn ermee akkoord dat het kind wordt meegegeven aan het Nederlandse echtpaar. Toch lukt dat niet. Waarom niet? In feite betreft het hier een gebruikelijke draagmoederschapsconstructie. Het bijzondere is dat zowel de biologische moeder van het kind als de wensvader gehuwd zijn met anderen. De Nederlandse vader heeft het kind erkend en eist nu toegang met zijn kind tot Nederland. De Nederlandse overheid is van mening dat de wensouders de Nederlandse wetgeving hebben ontdoken en dat de gewone procedure moet worden gevolgd voor een toelating van het kind naar Nederland.
Uit de casus wordt niet duidelijk of de verzoeker gehuwd was en of zijn partner van het vrouwelijk geslacht is. De voorzieningenrechter van de rechtbank Haarlem heeft in dit geval getoetst of het kind niet met spoed moest worden toegelaten tot Nederland, omdat de wensvader anders het kind zou moeten achterlaten (Vzr. Rb Haarlem 10 januari 2011, LJN BP0426).
In de media komen steeds meer geluiden over het gebruik van Indiase draagmoeders voor met name westerse wensouders. Sinds 2002 is het in India wettelijk toegestaan om draagmoeder te worden. In de laatste acht jaar zijn er 350 klinieken gekomen waar dit mogelijk is (met een verwachte omzet van 1,8 miljard euro in 2012). Het inhuren van een Indiase draagmoeder is ongeveer een kwart goedkoper dan in Amerika of Europa. Wensouders betalen ca. 17.000 euro per draagmoeder. De vrouwen zelf krijgen daar zo’n 5.000 dollar van.
Draagmoederschap in Nederland op commerciële basis is niet toegestaan. Bovendien moeten de donoren van eicel en/of sperma toestaan dat hun gegevens worden vastgelegd. Wensouders die niet wensen dat hun kind ooit de donorgegevens kan opvragen, zoeken hun hulp/toevlucht dus helaas in het buitenland. Illegale adoptie, afstammingsverduistering (het opmaken van een geboorteakte in strijd met de waarheid) zijn o.a. middelen die daartoe worden gebruikt. Mijns inziens moet voorkomen worden dat kinderhandel ontstaat over de rug (‘buik’ is in dit verband een beter woord) van arme draagmoeders, die hun buik lenen aan rijke wensouders, ook al gebeurt dat op basis van “vrijwilligheid”. Een arts in India stelt: “Een stel dat geen baby kan krijgen, krijgt een kind. Een arme vrouw krijgt geld. Wat is het probleem?” Het probleem is mijns inziens dat we in Nederland een zorgvuldige procedure hebben opgesteld waardoor aspirant-adoptiefouders stevig door de molen gaan, alvorens zij een beginseltoestemming krijgen. Ouders moeten geschikt bevonden worden alvorens zij van de minister toestemming krijgen voor de adoptie. Vervolgens moet het kind passen bij dat gezin. Deze procedure is zo zorgvuldig, om te voorkomen dat kinderen van derden niet goed terechtkomen. Mijns inziens moeten aspirant-wensouders dan ook te horen krijgen dat zij de nodige risico’s lopen als zij niet de koninklijke weg bewandelen en op eigen houtje hun hulp zoeken in het buitenland. Hier ligt dan ook een belangrijke taak voor informatie aan onvruchtbare ouders voor zowel de overheid als doelgroepenorganisaties als Freya.

mr drs R. Winter

Ik heb een adoptieprocedure gevoerd met toestemming van het Ministerie van Justitie, met beginseltoestemming en bemiddeling van Bureau Wereldkinderen te Den Haag.
Het kind kon ik niet uit New Delhi meekrijgen want ik de documenten werden niet verstrekt. De bemiddelingskosten kreeg ik deels terug, met inhouding van 4.000 gulden administratiekosten voor de Vereniging Werelkinderen, die mij uitdrukkelijk verbood om zelf naar New Delhi te reizen om een paspoort voor het weeskind te krijgen. Het betrof een weeskind in een kindertehuis.
Het kind bleef daar, want ik kreeg het paspoort niet.

Zo is er dus een onrechtvaardige situatie, waarbij het in Nederland niet toegestane draagmoederschap wel tot een adoptie kan leiden en een weeskind in het tehuis in India moet blijven en niet naar Nederland kan komen, ook al had ik een beginselverklaring van het Ministerie van Justitie, vereist voor adoptie en de bemiddelingskosten voldaan aan de Vereniging Wereldkinderen te Den Haag.

Ik ben overigens zelf niet onvruchtbaar en koos voor adoptie.

Kees Saarloos

Internationaal draagmoederschap is niet gereguleerd: op nationaal niveau noch op internationaal niveau zijn er regels die bepalen hoe de wensouders de juridische ouders worden van het kind dat met de hulp van een buitenlandse draagmoeder ter wereld is gebracht. De uitspraak van de rechtbank Haarlem is het zoveelste voorbeeld dat laat zien dat hier verandering in moet komen. Regulering van internationaal draagmoederschap is in het belang van de draagmoeder, de wensouders en vooral in het belang van het kind.

Professor Vlaardingerbroek heeft in zijn reactie enkele discussiepunten aangestipt met betrekking tot internationaal commercieel draagmoederschap. Hierover een paar opmerkingen.

1. Verbod op commercieel draagmoederschap nuanceren
Commercieel draagmoederschap is onvermijdelijk in een maatschappij met grote verschillen tussen arm en rijk. De draagmoeder in India heeft bij wijze van spreke de keuze tussen een leven lang werken in een mijn zonder zicht op verbetering of met negen maanden zwanger zijn zichzelf en haar gezin een beter leven geven. Is het raar dat zij kiest voor het laatste en is dat echt zo verwerpelijk?

Gesuggereerd wordt dat de wensouders misbruik maken van de financiële armoede van de draagmoeder. Een dergelijke stelling gaat te ver en doet geen recht aan de motieven en drijfveren van wensouders. Wensouders dwingen de draagmoeder niet om draagmoeder te zijn en de wensouders zijn ook niet schuldig aan de armoede van de potentiële draagmoeder. De wensouders zijn ongewenst kinderloos en zoeken naar een oplossing; de draagmoeder wil hen daarbij helpen.

Uitbuiting van de draagmoeder door bemiddelingsbureaus en andere tussenpersonen? Voor zover zich hier een probleem voordoet, is dat door wetgeving op te lossen. Het is primair de verantwoordelijkheid van het land waar de draagmoeder en het bemiddelingsbureau zijn gevestigd om het probleem van uitbuiting door bemiddelingsbureaus, voor zover het zich voordoet, aan te pakken.

Als de Nederlandse overheid/samenleving niet wil dat Nederlanders gebruik maken van buitenlandse commerciële bemiddelingsbureaus moet de overheid/samenleving een alternatief bieden voor de wensouders. Het verbod op bemiddeling bij draagmoederschap zou uit het Nederlandse wetboek van strafrecht geschrapt moeten worden, zodat non-profitorganisaties in Nederland kunnen bemiddelen bij draagmoederschap. De wetgever zou inspiratie kunnen opdoen bij de Engelsen die onlangs bemiddeling op non-profitbasis hebben gereguleerd.

2. Recht van het kind op afstammingsinformatie
Vaak zal het kind bij de draagmoeder worden verwekt met het genetisch materiaal van beide wensouders. In dat geval is er geen probleem. Voor zover de wensouders gebruik maken van donormateriaal (bijvoorbeeld een donor eicel) van een derde, is niet gegarandeerd dat het kind toegang heeft tot zijn of haar afstammingsinformatie. Dat is een probleem. De oplossing is ervoor te zorgen dat wensouders niet naar het buitenland hoeven, door draagmoederschap en donormateriaal in Nederland beter toegankelijk te maken.

3. Omzeiling adoptieregels
Draagmoederschap is geen adoptie. Draagmoederschap is een oplossing voor ongewenste kinderloosheid; adoptie is een kinderbeschermingsmaatregel. De wensouders moeten vaak een adoptieprocedure volgen, omdat er vaak geen andere manier is om de juridische ouders van het kind te worden. Dat wensouders in Nederland meestal door adoptie de juridische ouders van het kind worden is toevallig; het is geen bewuste keuze van de wetgever om draagmoederschap door middel van de adoptieprocedure te reguleren. Sterker, het is een bewuste keuze van de wetgever geweest om draagmoederschap niet te reguleren.

De stelling dat wensouders met internationaal draagmoederschap de regels voor (interlandelijke) adoptie omzeilen, is onjuist. De Haagsche Conferentie voor Internationaal Privaatrecht, de beheerder van het Haags Adoptieverdrag, heeft in juni 2010 geconcludeerd dat het Haags Adoptieverdrag niet van toepassing is op internationaal draagmoederschap. In lagere rechtspraak in Nederland is de conclusie ook getrokken (bijv. Rb Den Haag, LJN BC5651).

Jan Meijer

Ik vind het absurd dat je bij adoptie zo intensief gekeurd wordt op geschiktheid!
Dat gebeurt niet als je gehuwd zijnde zelf voor je nageslacht kan zorgen( zou overigens in sommige gevallen wel wenselijk zijn!!). Conclusie: gehuwd zijnde zelf in staat tot ouderschap: Altijd geschikt
Adoptie ouders: geschikt na uitvoerige controle. Enige controle lijkt me ook wel wenselijk uit oogpunt van criminele activiteiten, maar zoals het nu gaat en het jaren duurt vind ik dat de wet gelijke behandeling weleens van toepassing zou mogen zijn.

Pake Westra

Onbegrijpelijk dat wensouders het kind van een ander meenemen, om zo het schrijnend tekort van enige moraal nog maar eens te onderstrepen.Geld of geen geld, een draagmoeder is ook maar een mens.Dus ergens klopt het dan niet als je willens en wetens iemands situatie uitbuit om zelf kostte wat kost een kind te krijgen.Wat voor ouder ben je dan eigenlijk? Iemand met een paar cent die zijn/haar geweten schoon praat door te stellen; ‘we kunnen in ieder geval voor het kind zorgen en het een goede toekomst geven’
Terwijl als je een kind koopt, het niet automatisch inhoud dat je ook een goede ouder zult zijn.
Mensen die zo met (pasgeboren) leven omgaan zijn in mijn ogen niet meer of minder dan verkapte slavenhandelaars, hun mooie praatjes ten spijt.

Hilbrand Westra

De principiële discussie die gevoerd zou moeten worden is, of draagmoederschap (het woord zegt het al, een moeder die draagt) een logisch (dus ook wettelijk en maatschappelijk aanvaardbaar) vervolg is van een onmogelijkheid om zelf kinderen te krijgen.

Daarbij komt, dat we er steeds meer vanuit gaan, dat elk (ongeboren) kind dat geboren wordt, een object is. Een goed zonde hart en zie waarover klakkeloos beschikt kan worden. Een Neo-Darwanistisch voortbrengsel waar de sterkeren (rijke) over de rug van zwakkeren (armen) een vorm van uitbuiting laten plaats vinden. Het argument, dat het hier slechts om een biologisch preparaat zou gaan (het lichaam van een ander mens en het kind)en dat het een toevlucht is geworden voor wat in Nederland onmogelijk is zou mensen aan het denken moeten zetten.

Maar de wil en lust om een kind te HEBBEN geeft ogenschijnlijk ook de opening tot het creëren van rechten. Een vergaande erjuridisering van een maatschappelijk vraagstuk die op dit niveau nog niet eens is besproken. Maar ogenschijnlijk worden achterhaald door de mogelijkheden die worden gecreëerd. Een vlees geworden uitvoering van het utilitarisme. Zeer goed passend binnen het neo-liberalistisch gedachtegoed van de samenleving als een maakbare samenleving. Lees, voor degenen die dat financieel kunnen veroorloven.

Onderwerpen als geboorte, leven en dood worden hier niet alleen gedegradeerd tot consumptiegoed maar de ‘rechten’ van de mensen die later volwassen worden en vragen gaan stellen hoe dit alles toch in hemelsnaam had kunnen gebeuren worden uiteindelijk met een kluitje in het riet gestuurd. Hun roep om een menswaardige behandeling over hun ontstaansgeschiedenis worden door overheden, instanties en medici als niet relevant beschouwd. Wereldwijd zijn er geadopteerden en donorkinderen en straks ook kinderen geboren uit ‘onvrije’ (arm maakt namelijk ook onvrij) vrouwen op zoek naar hun ouders en ‘verwekkers’. Maar hulp van de betrokkenen kunnen ze vergeten want het feit dat ze eenmaal op de wereld zijn gezet onder het gezag van een wet of een of andere regeling maakt hen monddood. Er zijn talloze voorbeelden waarbij deze mensen geheel aan hun lot zijn overgelaten op de zoektocht naar hun oorsprong. Maar daar wordt in deze hele discussie niet over of nauwelijks over gesproken.

Onderzoek laat duidelijk zien, dat de existentiële levensvragen voor deze groep mensen van grote invloed zijn op hun latere ontwikkeling maar ook een grote zorg en een (financiële) last opleveren voor de maatschappij die hierop niet is voorbereid.

We hebben het nog steeds over mensen maar de beeldvorming lijkt verdacht veel op het beeld dat Aldous Huxley ooit omschreef in zijn boek, ‘Brave New World’ (1932). Ofwel create new world. De effecten die hij toen al beschreef zijn duidelijk waarneembaar in de huidige maatschappij die opstoomt naar een technocratische samenleving die niet meer geloofd in het bestaan van een gevoel, een ziel en de wezenlijke menselijke verschijning ervan in een gedaante van een lichaam maar in prikkels in het brein. Men geloofd steeds meer in een lichaam als een reproductieve eenheid dat ter beschikking gesteld moet kunnen worden aan de vrije markt van vraag en aanbod. Alsof de vrije markt gelooft in menselijke waarden en reageert op humanistische visies.

Beste ouders van de minima, let op uw kinderen.

L.J.J. Dorrestijn

Met het gebruik maken van mazen in onze wetgeving is niets mis, maar het omzeilen van de wet waarbij een kind de dupe dreigt te worden, is verwerpelijk. Zeker als men vervolgens de overheid chanteert via de rechter, uitgelokte procedurefoutjes, publieke opinie of nationale ombudsman. Waarom moet een kind hier opgroeien met zijn biologische moeder in India? Zodat hij of zij zijn hele leven door een ‘kleurtje’ eraan wordt herinnerd dat er iets niet klopt en vervolgens via een tv-programma zijn/haar echte moeder gaat zoeken. Natuurlijk zijn er uitzonderingen denkbaar, maar laat die beslissing vooraf aan de rechter en niet achteraf.